Nasotheek

nasothek_ncgMarmeren standbeelden uit de Oudheid zijn kwetsbaar. Zo’n stenen kolos hoeft maar om te vallen en er breekt iets af, en doorgaans zijn dat de uitstekende delen: de armen, benen, het hoofd. Van het gezicht lopen de neus en de kin de grootste kans beschadigd te raken.

Het ligt in de rede zo’n kunstwerk te repareren. Je kunt vaak herkennen hoe de oude Grieken of Romeinen hun beelden hebben opgeknapt, bijvoorbeeld als een rechthoekig stukje natuursteen over een breuk is geplaatst. Soms maakte men van de gelegenheid gebruik een oud beeld wat aan te passen aan de eigentijdse smaak, bijvoorbeeld door de kop te vervangen door een hoofd met een modieuzer kapsel.

Latere generaties deden niet anders. In de vroege Renaissance is menig antiek beeld aangepast om het voor een heilige te laten doorgaan. Later apprecieerde men de oude kunst als oude kunst en probeerde men de beelden in oude luister te herstellen. In Rome worden in de Palazzo Altemps kunstwerken getoond zoals barokkunstenaars ze hebben hersteld, en het is leuk dat je een door Bernini uitgevoerde restauratie er meteen uithaalt.

Ik heb er al eens eerder over geblogd dat in de loop van de twintigste eeuw de puur esthetische benadering van oudheden in onbruik raakte. Ruïnes, zo schreef ik, zijn er nu niet meer om van te genieten of om bij te mijmeren, maar worden wetenschappelijk geconserveerd.

Iets soortgelijks is gebeurd met standbeelden: de restauraties waardoor je van de kunstwerken kon genieten, zijn ongedaan gemaakt. Eigenlijk is iedereen het erover eens dat dit een goede museale praktijk is en ik geloof dat er alleen wordt gediscussieerd over de vraag of ook reparaties uit de Oudheid ongedaan moeten worden gemaakt. Voor het overige is het standaard om de beelden in hun beschadigde staat terug te brengen.

Ik weet niet of ik deze verwetenschappelijking alleen maar goed vind. Er is echt niets tegen om ergens gewoon van te genieten. Het minste wat we kunnen doen is mensen te tonen dat er ook andere methoden zijn om zaken te exposeren. Alleen al om die reden ben ik blij dat er een museum is als de Palazzo Altemps.

De Ny Carlsberg Glyptotek, het door bierbrouwerij Carlsberg beheerde sculptuurmuseum in Kopenhagen, heeft weer een andere benadering: sommige beelden worden “kaal” getoond, zoals momenteel gangbaar, andere worden getoond met de reparaties, weer andere worden getoond in de meest oorspronkelijke staat – beschilderd. En er is een vitrine waarin alle verwijderde neuzen bij elkaar staan: ook dat zijn immers stukjes sculptuur, ze horen bij de getoonde beeldhouwwerken en dus worden ze getoond.

[Dit was de zesenveertigste aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

4 gedachtes over “Nasotheek

  1. MNb

    “Voor het overige is het standaard om de beelden in hun beschadigde staat terug te brengen.”
    Mijn allereerste opwelling na lezing, direct vanuit de onderbuik, is dat dit een rare standaard is. Terugbrengen naar de oorspronkelijke staat zoals de kunstenaar het gewild en bedoeld heeft zou de standaard moeten zijn.

      1. MNb

        Ruines herbouwen is nogal bewerkelijk – hoewel de resultaten interessant genoeg kunnen zijn – maar waarom opnieuw beschilderen een bezwaar zou zijn ontgaat me. Je zou eens moeten nagaan hoeveel mensen denken dat de antieken niet schilderden omdat ze eeuwig en altijd met witte standbeelden worden geconfronteerd. Zelf weet ik dit nog niet zo lang.
        Welk verhaal witte standbeelden mij vertellen als ik niet weet dat ze ooit beschilderd waren ontgaat me ook.

Reacties zijn gesloten.