
Wat is het belang van de Oudheid, van de oudheidkunde? Iemand vroeg me onlangs om het nog eens uit te leggen. Een nieuwe vraag is het niet. Toen het Gronings Archeologisch Instituut in 2017 een jubileum vierde, was een van de thema’s “Archeologie, voor wie doen we het ook alweer?” (Ik was een van de sprekers.) In 2019 hield David Fontijn een toespraak over dezelfde vraag. Ik heb het zelf uitgelegd in mijn laatste boek (blz.48-49). Het is opvallend dat de vraag, welbeschouwd eerstejaarsstof, terug blijft keren.
Antwoord 1: De Oudheid is leuk
Eerst het makkelijkste antwoord: inhoudelijk. Oudheidkundigen kunnen dingen vertellen over hoe het vroeger was. Dat is leuk. Ik houd me al veertig jaar met de Oudheid bezig en zie nog elke dag iets verrassends. Dat is waarom musea en parken als Archeon tienduizenden bezoekers hebben en publieksprijzen winnen. Zo simpel.
Antwoord 2: Leren van de Oudheid?
Nu is het met kennis van het verleden als met wintersport, podcasts of het Eurovisie Songfestival: de een vindt het leuk, de ander ziet er niks in. Het verleden heeft echter meer belang dan alleen genot. Je kunt er iets van leren.
Daarmee doel ik niet op de vulgaire parallellen, zoals de saaie vergelijking tussen de val van het Romeinse Rijk en n’importe welk probleem vandaag weer actueel is. De antieke data zijn te schaars om conclusies te trekken die voldoende robuust zijn om onze eigen situatie te verhelderen. Daarom hebben we ook niks aan I.D.O.H.Z.O.-tjes: in de Oudheid hadden ze ook pandemieën, in de Oudheid hadden ze ook fake nieuws, I.D.O.H.Z.O. populisten, I.D.O.H.Z.O. klimaatproblemen. Je kunt er niks méér van leren dan dat iets er is geweest. Conclusies, behaald in het heden, zijn altijd robuuster.
Je kunt wel iets anders leren. Zo nu en dan is de reconstructie van andere normen en waarden mogelijk. Slavernij was ooit een ingeburgerde praktijk en is dat nu niet meer. Je kunt van die antieke slavernij weliswaar niks méér leren dan dat ze er was, maar het verschil tussen de toenmalige en huidige attitude is opmerkelijk. Je kunt door de vergelijking van je eigen opvattingen met die van destijds beter het tijd- en plaatsgebondene van je eigen wereldbeeld herkennen. Van de Oudheid zélf valt weinig te leren maar je kunt wat opsteken van de vergelijking. Vooral als het schuurt natuurlijk.
Antwoord 3: Sociale wetenschap
Een enkele keer kunnen oudheidkundigen uitspraken doen over het ontstaan van bepaalde zaken. Reconstructie van de uitwisseling van producten, zoals in het oude Byblos, toont bijvoorbeeld hoe het idee ontstond dat die producten een bepaalde waarde hebben. Anders gezegd, je ziet dat het idee dat er een prijskaartje aan een object valt te hangen, een sociaal construct is. Dat is een keer bedacht en is vervolgens elke generatie zo gebleven, ondanks de klimaatcrisis rond 2200 v.Chr., ondanks de transitie rond 1200 v.Chr., ondanks de desintegratie van de Romeinse wereld, ondanks de Zwarte Dood. Hier gaat van de antieke samenleving vormende werking uit op onze samenleving.
Een ander voorbeeld, dat ik al eerder heb benoemd: de betekenis van keizer Domitianus is voor ons dat hij met zijn toepassing van de Fiscus Judaicus de scheiding tussen joden en christenen veroorzaakte. Het leuke van dit thema, het onderwerp van het mooie proefschrift van Marius Heemstra, is dat we de continuïteit tussen toen en nu ook wetenschappelijk en overtuigend kunnen bewijzen. Dat is helaas lang niet altijd het geval. Nogal wat antieke “eerstes” zijn makkelijker geclaimd dan bewezen en er is een boel oudheidkundige simsalabimsociologie. Domitianus is daarentegen een van de weinige personen uit de Oudheid die bewijsbaar nog altijd agency heeft.
Misschien wel de belangrijkste sociaalwetenschappelijke constatering is de vooruitgangsgedachte. In de negentiende eeuw bewezen archeologen dat er een (soms hobbelige) evolutie is geweest in de richting van gestratificeerde samenlevingen. Gestratificeerde samenlevingen die ook steeds welvarender waren. Hoewel onze kranten bol staan van het slechte nieuws is het nog nooit in de wereldgeschiedenis voorgekomen dat de kindersterfte zo laag was en dat zo veel mensen geletterd zijn. We hebben de mogelijkheid tot ethische keuzes die voor onze grootouders onvoorstelbaar waren. De eersten die dit wetenschappelijk bewezen, waren oudheidkundigen als Oscar Montelius.
