Toerist in Sevilla

De kathedraal van Sevilla

Sevilla! Het is de laatste stad in onze Spaanse zwerftocht, want morgenochtend begint terugreis. Ik ben eind jaren tachtig hier geweest, kort na de ontdekking van de Lex Irnitana (de meest complete versie van de Romeinse gemeentewet), die hier in het museum zou zijn. Een paar dagen daarvoor had ik de plek bezocht waar de bronzen tabletten waren gevonden. Ze bleken destijds echter niet aanwezig in Sevilla, maar zouden worden geëxposeerd in Madrid. Toen ik later daar aankwam, bleek de tentoonstelling nog niet geopend. Nu ik opnieuw in Sevilla ben, is het plaatselijke archeologische museum gesloten. Dat wisten we al vóór we de reis planden, dus dit is geen teleurstelling.

Stad aan een rivier

En we hebben gewoon een leuke dag gehad. Zoals de trouwe lezers van dit narcistische winterfeuilleton weten, staat deze reis een beetje in het teken van de Oudheid en de Arabische Middeleeuwen, en daarover valt in Sevilla genoeg te zien. De stad ligt aan de benedenloop van de Guadalquivir; antieke en middeleeuwse zeeschepen konden tot hier komen. (Dit is dan ook de stad waar Christoffel Columbus vertrok.) Er was dus altijd een basis voor welvaart. De vroegste geschiedenis is onduidelijk, maar de schat van El Carambolo, die ik al eens noemde, is vlakbij Sevilla gevonden.

Lees verder “Toerist in Sevilla”

Toerist in Alicante

Alicante, Castell de Santa Bàrbara

Over Alicante, de havenstad waaraan ik deze zesde aflevering van mijn narcistisch winterfeuilleton wijd, is een hoop te vertellen. Historisch bezien gaat het om twee plaatsen: het huidige Alicante, dat ligt aan de voet van het 160 meter hoge Castell de Santa Bàrbara, en een antieke stad op een uur wandelen ten noordoosten van het huidige centrum. Deze plek heet tegenwoordig Tossal de Manises, en het gaat om een gebied van ongeveer drie hectare met een Romeins badhuis, marktplein, woonhuizen, stadsmuur en een islamitisch grafveld.

Drie namen voor twee plaatsen

De Latijnse naam voor deze plaats was Lucentum, waarin het woord lux zit, “licht”. Dat zal wel verwijzen naar een landschappelijk fenomeen dat stralend wit was. In het Grieks heette de stad, gesticht door Hannibals vader Hamilkar Barka, Akra Leukè, “de witte burcht”. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius vermeldt bovendien een fort, waarvan de naam meestal wordt weergegeven als Castrum Album, wat opnieuw “de witte burcht” betekent. Die lezing lijkt ingegeven door de betekenis van het Griekse Akra Leukè, en de aanname is dat het gaat om dezelfde plek.

Lees verder “Toerist in Alicante”

Toerist in Madrid (1)

Madrid

Een tijdje geleden, in de zomer van 2023, bezocht ik Andalusië, waar ik – in het kader van mijn reeks over Julius Caesar – het slagveld van Munda kon bekijken. Tijdens die korte reis realiseerde ik me ineens weer hoe prettig ik Spanje had gevonden bij een eerder bezoek, eind jaren tachtig. Na dat bezoek had ik mijn doctoraalscriptie gewijd aan een vergelijking van de romanisering en arabisering, maar daarna was Spanje uit mijn belangstelling verdwenen. Mocht Spanje na na 2023 nog niet voldoende op mijn netvlies hebben gestaan, dan keerde het afgelopen najaar terug, toen ik werd uitgenodigd voor het Hay Festival. De vaste lezers van deze blog hebben de laatste tijd allerlei blogjes over antiek, laatantiek en middeleeuws Spanje zien langskomen.

Gisteren zijn mijn betere helft en ik hier gearriveerd. We hebben de reis al weken geleden voorbereid, want we willen een zwerftocht maken en helaas is autohuur geen optie. Al in november hebben we dus de treinen en de bussen geboekt, zodat we konden profiteren van de korting van Black Friday.noot Ik moet toch eens opzoeken wat dat nou eigenlijk is. Het idee is dat we steden gaan bezoeken met een Romeins, Visigotisch of Arabisch verleden. We zullen zeker niet verzuimen de kathedralen te bekijken en de man die vreesde dat we naar een stierengevecht zouden gaan kijken, kan gerust zijn: die staan niet op ons programma. Ergens herneem ik mijn doctoraalscriptie over romanisering en arabisering, maar het is vooral fijn om voor het eerst in ruim zes jaar met mijn vriendin langer dan een midweek of een weekend op pad te kunnen.

Lees verder “Toerist in Madrid (1)”

Francisco Franco

Francisco Franco, dat was iemand uit mijn jeugd. In Apeldoorn, waar ik opgroeide, hingen posters met daarop een vrouw voor een garrote en het opschrift “Spanje. Adembenemend vakantieland”. Ik begreep niet goed waar dat op sloeg, maar mijn moeder legde uit dat in Spanje zwangere vrouwen ter dood waren veroordeeld. Uit het feit dat ik dit na een halve eeuw nog herinner, mag u afleiden dat ik er behoorlijk overstuur van was. Ik heb ter voorbereiding van dit blogje opgezocht wat er destijds speelde, en weet nu dat de internationale verontwaardiging waar ik in 1975 een glimp van heb opgevangen, ertoe leidde dat de doodstraf van de vrouwen niet is voltrokken en dat vijf anderen zijn doodgeschoten – meer details hier.

