Hesiodos’ Theogonie

Of Hesiodos een historisch personage is, staat te bezien, maar dat heeft antieke beeldhouwers er niet van weerhouden zijn portret te maken. Deze mooie kop is in het British Museum, Londen.

Een tijdje geleden blogde ik over een boek over Noordse mythologie. Er was iets vreemds aan de hand met dat boek, want de auteur gaf eerst aan dat de verhalen ooit los van elkaar verteld waren geweest, waarna ze het materiaal doodleuk presenteerde als één groot samenhangend narratief, te beginnen met de scheppingsmythologie en dan via wat mythen over goden naar de sagen over de helden van weleer. Ik constateerde dat de schrijfster het IJslandse materiaal had gepast in de mal van de Griekse mythologie. Een prokroustesbed.

Eigenlijk is dat niet helemaal waar. Ook de Grieken vertelden hun verhalen als losse eenheden. De Odyssee toont hoe dat moet zijn gegaan als we horen hoe een bard tijdens een banket een verzoeknummer krijgt te horen: vertel over het Trojaanse Paard! In elk geval bij dat diner werd maar één verhaal voorgedragen. Wat ik eigenlijk had moeten schrijven is dat de Griekse mythologie en sagen, hoe die ook werden doorgegeven, een samenhangend geheel vormden en dat we deze samenhang kennen. De sleutel is één tekst, de onweerstaanbare Theogonie van Hesiodos, waarvan net een prettige Nederlandse vertaling is verschenen van de hand van classicus Ronald Blankenborg.

Een fijne oude tekst en ook fijn vertaald. Wat betreft de tekst: die biedt een overzicht van alle goden en godinnen die Hesiodos kende, gestructureerd zoals in Enuma Elisj, en ze heeft de eigen schoonheid die een opsomming kan hebben. Wij vinden dat genre wellicht een tikje saai, maar we kunnen de traditie volgen van het late derde millennium v.Chr. tot vér in de Middeleeuwen, en steeds gold de opsomming als teken van betrouwbaarheid, dus het zal ook Hesiodos’ publiek wel hebben geïnteresseerd. Trouwens, wie heeft er nog nooit vol ontzag gekeken naar een encyclopedie?

In zijn opsommingen gebruikt Hesiodos soms korte standaardformules die hem helpen om binnen het ritme te blijven. Als hij bijvoorbeeld de godin Hera wil noemen en nog wat lettergrepen over heeft, noemt hij haar dus “Hera met gouden sandalen”, ongeacht of die sandalen in de tekst een functie hebben. Homeros kon het op soortgelijke wijze hebben over goedgebouwde, zwartwangige en holle schepen. In feite zijn zulke epitheta dus stoplappen, maar ze dragen bij aan het gracieuze karakter van de tekst. Opnieuw: misschien vinden wij het wat saai, maar nog in de negentiende eeuw wisten variétéartiesten wel raad met dit soort sierlijk gebabbel.

De poëzie van Hesiodos, geschreven in een versmaat die niet leek op het ritme van het alledaagse Grieks, moet de toenmalige luisteraars hebben bevreemd maar juist doordat ze zo wonderlijk klonk, kreeg ze een status als gezaghebbend. Het is hetzelfde mechanisme waarmee de “oplezing” die de Koran is, is gaan gelden als geïnspireerd. Blankenborg probeert dat bevreemdende effect enigszins te handhaven met ritmisch proza en een soms wat tegendraadse woordvolgorde. Ik neem een willekeurige passage die u maar even hardop moet voorlezen.

Zee werd de vader van Nereus, een eerlijke zoon en het oudste kind van de godheid. Ze noemen de oude man Nereus, omdat hij feilloos en vriendelijk overkomt zonder de geldende normen ooit te vergeten, en goede, oprechte bedoelingen koestert.

Ook kreeg hij [Zee] Thaumas en, samen met Aarde, die hem ooit gebaard had, dappere Forkys en Keto, bekend om haar stralend gezicht, en wrede Eurybië: hard als van staal is het hart in haar borstkas.

Nereus op zijn beurt werd vader van vele godinnen, zijn dochters, met zijn bevallige vrouw in het zilte, oneindige water. Zij was een kind van de allesomvattende Wereldzee: Doris.

U merkt dat dit bepaald geen obscure of hermetische poëzie is. De Theogonie is toegankelijk genoeg.

Ik vermeld dit omdat ik denk dat de lectuur van dit gedicht, ook al bestaan al die goden niet en ook al is het weinig afwisselend, wel degelijk zin heeft. Mythen zijn immers vertellingen die niet zijn gebaseerd op wat we zouden kunnen aanduiden als objectieve feiten. Er is althans geen manier om te toetsen of Keto ooit bekend heeft gestaan om haar stralende gezicht. De namen, de verbanden, de ideeën die Hesiodos beschrijft, borrelden bij hem op en ze vertellen misschien iets over onszelf, over onze diepste ziel, over onze afgrondelijkste angsten en over onze meest verheven drijfveren. Doen alsof onware verhalen geen waarde hebben is een venster sluiten dat uitzicht biedt op een voor-rationeel deel van wie we zijn. Noem het voor mijn part reptielenbewustzijn.

Tot slot dit. Eigenlijk is deze tekst een goed argument waarom je, als je het Grieks niet meester bent, antieke mythen beter kunt lezen in een vertaling dan in een navertelling. In een navertelling introduceert de verteller immers aspecten uit de eigen wereld. Je kunt de afgrondelijkste angsten aanduiden als een depressie en dat maakt een antieke tekst voor even begrijpelijk, maar juist door het te vangen in de kaders waarmee wij dingen begrijpen, verliezen we de mogelijkheid antieke mythen te benutten om iets te ervaren van ons voor-rationele zelf.

(De ironie dat ik dit schrijf in Nederlandse woorden en dus ook weer vang in onze eigen begrippen, ontgaat me niet.)

Ik ken een grootvader die zijn dyslectische kleinzoon uit de Ilias laat voorlezen, omdat het pientere jongetje dan echt moet lezen en niet kan voordragen wat hij denkt dat er moet staan. Ikzelf heb het verhaal van Bellerofon eerder dit jaar voorgelezen aan een Groep 2/3 van de basisschool. Nooit klagen de kinderen over de vreemde woorden: ze herkennen de schoonheid, vinden de herhalingen leuk en genieten van hun eigen verbazing. Kortom: ik kan u slechtere kerstcadeaus toewensen dan deze mooi vertaalde Theogonie.

7 gedachtes over “Hesiodos’ Theogonie

  1. jan kroeze

    Kinderen vinden voorlezen leuk, dat is onderhand wel duidelijk. Maar om daar direct schoonheid, herkenning en verbazing aan te koppelen gaat mij wat te ver.

    1. Verhalen zijn zeer waardevol voor kinderen, ook oude, onware en “moeilijke” verhalen. Mits goed geschreven of verteld kunnen ze verbazing veroorzaken, herkenning bewerkstelligen en gewoon mooi zijn. Ik ben verhalenverteller en vertel vooral vaak mythen aan pubers en jongere kinderen. Die oude “reptielenbrein”-verhalen, zoals Jona ze noemt, spreken kinderen op een of ander heel basaal niveau aan. Ze gaan over heel herkenbare emoties en dilemma’s. Ze geven een heleboel context voor je eigen emoties en dilemma’s. En daarom moeten we ze blijven vertalen, hertalen, herschrijven, voorlezen en vertellen.

Reacties zijn gesloten.