Wat is een krokotta?

Een Tasmaanse tijger (Sheffield, Tasmanië)

Wie een antieke tekst leest en stuit op een woord dat hij niet kent, zal hetzelfde doen als wie in een Nederlandse tekst een vreemd woord tegenkomt: het woordenboek erop naslaan. Maar wat als de lexicograaf het ook niet weet? Neem het dier dat in de Romeinse Keizertijd de krokotta heette.

Ktesias en Strabon

De eerste mij bekende vermelding is van Ktesias, een Griekse schrijver die een tijd aan het Perzische hof verbleef en nogal wat over India vertelt. Voor het goede begrip zeg ik er even bij dat de Grieken op dat moment het verschil tussen India en Afrika niet kenden. Wat wij beschouwen als twee landen werd bij hen bewoond door één volk, de donkere Ethiopiërs. Toen de mannen van Alexander de Grote later de Indus zagen, dachten ze dat het de Nijl was. Ook zeg ik erbij dat Ktesias niet altijd even goed onderscheid maakt tussen de harde feiten en vertelsels die hij aan het hof heeft gehoord.

Lees verder “Wat is een krokotta?”

Gladiator II

(© 2024 Paramount)

Er is een nieuwe oudheidkundige film in de bioscoop, Gladiator II. Of, zoals de makers het niet ongeestig spellen, GladIIator. Deel één ben ik ooit samen met classica Simone Mooij wezen kijken en we liepen destijds de bioscoop uit met het gevoel dat de film precies dat bood wat ook de mensen destijds naar het amfitheater bracht: het geweld. En anders dan bijvoorbeeld de films van een Sam Peckinpah (Straw Dogs of Cross of Iron) had Gladiator daarover niets te melden. Het geweld was er en dat was dat. Dat is niet erg, maar de overeenkomst tussen Romeins en hedendaags amusement frappeerde Simone en mij.

En nu dus Gladiator II. Een journalist belde me gisteren met de vraag wat ik ervan vond. Nou daarvan vond ik niks, want ik had die film nog niet gezien en ik had er ook geen tijd voor. Maar had ik een quote? Nou nee, ook die had ik niet. Maar ik had wel een antwoord. Namelijk dat historici beter geen oordeel over historische films kunnen geven.

Lees verder “Gladiator II”

In memoriam Simone Mooij-Valk (4)

Ploeger (Gevelsteen, Stoofsteeg, Amsterdam)

[Vandaag twee jaar geleden overleed Simone Mooij-Valk. Voor het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 2016/2017 mocht ik haar levensbericht schrijven. Het aardige van zo’n tekst is dat je, meer dan in een necrologie in een krant, ruimte hebt om iets over iemand te vertellen. Bij dezen een iets aangepaste digitale versie, waarvan het eerste deel hier is.]

Een energieke oude dag

Simones literaire activiteit beperkte zich niet tot vertalingen. Van haar artikelen is ‘Het afscheid bij de poort’ (in de in 1998 verschenen bundel Receptie van de klassieken X) vermeldenswaard. Ze beschrijft hierin hoe een van de bekendste scènes uit de Ilias – Hektor neemt afscheid van zijn vrouw Andromache en zijn zoon Astyanax – bleef terugkeren in de latere literatuur. Het aardigst is dat Simone oppert dat het soldatenliedje Lili Marleen weleens een van de jongste takken aan deze boom kan zijn. Zulke speelse observaties waren typerend voor haar.

Lees verder “In memoriam Simone Mooij-Valk (4)”

In memoriam Simone Mooij-Valk (3)

Alexander (Antikensammlung, Berlijn)

[Vandaag twee jaar geleden overleed Simone Mooij-Valk. Voor het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 2016/2017 mocht ik haar levensbericht schrijven. Het aardige van zo’n tekst is dat je, meer dan in een necrologie in een krant, ruimte hebt om iets over iemand te vertellen. Bij dezen een iets aangepaste digitale versie, waarvan het eerste deel hier is.]

