Het evangelie van Marcus

De leeuw: het symbool van de evangelist Marcus én het wapen van Venetië. Gevelsteentje in Amsterdam (Stromarkt 7).

De “Markus-Passion”, zo kopte het Handelsblad zaterdag, “blijft iets voor fijnproevers”. Ik neem voetstoots aan dat de beoordeling van Bachs gedeeltelijk verloren gegane oratorium correct is. Maar het slot is raar.

Het stuk zelf mist het meeslepende drama van zijn grote broers Matthäus en Johannes. De koren en aria’s blijven nogal liturgisch en afstandelijk. Nergens kruipt het verhaal echt onder de huid. De Markus-Passion zal – zal zoals het evangelie zelf – wel iets voor fijnproevers blijven.

Wat kan muziekrecensent Joost Galema bedoelen met zijn bewering dat het evangelie van Marcus iets voor fijnproevers is? Ik schrijf dit zonder ironie of sarcasme, ik snap het gewoon werkelijk niet. Het Marcus-evangelie is namelijk een van de toegankelijkste teksten uit de oude wereld.

Om te beginnen is Marcus de grootmeester van de ironie. Hij beschrijft althans het tegengestelde van wat hij bedoelt als hij Jezus neerzet een mislukkeling. De verlosser treedt op in Galilea, Tyrus, het Overjordaanse, geneest mensen en verricht natuurwonderen, maar het heil dat hij aankondigt komt nergens ook maar een millimeter dichterbij. “Dat Koninkrijk van U”, zou deze Jezus hebben kunnen bidden, “weet u wel, wordt dat nog wat?”

In Jeruzalem wordt hij verraden door een van de Twaalf. Hij wordt uitgeleverd aan de joodse autoriteiten, bespot door degenen die bij Kajafas aanwezig zijn, uitgeleverd aan de Romeinse gouverneur Pilatus, bespot door diens soldaten, uitgeleverd aan de dood, bespot door zijn medegekruisigden, en sterft met de vertwijfelde woorden dat God hem heeft verlaten. Ik sluit niet uit dat er luisteraars zijn geweest die het lege graf waarmee het evangelie eindigt hebben uitgelegd als de ultieme vernedering. Hoe kon deze schlemiel de messias en de zoon van God zijn?

Het aardige is dat in dit evangelie het vooral Jezus’ tegenstanders zijn die het in de gaten hebben. De geesten die bezit hebben genomen van de dwaas van Gerasa (waarover ik al vaker heb geblogd: één, twee) weten feilloos dat Jezus de zoon van God is. Een heerlijke en na ruim negentien eeuwen nog altijd herkenbare ironie. Het verhaal van die dwaas is trouwens een van de meest ontroerende uit de oude wereld. Hier is het in de Nieuwe Bijbelvertaling

Ze kwamen aan de overkant van het meer, in het gebied van de Gerasenen. Toen hij uit de boot gestapt was, kwam hem meteen vanuit de grafspelonken een man tegemoet die door een onreine geest bezeten was en in de spelonken woonde. Zelfs als hij vastgebonden was met een ketting kon niemand hem in bedwang houden. Hij was al dikwijls aan handen en voeten geketend geweest, maar dan trok hij de kettingen los en sloeg hij de boeien stuk, en niemand was sterk genoeg om hem te bedwingen. En altijd, dag en nacht, liep hij schreeuwend tussen de rotsgraven en door de bergen en sloeg hij zichzelf met stenen.

Alleen een volkomen harteloze lezer kan hier geen medelijden voelen.

Toen hij Jezus in de verte zag, rende hij op hem af en viel voor hem neer, en luid schreeuwend zei hij: “Wat heb ik met jou te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer je bij God: doe me geen pijn!” Want hij [Jezus] had tegen hem gezegd: “Onreine geest, ga weg uit die man.”

Jezus vroeg hem: “Wat is je naam?”

En hij antwoordde: “Legioen is mijn naam, want we zijn met velen.” Hij smeekte hem dringend om hen niet uit deze streek te verjagen.

Nu liep er op de berghelling een grote kudde varkens te grazen. De onreine geesten smeekten hem: “Stuur ons naar die varkens, dan kunnen we bij ze intrekken.”

