Partizanen, communisten en bunkers

Standbeeld voor Mujo Ulqinaku, Dürres

Ik houd niet van de monumenten waarmee de gevallen helden doorgaans worden geëerd. Strijdbare opschriften roepen van alles, terwijl je weet dat geen enkele sneuvelende soldaat ooit heeft gedacht aan koning of vaderland. Zo’n arme drommel verging van de pijn, zal zijn commandanten hebben vervloekt en aan zijn gezin hebben gedacht. Wat het “veld van eer” heet is een stinkende poel van zand, schroot en bloed. Dáárvoor een monument oprichten – ik begrijp waarom het gebeurt maar ken slechts een paar geslaagde kunstwerken.

Dit is er een. Het staat in Dürres en stelt Mujo Ulqinaku voor, de Albanese majoor Landzaat. Hij is gesneuveld toen de Italianen op 7 april 1939 Albanië binnenvielen.

De Italianen hadden al eens eerder geprobeerd het land te veroveren. In de zomer van 1920 waren ze echter verjaagd en Mussolini had het getypeerd als een regelrechte nederlaag. Negentien jaar later, kort nadat de Duitsers Tsjechoslowakije hadden bezet, meende de Duce dat de tijd was gekomen om de smaad uit te wissen en hij zorgde ervoor dat hij kon beschikken over 400 vliegtuigen, 22.000 soldaten en een reserve van nog eens 78.000 man. Dat is nogal veel om een land te bezetten waar op dat moment een miljoen mensen woonden en dat een leger had van 8.000 man.

Koning Zog, in de steek gelaten door de hoge officieren, besloot dat het ’t beste was het land te verdedigen waar dat nog kans van slagen had: in de bergen. De havensteden werden op die zevende april dus prijsgegeven, maar er waren honderden vrijwilligers die daar streden. Dürres had zo’n 500 verdedigers, die urenlang weerstand boden, hoewel ze slechts beschikten over jachtgeweren, pistolen, drie machinegeweren en één kustbatterij. Ulqinaku, die commandant was van het patrouillevaartuig Tiranë, wist met zijn machinegeweer tientallen Italianen uit te schakelen, tot de Italiaanse vloot zwaar geschut inzette en een einde maakte aan de strijd. Tegen het einde van de dag reden de Italiaanse tanks aan land.

Enkele dagen later capituleerde koning Zog, maar Albanese partizanen zouden zich blijven verzetten. Een deel van dit verzet kwam onder leiding van veteranen uit de Spaanse Burgeroorlog die sympathiseerden met het communisme. Ze wisten het de Italianen en later de Duitsers knap moeilijk te maken en toen de Duitsers zich eind 1944 terugtrokken, kwam de macht in handen van de communisten. De nieuwe minister-president was Enver Hoxha.

Die had één les geleerd: Albanië viel niet werkelijk te bezetten zolang het volk de mogelijkheid had terug te vechten. Een gevolg was dat het land vol werd gezet met betonnen bunkers, groot en klein, die bedoeld waren om de gehele bevolking te kunnen laten vechten als de Britten of Amerikanen of Joegoslaven het land zouden willen overmeesteren. De bunkerbouw was een absurde verspilling van kapitaal, maar in een land waar het eigenlijke leger had gefaald en de bevolking wonderen van moed had verricht, was het idee eigenlijk zo heel onlogisch niet.

Nog een laatste punt, dat eigenlijk niks met het bovenstaande heeft te maken maar dat ik toch even wil vermelden: de foto hieronder toont het machinegeweer waarmee Mussolini is gedood. De Italiaanse partizanen brachten het, toen hun na de Tweede Wereldoorlog duidelijk werd dat Italië geen communistisch land zou worden, in socialistische veiligheid bij hun broeders in Albanië, zodat het nu is te zien bij de Albanese nationale archeologische collectie.

Het wapen waarmee Mussolini is gedood (Historisch Museum, Tirana)

3 gedachtes over “Partizanen, communisten en bunkers

  1. FrankB

    “absurde verspilling van kapitaal”
    Welbeschouwd is vanuit economisch oogpunt elke cent die aan wapentuig, soldaten en legers wordt uitgegeven kapitaalvernietiging – een investering die niemand meer terugziet. De gewoonlijke rationalisering is “veiligheid”. Dat begrip is bovenal politiek en nauwelijks wetenschappelijk. Dus ik zie niet in waarom de bunkers van Hoxha absurder zijn dan de atoomwapens te Woensdrecht. Als die voorkomen hebben dat de Koude Oorlog een nucleaire werd dan hebben die bunkers voorkomen dat welk leger ook Albanië binnenviel.
    Tenzij we met twee maten gaan meten, wat onder voorstanders van bewapening altijd erg populair is geweest.

    1. Frank Bikker

      Laten we ook niet de vele schuilkelders vergeten die in de grote steden in ons land gedurende de koude oorlog waren en soms nog zijn. Enkel bij de meeste mensen was dit onbekend. Mijn diensttijd heb ik zelf in twee van deze bunkers doorgebracht als telexist .

  2. Marcel Meijer Hof

    Laten we ook nog even denken aan prins Willen von Wied, majoor Lodewijk Thomson en generaal Willem de Veer – niet zo heldhaftig misschien, maar wel curieus.

Reacties zijn gesloten.