De joden & christenen van Tom Holland (2)

De sarcofaag van de gemartelde Makkabeeënbroers (St Andreas, Keulen)

Tom Holland over farizeïsme

Ik legde al uit dat Tom Holland (a) het christendom origineler en onjoodser presenteerde dan het feitelijk was als hij stelt dat een godgeworden mens iets nieuws was en dat hij (b) het jodendom ten onrechte reduceert tot boekengeloof. Zijn christelijke visie op het jodendom hindert hem vaker. Hij schrijft bijvoorbeeld dat de bepalingen in de Wet van Mozes over de priesterlijke reinheid niet alleen golden voor de priesters maar voor alle kinderen van Israël. Dit is farizeïsme en daarom een voorloper van het rabbijnse jodendom, maar mag niet worden gegeneraliseerd. In elk geval Jezus’ halachische opvattingen wijken hier sterk van af en Paulus zou zich er weinig van aantrekken. Het christendom is niet ontstaan omdat de gelovigen braken met de Wet van Mozes, maar omdat ze (net als veel andere joden) de farizese innovatie afwezen.

Holland noemt de Wet famously strict, wat perfect aansluit bij de aloude christelijke framing van het jodendom, namelijk dat de Wet iets was wat moest worden overwonnen, terzijde geschoven en vervangen door een liefdesgebod. Een historicus kan deze christelijke polemiek tegen het jodendom vanzelfsprekend niet zomaar overnemen als historisch feit. Dat zou naïef positivisme zijn.

Lees verder “De joden & christenen van Tom Holland (2)”

Bisschoppen in ballingschap (2)

Romeinse reiskoets (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

In mijn vorige stukje noemde ik drie voorbeelden waar de bestudering van Grieks en Latijnse literaire teksten door de DNA-revolutie zou kunnen veranderen – of beter, waar ze de standaard zou kunnen volgen die bij de bestudering van de allervroegste christelijke literatuur al bestaat. Ik noemde de hellenistische filosofie, Vergilius en Ovidius. Eergisteren realiseerde ik me een nieuw thema, waar ik al een tijdje over loop te denken, namelijk de iets minder vroege christelijke literatuur. Laten we zeggen: de vierde eeuw.

Het probleem

Het historische probleem is dat er rond 400 na Chr. een duidelijke norm is binnen het christendom, die ik gemakshalve even zal aanduiden als orthodox. Hierin zitten twee elementen, namelijk enerzijds dat wie christen is, niet tegelijk een andere religie kan hebben, en anderzijds dat er binnen dit christendom maar één waarheid kan zijn. Beide ideeën klinken momenteel vanzelfsprekend maar waren dat in de antieke wereld niet. Wat ik niet begrijp, is waar die orthodoxie vandaan komt. Binnen het antieke denken is daartoe geen aanleiding. Niemand heeft ooit een dogmatiek opgesteld voor de cultus van Marduk, Maat, Minerva, Mithras, Magusanus of de Muzen.

Lees verder “Bisschoppen in ballingschap (2)”

Palimpsesten en verkoolde boekrollen

Fragmenten van de Derveni-papyrus (Archeologisch Museum, Thessaloniki)

Een oudheidkundige beschikt over ruwweg drie soorten data: teksten, archeologische vondsten en etnografische vergelijkingen. Je kunt het DNA daar als vierde aan toevoegen en er is informatie die in beide groepen valt – een opgegraven inscriptie, papyrus, munt of kleitablet is zowel tekst als vondst – maar dit is het wel zo ongeveer. Sommige databestanden groeien snel, zoals de verzameling archeologische vondsten; andere groeien wat langzamer, zoals het aantal kleitabletten; en weer andere data-categorieën zijn stabiel. Er zit althans nauwelijks groei in het aantal Griekse en Latijnse literaire teksten.

Maar toch, er zijn palimpsesten: stukken perkament waar de oorspronkelijke tekst van is afgeschraapt om het opnieuw te kunnen beschrijven, zodat er onder een goed leesbare tekst nog een oudere, minder goed leesbare tekst zit. De beroemdste recente palimpsest is de Archimedes-codex: een dertiende-eeuws gebedsboek, geschreven op bladzijden waarop twee onbekende traktaten van de Griekse geleerde Archimedes te lezen waren.

