Talmoed

De Bijbel begint met vijf boeken die bekendstaan als ‘de Wet’. Dat is een rotwoord. In het Hebreeuws heten ze Tora, een woord dat een heel scala aan betekenissen heeft, zoals ‘onderricht’, ‘leer’ en ‘doctrine’. Wie de nadruk legt op het laatste, zal er vooral 365 geboden en 248 verboden in herkennen, waaraan een mens zich maar heeft te houden.

Tot degenen die het zo zagen, behoorden de mensen die de joodse gewijde literatuur vertaalden in het Grieks. Zij gaven tora weer als nomos, wat vooral ‘wet’ betekent, en we zien dezelfde attitude ten aanzien van de heilige schrift later bij de sadduceeën. Zij meenden dat wat God had gegeven, eeuwig en onveranderlijk was en te allen tijden diende te worden nageleefd.

Lees verder “Talmoed”

De Didache

Jezus was een Jood. Al zijn familieleden hebben namen uit de tijd van de Joodse patriarchentijd, de meeste van zijn leerlingen eveneens. Hij zwierf door de Joodse wereld, werd beschouwd als messias, droeg tsietsiet aan zijn kleding, bediscussieerde halachische kwesties en predikte een door-en-door Joodse boodschap: de geschiedenis zou een einde gaan krijgen en Israël zou worden hersteld. Veel Joodser kun je het niet krijgen.

Zijn eerste leerlingen leefden in Jeruzalem, een keuze die niet vanzelf zal hebben gesproken: ze kwamen merendeels immers uit Galilea en Jezus’ optreden in Jeruzalem was, naar de maatstaven van deze wereld, geen onverdeeld succes geweest. De gelovigen verwachtten echter zijn spoedige terugkeer en omdat het eschatologisch drama zich afspeelde in Jeruzalem, vestigden de Galileeërs zich in de heilige stad. Tot op de huidige dag schijnen er Joden te zijn die, met het oog op de Eindtijd, graag op de Olijfberg willen worden begraven.

Lees verder “De Didache”

Joodse literatuur (epiloog)

De Mishnah

[Dit is het laatste stukje over de bronnen van mijn komende boek Israël verdeeld; het eerste is hier.]

In 70 na Chr. werd de tempel verwoest, waarmee de Joodse godsdienst werd beroofd van een van zijn twee traditionele zwaartepunten. Verschillende teksten, zoals 4 Ezra, 2 Baruch, 2 Henoch en JosephusJoodse Oorlog, dienden om in het reine te komen met deze catastrofe. Het andere zwaartepunt van de Joodse religie, het lezen van en discussiëren over de heilige schrift, werd echter niet wezenlijk aangetast door de ondergang van Jeruzalem. In de loop van de tweede eeuw legden rabbi’s de mondelinge uitlegtraditie van de farizeeën steeds vaker op schrift vast, een proces dat culmineerde in de optekening van de Mishna: een collectie van drieënzestig traktaten die bewees dat God niet vér van de Joden stond, maar in elk aspect van het dagelijks leven was te vinden. Latere optekeningen van de rabbijnse wijsheid zijn de Tosefta en de Palestijnse en Babylonische Talmoed.

Lees verder “Joodse literatuur (epiloog)”

Gereduceerd verleden

Hoe ouder, hoe minder belangrijk
Hoe ouder, hoe minder belangrijk

Ik heb het nooit geturfd, maar ik denk dat je, als je zou onderzoeken naar welke delen van het verleden men in de media het meest verwijst, zult concluderen dat het recente verleden frequenter wordt genoemd dan het wat verdere verleden. De twintigste eeuw trekt meer aandacht dan de negentiende, die weer populairder is dan de achttiende, enzovoort. Je zou misschien een beeld krijgen zoals op het grafiekje: een gestaag dalende lijn met een stevige top in de Gouden Eeuw en een wat minder stevige top in de Romeinse tijd.

Ik denk dat dit een vrij normale curve is. Vandaag de dag heeft iedereen meer belangstelling voor het recente verleden, heeft elk volk een gouden eeuw en blijft de belangstelling voor de Oudheid bestaan op dezelfde manier als waarop zij in de vroege negentiende eeuw is gevormd: een geseculariseerde vorm van de oudere belangstelling voor de ontstaanstijd van het christendom. Dat er zo weinig vernieuwing zit in de oudheidkunde is voldoende deprimerend om het punt nog eens te noemen, maar het is niet waarover ik het nu wil hebben.

Lees verder “Gereduceerd verleden”

Het joodse Nieuwe Testament

De vraag waarom joden en christenen gescheiden wegen zijn gegaan, het onderwerp waarover ik momenteel mijn boek Israël hersteld aan het schrijven ben, brengt de vragensteller al snel naar nogal wat oude bronnen. De joodse Bijbel en het Nieuwe Testament liggen voor de hand. Verder de Mishna, de eerste grote optekening van rabbijnse wijsheid. Deze teksten behoren tot de “mainstream” van de twee religies.

