De Tweede Punische Oorlog (2): de Rhône

Beeldje van een krijgsolifant uit Pompeii (Museo Archeologico Nazionale, Napels)

[Dit is het tweede stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). In het eerste deel beschreef ik hoe de Romeinen en Karthagers in conflict raakten, dat Hannibal met het Spaanse leger Catalonië bezette en op weg was gegaan naar Italië.]

Hannibal was opgeleid door een Spartaan die hem had verteld over Alexander, maar de Karthager was geen slaafse imitator. Zijn leger kende geen met lange lansen uitgeruste falanxbataljons en leek in menig opzicht meer op de legioenen van Rome. Naast goed getrainde infanterie bezat Hannibal een superieure ruiterij en zevenentwintig Noord-Afrikaanse bosolifanten. Weliswaar waren deze kleiner dan Indische olifanten, maar ze vormden een geducht wapen om cavalerie en onervaren legionairs in paniek te brengen.

Rhône

Met dit leger stak Hannibal medio augustus 218 de Rhône over. Korte tijd later zagen de soldaten de westelijke uitlopers van de Alpen, maar het oorspronkelijke plan, oprukken langs de Durance naar de Col de Montgenèvre, werd onuitvoerbaar toen een Romeins leger verscheen dat op weg was naar Spanje. Hannibal besloot daarop naar het noorden te marcheren en pas verderop naar het oosten af te buigen, de bergen in.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (2): de Rhône”

Wadi Mathendous

Een klein mannetje en een grote olifant uit de Wilde Fauna-periode (Wadi Mathendous)

Tussen 10.000 en 6.000 v.Chr. bestond een groot deel van wat we nu de Sahara noemen, niet uit woestijn maar uit savanne. Er waren destijds grote meren, die sindsdien zijn ingedroogd tot zoutvlaktes. De vrij rijke vegetatie zorgde ervoor dat er ruimte was voor grote grazers en andere dieren die nu in geen velden of wegen te bekennen zijn. Er zijn trouwens überhaupt geen velden meer, al zijn er nog wel wat pistes, gebruikt door mensen die zich met landrovers in de woestijn wagen. Ook kun je op veel plaatsen nog altijd de versteende resten zien van de antieke bomen.

Behalve grote grazers waren er destijds ook mensen: jagers en verzamelaars natuurlijk, die voorwerpen gebruikten van vuursteen. Ik heb die oud-Libische bijlen, pijl- en speerpunten nooit in een Nederlands museum gezien, maar u kunt ervoor naar St-Germain-en-Laye, waar het Franse nationale archeologische museum is. De toenmalige bewoners van de savanne moeten die stenen voorwerpen ook hebben gebruikt om reliëfs aan te brengen in de rotsen. Ze waren onder meer te zien in de Wadi Mathendous in het zuidwesten van Libië en archeologen spreken wel van de “wilde fauna-stijl” omdat er allerlei grote en kleine, maar vooral wilde dieren zijn afgebeeld: neushoorns, krokodillen, nijlpaarden, giraffen, wilde ezels en diverse katachtigen. Ook te zien zijn de nu uitgestorven langhoornige buffels (de buffalus antiquus).

Lees verder “Wadi Mathendous”

Karthago in het RMO

Glazen hanger uit Karthago (Musée national de Carthage)

“De beschaving van Karthago heeft de wereldgeschiedenis niet werkelijk beïnvloed,” schreef de Britse oudhistoricus Howard Hayes Scullard in 1980, in een boek dat nog steeds leverbaar is. Zeker, Karthago was een trotse handelsnatie geweest met contacten van de rivier de Senegal tot de Britse Tin-eilanden, maar cultureel was de stad eerder een doorgeefluik dan origineel. De nijverheid, legde Scullard uit, richtte zich op goedkope massaproductie en niet op schoonheid. De stedelijke elite had wel enige goede smaak, maar volstond ermee Griekse kunst te importeren.

We horen van Karthaagse boeken en bibliotheken, maar hebben geen bewijs dat de stad was begiftigd met werkelijke, literaire inspiratie.

Aldus nog steeds Scullard, die er ook op wees dat de religie “wreed, duister en decadent” was. De gelovigen schrokken niet terug voor zelfverminking en mensenoffers. Kortom, “Karthago gaf de wereld weinig van waarde.”

Lees verder “Karthago in het RMO”

Een olifant in Aken

Een olifant van speculaas
Een olifant van speculaas

Het lieve olifantje dat u hierboven ziet, is gemaakt van speculaas. Ik zag de lekkernij hangen in de etalage van een banketbakker in Aken. En er zit een verhaal aan vast.

In 802 bezocht een zekere Isaak het hof van Karel de Grote in Aken. De zogenaamde Annalen van de Frankische koningen vermelden

dat Isaak een olifant en andere geschenken bij zich had, die waren gezonden door de koning van de Perzen, en dat Isaak in Aken alles aan de keizer overhandigde; de naam van de olifant was Abul Abaz.

Lees verder “Een olifant in Aken”