Romeinse klimaatcrises

De ondergang van het Romeinse Rijk vormt welhaast een eigen literair genre. Steeds herkent een auteur in de Late Oudheid een bezorgdheid uit zijn eigen tijd en dist hij daarover een dramatisch verhaal op. Dat kruidt hij vervolgens met wat citaten van Edward Gibbon, wiens Decline and Fall (1776-1788) het beroemdste voorbeeld is van dit genre. Tot slot serveert de auteur het resultaat met een saus van apocalyptiek, want de tijdgenoten mochten de waarschuwing toch eens missen.

Het kan niet mislukken. De oudheidkundige beschikt immers over weinig bronnen – laten we zeggen twee boekenkasten vol literaire teksten en drie kasten inscripties en papyri – terwijl het archeologisch materiaal vaak ambigu is. In de Late Oudheid is het nóg minder: vooral bronnen over het christendom; weinig inscripties, munten of papyri; een afname van de archeologische vondsten. Dat is jammer, want hoe schaarser de data, hoe makkelijker ze in elke gewenste richting zijn te redeneren. De transitie van Oudheid naar Middeleeuwen heeft bovendien lang geduurd, zodat er altijd wel een periode is waarin de auteur zijn bezorgdheid ziet weerspiegeld.

Zo wilde Gibbon, die parlementslid was, waarschuwen tegen autocratie. Daarom begon hij zijn betoog in de tweede eeuw n.Chr., toen goede keizers verzuimden de Senaat – lees: een parlement – voldoende bij het bestuur te betrekken. Een oudheidkundige die hecht aan een sterke eenheidsstaat, kan zijn verhaal beginnen in de derde eeuw; wie een hekel heeft aan christenen, wijst op de doorbraak van hun geloof; wie vindt dat een overheid niet te ver moet terugtreden, selecteert de vijfde eeuw. Gelovigen in de rassenstrijd kiezen de Grote Volksverhuizingen en islamofoben nemen de zevende eeuw. Het kan allemaal, het is allemaal dramatisch, het oogt allemaal reuze gewichtig en het is allemaal in meerdere of mindere mate (on)juist.

En nu ligt er Kyle Harper’s The Fate of Rome. Het voldoet aan alle eisen van het genre. Modieuze problematiek? Inderdaad: de nieuwe, opkomende infectieziektes die alleen in 2018 al vier keer in deze krant aan de orde zijn geweest. Dramatische presentatie? Yup: het wemelt van de beschrijvingen van naargeestige van epidemieën. Citaten van Gibbon? Tot in de hoofdstuktitels aan toe. Les voor de eigen tijd? Check: de Romeinse globaliserende wereld die de wraak van de natuur begint te voelen, zo schrijft Harper, zal ons niet heel onbekend voorkomen.

Boeken als deze kunnen, zoals gezegd, niet mislukken. En inderdaad: The Fate of Rome leest als een trein. Harper heeft dan ook twee enorme troeven. Om te beginnen is zijn boek lekker breed van opzet. Samengevat komt het erop neer dat de bloeitijd van het Romeinse Rijk samenviel met gunstige klimaatomstandigheden, die rond 200 n.Chr. begonnen te veranderen. De veerkracht van de samenleving nam daardoor af en dat vormt de achtergrond voor de chaotische ondergang van het wereldrijk.

Het kreeg meer klappen. Harper wijst op de epidemie rond het jaar 165, die hij identificeert met pokken. Deze ziekte zou uit Afrika zijn gekomen, wat mede mogelijk werd doordat de Romeinen intensief handel waren gaan drijven over de Rode Zee. Een volgende epidemie, lijkend op ebola, volgde een eeuw later en kon zich eveneens verspreiden langs de handelsroutes en de superieure Romeinse wegen. Waren de gevolgen van de eerste ziekte nog beheersbaar geweest, de tweede leidde tot een diepe crisis, die maar met moeite werd overwonnen. Desondanks was de vierde eeuw een bloeiperiode, mede doordat het klimaat enigszins verbeterde.

