Byzantijnse krabbel (12): Fabels

Een kwatrijn is een gedichtje van vier regels. De grootmeester van het genre is de middeleeuwse Perzische auteur Omar Khayyam, over wie ik al eens blogde, twee keer zelfs: 1, 2 en nog een derde keer als een bonus die eigenlijk niet over hem gaat. De weinige keren dat ik zelf heb geprobeerd een kwatrijn te schrijven, ontdekte ik dat het moeilijk is een gedachte in precies vier regels te gieten: om echt iets te zeggen, had ik er eigenlijk altijd meer nodig. Sonnetten zijn makkelijker.

Des te knapper vind ik het als iemand in een kwatrijn een compleet verhaal kan vertellen. Dat probeerde de Byzantijnse dichter Ignatios, die het kwatrijn benutte voor het vertellen van fabels: verhaaltjes met een plot en een moraal, en dat in vier zinnetjes.

Een mug zat oudtijds op de horen van een stier
en zei: “Ik stijg weer op indien je daarom vraagt!”
Het antwoord was: “Ik wist niet eens dat jij er zat,
Dus als je opvliegt gaat ook dat aan mij voorbij!” (1.50)

De vertaling van dit fabelkwatrijn, dat overigens via een auteur uit de Romeinse tijd en een Assyrische versie teruggaat tot in het oude Sumerië, is van Gert-Jan van Dijk, zoals alle kwatrijnen die ik vandaag citeer.

Een vos zag druiven hangen aan een hoge struik.
Hij sprong verbeten om erbij te komen, steeds
vergeefs. Hij gaf het op en troostte toen zichzelf:
“Het loont de moeite niet; die druiven zijn zeer zuur!” (1.23)

Zoals gezegd: dit is intellectuele poëzie. Het middeleeuwse Grieks kende dezelfde accenten als wij, namelijk dat je een lettergreep hard of zacht uitspreekt (“Jantje zag eens pruimen hangen…”), maar dat was in de Oudheid anders geweest. Toen had het Grieks een muzikaal accent. Bij een accent aigu ging de spreker een kwint omhoog (dus zoals tussen “tijd” en “is” in “Altijd is Kortjakje ziek”), bij een grave ging de spreker juist naar beneden en bij een circonflexe heen en weer. Een lange lettergreep kon ooit worden vervangen door twee korte, wat in het Byzantijnse Grieks niet langer mogelijk was: toen waren alle lettergrepen even lang. Het wonderlijke is nu dat Ignatios schrijft alsof de antieke accenten nog altijd bestonden. Ignatios’ poëzie kan alleen zijn voorgedragen in wat wij een historische uitvoeringspraktijk zouden noemen. Gezongen dus.

Om het helemaal complex te maken, staat Ignatios zichzelf niet toe dat een zin meer dan één regel telt. Anders gezegd, de punt staat aan het einde van elke regel, en niet ergens halverwege.

Een hond liep langs een bedding met een lapje vlees.
Hij keek in ’t water en zag daar een soortgenoot.
Hij hapte naar het vlees dat hij weerspiegeld zag,
maar raakte door zijn hebzucht kwijt wat hij bezat. (1.9)

Het is gekunsteld, het is virtuoos, het veronderstelt een publiek van fijnproevers. Zo knipoogt Ignatios ergens naar zijn voorganger Lykofron, een naam waarin het Griekse woord voor wolf, lykos, zit verborgen. Van Dijk laat zich er niet door uit het veld slaan:

Een wolf had de Fabelen van Betje Wolff ontdekt
Hij snelde naar een kip en vroeg “Lees hieruit voor!”
De vogel zag de open mond van haar gehoor
En redde daarom vliegensvlug het vege lijf. (2.28)

Wie deze Ignatios was, is ondertussen onbekend. We weten alleen dat hij wordt geciteerd door Johannes Tzetzes, die is overleden in 1180. Ignatios moet dus eerder hebben gepubliceerd. Dat is alles wat we weten. Sommige geleerden hebben echter gemeend dat de fabeldichter identiek was aan een diaken Ignatios, maar deze identificatie is uitsluitend gebaseerd op het feit dat hij de enige ons bekende Ignatios is die er geleerd genoeg voor zou kunnen zijn geweest. Er moeten andere Ignatii zijn geweest.

De Zon ging trouwen en de kikkers vierden feest,
maar eentje kwaakte tegen hen: “Onnozel soort!
We beven voor de stralen van die ene Zon –
wie kan hem dan verdragen als hij kroost verwekt?” (1.12)

De beknoptheid waarmee Ignatios moet werken, betekent dat hij soms een dubbele betekenis moet missen. Hier is een voorbeeld (en zie het plaatje hierboven).

Een ezel torste op zijn rug een zilveren
Apollobeeld, dat elk devoot geknield aanbad,
en voelde zich – megalomaan – geen ezel meer.
Men roep hem toe: “Je bént geen god, je draagt er een!” (1.36)

Het Latijnse gezegde is asinus portans mysteria, “de ezel draagt het wonder”, en is dubbelzinniger: het is óók te lezen alsof het de harde werkers zijn die het dichtst bij het goddelijke mogen komen. Ik blogde er vorig jaar over. We kunnen het Ignatios niet kwalijk nemen dat hij het verhaaltje wat platter maakte.