Daarnaast bestaan er teksten die door de religieuze autoriteiten van de twee religies zijn afgewezen. Hiertoe behoren de zogeheten pseudepigrafische werken, zoals het Ethiopische boek Henoch en de Psalmen van Salomo. Omdat de rabbijnen deze teksten niet beschouwden als door God geïnspireerd, zijn ze niet in de Bijbel opgenomen, maar ze documenteren wel degelijk belangrijke religieuze ontwikkelingen. Dat geldt ook voor de Dode Zee-rollen: ook daarin is informatie te vinden die helpt de gedachtewereld van de eerste eeuw na Chr. te reconstrueren, informatie die noch in het christendom noch in het rabbijnse jodendom bewaard is gebleven.

Lees verder “Het joodse Nieuwe Testament”

Joodse humor

Deuren van rotsgraven, Umm Qays

Ik schrijf momenteel een boek over de “scheiding van wegen” tussen jodendom en christendom. Zoals Ernest Renan in de negentiende eeuw al wist, was Jezus een jood en deed hij niets om een nieuwe religie te stichten. Voor vrijwel alles wat hij onderwees bestonden joodse parallellen, en sinds de ontdekking van de Dode Zee-rollen kunnen we dat “vrijwel” nog weglaten. Ook in het oeuvre van Paulus is niets te vinden dat duidt op het ontstaan van een nieuwe religie (meer…), al gaat het hier wel om teksten die je achteraf, als die religie er eenmaal is, zo zou kunnen interpreteren. In mijn boek, dat de werktitel Israël hersteld heeft, probeer ik te documenteren hoe die scheiding dan wel is gegroeid als noch Jezus noch Paulus ernaar streefden.

Hoe door-en-door joods de volgelingen van Jezus van Nazaret waren, blijkt als je het Nieuwe Testament leest met de aantekeningen van een vijftigtal geleerden onder leiding van Amy-Jill Levine en Marc Zvi Brettler, The Jewish Annotated New Testament. Het biedt, zoals je al verwachtte met zo’n titel, de complete tekst van het heilige boek, voorzien van een royale hoeveelheid toelichtingen. Het is het boek dat ik eigenlijk altijd al had willen hebben. Welbeschouwd is het schandalig dat we er tot 2011 op hebben moeten wachten.

Lees verder “Joodse humor”

Een prachtige palimpsest

(©Bodleian Cairo Genizah Collection)

Toegegeven, dat oudheidkundigen wereldvreemd zijn is een tikje overdreven. In de eerste helft van de twintigste eeuw diende menig archeoloog bij een militaire inlichtingendienst (zoals T.E. Lawrence), terwijl classici vaak achter de linies vochten tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Griekse Burgeroorlog. Maar het zijn uitzonderingen. Wij oudheidkundigen zijn niet zo avontuurlijk. Ik heb collega’s die nog nooit zijn gereisd voorbij Turkije. Ik denk dat het de meerderheid is.

Wat voor ons wel opwindend is? Nou, een oud manuscript. Het plaatje linksboven is een wel heel mooi voorbeeld van wat ons tot extase brengt. Het is namelijk niet zomaar een oud handschrift dat daar in de Bodleian Library van Oxford ligt, het gaat om een palimpsest: een tekst op perkament die op een gegeven moment niet langer nodig was, waarna iemand de geschreven woorden van het leer schuurde en er een nieuwe tekst overheen schreef. De oude tekst is echter vaak nog leesbaar, en als dat niet makkelijk gaat, dan helpt ultraviolet licht. (Een bekend voorbeeld is de zogenaamde Archimedespalimpsest.)

Lees verder “Een prachtige palimpsest”

Vrijblijvende science-fiction

De Amerikaanse auteur Gore Vidal vindt dat Life from Golgotha behoort tot zijn beste werk, maar hij vormt een minderheid. De meeste critici oordeelden dat de ouwe rot niet echt op dreef was in zijn exuberante verhaal over tijdreizigers die in Jeruzalem de kruisiging van Jezus bijna in het honderd laten lopen. Toch moet je Vidal nageven dat hij het komisch potentieel van een tijdreis volledig uitbuit. Dat kun je niet zeggen van de imitatie van de Amerikaanse satire die Piet Meeuse schreef. Het kraaien van de haan wil de lezer maar niet aan het lachen krijgen – en dat is dodelijk voor een boek waarin het belang van humor een centrale rol speelt.

Meeuse en Vidal

De imitatie ligt er duimendik bovenop: evangelische christenen uit de nabije toekomst willen beelden van de kruisiging, er worden tijdreizen gemaakt, Jeruzalem en Efese vormen het decor, Jezus en Judas zijn niet wie we denken dat ze zijn, de relatie tussen geweld en religie komt aan bod, Paulus blijkt de historische waarheid niet te kennen en de eigenlijke vertelling eindigt met een ironische cliffhanger waarbij de lezer al weet wat er zal gebeuren, maar de personages niet. Toch is Het kraaien van de haan een voldoende creatieve kopie om niet te hoeven doorgaan voor plagiaat, want zelfs al is de substantie identiek, de uitwerking is anders.

Lees verder “Vrijblijvende science-fiction”