In memoriam Simone Mooij-Valk (3)

Alexander (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Vandaag twee jaar geleden overleed Simone Mooij-Valk. Voor het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 2016/2017 mocht ik haar levensbericht schrijven. Het aardige van zo’n tekst is dat je, meer dan in een necrologie in een krant, ruimte hebt om iets over iemand te vertellen. Bij dezen een iets aangepaste digitale versie, waarvan het eerste deel hier is.]

De Grieks-Romeinse wereld

PhilostratusHet leven van Apollonius van Tyana was Simones laatste en langste vertaling. Ze begon ermee in 2010 en het boek lag eind 2013 al in de winkels. De auteur leefde in een tijd die weleens wordt aangeduid als ‘crisis van de derde eeuw’. Die naam suggereert meer problemen dan er feitelijk zijn geweest, maar het intellectuele leven was zeker aan verandering onderhevig. De oude religieuze culten kregen bijvoorbeeld concurrentie van ‘heilige mannen’: charismatische, rondzwervende intellectuelen over wie de wonderlijkste verhalen de ronde deden. De verering van Jezus van Nazaret is het bekendste voorbeeld, maar de pythagoreïsche filosoof Apollonius van Tyana is een goede tweede.

Nu was Philostratus meer bellettrist dan filosoof. Over Apollonius’ ideeën maakt hij ons niet veel wijzer, maar over het literaire leven van de Romeinse tijd des te meer. Het leven van Apollonius van Tyana is een van de sprankelendste teksten uit die periode, vol verre reizen – India, Ethiopië, Andalusië – en geestige observaties over vulkanisme, parelduikers, tirannie, brahmanen, de juiste woordkeuze, de jacht op slangen en de getijden. Philostratus lardeert zijn verhaal met literaire verwijzingen en verrassende woordkeuzes als ‘grazende leeuwen’. Het leven van Apollonius van Tyana is daarmee niet de toegankelijkste tekst uit de Oudheid, maar biedt wel een staalkaart van de klassieke cultuur op het moment dat deze de vorm begon te krijgen waarin wij haar kennen. Dit alles maakte Philostratus’ boek tot een lastig vertaalproject én tot Simones knapste werk.

In het verlengde hiervan ligt het Droomboek van Artemidoros van Daldis. Er waren destijds allerlei waarzeggers, ingewandenlezers, astrologen en andere futurologen die de mensen van advies dienden. Artemidoros was een van hen: een droomduider die in de door Simone vertaalde tekst de fijne kneepjes van het vak uitlegde aan zijn zoon. De tekst heeft weinig diepgang maar illustreert menig facet van de antieke cultuur. Wie droomt dat hij wordt gekruisigd, mag in zijn handen wrijven, want het betekent dat je zult worden verheven en dat iedereen naar je zal opkijken. Een man die van een bordeel droomt zal sterven, want bordelen en de dood zijn de dingen die mannen met elkaar gemeen hebben. Wie droomt dat een ziener een voorspelling doet, moet letten op het soort waarzegger: in principe zijn de voorspellingen van gedroomde zieners onbetrouwbaar, tenzij je droomt van waarzeggers die bekendstaan om hun integriteit, zoals droomduiders. Zulke onbedoeld grappige passages maakten dat deze vertaling, die vermoedelijk Simones minst bekende is, weleens het project zou kunnen zijn geweest waaraan ze met het meeste plezier heeft gewerkt.

In 1999 verscheen de Anabasis van Arrianus, die de Nederlandse titel meekreeg Alexander de Grote. De auteur, een vriend van keizer Hadrianus, biedt niet alleen het indrukwekkende verhaal van een succesvolle militaire campagne, maar behandelt ook de wijze waarop Alexander zijn wereldrijk organiseerde. Veldslagen en belegeringen komen aan de orde, maar ook logistiek, topografie, diplomatie en bestuurlijke benoemingen.

In haar inleiding legde Simone uit hoe elegant Arrianus zijn stof ordent. Alexander was bepaald niet de stralende veroveraar waar men hem wel voor houdt. In een dronkenmansroes doodde hij eens een van zijn beste vrienden, hij liet tegenstanders doodmartelen, executeerde zijn pages en gelastte de terechtstelling van falende bestuurders. Als Arrianus het allemaal chronologisch zou hebben verteld, zouden dit soort negatieve zaken, die ook naar antieke maatstaven onacceptabel waren, steeds zijn teruggekomen en het beeld hebben bepaald. Daarom plaatste Arrianus een groot deel hiervan in één digressie, zodat niemand kon beweren dat hij informatie had achtergehouden maar het ook geen Leitmotiv werd. Simone was goed in het herkennen van dit soort manipulatie. Ondertussen sprak haar aan hoe Arrianus, die sympathie had voor de stoïcijnse wijsbegeerte, vrijmoedig aangaf dat de vleiers die Alexanders daden goedpraatten, hem gevaarlijker verwondden dan zijn vijanden. Ze vroeg zich af of Hadrianus dat had gelezen en wat hij ervan zou hebben gedacht.

Een geheel andersoortig vertaalproject betrof The Marble Faun van de Amerikaanse auteur Nathaniel Hawthorne, een roman uit 1860 die zich voor een belangrijk deel afspeelt in Rome en in de negentiende eeuw wel werd gebruikt als een soort reisgids. Een geïllustreerde editie leek haar wel wat en het speet haar dat ze er nooit een uitgever voor wist te vinden. De vertaling is dan ook onvoltooid gebleven maar illustreert haar liefde voor de Amerikaanse en Engelse letteren. Wie haar en Hans bezocht, zag in de woonkamer altijd wel ergens de New York Review of Books of de Times Literary Supplement liggen.

[Wordt vervolgd]

4 gedachtes over “In memoriam Simone Mooij-Valk (3)

  1. FrankB

    “Die naam suggereert meer problemen dan er feitelijk zijn geweest.”
    ?!
    Geldontwaarding, gebrek aan stabiel bestuur, voortdurende barbaarse invallen, driedeling van het Rijk – hoeveel problemen wou je nog meer hebben? Misschien iets voor een blogstukje.

Reacties zijn gesloten.