Misverstand: Brand in Jeruzalem

Het “verbrande huis” in Jeruzalem: een van de herinneringen aan de verwoesting van Jeruzalem in 70. De bewoner was priester.

Misverstand: De joodse tempel brandde per ongeluk af

In 66 kwamen de Joden in opstand tegen Rome. De onafhankelijkheid duurde ongebruikelijk lang, maar in de zomer van 70 heroverde de Romeinse generaal Titus, de latere keizer, Jeruzalem. De tempel werd geplunderd en brandde af. Hierdoor moesten de joden hun religie opnieuw vorm geven: een religie zonder tempel, zonder politiek centrum en zonder erkende religieuze autoriteit. Slechts twee joodse groepen kwamen deze klap te boven: vanuit de farizeeën ontstond het huidige rabbijnse jodendom en vanuit de aanhangers van Jezus van Nazaret ontstond het christendom.

De twee religies hebben sindsdien geen al te vriendelijke relatie, en daarmee is de tempelbrand een van de weinige gebeurtenissen uit de Oudheid met nog altijd actuele gevolgen. De geschiedschrijver Flavius Josephus suggereert dat de brand de wil van God was:

Een van de soldaten greep, zonder op een bevel te wachten en zonder zich te bekommeren om de gevolgen van zijn daad, als door een bovenmenselijke hand gestuurd, een stuk hout. Hij klom op de schouders van een medesoldaat en slingerde het brandende projectiel tegen een gouden deurtje dat toegang verschafte tot de tempelvertrekken aan de noordkant. Zodra ze het vuur zagen oplaaien, steeg er onder de Joden geschreeuw op. Ze renden erop af om de zaak te redden zonder ook maar één moment aan het gevaar voor hun eigen leven te denken. Titus lag net in zijn tent uit te rusten, toen er haastig iemand naar hem toe kwam om hem het bericht vertellen. Hij sprong onmiddellijk op en rende naar de tempel om het vuur tot staan te brengen.(Flavius Josephus, Joodse oudheden 6.252-254; vert. Wes/Meijer))

Dat de tempelbrand een goddelijke ingreep was, zullen moderne oudhistorici niet voor hun rekening willen nemen; wel dat het een ongelukkig toeval was. Toch zijn er redenen om aan te nemen dat Josephus het verhaal uit zijn duim heeft gezogen. Eén daarvan is dat zijn verslag van de belegering van Jeruzalem theologisch is gekleurd en dat hij bewijsbaar elementen verzint om oeroude profetieën in vervulling te doen gaan. Een ander is dat er een tweede bron bestaat die deze vooringenomenheid niet heeft, namelijk een fragment uit de Historiën van Tacitus dat is overgeleverd door de christelijke auteur Sulpicius Severus.

Titus belegde een krijgsraad over de vraag of de Romeinen een zó mooie tempel moesten verwoesten. Het leek immers passend een gewijde tempel niet te vernietigen, al was het maar omdat dit zou getuigen van de gematigdheid der Romeinen, terwijl verwoesting een bewijs was van wreedheid. Maar anderen waren het er niet mee eens, waaronder Titus zelf. Zij redeneerden dat de vernietiging van de tempel prioriteit moest hebben. (Sulpicius Severus, Chronica 2.30.4.)

Naschrift

Dit schreef ik 2009. Josephusspecialist Steve Mason is er niet van overtuigd dat Sulpicius Severus betrouwbaar is.

Nu u hier toch bent…

Door de coronacrisis ben ook ik aan huis gebonden. Terwijl ik graag wat had gedaan om mijn boek te promoten over de wedloop tussen papyrusvervalsers en wetenschappers, Bedrieglijk echt. Dat de oudheidkunde wordt gebruikt om de winst van zwarthandelaren op te drijven, vond ik verontrustend en had ik wel wat meer onder de aandacht willen hebben. Dus bestel, lees en bespreek dat boek. Of bekijk dit filmpje. Ik ben trouwens ook beschikbaar voor betaald schrijfwerk.

[Oorspronkelijk verschenen in mijn boekje Spijkers op laag water (2009)]

13 gedachtes over “Misverstand: Brand in Jeruzalem

  1. Frans

    Via die link naar Steve Mason komen we er niet achter waarom hij er anders over denkt.

  2. Rudmer Koopal

    Ik weet niet beter dan dat Titus de tempel heeft vernietigd. In de hens zetten lijkt me o.a. een aangewezen manier. Ik dacht dat dit wel algemeen aanvaard was.

      1. Rudmer Koopal

        Ook hiervan weet ik niet beter dan dat Titus het heel bewust gedaan heeft. Uit vergelding, straf, afschrikvoorbeeld of wat dan ook.
        Van toeval of godelijke ingreep had ik niet eerder gehoord. Volgens mij wordt de passage van de doorgaans betrouwbare Flavius Josephus door heel veel meer historici als niet waar gezien.

