Polytheïstisch jodendom

Yosef Caro-synagoge, Safed: de Tien Geboden.
Yosef Caro-synagoge, Safed: de Tien Geboden.

Ik kondigde gisteren een reeks stukjes aan over de tegenstelling tussen het polytheïstische heidendom en het monotheïstische christendom, waarbij ik erop wees dat hedendaags onderzoek enkele algemeen gedeelde ideeën onderuit heeft gehaald. Om te beginnen: was het christendom wel monotheïstisch?

Het enig juiste antwoord is natuurlijk “ja”, aangezien het christendom een afsplitsing is van het jodendom en de joden de uitvinders zijn van het monotheïsme. Er is geen reden dit te ontkennen: dit is de strekking van de gehele Bijbel. Er is echter wel een kanttekening te plaatsen: de waarheid is namelijk dat de Bijbel niet alle joodse ideeën documenteert. Het heilige boek biedt een selectie. De Bijbel bevat de teksten waaraan de joodse autoriteiten waarde hechtten, maar er is destijds veel meer materiaal geweest: de Dode Zee-rollen en de Henochitische literatuur. Verder zijn er natuurlijk inscripties en we zullen beginnen met een zeer korte tekst uit de verzameling die bekendstaat als het Corpus Inscriptionum Judaicarum:

Lees verder “Polytheïstisch jodendom”

Hoezo monotheïsme (slot)

Antiochos IV Epifanes (Bodemuseum, Berlijn)

[Dit is het laatste stukje in een reeks waarin ik uitzoek hoe monotheïstisch de joden in de Oudheid waren. Het eerste is hier.]

Ik beschreef dat het moeilijk valt vol te houden dat de joden monotheïsten waren en hun buren polytheïsten. Joden én veel heidenen neigden ernaar slechts één godheid te vereren en daarnaast een reeks lagere hemelingen te erkennen. Wel is het zo dat de joden monotheïstischer waren dan hun tijdgenoten.

Het eigenlijke verschil tussen joden en niet-joden ligt vermoedelijk niet bij de erkenning van niet-joodse goden of de beperking van het goddelijke tot één Allerhoogste, maar in de vorm van de verering. Het gaat er daarbij niet om dat de joden geen cultusbeeld hadden, hoewel dit aspect vaak in onze bronnen wordt vermeld. Dat was echter onvoldoende uniek om onderscheidend te zijn: de Nabateeërs, de Feniciërs en de Grieken hadden allemaal goden die ze niet afbeeldden. Van de oppergoden van Babylonië en Egypte, die aan het begin van onze jaartelling nog steeds werden vereerd, werd expliciet gezegd dat ze niet af te beelden waren – wat de Babylonische en Egyptische kunstenaars er overigens niet van weerhield het toch te doen.

Lees verder “Hoezo monotheïsme (slot)”

Hoezo monotheïsme? (3)

Henochs hemelvaart met het offer van Abel (Cappella Palatina, Palermo)

[Dit is het derde stukje in een reeks waarin ik uitzoek hoe monotheïstisch de joden in de Oudheid waren. Het eerste is hier.]

Hierboven beschreef ik dat de joden weliswaar zeiden maar één God te erkennen, maar dat er in de praktijk nogal wat andere hemelingen waren. De joden erkenden bovendien verzelfstandigde attributen van God. Daarover vandaag.

De geest van God wordt genoemd in oeroude teksten: deze garandeert dat een koning goed kan heersen en dat een profeet de waarheid spreekt, terwijl de geest van de waarheid volgens de (sektarische) Gemeenschapsregel vecht tegen de geest van het onrecht.

Lees verder “Hoezo monotheïsme? (3)”

Hoezo monotheïsme? (2)

Tempelberg, Jeruzalem

[Dit is het tweede stukje in een reeks waarin ik uitzoek hoe monotheïstisch de joden in de Oudheid waren. Het eerste is hier.]

Ik concludeerde vorige keer dat in het antieke jodendom – laten we zeggen tussen 165 v.Chr. en 70 na Chr. – de norm op zichzelf duidelijk genoeg was: de sjema, “Hoor Israël, de Heer is onze God, de Heer alleen”. Er waren echter uitzonderingen. Een voorbeeld vinden we in 2 Makkabeeën, waarin we lezen dat soldaten van Judas de Makkabeeër na een gevecht de doden begroeven en ontdekten ze dat enkele gesneuvelden amuletten hadden gedragen van buitenlandse goden. De auteur van het tweede Makkabeeënboek is er zeker van dat deze overtreding van de norm de oorzaak was van hun dood en keurt dus af dat een jood zich plaatste onder de bescherming van andere goden. De gesneuvelden zelf, die toch hun leven voor de joodse zaak hadden geriskeerd, dachten daar evident anders over.

Ongeacht de norm van monotheïsme lijken de joden in de praktijk verdeeld te zijn geweest over de vraag of het vereren van slechts één god kon samengaan met de erkenning dat andere goden iets goeds voor je konden doen. De Theodotos en Ptolemaios die ik gisteren noemde, lijken in elk geval geen tegenspraak te hebben ervaren tussen hun joodse identiteit en hun heidense praktijk.

Lees verder “Hoezo monotheïsme? (2)”

Hoezo monotheïsme? (1)

Munt van Bar Kochba (Staatliche Münzsammlung, München)

We zullen nooit méér weten over Theodotos de zoon van Dorion en Ptolemaios de zoon van Dionysios dan dat ze hun Joodse identiteit trots vermeldden in de inscripties die ze hebben achtergelaten in een Egyptische tempel, gewijd aan de door-en-door Griekse godheid Pan. Ook al is de ene tekst slechts acht en de andere zes woorden lang, dit tweetal is belangrijk: ze bewijzen dat het niet waar is dat joden in de Oudheid slechts één godheid erkenden, hoewel dit in veel antieke bronnen staat en joodse auteurs hetzelfde beweren. Er zijn minimaal twee joden geweest die niet alleen het bestaan erkenden van Pan, maar er ook geen been in zagen de vreemde god te eren met een blijk van erkentelijkheid.

Vandaar mijn vraag: waren de joden in de Oudheid wel monotheïsten? Hierover zal ik de komende dagen bloggen. Het is minder simpel dan het lijkt. Ik zal het antwoord meteen verklappen: ik denk dat ze van alle antieke volken het meest monotheïstisch waren, maar de norm werd in de praktijk lang niet altijd gehaald.

Lees verder “Hoezo monotheïsme? (1)”

Joods monotheïsme

Het leek ooit zo makkelijk: de Grieken en Romeinen waren polytheïsten en de Joden waren monotheïsten. Maar zo makkelijk is het niet. Aan de ene kant stond één god aan het hoofd van een godenvergadering, aan de andere kant stond één God aan het hoofd van de hemelse heerscharen van engelen en aartsengelen, machten en krachten, cherubijnen en serafijnen. Er zijn verschillen, zeker, maar de grens tussen polytheïsme en monotheïsme is niet makkelijk.

Of neem dit. Hoewel er in de Grieks-Romeinse wereld tempels waren voor talloze goden, won het idee terrein dat ze allemaal manifestaties waren van één hoofdgod. “Ik ben één van wezen,” zou de godin Isis hebben verklaard, “maar ik heb vele gestalten, en de wereld vereert mij op veel manieren en onder vele namen.” Omgekeerd konden de Joden behalve aan hun God eer betuigen aan bijvoorbeeld engelen of verzelfstandigde aspecten van het goddelijke, zoals de Kracht, de Geest of het Woord van God. Het verschil tussen polytheïsme en monotheïsme is niet makkelijk.

Lees verder “Joods monotheïsme”