Joodse humor

Deuren van rotsgraven, Umm Qays

Ik schrijf momenteel een boek over de “scheiding van wegen” tussen jodendom en christendom. Zoals Ernest Renan in de negentiende eeuw al wist, was Jezus een jood en deed hij niets om een nieuwe religie te stichten. Voor vrijwel alles wat hij onderwees bestonden joodse parallellen, en sinds de ontdekking van de Dode Zee-rollen kunnen we dat “vrijwel” nog weglaten. Ook in het oeuvre van Paulus is niets te vinden dat duidt op het ontstaan van een nieuwe religie (meer…), al gaat het hier wel om teksten die je achteraf, als die religie er eenmaal is, zo zou kunnen interpreteren. In mijn boek, dat de werktitel Israël hersteld heeft, probeer ik te documenteren hoe die scheiding dan wel is gegroeid als noch Jezus noch Paulus ernaar streefden.

Hoe door-en-door joods de volgelingen van Jezus van Nazaret waren, blijkt als je het Nieuwe Testament leest met de aantekeningen van een vijftigtal geleerden onder leiding van Amy-Jill Levine en Marc Zvi Brettler, The Jewish Annotated New Testament. Het biedt, zoals je al verwachtte met zo’n titel, de complete tekst van het heilige boek, voorzien van een royale hoeveelheid toelichtingen. Het is het boek dat ik eigenlijk altijd al had willen hebben. Welbeschouwd is het schandalig dat we er tot 2011 op hebben moeten wachten.

Lees verder “Joodse humor”

Een prachtige palimpsest

(©Bodleian Cairo Genizah Collection)

Toegegeven, dat oudheidkundigen wereldvreemd zijn is een tikje overdreven. In de eerste helft van de twintigste eeuw diende menig archeoloog bij een militaire inlichtingendienst (zoals T.E. Lawrence), terwijl classici vaak achter de linies vochten tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Griekse Burgeroorlog. Maar het zijn uitzonderingen. Wij oudheidkundigen zijn niet zo avontuurlijk. Ik heb collega’s die nog nooit zijn gereisd voorbij Turkije. Ik denk dat het de meerderheid is.

Wat voor ons wel opwindend is? Nou, een oud manuscript. Het plaatje linksboven is een wel heel mooi voorbeeld van wat ons tot extase brengt. Het is namelijk niet zomaar een oud handschrift dat daar in de Bodleian Library van Oxford ligt, het gaat om een palimpsest: een tekst op perkament die op een gegeven moment niet langer nodig was, waarna iemand de geschreven woorden van het leer schuurde en er een nieuwe tekst overheen schreef. De oude tekst is echter vaak nog leesbaar, en als dat niet makkelijk gaat, dan helpt ultraviolet licht. (Een bekend voorbeeld is de zogenaamde Archimedespalimpsest.)

Lees verder “Een prachtige palimpsest”

Vrijblijvende science-fiction

De Amerikaanse auteur Gore Vidal vindt dat Life from Golgotha behoort tot zijn beste werk, maar hij vormt een minderheid. De meeste critici oordeelden dat de ouwe rot niet echt op dreef was in zijn exuberante verhaal over tijdreizigers die in Jeruzalem de kruisiging van Jezus bijna in het honderd laten lopen. Toch moet je Vidal nageven dat hij het komisch potentieel van een tijdreis volledig uitbuit. Dat kun je niet zeggen van de imitatie van de Amerikaanse satire die Piet Meeuse schreef. Het kraaien van de haan wil de lezer maar niet aan het lachen krijgen – en dat is dodelijk voor een boek waarin het belang van humor een centrale rol speelt.

Meeuse en Vidal

De imitatie ligt er duimendik bovenop: evangelische christenen uit de nabije toekomst willen beelden van de kruisiging, er worden tijdreizen gemaakt, Jeruzalem en Efese vormen het decor, Jezus en Judas zijn niet wie we denken dat ze zijn, de relatie tussen geweld en religie komt aan bod, Paulus blijkt de historische waarheid niet te kennen en de eigenlijke vertelling eindigt met een ironische cliffhanger waarbij de lezer al weet wat er zal gebeuren, maar de personages niet. Toch is Het kraaien van de haan een voldoende creatieve kopie om niet te hoeven doorgaan voor plagiaat, want zelfs al is de substantie identiek, de uitwerking is anders.

Lees verder “Vrijblijvende science-fiction”