Hij stond hun dat toe. Toen de onreine geesten de man verlaten hadden, trokken ze in de varkens, en de kudde van wel tweeduizend stuks stormde de steile helling af, het meer in, en verdronk in het water.

Subtiel is het natuurlijk niet dat een Romeins legioen, volgens elke jood even onrein als een kudde varkens, verzuipt in het meer. Ondertussen hebben de boze geesten Jezus dus wel correct geïdentificeerd. Door zulke ironie blijft het Marcusevangelie spannend en boeiend.

Of neem dat verhaal van de Syrofenicische vrouw: Jezus slaat haar een belediging om de oren maar ze geeft lik op stuk. Het is de enige discussie in de Bijbel die Jezus ronduit verliest. Van een vrouw, van een heiden.

Dit kan niet zijn verzonnen en dat brengt ons bij een simpel tweede punt: het evangelie van Marcus is historisch het belangrijkste. Ik weet dat de opstapeling van wonderverhalen wat curieus is, maar dat is de wijze waarop antieke teksten nu eenmaal werken. Marcus is een van de oudste bronnen voor leven en leer van Jezus.

En tot slot een derde punt: de auteur is zélf boeiend. Het is onzeker of hij werkelijk de Romeinse naam “Marcus” heeft gedragen, maar zijn Grieks kent opvallend veel latinismes en bevat diverse passages waarin hij een Grieks woord uitlegt in het Latijn. Van een lepton, een Griekse munteenheid, vertelt Marcus dat dat een Romeinse quadrans is. Als de auteur niet van huis uit Latijn sprak, dan schreef hij in elk geval mede met het oog op Latijnsprekenden. Hij deed dat echter in het Grieks en met een compleet Hebreeuws-Aramese achtergrond. Hier lopen alle antieke culturen dwars door elkaar. Marcus, wie hij ook geweest moge zijn, is een van de meest representatieve auteurs voor de oude wereld. (En dat is iets anders dan representatief voor de klassieke letteren.)

Kortom, Marcus is door zijn ironie boeiend, is historisch belangrijk en werpt licht op de antieke beschaving. Ik zal niemand de lectuur van het Marcus-evangelie afraden. Dit is een van de toegankelijkste antieke teksten, al is – net als bij alle andere teksten uit de oude wereld – een commentaar wel nuttig. Maar een tekst voor fijnproevers, nee, dat is Marcus niet.

24 gedachtes over “Het evangelie van Marcus

  1. Je schrijft: “Of neem dat verhaal van de Syrofenicische vrouw: Jezus slaat haar een belediging om de oren maar ze geeft lik op stuk. Het is de enige discussie in de Bijbel die Jezus ronduit verliest. Van een vrouw, van een heiden.”
    Vreemd dat je dit verhaal zo interpreteert; ik leg het als volgt uit::

    Matt.15:21/Marc.7:24

    “Jezus verliet Galilea en trok zich terug in de grensstreek tussen Tyrus en Sidon. Hij vond onderdak in een huis maar hij wilde niet dat men te weten kwam waar hij was. Het lukte hem echter niet zich voor de mensen schuil te houden want algauw kwam er een Kananese vrouw uit de streek naar hem toe. Ze had over Jezus gehoord en riep luid:
    ‘Here, Zoon van David, heb meelij met mij! Mijn dochtertje is bezeten van een onreine geest die haar vreselijk kwelt.’
    Jezus gaf haar echter geen antwoord en hield zijn mond stijf dicht. De vrouw bleef hem echter naroepen met de vraag of hij de demon bij haar dochtertje wilde uitdrijven.
    Zijn leerlingen kwamen naar hem toe en zeiden: ‘Stuur haar toch weg want ze blijft maar achter ons aanlopen met haar geschreeuw.’
    De vrouw was echter een Griekse van Syro-Fenicische afkomst en niet Joods. Daarom zei Jezus: ‘Ik ben gezonden naar de verloren schapen van het volk van Israël.’ De vrouw liep naar Jezus toe, viel voor zijn voeten neer, en zei: ‘Here, help mij toch.’ Maar Jezus zei tegen haar:
    ‘De ‘kinderen’ van Israël moeten eerst te eten krijgen. Het is niet goed als het brood dat voor deze kinderen bestemd is aan de honden wordt gevoerd.’ De vrouw antwoordde hem en zei: ‘Dat is waar Here, maar de honden kunnen zich toch te goed doen aan de kruimeltjes die van de tafel van hun bazen afvallen. Ze kunnen toch onder tafel de kruimeltjes opeten die de Joodse kindertjes laten vallen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Wat is uw geloof groot. Omdat uw woorden mij geraakt hebben zal uw wens worden vervuld. Ga maar terug naar huis want de demon heeft uw dochter verlaten.’
    Op het moment dat Jezus dat zei was haar dochter genezen.
    Toen de vrouw thuiskwam zag ze dat haar kind rustig op bed lag en dat de demon was verdwenen.