Het aardige is dat Ignatios een high brow spel speelt met een genre dat geldt als uitgesproken volks. Wie hier de lol niet van inziet is, zoals men dan zegt, “als een haan die een parel vindt en er de waarde niet van herkent”.

10 gedachtes over “Byzantijnse krabbel (12): Fabels

  1. Wat ontzettend leuk is dit! Ik heb overigens ook enorm genoten van de uit de hand gelopen recensie over het Ardennenoffensief (vier jaar geleden had ik deze blog nog niet ontdekt). Met de Punische oorlog ben ik nu halverwege; je hebt genoeg leesvoer achtergelaten om deze vakantie door te komen zonder afkickverschijnselen! (Je kunt altijd wel piepen over de belabberde staat van het onderwijs in Oudheidkunde en Klassieken maar intussen varen wij, de lezers van je blog, heel wel bij stukken die dit oplevert. Dank je wel, Jona!!)

  2. Jeroen

    Jona keek bevreesd naar het blanco papier, dat hem dreigde op te slokken.
    Het papier keek terug en zei: “Wees niet bevreesd, kom dichterbij.”
    Jona kwam en het papier vervolgde: “Ik vrees u meer dan u mij.
    Het was u die blanco was, voordat wij elkander troffen.”

    1. Pikant-leuk geprobeerd, al valt er aan het ritme nog wel iets te verbeteren (in de richting van “Bevreesd keek Jona naar ’t blank papier dat dreigd’ ‘m op te slokken …”) Maar de clou met tournure ontgaat me: niet was Jona toch onwetend voordat hij een onbeschreven vel met zwarte inkt bedreigde, en zijn lezen van de inhoud van’t geschrift beroofde niet de vellen van hun dracht. Kortom: wie vreest en waarom wie?

      1. Jeroen

        Mooi stukje proza, nietwaar?
        Ik had eerlijk gezegd verwacht dat een hele rits volgers een poging zouden wagen!

        Het ritme wordt overigens beter als men het naar het Oud-Grieks vertaa…nee hoor, grapje: het is maar in 30 seconden neergezet.

        Wel moesten we natuurlijk even “opslokken’ in de eerste regel…de combinatie Jona en Walvis mag niet ontbreken.
        De rest is een verwijzing naar de gespannen houding tussen Schrijver en het medium Papier; het is bekend dat de schrijver het lege papier kan vrezen; hoe krijgt hij zijn kennis opgeschreven en welke vorm dient te worden gekozen?
        Maar een omdraaiing leek me minstens even waar; voordat de kennis van Schrijver naar Papier kan moet het proces eerst andersom plaatsvinden. In jeugd, scholing enz. is de Schrijver blanco.
        En het leek met interessant om te denken dat het Papier dit op zijn beurt vreest; hoe wordt de kennis opgenomen en omgezet?
        Lukt ’t het Papier om de Schrijver te voorzien van de kennis die hij bevat, net zoals later de Schrijver het omgedraaide vreest? Maar het proces begint bij de scholing en vorming van de laatste.

        U ziet; in de vier regels zit de gehele levensloop van Jona bevat; van de vroegste treden naar wonderbaarlijke plaatsen aan de hand van vader en moeder, de eerste musea, de eerste boeken…via de school en de studie tot aan het schrijverschap van de huidige dag.

        Er is dan ook een aanzienlijke kans dat dit werkje bij Jona aan de muur komt. Ik neem dan ook aan de hij de komende tijd wat minder productief zal zijn; hij struint nu ongetwijfeld winkel na winkel af voor de perfecte lijst…en nèt dat ène juiste lampje.

        😁

  3. Roger van Bever

    Interessante blog, Jona.
    Over Omar Khayyam:
    Er is in NL een Omar Khayyan genootschap met veel info over deze bekende wetenschapper en dichter: https://www.omarkhayyam.nl/genootschap/index.html
    Mooi boek met Omar Khayyam in de hoofdrol: ‘Samarcande’ van Amin Malouf. Heb het enkele jaren geleden gelezen in een Livre de Poche uitgave. Ik weet niet of het in het Nederlands vertaald is.
    Er circuleren veel vertalingen op internet.

      1. Roger van Bever

        Dank je wel, Saskia! Leuke wetenswaardigheid. De spin-off van Jona’s blogs zijn altijd groot door de bijdragen van iedereen. Hoewel ik botanie in mijn curriculum had aan de universiteit ben ik vrij onwetend in mijn kennis van de bloemen en planten. Dank zij mijn vrouw ben ik er in de loop der jaren iets op vooruit gegaan. Ik heb trouwens toch het gevoel dat vrouwen hierin beter zijn. Misschien kijken ze beter.

  4. jan kroeze

    Een hond met een stuk vlees die naar z’n spiegelbeeld kijkt? Dat doet ie pas als het vlees verslonden is. Zou ik overigens ook doen, maar toch weer leuke blog!
    Ik buig me nog steeds over Hannibal cs. En wens de Ardennen eertijds ook nog te lezen, werk aan de winkel!

Reacties zijn gesloten.