Hollands joden en christenen (3)

Bethanië, waar Johannes de Doper Jezus zou hebben gedoopt

Het einde der tijden

Wat was het vroegste christendom wél? In elk geval speelde een rol dat de gelovigen meenden te leven in de Eindtijd. De kernboodschap van Jezus’ mentor Johannes de Doper was dat de Dag des Oordeels nabij was en dat niemand gered zou worden, tenzij hij tot inkeer was gekomen én zijn rituele reinheid had hersteld door middel van onderdompeling in een rivier. Dat herstel van de rituele reinheid is significant: het duidt op de verwachting van een zeer nabij einde. (Als het einde op een onbepaald moment in de verre toekomst zou zijn, heeft een voorbereiding als deze immers niet zoveel zin.) Jezus nam deze boodschap over. Dale Allison noemt in Constructing Jesus (2010) eenendertig verschillende uitspraken in de canonieke evangeliën en een tweeëndertigste in Thomas. Elk op zich kan niet-Jezus-echt zijn maar cumulatief is dit overdonderend bewijs dat de messias, de Twaalf, de apostelen en de leerlingen naar Jeruzalem kwamen met de verwachting van een grote ommekeer.

Ook Paulus verwachtte het einde, net als zijn leerlingen en andere vroege gelovigen. In de Tweede Brief van Petrus horen we de spottende verwijten die ze te horen kregen. “Nou, waar blijft ’ie? Hij had toch beloofd terug te komen?”

Deze eindtijdverwachting is voortdurend in het christendom aanwezig geweest, bijvoorbeeld bij de groep die zou worden getypeerd als “montanisten” door degenen die later de dominante stroming binnen het christendom zouden zijn. Die dominante stroming kreeg in de vierde eeuw n.Chr. maatschappelijke posities zonder weerga en de bisschoppen hadden er geen belang meer bij te erkennen dat er andere opvattingen waren over de toekomst van de kerk. De eindtijdverwachtingen raakten in de geschreven bronnen op de achtergrond en werden – in het geval van het montanisme – afgedaan als betreurenswaardig misverstand.

Tom Holland volgt zijn bronnen weer tot op de letter, zonder na te denken over hun gebrek aan representativiteit. Hoewel hij de eindtijdverwachtingen hier en daar noemt, blijft deze dimensie hoofdstukken lang onderbelicht, zodat ze, als hij is aangekomen bij het einde van de zesde eeuw, ineens uit de lucht komen vallen. Een echte verklaring daarvoor biedt hij niet. (Hij rept van een epidemie. Waarom eerdere epidemieën niet hetzelfde gevolg hadden, legt hij niet uit. A verklaart B maar waarom A niet ook andere Bs verklaart, laat hij in het ongewisse.) Het idee is echter voortdurend aanwezig geweest in het continuüm van joodse en christelijke ideeën.

Culturele appropriatie

Er zijn, zoals gezegd, diverse visies mogelijk op het vroege jodendom en op de invloed daarvan op het christendom. Holland volgt vrijwel steeds een christelijke visie op dat vroege jodendom. Op zichzelf keur ik dat niet af. Christenen zijn niet dom en hun visie op hun eigen verleden moet serieus worden genomen. Maar het is slechts één visie. Wie, zoals Holland, beweert historicus te zijn, moet zijn netten wijder werpen.

De auteur van Dominion verkoopt een christelijke visie op het jodendom alsof dat geschiedenis zou zijn. Knollen voor citroenen. Sterker: door te stellen dat het idee van een godgeworden mens nieuw was, door het jodendom te reduceren tot de overgeleverde bronnen, door jodendom en farizeïsme gelijk te stellen, door de joodse wortels van de ideeën van Eirenaios  te negeren, door de joodse wortels van de martelarencultus te verdoezelen en de apocalyptische ideeën te presenteren als laatantieke christelijke innovatie, schrijft Holland consequent aan het christendom toe wat in feite het erfgoed is van het voorrabbijnse jodendom.

Het schijnt dat Holland Dominion niet beschouwt als geschiedenis van het christendom maar als poging te duiden waar onze ideeën vandaan komen. Een soort genealogie van de moraal. Ik weet niet of hij zijn doel bereikt met culturele appropriatie – christelijk noemen wat in feite voorrabbijns joods is. Ook laat zijn zelftypering de vraag open waarom hij zichzelf typeert als historicus en waarom zijn uitgever iets wat in feite inspirational literature is of op zijn best apologetiek, aanduidt als geschiedenis. De NUR-code is in elk geval niet 680 (“Geschiedenis algemeen”) of 694 (“Cultuur- en mentaliteitsgeschiedenis”) maar, zolang er geen NUR-code is voor de twee relevante genres, 707 (“Geloofsopbouw”) of 712 (“Zending en evangelisatie”).

15 gedachtes over “Hollands joden en christenen (3)

    1. Eerst de reeks afmaken. En dan eens bedenken hoe ik het zó kan brengen dat het er iets mee wordt gedaan. Trouw is gewoon heel slecht in het oppikken van dit soort signalen.

