MoM | Nepklassieken

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, was ik dit voorjaar in Albanië en omdat we de reis eindigden in het uiterste zuiden van dat wonderschone land, was het eenvoudiger terug te vliegen vanaf Korfu dan vanuit Tirana. Op de luchthaven zag ik bovenstaande kalender. Die is fout op zó veel manieren.

Om te beginnen de selectie, waaraan vrouwen ontbreken, terwijl een Sapfo toch niet de geringste bewoner der Parnassos is geweest. “Maar we hebben van haar slechts enkele gedichten en fragmenten!” zou de kalendermaker kunnen tegenwerpen, en dat is waar. Maar weet u, van Sokrates hebben we helemaal niets, zelfs geen fragmenten, en die krijgt wel een plek. “Maar Sokrates had enorme invloed!” Ja, maar als invloed het criterium is, dan moet je toch eerder Sapfo opstellen dan Pindaros. Ik zou dan ook een Archimedes hebben verwacht. Je zou bovendien kunnen denken aan de evangelisten, de meest gelezen en vaakst vertaalde Griekse auteurs aller tijden.

Het volgende probleem zit dieper: deze kalender is een uiting van grote-mannen-geschiedenis, ofwel het idee dat cultuur wordt gevormd door enkele cruciale eenlingen. Dat is echter een volkomen achterhaalde kijk op de wijze waarop culturen functioneren. Zaken als het begrotingstekort zijn niet tot individuen te herleiden maar bestaan wel degelijk en spelen een rol bij het bepalen van de koers van het schip der staat. Het gaat dus niet alleen om individuen, cultuur wordt tevens gevormd door abstractere zaken, en die cultuur, die willen wij kennen. Wie in de eenentwintigste eeuw nog een ontologisch en methodisch individualisme aanhangt – om de jargontermen te gebruiken – is óf achtergebleven in de tijd van de stoommachine óf vol weerzin tegen een ruime eeuw wetenschappelijk onderzoek óf kalendermaker. In elk geval heeft het weinig van doen met de antieke cultuur, met onze eigen cultuur, met de relatie tussen de toenmalige en de hedendaagse cultuur, of met welke vorm van cultuur dan ook.

Maar zelfs als grote-mannen-geschiedenis niet zou zijn ingehaald door een ruime eeuw wetenschap, dan nog is het vreemd het belang van die grote mannen te reduceren tot citaten en biografieën. Bij het gymnasiumexamen (dat is opgehangen aan “examen-auteurs” en dat dus even individualistisch als negentiende-eeuws van aard is) krijgen de leerlingen tenminste nog de eigenlijke teksten te lezen en moeten ze aangeven dat ze de ideeën van die grote mannen begrijpen. Deze kalender laat zelfs dát achterwege. De makers staan in dezelfde spagaatstand ten aanzien van de antieke cultuur als die rechter waarover ik ooit blogde, die met een briefje liep met een fake-citaat: enerzijds wél het verlangen er inspiratie aan te ontlenen, anderzijds geen verlangen daar werkelijk kennis van te nemen.

O wacht – inspiratie. Krijgen we dat weer.

Natuurlijk mogen we mensen uit het verleden bewonderen en proberen in hun voetsporen te treden. Ik heb iemand gekend die, toen ze had gelezen over Albert Schweitzer, besloot tropenarts te worden en ik weiger haar keuze belachelijk te vinden. Tegelijk: dergelijke keuzes zijn individueel. Ze zijn niet waarom we als samenleving geld geven aan wetenschappers, musea en stichtingen.

Het belang van cultuur-in-het-algemeen ligt ergens anders en dat geldt dus ook voor het belang van het deelgebied dat we aanduiden als klassieken of Oudheid. In elk geval willen we er als maatschappij mee winnen aan kwaliteit.

Uiteindelijk draait het om de ideeën. Ideeën die we niet kunnen reconstrueren uit het denken van één persoon, maar die in de antieke samenleving als geheel gangbaar waren. In het stukje van gisteren wees ik erop dat de visie die Herodotos heeft op de goddelijke jaloezie, niet specifiek is voor hem; hij deelde die met zijn tijdgenoten.