Lees verder “Palimpsesten en verkoolde boekrollen”

Geweld in Judea (slot)

Romeinse inscriptie die de onderdrukking van de Joodse Opstand in Kyrene herdenkt.
Romeinse inscriptie die de onderdrukking van de Joodse Opstand in Kyrene herdenkt.

In het laatste stukje van deze reeks – al heb ik morgen een “nabrander” – nog een woord over de wijze waarop de in de voorgaande stukjes (1, 2, 3, 4) beschreven geweld-gerelateerde ideeën binnen het jodendom bleven bestaan. Dat wil zeggen: in de tweede eeuw, nadat de christenen waren begonnen een eigen weg te gaan. Een probleem is hierbij dat de bronnen schaars zijn. Er is geen Josephus voor de oorlogen ten tijde van de keizers Trajanus en Hadrianus. Mijn achtste stelling is:

8. De verzetsideologie bleef bestaan in de tweede eeuw

Binnen het jodendom, voor zover we dat kunnen reconstrueren, lijken allerlei messiaanse ideeën te zijn blijven bestaan. Die hadden inmiddels vaak een anti-Romeinse inslag. Over Eindtijdideeën horen we weinig, maar dat kan komen door de bronnenschaarste.

Lees verder “Geweld in Judea (slot)”

Israël verdeeld: toelichting (2)

Oeps, dat had ik moeten uitleggen (zie beneden)

Ik schreef er onlangs over dat het internet een geduchte concurrent is voor meer traditionele vormen van kennisoverdracht. Internet is immers actueler en u kunt de informatie selecteren die u nodig hebt. Dat kán uiteraard betekenen dat u, als u van een pseudowetenschappelijke theorie overtuigd bent, de bevestiging vindt die u zoekt, maar zolang universiteiten uitleggen wat hun methoden zijn, mogen we erop vertrouwen dat de overgrote meerderheid van de mensen uiteindelijk thuis komt met redelijk betrouwbare informatie.

Er is echter één functie die ik het internet zo snel nog niet zo zie overnemen: het overzichtswerk. Om even dicht bij huis te blijven: wie zich wil verdiepen in pakweg de geschiedenis van het Romeinse Rijk, zoekt iets waarin de hoofdlijnen uiteen worden gezet, waarin een overzicht is opgenomen van de sociale verhoudingen en het politiek bestel, met enkele hoofdstukken over de provincies, met goed gekozen illustraties, alsmede een introductie van de voornaamste bronnen en uitleg over de methoden van de diverse oudheidkundige benaderingen. Ik denk dat ook wie zich eens wil inlezen in de ornithologie, de klassieke muziek, het alpinisme, kapitein Cook of de aandelenhandel, beter niet zelf op zoek gaat op het internet, maar een boek moet nemen dat is geschreven door iemand die het vaker heeft uitgelegd.

Lees verder “Israël verdeeld: toelichting (2)”

Talmoed

De Bijbel begint met vijf boeken die bekendstaan als ‘de Wet’. Dat is een rotwoord. In het Hebreeuws heten ze Tora, een woord dat een heel scala aan betekenissen heeft, zoals ‘onderricht’, ‘leer’ en ‘doctrine’. Wie de nadruk legt op het laatste, zal er vooral 365 geboden en 248 verboden in herkennen, waaraan een mens zich maar heeft te houden.

Tot degenen die het zo zagen, behoorden de mensen die de joodse gewijde literatuur vertaalden in het Grieks. Zij gaven tora weer als nomos, wat vooral ‘wet’ betekent, en we zien dezelfde attitude ten aanzien van de heilige schrift later bij de sadduceeën. Zij meenden dat wat God had gegeven, eeuwig en onveranderlijk was en te allen tijden diende te worden nageleefd.

Lees verder “Talmoed”

De Didache

Jezus was een Jood. Al zijn familieleden hebben namen uit de tijd van de Joodse patriarchentijd, de meeste van zijn leerlingen eveneens. Hij zwierf door de Joodse wereld, werd beschouwd als messias, droeg tsietsiet aan zijn kleding, bediscussieerde halachische kwesties en predikte een door-en-door Joodse boodschap: de geschiedenis zou een einde gaan krijgen en Israël zou worden hersteld. Veel Joodser kun je het niet krijgen.