  1. Debby Teusink

    “..door te stellen dat het idee van een godgeworden mens nieuw was…” Ik wil even aanhaken op bovenstaande. Dat een mens god kon worden mag dan aanwezig zijn geweest binnen bepaalde stromingen in het Jodendom, ook dit vroege Jodendom bevond zich niet in een vacuüm. Binnen de polytheïstische godsdiensten was dit een breed gedragen idee, als het vroege christendom zich zou hebben kunnen laten inspireren door dit fenomeen, waarom andere Joodse sekten niet ook?

  2. A. Harmens

    Mijn indruk is dat apostolische successie (de opvatting dat bisschoppen de rechtmatige opvolgers van de apostelen zijn) in de tijd voor 400 vooral als argument gebruikt wordt om conflicten tussen christenen zelf te beslechten. Ireneus en Basilius zeggen eigenlijk iets als “wij zijn de ware christenen, want wij kunnen een lijstje met bisschoppen overleggen”. Je zou inderdaad ook een parallel kunnen trekken met de ellenlange geslachtsregisters in het OT en NT.

    1. Dat is in elk geval hoe e.e.a. in Eusebios functioneert en ik durf wel aan dat het bij Irenaios ook zo was.

      Overigens wil ik als kanttekening plaatsen dat ik wel begrip heb voor het streven naar een vorm van orthodoxie als de alternatieven montanisme, martelaarschap en Markion zijn.

      1. A. Harmens

        Met de laatste zin kan ik wel instemmen. Aan de andere kant, orthodoxie is natuurlijk een relatief begrip. Ireneus (sorry ik gebruik de Latijnse benamingen) verdedigde de ketterse Quartodecimanen tegenover paus Victor I, tenminste, als zijn in Basilius’ kerkgeschiedenis overgeleverde brief echt is. Wat Basilius betreft, die was vanuit 5e-eeuws perspectief ook een (semi-)Ariaanse ketter. Het is niet zo gemakkelijk om christendom of orthodoxie in een paar simpele wezenskenmerken te vatten. Net zo moeilijk als het Jodendom, zoals je in deze topics wel duidelijk maakt.

        1. FrankB

          Wanneer toegepast op de kerk van de Vierde en Vijfde Eeuw betekent orthodoxie iets anders dan op het Nederlandse protestantisme.

    2. FrankB

      Daar wil ik graag aan toevoegen dat zij en anderen, gegeven hun tijd, plaats en cultuur alsook hun doelstellingen bepaald goed werk hebben afgeleverd.

  3. Marcel Meijer Hof

    Als humoristisch bedoelde kanttekening deze: ‹ De kernboodschap van Jezus’ mentor Johannes de Doper […] onderdompeling in een rivier. › In het huidig neoliberaal licht dat heden ten dage overal schijnt, is dit niet dan als een krachtige reclame-uiting voor Yahya zelf te beoordelen !

    Hoewel, de waarheid is een diamant met veel facetten.

  4. FrankB

    “maar cumulatief is dit overdonderend bewijs”
    Ook het gene-principe bevestigt dit. Het is altijd amusant dit aan Jezysmythologen voor te houden: als een viertal of meer auteurs (van de Canonieke Evangeliën) hadden besloten een mythe uit de dikke duim te zuigen, waarom hebben ze er dan bij vermeld dat Jezus en zijn club een spoedig Einde ter Tijden verwachtten? Na minstens drie, vier decennia na de kruisiging was het wel duidelijk dat het op zich liet wachten. Het was heel wat gemakkelijker geweest voor de kakelverse religie om het vaag ergens in de toekomst te plaatsen.
    Toch deden ze hetzelfde als nog maar een paar geleden de Amerikaanse malloot Harold Camping. En dan krijgen we ook nog eens

    “Nou, waar blijft ’ie? Hij had toch beloofd terug te komen?”
    Dat is een vraag die ik ook graag mag stellen.
    De eenvoudigste verklaring is uiteraard dat de messias-pretendent de voorspelling inderdaad deed en zijn latere fans eerlijk genoeg waren haar op te schrijven.

    “poging te duiden waar onze ideeën vandaan komen”
    Leuk en aardig, maar op dezelfde manier kun je ook een boek schrijven genaamd How Judaism shaped the Western Mind, How Celtic/Germanic Paganry shaped the Western Mind of How Ancient Greek Thinking shaped the Western Mind. Dat schiet dus niet op. Positivisme is één ding, kersenplukken diskwalificeert.

  5. Martin

    Als we het over de eindtijd hebben, dan komt de begintijd ook in beeld.

    https://www.statenvertaling.net/bijbel/joha/1.html

    “In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God”.

    Er was niets, er was alleen het Woord. Als je daarover nadenkt dan heb je geen idee wat het betekent. Men dacht lang geleden ook al dat het een keer moest zijn begonnen. Dan maar een Woord terwijl er alleen een Niets is. Dus “Dit was in den beginne bij God”, het Woord moest wel “ergens” zijn. Er zit wel een zekere logische consistentie in dit soort beweringen.

    1. Frans

      Maar er is pas een Woord als er iemand is om het uit te spreken en iemand om ernaar te luisteren. Zo bekeken wordt het een kip en ei discussie.
      PS: ik dacht eerst echt even dat het over joden in Holland zou gaan!😉

      1. FrankB

        Logos betekent niet hetzelfde als woord. U en ik associëren het met uitspreken en luisteren (hé, ik heb een mooie titel voor nog een boek: How Physics shaped the Western Mind!) maar dat lag anders toen Genesis geschreven werd.

Reacties zijn gesloten.