In diezelfde tekst, de Historiën dus, gaat het er onder meer om dat je niemand gelukkig kunt noemen voor je weet hoe diens leven is afgelopen, en je bent geneigd dat af te doen als de scheurkalenderwijsheid die het inderdaad is, maar als je je erin verdiept ontdek je dat de Griekse notie van geluk, die niet alleen is te vinden bij Herodotos maar veel algemener bestond, meer lijkt op die van het huidige Nabije Oosten dan op de onze. Zo ontdek je dat ons geluksbegrip niet het enig mogelijke is, win je aan begrip van je eigen ideeën en worden we als samenleving wat wijzer.

Voor de archeologie geldt hetzelfde. Een archeoloog kan de limes benutten om te begrijpen dat onze eigen ideeën over de territoriale begrenzing van staten niet de enig mogelijke zijn. Zo doorgronden we onze eigen opvattingen beter en worden we verstandiger.

Zo zou het althans behoren te zijn en uiteraard ken ik de tegenwerpingen. Inderdaad, je kunt dezelfde winst aan inzicht bereiken door een tijdje in het Midden-Oosten te gaan wonen. En inderdaad, oudheidkundigen doen in de praktijk precies de dingen die ze niet moeten doen als ze de samenleving wat meer inzicht wensen te bieden. Deze kritiek snijdt hout maar ze zijn het onderwerp voor andere stukjes, die de trouwe lezer van deze blog al te vaak heeft gelezen. Vandaag ging het me alleen om het schetsen van het ideaal en om de constatering dat Griekse kalendermakers aan vliegtuigreizigers knollen voor citroenen verkopen.

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

38 gedachtes over “MoM | Nepklassieken

    1. Weet ik, maar hij heeft het voordeel dat hij algemener gemaakte fouten illustreert. Het methodisch individualisme is aan onze gymnasia nog altijd de “default option” als het gaat om culturele causaliteit. Ik noem ook niet zonder reden de limes, omdat daar de terugkoppeling op het eigenlijke doel van de bestudering van het verre verleden, de reflectie op ons eigen denken, ook uit zicht is geraakt.

  1. GeB

    Een Holland kalender op Schiphol bevat ook alleen maar mooie foto’s van: tulpen, molens, kaas en klompen. Een selectie dus van beelden van Nederland.

    1. Die vergelijking gaat mank. Zie het als volgt: wat zou je denken van een Rembrandtkalender met citaten en een biografie van Rembrandt, maar zonder de schilderijen van Rembrandt?

  2. habus

    Komt ie:…de waarheid ligt in het midden. Om een vonkje van belangstelling of zelfs enthousiasme te creëren, moet je het verhaal overzichtelijk houden. Ik keek vroeger naar Robin Hood, Ivanhoe, Ben Hur en nu heb ik 500 boeken in de kast staan (en verder een redelijk normaal leven ;-)).

    1. Nee. Wat je noemt is de eerste lijn. Daarna komt er een tweede lijn, de verdieping. Een eerste lijn zonder tweede lijn is contraproductief. En een eerste lijn mag zéker nooit verouderd zijn, aangezien niet iedereen de tweede lijn verkent.

    2. FrankB

      Kijk, dat is wellicht het verschil. Ik was vroeger net zo geïnteresseerd in vergelijkbare verhalen uit Rusland, China, India, Indonesië; van verhalen uit de Amerika’s begreep ik niet zoveel. U noemt daarentegen alleen twee Westeuropese karakters en een joods-christelijke.

      “en verder een redelijk normaal leven”
      Ongetwijfeld. Degenen die op dezelfde manier enthousiast werden als u en niet als u zich uit een verlangen een Grote Man te worden opwerpen tot verdedigers van het Avondland dat weer eens met de Ondergang zou worden bedreigd vormen echter weer een serieus probleem tegenwoordig. Pluralisme blijft een uitstekende remedie, die wellicht ook door u ondergewaardeerd wordt.