Franco, dat was verder de grap van Chevy Chase dat generalísimo Francisco Franco nog steeds dood was. Maar uiteraard viel er niets te lachen in een land waar het überhaupt overwogen worden kon zwangere vrouwen te binden aan de wurgpaal. Een land waar een dictator aan de macht was gekomen met een strategie die erop neerkwam dat hij zijn tegenstanders niet versloeg maar uitroeide. Een dictator die zich eerst aandiende als falangist en vervolgens, toen de As-mogendheden waren verslagen, als rooms-katholiek. Een rooms-katholicisme dat zó reactionair was dat zowel de falangisten als het Vaticaan zich ervan distantieerden.

Lees verder “Francisco Franco”

Modern Spanje

Toen ik in september Segovia bezocht, ontmoette ik Giles Tremlett, de auteur van Ghosts of Spain, het boek dat ik had willen lezen vóór ik naar Spanje reisde. Het was er niet van gekomen en ik had het boek zelfs niet meegenomen als vliegtuiglectuur. Dat ik het niet bij me had nu ik aan tafel zat tegenover de auteur, was jammer, want het is fijn als je iemand kunt complimenteren, en het is ook leuk voor een schrijver als hij “in het wild” een lezer ontmoet. In dit geval was het zelfs dubbel jammer, want dit is een boek dat schreeuwt om aanvullend commentaar. Ik had het daar in Segovia aan de auteur kunnen vragen.

Geesten uit verleden

Ghosts of Spain verscheen voor het eerst in 2006. Tremlett, correspondent voor The Guardian, zette zijn persoonlijke indrukken over zijn tweede vaderland op papier, niet heel lang nadat een vastgoedschandaal in Marbella de banden tussen openbaar bestuur, bedrijfsleven en misdaad had blootgelegd, en ook niet heel lang na de reeks terroristische aanslagen op enkele treinen naar spoorwegstation Madrid Atocha. Tremlett herkende dat in de politiek oude tegenstellingen (de “geesten” uit de titel) terugkeerden, en schreef zijn boek tegen die achtergrond. Daarop volgden de bankencrisis van 2008 en de eurocrisis van 2011, zodat Tremlett in 2o12 Ghosts of Spain opnieuw uitgaf met een extra hoofdstuk. Inmiddels schreeuwt het boek om nog een extra hoofdstuk, want we zijn alweer dertien jaar, een nieuwe koning en vier kabinetten verder. Dáár had ik Tremlett dus wel wat over willen vragen.

Lees verder “Modern Spanje”

De herinneringen van Zjoekov: Khalkhin Gol

Zjoekov ten tijde van de slag bij Khalkhin Gol (1939)

Een paar maanden geleden ben ik begonnen in de mémoires van de Sovjet-maarschalk Georgi Zjoekov, de man die in 1945 Berlijn innam en die enkele jaren later als minister van defensie verantwoordelijk was voor het neerslaan van de Hongaarse Opstand. Ik heb over mijn eerste indrukken van de meer dan duizend pagina’s tellende Herinneringen en overwegingen (1969) al eens eerder geblogd. Het is soms taaie kost en daarom vorder ik maar langzaam. Inmiddels heb ik echter toch het jaar 1939 bereikt.

Het meest intrigerende van Zjoekovs herinneringen is misschien wel de enorme trots die hij voelt op wat de Sovjet-Unie in de twintig jaar na de Revolurie heeft bereikt. Dat leidt tot dat typische volksdemocratische proza waarin de lof wordt gezongen van de industrialisering en vernieuwing van het leger: glorieuze overwinningen die werden bereikt door het eerste en tweede vijfjarenplan zoals vastgesteld door het Centrale Comité van de Communistische Partij van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken, die de grootheid bewezen van de ideeën van de Oktoberrevolutie alsmede de juistheid van de leer van K. Marx en V.I. Lenin. Een en ander uiteraard onderbouwd met de productiecijfers die dit proza zo wonderlijk maken.

Lees verder “De herinneringen van Zjoekov: Khalkhin Gol”

Partizanen, communisten en bunkers

Standbeeld voor Mujo Ulqinaku, Durrës

Ik houd niet van de monumenten waarmee de gevallen helden doorgaans worden geëerd. Strijdbare opschriften roepen van alles, terwijl je weet dat geen enkele sneuvelende soldaat ooit heeft gedacht aan koning of vaderland. Zo’n arme drommel verging van de pijn, zal zijn commandanten hebben vervloekt en aan zijn gezin hebben gedacht. Wat het “veld van eer” heet is een stinkende poel van zand, schroot en bloed. Dáárvoor een monument oprichten – ik begrijp waarom het gebeurt maar ken slechts een paar geslaagde kunstwerken.

Dit is er een. Het staat in Durrës en stelt Mujo Ulqinaku voor, de Albanese majoor Landzaat. Hij is gesneuveld toen de Italianen op 7 april 1939 Albanië binnenvielen.

De Italianen hadden al eens eerder geprobeerd het land te veroveren. In de zomer van 1920 waren ze echter verjaagd en Mussolini had het getypeerd als een regelrechte nederlaag. Negentien jaar later, kort nadat de Duitsers Tsjechoslowakije hadden bezet, meende de Duce dat de tijd was gekomen om de smaad uit te wissen en hij zorgde ervoor dat hij kon beschikken over 400 vliegtuigen, 22.000 soldaten en een reserve van nog eens 78.000 man. Dat is nogal veel om een land te bezetten waar op dat moment een miljoen mensen woonden en dat een leger had van 8.000 man.

Lees verder “Partizanen, communisten en bunkers”