Dacië in Assen

Portretkop uit Petetu

Ergens rond 5000 v.Chr, ontdekten de mensen van de zogeheten Gumelnița-cultuur, in het zuidoosten van het huidige Roemenië, hoe ze koper moesten bewerken. In de volgende eeuwen leerde men op de Balken ook hoe men goud smeden kon. De oudste gouden sieraden dateren, voor zover ik weet, van rond 4600 v.Chr. en komen uit de omgeving van het huidige Varna in Noordoost-Bulgarije. Dit is de tijd van de laatneolithische culturen, waaraan het Luikse Musée Grand Curtius in 2019 een heel mooie expositie wijdde. Varna kon u kort daarvoor leren kennen bij de tentoonstelling “Het oudste goud van de wereld” in Dordrecht.

Het gulden vlies

Het is geen toeval dat het edelsmeden is ontstaan aan de oostkant van het Balkanschiereiland, want er waren hier diverse metaaladers, zodat sommige rivieren rijk aan goudpoeder waren. Zoiets viel te winnen door rivierklei op een vacht neer te leggen en uit te spoelen, waardoor klompjes en poeder op de vacht bleven kleven. Wellicht is deze methode de achtergrond van de Griekse sage over het Gulden Vlies. In elk geval: al heel vroeg was er goudwinning op het oostelijke Balkanschiereiland.

Lees verder “Dacië in Assen”

Pre-proto-Italo-Kelt

Stèles als deze uit Nevsha, gevonden langs de wegen naar de koperaders, documenteren de westelijke migratie van de Proto-Italo-Kelten Nevsha (Archeologisch Museum van Varna)

De Yamnaya- of Kuilgrafcultuur, die u ergens tussen 3600 en 2300 v.Chr. moet plaatsen in wat nu Oekraïne en zuidelijk Rusland heet, geldt momenteel als de “Urheimat” van de volken die een Indo-Europese taal spreken. Daar duidt niet alleen het taalkundige maar ook het archeologische bewijsmateriaal op. Sinds een jaar of wat is er ook genetisch bewijs, waarbij ik aanteken dat veel nog onduidelijk is, dat elke onderstaande zin in feite een hypothese is en dat de vele migraties die blijken te hebben plaatsgevonden, de onderzoekers hebben verbaasd.

De Yamnaya-mensen kenden de ploeg zodat ze aan akkerbouw konden doen, maar ze hadden ook het paard gedomesticeerd en wisten hoe ze een kar moesten bouwen, zodat ze ook heen en weer konden trekken. De Yamnaya-cultuur breidde zich dan ook gestaag uit.

Lees verder “Pre-proto-Italo-Kelt”

Culturele eerstes

gobekli_tepe_05_er
Göbekli Tepe

Wie in de achttiende eeuw zou hebben gevraagd waar de beschaving vandaan kwam, zou hebben kunnen rekenen op verbaasde reacties: uit Mesopotamië natuurlijk! De Bijbel was daarover immers duidelijk: de eerste hoofdstukken van de Bijbel spelen in de Hof van Eden, op de vlakte van Sinjar en in de stad Harran. Ook de steden Babylon en Ur, die wat zuidelijker liggen, worden vermeld. De vroegste mensen hadden gewoond in Mesopotamië en waren daar hun paradijselijke superioriteit kwijtgeraakt. Uitzwervend over de wereld waren ze gedegenereerd.

Je zou in de achttiende eeuw ook een ander antwoord hebben kunnen krijgen, dat een andere definitie van beschaving veronderstelt. Sinds de Renaissance was men van mening dat het vooral Rome was geweest waar de wereldgeschiedenis een sprong voorwaarts had gemaakt. Daar was getoond hoe je efficiënt moest besturen, mooie kunst kon maken, goed kon schrijven. In de tweede helft van de achttiende eeuw ontstond een derde theorie: toen kregen de Grieken de reputatie als eersten het stadium van primitiviteit te hebben verlaten en dat der beschaving te hebben bereikt. Griekenlands voortreffelijkheid werd vooral verkondigd door J.J. Winckelmann, en ook al was zijn verklaring stapelgek, dit idee bleef nog enige tijd in zwang. Het scheelde weinig of de Griekse originaliteit zou zijn vastgelegd in de preambule van de Europese Grondwet, en dat zou dan even absurd zijn geweest als de wet waarmee Indiana de waarde van pi wilde vastleggen.

Lees verder “Culturele eerstes”