  3. FrankB

    “Natuurlijk mogen we mensen uit het verleden bewonderen en proberen in hun voetsporen te treden.”
    Slechts een kleine minderheid van natuurkundigen en natuurkundeleraren heeft Archimedes en Newton in hun originelen gelezen. Want

    “Uiteindelijk draait het om de ideeën.”
    Zelfs de grote-mannen-geschiedenis in de geschiedenis van de natuurkunde is al problematisch, omdat een hoop niet-witte en niet-mannelijke bijdragen zo vakkundig over het hoofd worden gezien. In extremo leidt dit tot nonsens als “de blanke beschaving is superieur, want natuurkunde”.
    Terwijl ik je kritiek volledig onderschrijf wil ik ook het politieke aspect blootleggen. Deze kalender is nauw verbonden, net als de 19e eeuwse grote-mannen-geschiedenis, met 19e eeuws nationalisme. Maar anno 2018 is men blijkbaar vergeten tot welke ellende dat heeft geleid. Daarom gooi ik er een lekkere Godwin tegenaan:

    Hitler en Stalin wilden ook Grote Mannen zijn.

    Wantrouw grote-mannen-verering van eigen bodem. “Het is maar een kalender” is simpelweg onjuist – door het politieke aspect is het meer dan dat: nationalistische propaganda.

  4. Griekse kalendermakers willen geld verdienen. Dus appelleren ze aan wat bij de toeristen aansluit, wat ze aanspreekt en wat ze (her)kennen. En die toeristen hebben over het algemeen nog een zeer negentiende-eeuwse kijk op geschiedenis. Tegen de tijd dat iedereen een 21e-eeuwse kijk op geschiedenis heeft leven we in het jaar 2300, westerse tijdrekening. Hoezeer je je ook ergert: bij het gewone publiek zal die discrepantie wel blijven bestaan. In een ideale wereld zou het anders zijn: perfect onderwijs, bevlogen leraren, leergierige leerlingen, genoeg geld, besturen met vooral oog voor het onderwijsbelang. Maar met de poten in de modder van de realiteit is het plaatje heel anders (Wat dat betreft geeft Jacob Krekel af en toe een verhelderend inkijkje in de praktijk van een aantal jaren terug). Het roer wordt misschien wel omgegooid, het schip draait echter maar langzaam. Inzichten doen er lang over om algemeen te ´landen´. Blijf je dus vooral vaak, luid en duidelijk ergeren. Wie weet versnelt dat het proces.

    1. FrankB

      Helemaal eens.

      “Hoezeer je je ook ergert: bij het gewone publiek zal die discrepantie wel blijven bestaan.”
      Inderdaad, als niemand zich ergert blijft het gewone publiek minstens tot in de 23e eeuw steken in een 19e eeuwse kijk :).
      Wetenschap heeft nou eenmaal een politieke component. Die Genuese brug die twee maanden geleden is ingestort is ook een natuurkundig probleem. JL doet heel erg zijn best politieke neutraliteit te bewaren en dat is lovenswaardig, maar wij zijn geen wetenschappers. Ik ben ervan overtuigd dat politieke beslissingen aan kwaliteit winnen naarmate ze wetenschappelijk beter geïnformeerd zijn. Daaruit volgt dat de wetenschapper die zich niet publiekelijk ergert aan desinformatie (zoals deze kalender) zijn/haar verantwoordelijkheid.verwaarloost.

    2. Het politieke aspect waar FrankB over schrijft speelt zeker een rol. De kalendermaker is in zijn jeugd vermoedelijk doordrenkt met een nationalistisch geschiedenisbeeld waarin ´Grote Mannen´ nadrukkelijk de hoofdrol spelen en vrouwen braaf zitten te spinnen, of weven, bij het haardvuur. Die doen in die visie dus niet mee. Je hebt gelijk: deze kalender is op vele manieren ´fout´. Maar fout of niet, het wereldbeeld erachter gaat er nog steeds in als zoete koek.

      1. Dat zie je zo vaak, zoals bij de klucht rond het Nationaal Historisch Museum. Dat was bedoeld om de nationale identiteit te versterken, een negentiende-eeuws en politiek idee. Om die reden waren alle historici natuurlijk ook massaal tegen en moest de gemeente Den Haag de bereden politie inzetten om al die demonstrerende historici ervan te weerhouden de Tweede Kamer te bestormen uit woede over deze aantasting van de wetenschappelijke neutraliteit. Om die reden zijn de archeologen momenteel ook zo luidruchtig tegen het opgraven van het skelet van Van Oldenbarnevelt.

        1. Jeroen

          Zou Johan überhaupt nog te vinden zijn, in die verrommelde Hofkapel?