    Uitleg
    In de tekst van Matt.15:21 en Marc.7:24 lees je over een Griekse vrouw van Syro-Fenicische afkomst. Met ‘Griekse’ (of Kananese) bedoelt de schrijver Marcus dat zij een heidens geloof aanhangt, en ‘Syro-Fenicisch’ duidt op de plaats vanwaar zij afkomstig is; het huidige Libanon/Syrië.

    De vrouw wil dat Jezus haar dochter geneest maar Jezus ‘loopt haar straal voorbij en keurt haar geen blik waardig’. In het daarop volgende vers noemt Jezus deze vrouw zelfs een ‘hond’.
    Dat is taal die je niet van Jezus zou verwachten; waarom maakt hij haar uit voor ‘hond’, waarom staat hij haar niet behoorlijk te woord?
    Dat komt omdat deze vrouw wil delen in de zegeningen van Israël zonder afstand te doen van haar heidense geloof en haar politieke ideologie.

    Al schreeuwend eist zij iets op wat haar niet toekomt, en in haar eigen verwerpelijke heidense kledij dringt zij zich op aan Jezus en zijn volgelingen.

    Zij komt uit een volk dat gruwelijke misdaden tegen het Joodse volk heeft begaan.
    De moord op tientallen Joden die weigerden zich te bekeren tot het heidense geloof, de ontwijding van de tempel met varkensbloed, het verbranden van de Heilige Geschriften, en het doden van pas besneden jongetjes en hun moeders (Makkabeeën 1:20-64).

    Talloze misdaden heeft dit volk tegen het Joodse volk begaan en nu verschijnt er plompverloren uit dat volk een vrouw, een kenau, en dat mens wil met haar grote mond en gedram haar eigen zin doordrijven: ze ‘vraagt’ niet: nee, ze eist iets!
    Dit gaat zelfs Jezus te ver; leert Jezus niet dat men zich dient af te keren van slecht gedrag, en dat men tot inkeer dient te komen (Luc.15:7), dat men berouw moet tonen (Luc.17:3), en dat men de (Tien) Geboden dient na te leven (Matt.5:17).

    Op zeker moment gaat deze vrouw dat inzien en komt ze tot inkeer. Niet de bloedige ‘normen en waarden’ van haar volk zijn de norm, maar de ‘normen’ die de Bijbelse profeten leren zijn DE norm.

    ‘Ja’, zegt ze bij zichzelf, ‘mijn volk en ik hebben ons als honden gedragen’, en tegen Jezus zegt ze: ‘maar wij kunnen ons toch te goed doen aan de kruimeltjes die onze bazen van tafel laten vallen’.

    En hier zit de plot van het verhaal: Ze erkent de ‘normen en waarden’ van het volk Israël, door Jezus en zijn volk haar ‘bazen’ te noemen. Zij zijn haar ‘bazen’, zoals elke hond een baas heeft!
    En vanaf het moment dat ze dat erkent, kunnen zij en haar dochter delen in de zegeningen van het volk Israël.”

    En zo zie je maar weer dat je over Jezus nooit uitgepraat raakt!

    1. FrankB

      “ik leg het als volgt uit”
      En omdat dat anders is dan JL’s uitleg is vindt u dat meteen vreemd. Dat is een fraaie en welkome bevestiging van wat ik hieronder schrijf: veel te veel vertrouwen in het menselijk denken.

