Bijbelse en Griekse insecten

Zelfportret van de Meester van Frankfurt en zijn vrouw, detail (Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen)

Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd: ik blog vandaag dus eens over iets kleins, namelijk insecten. Nu zitten er op het eerste gezicht niet bijster veel vliegen, muggen en vlooien in het Nieuwe Testament, waarover ik op zondag graag blog, maar er zijn er wel een paar verstopt. Als Jezus een bezetene heeft genezen, vragen mensen zich bijvoorbeeld af of hij een door God gezonden verlosser kan zijn, en werpen anderen tegen dat hij alleen demonen kon uitdrijven “dankzij Beëlzebul, de vorst der demonen”.noot Marcus 3.22.

Heer der vliegen

Hier gebeurt weer eens een hoop tegelijk. Eeuwen eerder was er vrijwel zeker een Kanaänitische godheid die Baäl-Zebul heette, wat de auteur van het Deuteronomistische Geschiedwerk, die niets wilde weten van andere goden dan zijn eigen godheid, “verbeterde”: hij duidde deze godheid aan als Baäl-Zebub, ofwel de “heer der vliegen”.noot 2 Koningen 1.2. De nieuwtestamentische weergave blijft dus iets dichter bij het Kanaänitische origineel, maar heeft een even negatieve associatie. In de latere, christelijke traditie zou Beëlzebul de naam van de duivel zelf zijn, wat niet helemaal hetzelfde is als de vorst der demonen.

Lees verder “Bijbelse en Griekse insecten”

Muggenziften

Een zeef om te muggenziften

Het antieke jodendom kende diverse stromingen, waarvan we er sommige bij naam kennen. De sadduceeën, de essenen, de farizeeën, de sicariërs en de christenen zijn bekend uit de geschriften van Flavius Josephus; het Nieuwe Testament voegt de mysterieuze Herodianen toe; we kennen verder de sekte van de Dode Zee-rollen; en kort voor de verwoesting van de Tempel duiken de zeloten op. Over de farizeeën en de sekte van de Dode Zee-rollen weten we voldoende om te weten dat het ging om meer dan één groep. Van de christenen en sicariërs is bekend dat ze ook niet-Joodse leden hadden.

Zoals dat gaat: de aanhangers van deze groepen respecteerden elkaar en scholden elkaar uit. Zolang de Tempel er was, was er iets dat hen verbond. Maar in 70 gaf Titus opdracht die te verwoesten (het was geen toeval, zoals Josephus insinueert). Met de Fiscus Judaicus zette de Romeinse overheid vervolgens druk op de joodse gemeenschappen, en het jodendom raakte gepolariseerd tussen twee stromingen.

Lees verder “Muggenziften”

Byzantijnse krabbel (12): Fabels

Een kwatrijn is een gedichtje van vier regels. De grootmeester van het genre is de middeleeuwse Perzische auteur Omar Khayyam, over wie ik al eens blogde, twee keer zelfs: 1, 2 en nog een derde keer als een bonus die eigenlijk niet over hem gaat. De weinige keren dat ik zelf heb geprobeerd een kwatrijn te schrijven, ontdekte ik dat het moeilijk is een gedachte in precies vier regels te gieten: om echt iets te zeggen, had ik er eigenlijk altijd meer nodig. Sonnetten zijn makkelijker.

Des te knapper vind ik het als iemand in een kwatrijn een compleet verhaal kan vertellen. Dat probeerde de Byzantijnse dichter Ignatios, die het kwatrijn benutte voor het vertellen van fabels: verhaaltjes met een plot en een moraal, en dat in vier zinnetjes.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (12): Fabels”