Zoals bekend kampte het Romeinse Rijk in de vijfde eeuw met problemen die in het westen eindigden met de desintegratie van het staatsapparaat. In het oosten overleefde het echter – we spreken van het Byzantijnse Rijk – en dit keer was het een pestepidemie die, in combinatie met een klimaatomslag, alle veerkracht wegnam. De Byzantijnen waren daardoor in de zevende eeuw niet meer in staat om eerst weerstand te bieden aan een agressief Perzisch Rijk én vervolgens de Arabische invasies af te slaan.

Om dit alles te onderbouwen en te illustreren, haalt Harper uiteenlopend bewijsmateriaal aan, zodat The Fate of Rome minder een overzicht van epidemieën en klimaatverandering is dan een overzicht van de antieke cultuur. Soms laat hij echter een steekje vallen. De beschrijvingen van de christenvervolgingen na de derde-eeuwse ebola-achtige epidemie en van de Arabische expansie zijn wat kort door de bocht. Het boek zou inhoudelijk sterker zijn geweest met een team van auteurs.

Dan zouden we echter de tweede troef hebben gemist: het aanstekelijke enthousiasme waarmee één schrijver al het bewijsmateriaal presenteert. Echt nieuw is dat overigens niet: wie de afgelopen jaren het nieuws over de Oudheid een beetje heeft bijgehouden, weet wel ongeveer wat mogelijk is aan klimaatreconstructie en welke ziekten zijn geïdentificeerd. Het is echter nog nieuw genoeg om onderwerp te zijn van discussie en Harper is de eerste om te wijzen op de zwakke punten in zijn eigen betoog. Zo neemt hij de lezer mee bij het tastend zoeken dat wetenschap is.

Opmerkelijk is daarbij hoe hij twee doelgroepen verschillend bedient. Voor lezers met een oudheidkundige achtergrond legt hij uit hoe natuurwetenschappers tot hun conclusies komen. Mensen met een achtergrond in de natuurwetenschappen komen er daarentegen bekaaid vanaf: ze krijgen hun informatie over de Oudheid in hapklare brokken toegeworpen en leren niet hoe oudheidkundigen tot hun conclusies komen. Deze doelgroep zal het boek opzij leggen, versterkt in het vooroordeel dat oudheidkunde geen wetenschappelijke methode heeft.

Harper schrijft dus vooral voor mensen met een oudheidkundige achtergrond. Iets meer ambitie was wenselijk, maar degenen voor wie hij schrijft, mogen blij zijn met dit enthousiaste boek, waarin alle recente inzichten eens mooi bij elkaar zijn geplaatst.

[Oorspronkelijk in het NRC Handelsblad van 27 april 2018. Ik heb verschillende keren de vraag gekregen of ik nu positief of negatief was over dit boek. Misschien had ik inderdaad iets moeten toevoegen als “il est grand dans son genre, mais son genre est petit”.]

7 gedachtes over “Romeinse klimaatcrises

  1. René

    Helder betoog. Boeken waarin niet wordt uitgelegd hoe men tot bepaalde conclusies zijn gekomen, geven mij weinig voldoening. Dat heb ik mooi te danken aan dit blog.

  2. FrankB

    Daar gaan we weer.

    “De ondergang van het Romeinse Rijk”
    vond plaats halverwege de vijftiende eeuw, met de verovering van Constantinopel, Trebizond, Mystras en Caffa (Feodosia). Het lijkt me niet dat de oorzaken in de derde, vierde of vijfde eeuw gezocht moeten worden.
    Oh wacht. We hebben het over het geleidelijke verlies van de minder belangrijke westelijke helft. Tja, als we de vraag incorrect formuleren krijgen we natuurlijk nooit een betrouwbaar antwoord. Als ik de ondertitel lees (“End of an empire”) dan hoef ik al niet meer. Want dan weet ik zeker dat het relevantere onderwerp, het voorbestaan van de belangrijkste helft, vrolijk genegeerd wordt.

    En hoera – er alweer een contemporaine parallel! Die heet Brexit. Nou, als we de analogie doortrekken kunnen we erop vertrouwen dat de EU nog lang niet aan haar einde is.

