George Smith in Alexandretta

Smith

De Engelsman George Smith, die leefde van 1840 tot 1876 en dus niet heel oud is geworden, is een van de grote helden uit de oudheidkunde. Hij was, zoals dat destijds heette, afkomstig uit de werkende klasse, maar was gefascineerd door alles wat Mesopotamisch was en had zichzelf spijkerschrift geleerd. Een moeilijk schrift dat juist in deze tijd voor het eerst werd begrepen. Omdat hij er buitengewoon handig in was, kreeg hij een aanstelling in het British Museum, waar hij op een dag in 1872, werkend in de statige Arched Room, de vondst van zijn leven deed.

De scène zou zo in een film kunnen: van pure opwinding begon hij te schreeuwen, zijn kleren uit te trekken en zette het op een lopen. Ziet u het voor u? Hij rent langs de Elgin Marbles en de Steen van Rosetta, slaat linksaf, komt bij de garderobe en de ingang, nog eens linksaf, regelrecht de British Library in. Karl Marx kijkt verstoord op van zijn lectuur. Nogmaals linksaf, langs de Egyptische vondsten. Terug in de Arched Room. Collega’s slaan kleren om hem Smith heen. “Wat is er?”, vragen ze bezorgd, “wat is er?” En hij gebaart naar het kleitablet, alsof iedereen meteen zou begrijpen wat daar staat. Misschien is het niet helemaal zo gegaan, maar we moeten een goed verhaal niet dood controleren.

Lees verder “George Smith in Alexandretta” →

Een Arabische Uriabrief

Decoratie uit Al-Hira (Archeologisch Museum van Basra)

Al-Mutalammis was een pre-islamitische Arabische dichter, die verkeerde aan het hof van de christelijke koning ‘Amr ibn Hind (r.554-569) in het Iraakse al-Hīra, even ten zuidoosten van Najaf. Ook zijn neef Tarafa ibn ‘Abd was daar. Dat was een veel belangrijkere dichter, die tot vandaag de dag beroemd is gebleven, terwijl Mutalammis maar een klein oeuvre had, dat ook nog voor een groot deel handelde over zijn traumatische ervaring met koning ‘Amr en de zogenoemde Mutalammisbrief (sahīfat al-Mutalammis).

Hofdichter

Hofdichters hadden indertijd de taak de koning en diens stam te bezingen in lofdichten en diens vijanden of andere minderwaardige personen of stammen uit te schelden in scheld- of smaadgedichten. Soms liep dat echter anders: wanneer een dichter bij voorbeeld slecht gehumeurd was, een kater had, zichzelf overschatte, in ongenade viel, of als de vorst erg treuzelde met het uitkeren van eregelden werd er ook wel eens een smaaddicht op de goedgunstige heer zelf gedicht. De dichters maakten royaal gebruik van hun vrijheid van meningsuiting en scholden dat het een aard had.

Lees verder “Een Arabische Uriabrief” →

Hamlet de Deen

Runen-inscriptie: gedenksteen voor koning Sigtrygg

Eergisteren bezochten we de oude Vikingstad die in Duitsland Haithabu en in Denemarken Hedeby wordt genoemd. Ik adviseer de eerste naam te gebruiken, omdat de Deense /d/ onuitspreekbaar is.

Stad op de istmus

Het gaat om een grote, vroegmiddeleeuwse stad, omgeven door een ringwal (kijk maar), gelegen op de Deense istmus. Dat is de plek waar de afstand tussen de Oostzee en Noordzee het kortst is. De bewoners van Haithabu gebruikten ossenkarren om schepen van de ene naar de andere zee te slepen. Hier ligt ook de enorme muur die het zuiden van Jutland moest beschermen tegen de Saksen in noordelijk Duitsland, de Danevirke. Haithabu lag dus strategisch.

Enkele Vikinghuizen zijn herbouwd en er is een erg mooi, zeker te bezoeken, rustig museum, waar onder andere de oude technieken worden uitgelegd en wordt getoond tot waar handel werd gedreven: Byzantium in het verre oosten en in het westen Dorestad en de Frankische gebieden. Karel de Grote kon een muntstelsel invoeren dankzij het zilver dat hij via de Vikinghandelaren verwierf uit het Abbasidische kalifaat van Bagdad. Helemaal in het verre westen waren de Engelse steden de handelspartners van Haithabu.

Lees verder “Hamlet de Deen” →