      “En zo zie je maar weer dat je over Jezus nooit uitgepraat raakt!”
      Klopt. Omdat Jezus, Markus, u en soms ook JL gezellig in de kuil blijven vastzitten die jullie zelf gegraven hebben – de kuil genaamd Taal en Denken. Wie eruit weet te klimmen beseft waarom jullie nooit uitgepraat raken (ik wel, maar dat komt doordat ik mijn belangstelling verlies) – jullie hebben geen betrouwbare methode om uit te maken welke interpretatie correct is. Extreem gevolg: een verzetsstrijder die een kerkscheuring veroorzaakt terwijl de treinen nog naar Auschwitz rijden (dat ging overigens niet over Jezus, maar nog een ander dier dat het in de Bijbel zonder goddelijke liefde moet stellen).
      Het is nu wel zo eerlijk om daar Tante Riek tegenover te stellen. Zij had haar prioriteiten wel op orde. Als u de ironie niet herkent vraag ik u haar te vergelijken met uw evaluatie van de Syrofenicische vrouw .Het sleutelwoord is “bazen”.

      1. Uit uw reactie blijkt dat de belangstelling voor ‘de Bijbel’ er nog steeds is; maar dat terzijde. Maar u hebt gelijk als u zegt dat er ‘geen betrouwbare methode is om uit te maken welke interpretatie correct is’. Dat is trouwens iets dat ook terug te vinden is in de moderne kunst: wat stelt het voor, wat wil de kunstenaar duidelijk maken! Feit is dat de vier Evangeliën de mensen al 2000 jaar bezighouden; en die mensen zijn niet allemaal geradicaliseerde christenen. Kijk eens naar al die schitterende ‘christelijke’ muziekwerken- en schilderkunst. Zelf ben ik gecharmeerd van de vele midrasj vertellingen die de Evangeliën rijk zijn; het zijn literaire hoogstandjes, maar je moet het wel willen zien…

        1. De eis van een betrouwbare methode van interpretatie lijkt me ook te hoog gesteld. Dat kan na al die tijd niet langer en niemand vraagt het ook. Wat je mag verwachten en waarop we mogen hopen, is een discussie over betere en minder goede uitleg. Daar zijn criteria voor.

      2. Ben Spaans

        Frank is ook een matig behaarde aap. Wat een zelfkennis.

        ‘Trots is ook te vinden in overdreven zelfkastijding’ zou een wijs man (m/v) gezegd kunnen hebben…😀

    2. U legt nu Matteüs uit, niet Marcus. Matteüs lijkt (zoals ik het zie) al bezig het gênante – de messias die onderuit wordt gehaald door een heidense vrouw – weg te moffelen.

  2. FrankB

    “Wat kan muziekrecensent Joost Galema bedoelen …..”
    Bedoelde hij iets dan? Misschien had juist een ironische benadering je het doen snappen. Uiteindelijk is Homo Sapiens toch slechts een matig behaarde aap. Ook ikzelf. Onze hersenen werken lang niet altijd zo geweldig als jij en ik onszelf graag zouden willen wijsmaken. Soms werken ze gewoon niet. Het is de grote fout die ouwe Grieken, joden en christenen gemeen hebben: veel te veel vertrouwen in het menselijke denkwerk (of je het nou Logos of ratio noemt). Het gevolg van deze fout werkt nog steeds door – er zijn ondanks alles veel te veel mensen die proberen de klimaatverandering weg te denken (in de betekenis van redeneren, argumenteren enz.). Alsof woorden de werkelijkheid bepalen.
    Niet dus. Woorden bepalen niet eens onze perceptie van de werkelijkheid, woorden drukken die uit. Alleen daardoor kan jij deze vraag stellen.

