Senkamanisken

Koning Senkamanisken met de dubbele uraeus-slang, die symbool staat voor de heerschappij over Nubië én Egypte

Het bovenstaande portret stelt koning Senkamanisken voor, die van pakweg 640 tot 620 v.Chr. regeerde over Nubië. Als u de kop herkent, is het vermoedelijk omdat het Drents Museum dit beeld gebruikt om reclame te maken voor de expositie over het oude Nubië. Er zit een verhaaltje aan vast.

Zoals ik al eens eerder vertelde, heersten de koningen van Nubië een tijd lang – laten we zeggen van 740 tot 667 – ook over Egypte. De twee rijken hadden veel gemeen, dus heel vreemd was het niet. Het paste ook redelijk in de gedeelde kosmologie, waarin de dingen eigenlijk pas in orde waren als ze met z’n getweeën voorkwamen: een aantredende farao verenigde de twee rijken, waarmee meestal Beneden- en Boven-Egypte waren bedoeld, al was de vereniging van oorsprong die van Hierakonpolis en Naqada (gesymboliseerd door de witte hedjet-kroon en de rode deshret-kroon), en ook al kon de vereniging in wijdere zin ook slaan op de oostelijke en de westelijke oever van de Nijl of op het vruchtbare en het dorre land. Of op Egypte en Nubië. Dit laatste was in elk geval hoe de Nubiërs de universele twee-heid graag uitlegden en daarom droeg de koning, zoals u hierboven ziet, twee uraeus-slangen op zijn diadeem.

De Nubische koningen van Egypte werden door de Assyriërs uit Egypte verjaagd. Ze bleven heersen in het zuidelijke rijk. In Egypte trad de Zesentwintigste Dynastie aan en een van de vorsten, koning Psamtek II, wendde zich in 593 v.Chr. naar het zuidelijk koninkrijk. Zijn leger bereikte de Nubische hoofdstad Napata, gelegen bij de heilige berg Barkal. Hier troffen Psamteks manschappen de standbeelden aan van tien koningen met op hun diadeem dubbele uraeus-slangen – heersers dus die claimden dat ze ook regeerden over Egypte. Het waren Taharqo, Tanwetamani, de Senkamanisken die u hierboven ziet, Anlamani en Aspelta, samen met enkele onidentificeerbare brokstukken en enkele koninginnen.

Voor de heerser van Egypte was dit onaanvaardbaar en de soldaten sloegen de beelden kapot. Daar bleef het niet bij: de brokstukken werden ook begraven. Sterker nog, ze werden begraven in verschillende kuilen, om er zeker van te zijn dat niemand de beelden ooit zou herstellen. Nog sterker: de resten werden in de kuilen gegooid met allerlei verbrand materiaal en as. Veel symbolischer kan het niet.

In 1916 vond de Amerikaanse archeoloog Reisner, over wie ik al eens blogde, de brokstukken in twee kuilen terug. Een soortgelijke groep is gevonden in 2004 en vindt u hier. En momenteel wordt een van de beelden uit 1916 dus gebruikt als poster voor een expositie. Dat is eigenlijk vrij goed gekozen: zoals archeologen die beelden uit de grond haalden en weer samenvoegden, zo probeert de Assense expositie de Nubische cultuur uit een Egyptisch perspectief te halen en weer samen te voegen tot wat ze eigenlijk was.

[Dit was de 300e aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

PS

Het afgelopen jaar werd duidelijk dat vijf Dode Zee-rol-fragmenten vals waren en dat is nu ook vastgesteld voor de Artemidorospapyri. Toevallig recenseerde ik net een boek dat over die materie ging; de bespreking stond vandaag in het NRC Handelsblad. Zie ook dit artikel.

5 gedachtes over “Senkamanisken

  1. jan kroeze

    Beeldenstorm, iets van alle tijden dus. Wanneer was de eerste vraag ik me af. Grotten met tekeningen zijn bewaard gebleven, maar zijn ze dit allemaal, zijn er ook die vernield zijn door rivalen? Zou ik willen weten, is daar iets over bekend?

  2. Senkamanisken? Wie had zo’n grote duim dat die deze niet uit te spreken naam bedacht. Onze hele geschiedenis is een bij elkaar gefantseeerde illusie ben ik bang.

Reacties zijn gesloten.