Wandtegel uit de Han-periode (Wereldmuseum, Leiden)
[Dit is het tweede van drie blogjes over de geschiedenis van China. Het eerste was hier.]
Hereniging
Het was een chaotische tijd, waarin de kleine staten onderling streden. Gaandeweg bleven er maar zeven over. Ook die voerden oorlog en de periode na 481 staat daarom bekend als de Periode van de Strijdende Staten. Officieel was er nog steeds een hoge koning, maar die had alleen in Luoyang nog iets te vertellen. Uiteindelijk won de westelijk staat Qin het conflict. Ons woord “China” is een verbastering van Qin.
Terug naar de verschillen. En dan springen de verschillen tussen de steden in het oog, zowel in het stadsbestuur als in het uiterlijk voorkomen van de steden. In het Middellandse Zee-gebied was er een lange traditie van autonoom stadsbestuur, in China was die traditie veel minder sterk en hadden de Qin doelbewust de stedelijke elites uitgeschakeld, onder andere door grootschalige deportaties.
Dat was ook zichtbaar in het uiterlijk van de steden. Romeinse steden kenden pleinen, fora, theaters, badhuizen en andere publieke gelegenheden waar de stadsbewoners konden samenkomen. De Chinese keizers en hun bestuurders moesten niets hebben van massale samenkomsten van hun onderdanen, ze waren er eerder bang voor. De enige plek aan samenkomst was de markt, er waren nauwelijks pleinen, geen grote theaters of publieke badhuizen. En er werd er afstand gecreëerd tussen bevolking en de bestuurders.
Rond het begin van onze jaartelling bestonden er twee wereldrijken: het Romeinse Imperium en het Chinese Keizerrijk onder de Han-dynastie. Samen heersten zij over ongeveer de helft van de toenmalige wereldbevolking. Beide rijken hebben zich in dezelfde periode maar onafhankelijk van elkaar ontwikkeld. Is het de moeite waard om een vergelijking te maken tussen de Romeinen en de Han? De Oostenrijkse historicus Walter Scheidel, sinds 2004 hoogleraar in Stanford, meent van wel en laat dat zien in de bundel State Power in Ancient China and Rome. De bundel bevat acht artikelen die het Romeinse keizerrijk vergelijken met het China van de Han-dynastie.
Scheidel is een pleitbezorger van vergelijkende geschiedenis (comparative history). Eén van de voordelen van het vergelijken van staten en ontwikkelingen, zoals tussen Rome en de Han, is volgens hem dat het de historicus dwingt uit de specialistische “comfort zone” te treden en nieuwe vragen te stellen. Het dwingt tot het overstijgen van (historische) disciplines en het helpt bij het identificeren van causale relaties en factoren en hoe die in verschillende omgeving verschillend uitwerken. Vergelijken is overigens geen doel op zich, maar een middel voor het stellen van vragen en formuleren van verklaringen.
Dit is een leuk nieuwtje. Leuk omdat ik niet weet wat ik ermee moet. Het Yin-Shan-gebergte ligt in China en vormt de zuidelijke begrenzing van de Gobiwoestijn. Een van de twee oostelijke takken van de Zijderoute komt erlangs. Het is al tijden bekend dat daar in de Oudheid rotstekeningen zijn gemaakt, waarvan er meer dan 10.000 over zijn.
Nu wordt gemeld dat daar ook afbeeldingen bij zijn van de paardensoort die we Arabieren noemen. Die zijn wat hoogbeniger dan de paarden uit oostelijk Azië, dus je zou je kunnen voorstellen dat er op zo’n rotstekening inderdaad een herkenbaar verschil is. Omgekeerd: het zou ook kunnen gaan om een bepaalde tekenstijl, waarin ledematen wat langer worden weergegeven, en dan wordt voor een Arabier aangezien wat in feite een gewoon Mongools paard is. De enige foto die ik heb gevonden (hierboven) is allesbehalve verhelderend. Ik ga het geloven als op de rotstekeningen twee verschillende soorten paarden zijn afgebeeld.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.