Zijn eerste leerlingen leefden in Jeruzalem, een keuze die niet vanzelf zal hebben gesproken: ze kwamen merendeels immers uit Galilea en Jezus’ optreden in Jeruzalem was, naar de maatstaven van deze wereld, geen onverdeeld succes geweest. De gelovigen verwachtten echter zijn spoedige terugkeer en omdat het eschatologisch drama zich afspeelde in Jeruzalem, vestigden de Galileeërs zich in de heilige stad. Tot op de huidige dag schijnen er Joden te zijn die, met het oog op de Eindtijd, graag op de Olijfberg willen worden begraven.

Lees verder “De Didache”

Joodse literatuur (epiloog)

De Mishnah

[Dit is het laatste stukje over de bronnen van mijn komende boek Israël verdeeld; het eerste is hier.]

In 70 na Chr. werd de tempel verwoest, waarmee de Joodse godsdienst werd beroofd van een van zijn twee traditionele zwaartepunten. Verschillende teksten, zoals 4 Ezra, 2 Baruch, 2 Henoch en JosephusJoodse Oorlog, dienden om in het reine te komen met deze catastrofe. Het andere zwaartepunt van de Joodse religie, het lezen van en discussiëren over de heilige schrift, werd echter niet wezenlijk aangetast door de ondergang van Jeruzalem. In de loop van de tweede eeuw legden rabbi’s de mondelinge uitlegtraditie van de farizeeën steeds vaker op schrift vast, een proces dat culmineerde in de optekening van de Mishna: een collectie van drieënzestig traktaten die bewees dat God niet vér van de Joden stond, maar in elk aspect van het dagelijks leven was te vinden. Latere optekeningen van de rabbijnse wijsheid zijn de Tosefta en de Palestijnse en Babylonische Talmoed.

Lees verder “Joodse literatuur (epiloog)”

Gereduceerd verleden

Hoe ouder, hoe minder belangrijk
Hoe ouder, hoe minder belangrijk

Ik heb het nooit geturfd, maar ik denk dat je, als je zou onderzoeken naar welke delen van het verleden men in de media het meest verwijst, zult concluderen dat het recente verleden frequenter wordt genoemd dan het wat verdere verleden. De twintigste eeuw trekt meer aandacht dan de negentiende, die weer populairder is dan de achttiende, enzovoort. Je zou misschien een beeld krijgen zoals op het grafiekje: een gestaag dalende lijn met een stevige top in de Gouden Eeuw en een wat minder stevige top in de Romeinse tijd.

Ik denk dat dit een vrij normale curve is. Vandaag de dag heeft iedereen meer belangstelling voor het recente verleden, heeft elk volk een gouden eeuw en blijft de belangstelling voor de Oudheid bestaan op dezelfde manier als waarop zij in de vroege negentiende eeuw is gevormd: een geseculariseerde vorm van de oudere belangstelling voor de ontstaanstijd van het christendom. Dat er zo weinig vernieuwing zit in de oudheidkunde is voldoende deprimerend om het punt nog eens te noemen, maar het is niet waarover ik het nu wil hebben.

Lees verder “Gereduceerd verleden”

Het joodse Nieuwe Testament

De vraag waarom joden en christenen gescheiden wegen zijn gegaan, het onderwerp waarover ik momenteel mijn boek Israël hersteld aan het schrijven ben, brengt de vragensteller al snel naar nogal wat oude bronnen. De joodse Bijbel en het Nieuwe Testament liggen voor de hand. Verder de Mishna, de eerste grote optekening van rabbijnse wijsheid. Deze teksten behoren tot de “mainstream” van de twee religies.

Daarnaast bestaan er teksten die door de religieuze autoriteiten van de twee religies zijn afgewezen. Hiertoe behoren de zogeheten pseudepigrafische werken, zoals het Ethiopische boek Henoch en de Psalmen van Salomo. Omdat de rabbijnen deze teksten niet beschouwden als door God geïnspireerd, zijn ze niet in de Bijbel opgenomen, maar ze documenteren wel degelijk belangrijke religieuze ontwikkelingen. Dat geldt ook voor de Dode Zee-rollen: ook daarin is informatie te vinden die helpt de gedachtewereld van de eerste eeuw na Chr. te reconstrueren, informatie die noch in het christendom noch in het rabbijnse jodendom bewaard is gebleven.

Lees verder “Het joodse Nieuwe Testament”