Antwoord 4: De samenleving construeren
We kunnen van de Oudheid zelf dus weinig leren, we kunnen van de vergelijking met de Oudheid soms iets leren en we kunnen soms ontdekken hoe iets uit onze wereld is ontstaan. Dat is allemaal niet zonder belang, maar het is nou ook weer niet zo dat iedereen dit weten moet. Het is belangrijker dát je weet dat economische waarde een sociaal construct is dan dat je weet hoe dat zo is gekomen. Je hoeft de geschiedenis van iets niet te kennen zolang je maar weet hoe het tegenwoordig functioneert.
Het echte belang van de oudheidkunde is iets anders. Het echte belang van de oudheidkunde is de oudheidkunde. Oudheidkundigen hebben methoden ontwikkeld die ingrijpende gevolgen hebben gehad voor de samenleving. De tekststudie van de Renaissance leidde in de zestiende eeuw tot de Reformatie (plus een eeuw godsdienstoorlogen). Op de secularisering van het wereldbeeld – Scaliger! – en op de integratie van de etnografie in het geschiedbeeld volgden in de achttiende eeuw de Verlichting en een reeks revoluties. Dat is niet niks.
Het ingrijpendst was hoe de ontdekking van de Indo-Europese taalfamilie leidde tot een nieuw nationalisme, waarbij we volken definiëren aan de hand van talen. (In België leggen ze u desgewenst wel uit wat dat betekent.) Rens Bod heeft er meer dan eens (en met name in zijn mooie boek De vergeten wetenschappen) op gewezen hoe misplaatst de beruchte uitspraak van Ronald Plasterk was dat bèta’s de wereld vormen en alfa’s haar beschrijven. Om het eens de andere kant op te overdrijven: bèta’s implementeren de ideeën waarmee oudheidkundigen de wereld vormen.
[De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]

Een mooie samenvatting. Het is bovendien netjes dat je Fontijn even noemt. Hij is te jong overleden.
Het zegt helaas veel dat dit soort stukjes, boeken als die van Bod en toespraken als die van Fontijn, nodig zijn. Het zijn herhalingen van wat archeologen behoren te weten. Musea doen er ook te weinig mee.
“is het nog nooit in de wereldgeschiedenis voorgekomen dat de kindersterfte zo laag was en dat zo veel mensen geletterd zijn”
Okay, in de wereldgeschiedenis. In de Nederlandse geschiedenis is dat echter al weer een aardig tijdje geleden. Ik wil maar zeggen, we moeten de vooruitgangsgedachte niet voor zoete koek slikken. Vooruitgang komt allesbehavle vanzelf.
“Het is belangrijker dát je weet dat economische waarde een sociaal construct is dan dat je weet hoe dat zo is gekomen.”
Hier ben ik het niet helemaal mee eens. Zie boven – de les is dat we een keuze hebben. Oudheidkunde zet mij er af en toe toe aan om me af te vragen of iets als economische waarde wel zo handig en of we niet beter kunnen. Oudheidkunde weerlegt “het is nu eenmaal zo, leer er maar mee te leven”.
“Om het eens de andere kant op te overdrijven: bèta’s implementeren de ideeën waarmee oudheidkundigen de wereld vormen.”
Je bent mij een nieuw toetsenbord schuldig.
Voor de duidelijkheid: “een tijdje geleden” slaat op “geletterd” – al zou het me niet verbazen, met de dalende vaccinatiegraad, dat het over een paar jaar ook op “kindersterfte” slaat. Ongetwijfeld zal ik op een LP lijken die blijft hangen, maar er is dan ook een nog groter belang. Oudheidkunde goed uitleggen is nodig om het dalende vertrouwen in de wetenschap te keren.
Brompot.😄
Ik beweer niet dat we de vooruitgangsgedachte voor zoete koek moeten slikken; daarom noem ik dat het wat hobbelig gaat.
Maar er is wel een ander belangrijk punt. Door de verschrikkingen van de twintigste eeuw – twee wereldoorlogen, enkele genocides – zijn mensen gaan denken dat er géén vooruitgang is, waarbij ze de definitie van vooruitgang (toenemende welvaart maakt nieuwe ethische keuzes mogelijk) versmallen tot “we maken die ethische keuzes almaar niet”.