De Grieks-Romeinse wereld

PhilostratusHet leven van Apollonius van Tyana was Simones laatste en langste vertaling. Ze begon ermee in 2010 en het boek lag eind 2013 al in de winkels. De auteur leefde in een tijd die weleens wordt aangeduid als ‘crisis van de derde eeuw’. Die naam suggereert meer problemen dan er feitelijk zijn geweest, maar het intellectuele leven was zeker aan verandering onderhevig. De oude religieuze culten kregen bijvoorbeeld concurrentie van ‘heilige mannen’: charismatische, rondzwervende intellectuelen over wie de wonderlijkste verhalen de ronde deden. De verering van Jezus van Nazaret is het bekendste voorbeeld, maar de pythagoreïsche filosoof Apollonius van Tyana is een goede tweede.

Lees verder “In memoriam Simone Mooij-Valk (3)”

In memoriam Simone Mooij-Valk (2)

Marcus Aurelius

[Vandaag twee jaar geleden overleed Simone Mooij-Valk. Voor het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 2016/2017 mocht ik haar levensbericht schrijven. Het aardige van zo’n tekst is dat je, meer dan in een necrologie in een krant, ruimte hebt om iets over iemand te vertellen. Bij dezen een iets aangepaste digitale versie, waarvan het eerste deel hier is.]

Stoïcijnen en epicureeërs

Alle antieke Griekse en Latijnse literaire teksten bij elkaar, dat is ongeveer twee of drie boekenkasten vol. Iedereen zal daarin selecteren en Simone koos na haar pensioen niet voor de teksten die ze op school met haar leerlingen had gelezen. Haar eerste liefde was het Latijn en ze was voornemens Boëthius’ Vertroosting van de filosofie te gaan vertalen. Omdat net in die jaren echter een andere Nederlandstalige uitgave verscheen kwam dit plan te vervallen, maar nu viel haar oog op het Griekstalige werk van Marcus Aurelius, die van 161 tot 180 na Chr. keizer was van het Romeinse Rijk. Ivo Gay, destijds directeur van uitgeverij Ambo, wilde haar vertaling graag uitgeven en nadien verschoof haar belangstelling steeds verder naar ander Griekse proza uit de Romeinse keizertijd. ‘De tweede eeuw’, zou ze later zeggen, ‘dat is mijn eeuw.’

Lees verder “In memoriam Simone Mooij-Valk (2)”

In memoriam Simone Mooij-Valk (1)

Simone Mooij-Valk

[Vandaag twee jaar geleden overleed Simone Mooij-Valk. Voor het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 2016/2017 mocht ik haar levensbericht schrijven. Het aardige van zo’n tekst is dat je, meer dan in een necrologie in een krant, ruimte hebt om iets over iemand te vertellen. Bij dezen een iets aangepaste digitale versie.]

Het was een mooie zomeravond en we waren in Rome, in de villa van de Renaissance-kardinaal Bessarion. Stoere stenen muren, een geur van mediterrane kruiden en een elegante portico, waar kaarsen brandden. ‘Je zou op zo’n veranda willen zitten,’ grapte Simone, ‘en dan een gesprek voeren over de onsterfelijkheid van de ziel.’

Het was Simone Mooij-Valk ten voeten uit. Ze kon de klassieke literatuur – in dit geval een stereotype scène uit de filosofische dialogen – relativeren met een grapje, maar die klassieke literatuur was wel voortdurend aanwezig in haar leven. Grieks en Latijn waren voor haar niet slechts twee talen die zo ooit had gestudeerd. Evenmin vormden ze alleen het schoolvak dat ze op het Groningse Praedinius Gymnasium doceerde. De klassieken waren iets dat haar leven vormde, dat ze voorleefde en dat ze met een kwinkslag in perspectief kon zetten. Een relativering die voortkwam uit een enorme kennis, gebaseerd op driekwart eeuw ervaring.

Lees verder “In memoriam Simone Mooij-Valk (1)”

Dag Simone

Simone Mooij-Valk

Of ik nog even een boek wilde meenemen uit Amsterdam. Het ging over hellenistische filosofie. Momenteel was het bij de Athenaeum-boekhandel op voorraad. Daar had ze het nog vorige week op een stapeltje zien liggen. Ze zou me ervoor betalen als ik eenmaal in Groningen was.