          Overigens vinden veel mensen het grafschennis, terwijl het toch zijn persoonlijk geliefden waren (zijn vrouw en kinderen) die het begraven in de Hofkapel als een grote schande beschouwden; zij wilden hem (en hebben dat veelvuldig besmeekt) in zijn eigen Berkel begraven zien.

  5. Frans

    Frank, je hebt waarschijnlijk zonder het te weten Donald Trump geciteerd: wetenschap heeft een politieke component. Dat zei de Don vandaag (of gisteren wegens tijdverschil tussen Amerika en hier) toen hij beweerde dat klimaatverandering weliswaar bestaat, maar ook vanzelf wel weer overgaat. En als er iemand is de bewijst dat het geloof in grote mannen nog springlevend is, is hij het wel.

    1. Johan overduin

      Nee,Frans,De Don had het niet over een politieke component van de wetenschappers.Wie kan dat helemaal ontkennen.Hij sprak over een politieke AGENDA.Dat laat vooral zien hoe hij de wetenschap ziet en dat is pas beangstigen.

  6. Blijft open de vraag: hoe dan wel? Hoe komen nieuwe inzichten, die over het algemeen genuanceerder zijn dan de oude, terecht bij degenen die je wilt bereiken? Als zelfs politici scoren met negentiende-eeuwse denkbeelden gaat dat nog een hele dobber worden. Beginnend bij het basisonderwijs: kinderen in die leeftijd hebben behoefte aan duidelijke ijkpunten. En die ijkpunten laten over het algemeen weinig ruimte voor nuance. Die moet er door de onderwijzer (mag dat nog? Of moet ik leraar zeggen?) worden ingebracht. En die onderwijzer weet vaak zelf niet van de hoed en de rand. Er is nog een lange weg te gaan.

    1. Het is niet zo ingewikkeld hoor. De universiteiten krijgen geld genoeg en ook NWO eist dat 5% van de budgetten wordt gebruikt voor een professionele voorlichting. De know-how hebben we ook allang. De universiteiten moeten gewoon de burger serieus nemen en een drielijns-voorlichting opzetten. De musea geven het goede voorbeeld al.

    2. Dirk

      Alvast deze onderwijzer probeert die nuance aan te brengen, geholpen door dit blog. Omdat het mijn dada is, geef ik de geschiedenislessen (al mag ik dat zo niet noemen) aan onze drie vijfde leerjaren. De onderwijstijd die voor geschiedenis voorzien is door methodes is trouwens belachelijk kort. Leve de pedagogische vrijheid!

      1. Je bedoelt: op zichzelf gericht met weinig aandacht voor de samenleving? Dat zien we de laatste tijd vaker. Niet zo´n best plaatje… Des te pijnlijker omdat het geld voor de universiteit uiteindelijk voor een groot deel door diezelfde samenleving wordt opgebracht.

        1. Yup. Het is in laatste instantie een moreel probleem: een instelling die geld krijgt voor een bepaalde taak, die maar ten dele uitvoert, en daarmee wegkomt doordat ze zichzelf mag controleren dankzij de academische vrijheid. Die is op zich een goede zaak, maar heeft een schaduwkant en die is te donker, te zwart geworden nu slechte informatie zich sneller verspreidt dan goede informatie (die op betaalsites ligt).

  7. Roger van Bever

    1. Even over kalenders. Dat is de laatate tijd ‘big business’ gworden. Binnenkort tref je in alle boekhandels weer hele tafels gevuld met scheurkalenders aan over de meest diverse onderwerpen. De inspiratiebronne zijn schier eindeloos. Zie: https://www.bol.com/nl/l/kalenders-kalenderjaar-2019/N/25307+4275547519/filter_N/31255/?view=list
    Een fenomeen waaraan ik me zeer erger!
    2. Herodotus zit terecht de laatste decennia in de lift. Historicus, ethnograaf en anthropoloog tegelijkertijd. Zijn intentieverklaring geeft hij al in Boek I, hoofdstuk 5
    Alleen zou ik je willen vragen hoe jij zijn digressies zoals die over Croesus, Gyges en Kandaulus, Polykrates, enz. literair zou willen kwalificeren. Persoonlijk zie ik er ook een zeker moralisme in.