Dat pessimisme staat me enorm tegen. We hebben vat op onze toekomst. We kunnen de naderende klimaatcrisis en de aanstaande demografische instorting vermijden. Maar dan moeten we wel de intellectuele instorting van de afgelopen veertig jaar aanpakken. En zoals je zegt: de oudheidkunde, die zichzelf wegtrivialiseert, toont vrij goed hoe het niet moet.
…een belangrijk punt… pessimisme staat me enorm tegen.. vat op de toekomst… Een kanttekening.
Ik vermoed dat veel mensen allerlei gebieden van vooruitgang zien, voor grote groepen mensen, maar ook zien dat die vooruitgang nog veel grotere groepen niet heeft bereikt of zelfs heeft belemmerd.
Het gaat om, ook in historisch perspectief, om enorme aantallen levende wezens. Bij de door je genoemde calamiteiten van de 20e eeuw kun je meerdere tientallen conflicten optellen die tientallen miljoenen mensen het leven kostten. Er zijn 120 miljoen vluchtelingen en ontheemden. En alleen al in Afrika (dat ik beter ken dan andere werelddelen) 400 miljoen zeer armen en en dat aantal gaat deze eeuw toenemen. Voedselonzekerheid neemt hand over hand toe en belangrijker nog dan klimaat is politieke instabiliteit.
Daarbij gaat natuurverwoesting wereldwijd in enorm tempo door en zal dierenleed nog gigantisch toenemen.
Kortom, vooruitgang is onmiskenbaar op vele vlakken en welvaart van rijken en middenklassen gaat vooruit (wij hoeven ons echt geen zorgen te maken) maar de armen, de dieren en de bomen zijn de klos tot in lengte van jaren.
Wat weer een heerlijke blog.
Iedereen die het boek van Rens Bod nog niet gelezen heeft moet dat vandaag alsnog gaan doen.
Iedere beta-wetenschapper die meent dat alfa-wetenschappen, geschiedenis bijvoorbeeld, geen wetenschap bedrijven, druk ik altijd dit boek in de handen.
Het boek van Rens Bod is inderdaad heel, heel goed.
Bizarre uitspraak van nota bene (demissionair) minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Moeten we dan alleen nog maar onderzoek naar diabetes en groene waterstof doen in NL….1 en 2 vooral leuk, 3 en 4 lijken mij aan idd de essentie te raken.
Het lijkt erop dat de uitspraak over Bèta’s en Alfa’s van Ronald Plasterk komt, niet van Robbert Dijkgraaf.
Je hebt gelijk en ik verbeter dit snel!
Mooie blog, geeft heel wat om over te denken.
Het echte belang van de Oudheidkunde is de Oudheidkunde.
Is dit niet een cirkelredenering?
Ik leg het in de volgende zin uit, hoop ik.
“Reconstructie van de uitwisseling van producten, zoals in het oude Byblos, toont bijvoorbeeld hoe het idee ontstond dat die producten een bepaalde waarde hebben. Anders gezegd, je ziet dat het idee dat er een prijskaartje aan een object valt te hangen, een sociaal construct is. ”
Dat producten cq voorwerpen een bepaalde waarde hebben, hebben toch (bijvoorbeeld) de steentijd mensen ook beseft? Ze zullen vast geen vuurstenen bijl geruild hebben voor een tros druiven.
Maar als je zegt dat die waarden in een algemeen ruilmiddel, zoals geld, kunnen worden uitgedrukt, en dat dit in Byblos is teruggevonden, ben ik het helemaal met je eens. En dat het een sociale constructie is, ook uiteraard.
Ik denk dat Dijkgraaf het zo bedoelt: dat weliswaar alles begint met een sociale constructie, maar dat de techniek de vooruitgang bewerkstelligt. Hij legt de klemtoon bij de beta’s, jij bij de sociale wetenschappen.
Nee, het idee dat handel niet alleen maar het uitwisselen van geschenken is, is tot laat in de Bronstijd niet vanzelfsprekend. Het stukje over Cyprus afgelopen vrijdag biedt een doorkijkje: voor wat de farao ervaart als een geschenk, eist zijn correspondent een betaling.
In het rijk van de Inca’s was het ook niet vanzelfsprekend. Die hebben een hele beschaving opgebouwd zonder dat er echt handel was en er waren natuurlijk wel volkeren die onafhankelijk waren, maar die hadden geen heerser die op dezelfde hoogte stond als de Inca.
Ik zou toch even voorzichtig zijn met het idee dat slavernij is uitgebannen. Het komt wereldwijd nog steeds voor, in oude en nieuwe vormen.
Helemaal mee eens, Saskia.
Om van dit vreselijke probleem een indruk te krijgen, volstaat het lezen van:
https://www.wikiwand.com/nl/Moderne_slavernij