    “Een heerlijke en na ruim negentien eeuwen nog altijd herkenbare ironie.”
    Ah, nog meer ironie. Want ik herken haar niet. Evenmin raak ik ontroerd en het zou me verbazen als de goegemeente dat er allemaal uit haalt. Je hele blogstukje betoogt vooral dat Marcus wel degelijk voor fijnproevers is – om vervolgens heel ironisch met de volstrekt tegenovergestelde conclusie te eindigen. Daarmee wil ik niet zeggen dat dat ook Galema’s bedoeling is geweest. Maar ik sluit niet helemaal uit dat jouw stukje zelf ironisch bedoeld is.

    “Alleen een volkomen harteloze lezer …..”
    Dankjewel voor deze belediging, want ik kan het niet. Zie je, ik krijg pas later medelijden, met de varkens. Voor een godenzoon, die geacht wordt de perfecte belichaming van de liefde te zijn toont Jezus wel erg weinig liefde. Nee, “varkens zijn onrein” mag wel een excuus voor imperfectie zijn, maar spreekt de geclaimde perfectie volkomen tegen. Precies hierom acht ik Franciscus van Assisi hoger dan Jezus.
    De impliciete belediging van de Romeinen vind ik wel grappig. Maar de beschrijving van het Joodse volk vind ik goedkope zieligdoenerij.
    Maar ja, ik ben dan ook slechts een verstokte ongelovige. – een matig behaarde aap, die woorden gebruikt om mijn perceptie van dit stuk tekst uit te drukken.

      1. jan kroeze

        De vraag is dus of er al mensen uit die kuilen zijn geklommen. Ieder z’n eigen kuil, aardig gezegd. Doet me denken aan het grotzeuren van Plato

      2. jan kroeze

        Jona, Frank heeft gelijk wat betreft die hersenen, dat denken (zo noemen mensen dat nu eenmaal) en de beharing. Hij is een zonnetje op dit gebied.

    1. Marien Grashoff

      “…dat brengt ons bij een simpel tweede punt: het evangelie van Marcus is historisch het belangrijkste.”:
      Dan moet je wel uitleggen wat je met ‘historisch’ bedoelt. Want opgevat in rankiaanse zin loop je al snel vast in zaken die ongeloofwaardig of onmogelijk zijn, plus de feitelijke tegenstrijdigheden tussen de evangeliën (om de apocriefe geschriften er maar buiten te laten). Als je Marcus ‘historisch’ noemt moet dat betekenen dat Marcus zoekt naar oorsprong, betekenis en (mogelijke) richting van gebeurtenissen in de tijd. Wat wij ‘feiten’ noemen wordt dan relatief, evenals ons causale denken.
      En die ironie van Marcus vind ik inderdaad ook schitterend. Een kleine herschepping vindt daar plaats aan het meer van Galilea: onreine geesten waar ze horen, in onreine dieren, en ach, waarom dan niet meteen ter grootte van een Romeins legioen? Als je dat leest als ‘feit’ krijg je een enorm probleem met de PvdD, maar als je het pathos erachter wilt zien, herken je oprecht verzet tegen militaire onderdrukking en bezetting. En dan wordt, in historisch perspectief, ook de locatie van die ‘Gerasenen’ weer interessant.

        1. Marien Grashoff

          Dat begrijp ik. Maar ‘historisch’ is een link woord zodra theologen het in handen krijgen…

    2. Marien

      “Woorden bepalen niet eens onze perceptie van de werkelijkheid, woorden drukken die uit.”
      Je onderstreept het punt van de theoloog Paul Tillich, Frank: ‘We are born nominalists.’ Of desnoods ‘born-again’. Die middeleeuwse discussie tussen realisme en nominalisme speelt nog steeds, omdat die nooit goed is afgerond. Je illustreert dat.

      1. Henk Smout

        Zoals in Goethes ‘Faust’ Mephistopheles tegen de ‘Schüler’ betoogt:
        “Mit Worten lässt sich trefflich streiten,
        Mit Worten ein System bereiten.
        An Worte lässt sich trefflich glauben,
        Von einem Wort lässt sich kein Jota rauben.”

    3. Robert

      “Je hele blogstukje betoogt vooral dat Marcus wel degelijk voor fijnproevers is – om vervolgens heel ironisch met de volstrekt tegenovergestelde conclusie te eindigen. ”

      Kijk, dat gevoel had ik nu ook 😉
      Die Jona.