  8. Johan overduin

    Nu we toch met ergernissen bezig zijn.In de “Ideeengeschiedenis” (mijn specifieke interessegebied)zie je ook nog steeds bij een groter publiek de obsessie met Grote Denkers.
    Zo is langszamerhand de”Verlichting” gekaapt door allerlei politieke amateurs,die spreken over “de invloed van het verlichtingsdenken” zonder enige reflectie wat daaronder verstaan moet worden.Helaas is de houding van academische historici vaak”:laat ze maar kletsen”

  9. Theo Joppe

    Als we de lijn even doortrekken: je hebt dus óók ernstige bezwaren tegen de “mooie jonge priesters” kalender van het Vaticaan (in het trotse bezit van één mijner dochters), omdat daarin de fijnere puntjes van Aquinas niet in worden uiteengezet en wetenschappelijk bediscussieerd, noch de onfeilbaarheid van de paus ex cathedra?
    Er is zoiets als genreverschillen…

    1. Dat zijn geen mooie jonge priesters maar fotomodellen in kazuifels, dat om te beginnen. Voor zover ik weet zijn die kalenders nep.

      Maar als de RKK zou besluiten zich te presenteren met alleen eerstelijnsvoorlichting en zonder verdieping, tja, dan zou ze er niet van moeten opkijken als mensen wegliepen. Gelukkig voor de kerk denkt zij wél over een rustige opbouw van de kennis en beperkt ze het niet tot een eerste lijn, maar kent ze ook een tweede en een derde lijn.

      1. Jeroen

        Heeerlijk.. die beroepsdeformatie/rooskleurige blik op Den Menschheid…

        Wellicht ben ik een pessimistische zuurpruim.. maar het idee dat mensen weglopen bij gebrek aan verdieping… ahum… één of twee vakgenoten, misschien.
        Hoe vaak moet de grote massa nog bewijzen geen verdieping te willen? Geen kennis te willen vergaren?

        De gemiddelde mens denkt veel minder na dan menig academicus denkt; men zou schrikken als men in het hoofd van de gemiddelde mens zou kunnen kijken.

        Voor iedereen die nog vertrouwen in de mensheid heeft; ga volgende zaterdag gewoon eens op de markt staan, en vraag aan een zo groot mogelijke groep mensen: “wat was eerder; de middeleeuwen of de Romeinse Tijd”…gewoon die vraag, meer niet.
        .. je huilt jezelf twee dagen later nog in slaap.

        Slaaptip? Kijk eens een fijne “flat earth” video op Youtube 🙂

    2. FrankB

      Kunnen genreverschillen propaganda voor de Platte Aarde rechtvaardigen? Nee? Waarom dan wel voor achterhaalde geschiedkunde?

      1. Theo Joppe

        Ik weet niet of je hier een beetje zit te trollen, of dat je dit echt meent.Gezien je voorbeeld denk ik het eerste. Maar los daarvan vrees ik dat je het begrip “genre” niet begrijpt, en dan houdt het een beetje op als je teksten op hun waarde wilt schatten.
        Een kalender is een kalender, en dit lijkt me een heel aardige voor het vliegveld van Korfu. Jona zat wel te klagen over het gebrek aan vrouwelijke auteurs, maar wat hebben we daarvan over? Een paar regels, en het waren er sowieso niet veel. Ik was al heel blij dat Pindarus is opgenomen. Want laten we nou eens eerlijk zijn: wie op dit blog heeft die, met Sophocles vermoedelijk de beste dichter uit de Oudheid, ooit in het origineel gelezen? Dat zullen er niet veel zijn.

        1. Henk Smout

          Het deed mij deugd hier dat kernbegrip ‘genre’ te lezen. ‘De viris illustribus’ is een literair genre, al sinds de Oudheid.

  10. Cornelia Blimber

    Als iemand mij op de markt zou overvallen met die vraag, zou ik zeggen: de Middeleeuwen waren er natuurlijk eerst! die zaten vol met bijgeloof, en er was geen cultuur! de donkere eeuwen! En toen kwamen de Romeinen met een grote beschaving en later in die tijd kwamen de christenen en toen werd het heidense bijgeloof uit de Middeleeuwen afgeschaft”.
    Jawel! de ondervrager zou er een aangenaam gevoel van superioriteit aan overhouden. Iedereen tevreden.

Reacties zijn gesloten.