    “Mensen met een achtergrond in de natuurwetenschappen ….”
    Het boek is dus niet voor mij. Dat komt goed uit, want ik heb al eens in het Engels een aardig boekje uit de jaren vijftig gelezen.over de desintegratie van het westelijk deel. Helaas weet ik de schrijver en titel niet meer, maar wel dat hij de probleemstelling correct formuleerde. En het was nog geen 200 blz. dik. De rol van het klimaat kwam niet aan de orde, maar wel weer in een vergelijkende studie (vanaf 10 000 BCE) van de westerse en Chinese economische ontwikkeling.

    “Deze doelgroep …..”
    Ik mag toch hopen dat vele leden hiervan hetzelfde doen als ik – geschiedkundige boeken lezen waarin dat wel gebeurt. Ik bedoel, JB Bury weerlegde het ondergangsidee al vakkundig aan het einde van de 19e eeuw. Je bon mot is erg leuk, maar wie gaat er nog een doorwrocht boek lezen over heliocentrisme? Want echt, “de ondergang van het Romeinse Rijk” is makkelijker te weerleggen dat de Platte Aarde Theorie. Nou ja, misschien moet ik daar dan eens een boekje over schrijven.

    1. Otto Cox

      Dit heeft voor mij een vrij hoog slakken-en-zout gehalte. Het boek van Harper eindigt rond 650 AD , en op dat moment is het Romeinse Rijk gereduceerd tot het gebied van het huidige Turkije, Griekenland en wat verspreide gebieden in de balkan en Italië. Het rijkste deel met Syrië, Africa en Egypte is dan verloren gegaan. Als je het eerste en het laatste kaartje in het boek vergelijkt, dan kan je echt wel stellen dat er een imperium is verdwenen, als blijft er, zoals Harper ook aangeeft, een (ernstig verarmde) staat over. En overigens kan je ook het Kalifaat beschouwen als een van de opvolgers van het Romeinde Rijk.

      1. FrankB

        Tja, als u meent dat kritiek op een incorrecte vraagstelling zout op slakken leggen is valt er weinig meer aan te doen. Geniet van uw oogkleppen.

        1. Otto Cox

          Tsja, het is natuurlijk niet verboden op de inhoud in te gaan in plaats van de discussie op te geven…
          Het lijkt mij dat de stelling verdedigbaar is dat er na 650 AD nog wel sprake is van een “(east) Roman state” maar niet meer van een “Roman Empire”. Harper probeert te verklaren hoe het komt dat een imperium van 75 miljoen inwoners dat het hele Middellandsezeegebied (en meer) omvatte in ruim 4 eeuwen veranderde in een staat met minder dan een kwart van dat gebied en minder dan 10 miljoen inwoners. Relevant genoeg lijkt mij.

  3. Otto Cox

    Een van de aangename kanten van dit boek is, dat het niet probeert één allesverklarende oorzaak voor de neergang van het Romeinse Rijk te geven. Het gaat uit van het geleidelijk aantasten van de veerkracht van het rijk door diverse oorzaken, zoals epidemiën, klimaatverandering, politieke, militaire en andere oorzaken. Dat biedt een vruchtbaarder discussie dan de vraag of danwel de volksverhuizing dan wel de decadentie dan wel het klimaat de hoofdoorzaak was. Dat neemt overigens niet weg dat zaken als klimaat en epidemiën wel degelijk een flinke rol hebben gespeeld, en dat dat in de geschiedschrijving (niet alleen van het Romeinse Rijk) te vaak onderbelicht blijft. Wat ik overigens jammer vind in het boek, is dat de crisis van de 5e eeuw er wat te oppervlakkig in aan de orde komt.
    En waar ik nog wel benieuwd naar ben is een studie op lokaal niveau om aan te geven wat een grote epidemie, zoals die ten tijde van Justinianus, betekende voor het levenen de sociale structuren in één stad. In hoeverre herstelde de handel en nijverheid, hoe hield men het bestuur en rechtspraak overheid (als dat al lukte), wat btekende het voor relgie en wereldbeel dvan de inwoners?

    1. FrankB

      “niet probeert één allesverklarende oorzaak”
      Welk een verbluffend nieuwe benadering.
      Niet.

Reacties zijn gesloten.