      1. Maar zo moeilijk is het toch niet om ironie te herkennen? Om te zien dat de oudste tekst historisch belangrijker is dan elimineerbare teksten? Om te herkennen dat Marcus in drie werelden opereert?

  3. Martijn

    “Het stuk zelf mist het meeslepende drama van zijn grote broers Matthäus en Johannes. De koren en aria’s blijven nogal liturgisch en afstandelijk. Nergens kruipt het verhaal echt onder de huid. De Markus-Passion zal – zal zoals het evangelie zelf – wel iets voor fijnproevers blijven.”
    Wat kan muziekrecensent Joost Galema bedoelen met zijn bewering dat het evangelie van Marcus iets voor fijnproevers is?

    De muziekrecencent heeft het in eerste instantie niet over het evangelie, maar over de tekst die door J.S. Bach gebruikt is voor zijn Markus Passion (waarvan de muziek verloren is gegaan). De zinsnede ‘zoals het evangelie zelf’ lijkt me een onnadenkende slip of the pen omdat de evangelietekst het hele passieverhaal met de nodige dramatiek vertelt.
    Ik heb de tekst van die Markus passie hier en het is duidelijk dat de door jou geciteerde verhalen er niet in staan. Er is indertijd door J.S. Bach blijkbaar een selectie gemaakt gericht op het vervolgings- en kruisigingsverhaal.

    Verder doelt de recensent waarschijnlijk op de reconstructie van de muziek van Bach. Dat is natuurlijk zoals altijd een reconstructie die – al naar gelang de creativiteit van de makers- beter of slechter uit kan vallen. Het is moeilijk om Bach daarin te evenaren. Hier in Groningen heb ik een reconstructie gehoord waarbij de aria’s en de koralen geheel uit andere cantates van Bach kwamen en de recitatieven in ‘Bach stijl’ nieuw gecomponeerd. Dat klonk zeer overtuigend.

    1. A. Harmens

      Ja, Jona geeft weinig voorbeelden uit het lijdensverhaal. Het kan best zijn dat dit zich in Marcus minder leent voor een expressieve muzikale bewerking. Overigens is de tekst van de Matthäus-Passion een door Picander sterk bewerkte versie van de Evangelietekst.

  4. Rik Gheysens

    Ook ik begrijp niet waarom het Handelsblad verklaart dat het evangelie van Markus iets voor fijnproevers is. Zijn evangelie is een korte tekst, heel condens geschreven, en dus makkelijk in een half uur te lezen. Er is een zekere spanning opgebouwd rond de vraag wie Jezus is. en bevat tal van insinuaties die de lezer treffen, zoals de kleinering van Jezus’ leerlingen die blijkbaar keer op keer Jezus’ woorden niet verstaan terwijl een buitenstaander, de Romeinse honderdman, na Jezus’ dood wèl begrijpt wie Jezus is.
    Verder zijn er enkele plaatsen waarbij Markus’ verwijzing naar het O.T. niet klopt (voorbeelden: Mk. 1:2; Mk. 2:23-28). De talrijke fouten in die laatste verwijzing (verhaal over het aren plukken op de sabbat) zijn onder meer aan het licht gebracht door John Meier, A Marginal Jew, vol. 4, p. 274-280. Markus was dus blijkbaar een mens met beperktheden, maar daarom niet minder interessant.

    Wat wèl klopt is dat elk evangelie is geschreven om de jonge christengemeenschappen te sterken bij de aanvallen door andersdenkenden. Daardoor is het niet eenvoudig geworden om de oorspronkelijke boodschap van Jezus in de evangeliën te ontrafelen. De bijdrage van onder meer John Meier is daarom zo welkom om ons te begeleiden in die spannende zoektocht.

  5. jan kroeze

    Een volkomen harteloze lezer kan hier geen medelijden voelen. Dat weet ik nog niet zo gauw.
    Het kan worden opgevat als kermisvermaak. Bewondering en nieuwsgierigheid. Mensen zijn tot alles in staat. Ik zou ze niet de kost willen geven die genieten van het door lou beschreven gedrag. Vermaak voor hele volksstammen.

Reacties zijn gesloten.