De Dei Consentes

De porticus van de Dei Consentes (rechts), met links de Saturnustempel en vooraan de tempel van Vespasianus

Een van de opvallendste en tegelijk minst bekende monumenten van het oude Rome is te zien op de oostelijke helling van het Capitool, vanaf het Forum Romanum bezien recht achter de Tempel voor Saturnus en voor de massieve bogen van het gebouw dat bekendstaat als Tabularium. Of die laatste naam verdiend is, is een andere kwestie. Maar het gaat me vandaag om bovenstaand portiek. Het was gewijd aan de Dei Consentes, wat een andere naam was voor de twaalf Olympische goden. Die klinken ons vertrouwd in de oren en ook er zijn meer cultusplaatsen voor dit dozijn bekend, zoals het Dodekatheon van Barcelona. Desondanks is de verering van deze twaalf redelijk zeldzaam in de antieke cultuur.

De Romeinen hebben de cultus voor dit twaalftal ingevoerd in 217 v.Chr., aan het begin van de Tweede Punische Oorlog. Hannibal was de Alpen overgestoken, bedreigde Italië en de schrik zat er goed in. De geschiedschrijver Titus Livius vertelt dat aan de eerste plechtigheid alleen mensen mochten deelnemen die enig bezit hadden en dus zorg droegen voor het algemeen welzijn. De logica van het “dus” was dat alleen mensen met eigen land krijgsdienst deden en belasting betaalden. Van de armen, die ten tijde van oorlog niets – althans geen land – hadden te verliezen, werd niet verwacht dat ze oprecht bezorgd zouden zijn om de openbare orde en vrede:

Lees verder “De Dei Consentes”

Hefaistos

Hefaistos en Thetis op een wandschildering uit Pompeii (Museo archeologico nazionale, Napels)

Aan het einde van het eerste boek van de Ilias presenteert Homeros een goddelijk gezelschap dat gezellig achteroverleunend bekers met nectar nuttigt. Ze krijgen bijgeschonken door een god wiens gehink “homerisch gelach” ontketent. De schlemiel was Hefaistos, god van de smeedkunst. Niet alleen liep hij mank, hij was ook nog eens lelijk en werd bovendien bedrogen door zijn echtgenote. Hij was echter ook listig en zijn twee rechterhanden waren onmisbaar, zowel voor de goden als Griekse helden en stervelingen.

Volgens de oude Grieken bestierden twaalf belangrijke goden de wereld vanaf hun zetel op de Olympos. De Olympische goden waren sterk, mooi, wijs en krachtig om maar een paar positieve eigenschappen te noemen. Ze konden echter ook wraakzuchtig, listig, vertoornd en jaloers zijn en draaiden hun hand er niet voor om een mensenleven overhoop te halen. Kortom: het waren net mensen. Tot dit wispelturige dozijn behoorde ook de smid Hefaistos, bij de Romeinen bekend als Vulcanus.

Lees verder “Hefaistos”

Twaalf Olympische goden

De Aufanische Matres (Nettersheim)
De Aufanische Matres (Nettersheim)

De oude Grieken en Romeinen vereerden de twaalf Olympische goden, heet het. Ze worden inderdaad genoemd door de dichter Hesiodos en zijn ook niet helemáál zonder betekenis, maar het is in feite maar een beetje theorie.

Vergelijk het met het rooms-katholicisme. Katholieken vereren officieel God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest, maar wie Rome bezoekt zal vaststellen dat van de ruim 280 kerken binnen de stadsmuren er twee zijn voor de heilige Drie-eenheid, één voor Jezus en een kleine vijftig voor Maria. Wie kijkt naar de bidprentjes herkent Padre Pio en de huilende Madonnina van Civitavecchia, maar geen God de Vader, Zoon of Heilige Geest. De geloofspraktijk wijkt af van de theorie.

Lees verder “Twaalf Olympische goden”