  3. Ben Spaans

    Dat opperde iemand in de 19e eeuw, Sulpicius Severus vermeldt dat zelf niet. (Ik kan nu niet bij het boek dat dit vermeldt, dus wie dit opperde blijf ik u schuldig).

    Op deze link bij Lacus Curtius staat de passage, ingedeeld bij fragmenten van Tacitus of verwijzingen naar Tacitus (‘Cornelius’) onder fragment 2

    https://penelope.uchicago.edu/Thayer/E/Roman/Texts/Tacitus/Histories/Fragments*.html

    De grote nadruk op christenen aan het eind van de passage is raar.

    1. Ja, en er is wel iets voor te zeggen voor de stelling dat Sulpicius Tacitus heeft gelezen, want hij citeert hem wel ergens.

      Los daarvan is het gebruik van het woord “radix” significant: een messiaans beeld dat noch Josephus, noch de christelijke literatuur heeft gehaald (wij kennen het uit de Dode Zee-rollen) en dat noch Sulpicius noch Tacitus zal hebben verzonnen voor een messiaanse beweging. Men denkt dat dit een woord is dat in de beraadslagingen in 70 gebruikt is. Hard maken kunnen we dat niet en Steve Mason ziet het anders.

      1. Ben Spaans

        Dus als ik het goed begrijp verwijst Sculpicius naar Tacitus, maar is het niet duidelijk of het daarbij om de hier behandelde passage gaat. Interpreteer ik dat goed zo?

        Een andere kwestie, in hoeverre kon Tacitus onafhankelijk van Josephus over de Joodse opstand schrijven? Er is maar een beperkt fragment van hem daarover overgebleven natuurlijk, maar kon Tacitus over bronnen los van Josephus beschikken?

        1. Dit zijn goede vragen waarop geen eenduidige antwoorden zijn. Daarom is er ook discussie.

          Wat je laatste vraag betreft: het is hoogst onaannemelijk dat Tacitus Josephus heeft gelezen. Zijn voorgeschiedenis van de Joodse Oorlog is op het antisemitische af. Als hij Josephus had gelezen, zou dat anders zijn geweest. Minimaal was het venijn subtieler geweest.

      2. Ik wil geen spijkers op laag water zoeken, maar…
        Je schrijft in je stukje: ‘een fragment uit de Historiën van Tacitus dat is overgeleverd door de christelijke auteur Sulpicius Severus.’ Ik zoek dat fragment op en ik zie geen verwijzing naar Tacitus en evenmin iets wat aan de stijl van Tacitus doet denken.
        Vervolgens zegt Ben Spaans dat ‘iemand in de 19e eeuw (dat) opperde’.
        En dan antwoord jij dat ‘er wel iets voor te zeggen (is) voor de stelling dat Sulpicius Tacitus heeft gelezen, want hij citeert hem wel ergens.’
        Ik zou haast zeggen: heb je weleens een stukje van Jona Lendering gelezen?

        1. Remco

          T.D. Barnes, “The Fragments of the Histories of Tacitus”, Classical Philology 72 (1977) 224-231, geeft een kritische bespreking van de acht fragmenten die in de OCT en de Teubner aan de Historiae worden toegevoegd. Hij laat daarin onder andere de overeenkomsten tussen de tekst van Sulpicius en die van Tacitus zien (inclusief het citaat waar Jona naar verwijst).

          In noot 6 van dit artikel wordt ook de “negentiende-eeuwse bron” genoemd: J. Bernays, Über die Chronik des Sulpicius Severus: Ein Beitrag zur Geschichte der classischen und biblischen Studien, Berlin 1861.

          Het artikel van Barnes is via JSTOR te raadplegen, Bernays staat op Google Books.

  4. Theo Joppe

    Natuurlijk was de Tempelbrand bewust en moedwillig. Dat is wat Romeinse legioenen deden na een lang en bloedig beleg: de stad werd uitgemoord en geplunderd, zoals zo vaak in de Oudheid. Zo verdienden “de jongens” ook nog eens wat bij een overwinning.
    Flavius Josephus is als historicus over zijn eigen tijd en rol echt onbetrouwbaar: hij redde zijn nek (als opstandeling) door totaal pro-Romeins te worden en goed te kunnen schrijven, en dat waardeerden de Romeinen kennelijk wel. Ik zou daarom de bronnen die beweren dat de Romeinen de verwoesting “toch eigenlijk niet wilden” maar met een baal zout nemen.

    1. Ben Spaans

      Ik denk ook dat niemand Titus wil ‘vrijpleiten’, Josephus heeft wat dat betreft altijd al de schijn tegen gehad. (opmerkingen als ‘…or so Josephus wants us to believe’ met betrekking tot de tot de verwoesting van de Tempel kom je vaker tegen.

Reacties zijn gesloten.