Natuurlijk wist ze dat ik het boek tijdens de twee uur durende treinreis zou doorbladeren, het interessant zou vinden en het een paar dagen later opnieuw zou kopen, maar dan voor mezelf. En dan bleek het buitengewoon boeiend te zijn. Die hellenistische ethische stelsels, daar zit een bepaalde praktische wijsheid in. Je kunt er iets mee.

Nu ik dit schrijf, bedenk ik dat het toch wat vreemd is dat ze dat boek niet een week eerder zelf had meegenomen. Had ze een slimme manier verzonnen om, zonder schoolmeesterachtig over te komen, mij een leestip te geven? Misschien, maar ik denk van niet. Ze was vrij uitgesproken over wat ze waardevol vond, wist dat ik haar suggesties serieus nam en hoefde me niet indirect te helpen aan een interessant boek.

Lees verder “Dag Simone”

Marcus Aurelius’ levensfilosofie

Marcus Aurelius (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Dit kun je wel zeggen van de mens en zijn leven: de duur ervan is een stip, de materie veranderlijk als stromend water; zijn waarneming is vaag, zijn lichaam bestemd om uit elkaar te vallen en tot ontbinding over te gaan, zijn ziel dolend, zijn lot ondoorgrondelijk, zijn reputatie niet op een redelijk oordeel gegrond. Kortom, al het lichamelijke is als een rivier, al het geestelijke droom en illusie. Het leven is een strijd en een verblijf in een vreemd land, en roem bij het nageslacht is vergeten worden.

Wat kan ons dan een veilige doortocht geven? Enkel en alleen de filosofie. En die bestaat erin de god in je binnenste ongeschonden en ongedeerd te bewaren, boven gevoelens van genot en pijn te staan, niets zomaar te doen, niet te liegen en te huichelen, het niet nodig te hebben dat een ander iets doet of laat. En verder, wat je overkomt en toebedeeld wordt te aanvaarden, omdat je weet dat het daarvandaan komt, vanwaar je zelf gekomen bent.

En bovenal, de dood in vredige gezindheid af te wachten, in de overtuiging dat die niets anders is dan het uiteenvallen van de elementen waaruit ieder levend wezen is samengesteld. Als er voor de elementen zelf niets angstaanjagends is in het voortdurend overgaan van de ene toestand in de andere, waarom zou je dan opzien tegen de verandering en het uiteenvallen van het geheel? Dat is toch volgens de natuur en wat volgens de natuur is, is nooit slecht.

Marcus Aurelius, Persoonlijke notities 2.17; vert. Simone Mooij

Hondengraf

Hondengraf (Archeologisch museum Antalya)
Hondengraf (Archeologisch museum Antalya)

De bovenstaande sarcofaag, in 1998 gevonden in Termessos, lijkt in alles op een normale sarcofaag: een vierhoekige grafkist, een deksel in de vorm van een tempeldak. Er zijn er duizenden van. Alleen al in Tyrus in Libanon zijn er honderden.

Deze sarcofaag is alleen een stuk kleiner dan gewoon. Dat is logisch, want het is het graf van een hond. Het grafschrift is links te lezen, met veel moeite. Gelukkig heeft het Archeologisch Museum van Antalya in Turkije, dat behoort tot mijn absolute favorieten, een goede epigraaf in dienst gehad die de elf regels ontcijferde en concludeerde dat het een gedichtje was van in feite zes hexameters. Alleen het begin is moeilijk te ontcijferen.

Lees verder “Hondengraf”

Koptische feniks

Feniks (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Had ik in mijn reeks museumstukken al eens iets uit het Amsterdamse Allard Pierson-museum genoemd? Ik weet het niet, maar in elk geval de bovenstaande feniks is er te zien. Ze is op een grafsteen gehouwen door Koptische christenen in Egypte. Een vogel die uit de dood kan opstaan, dat was voor gelovigen en mooi symbool van de verrijzenis van Christus.

De feniks wordt voor het eerst genoemd door de Griekse dichter Hesiodos, die voorrekent dat deze vogel 972 keer zo oud wordt als een mens. Een kwart millennium later vertelt de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos dat de feniks eens in de vijfhonderd jaar naar Heliopolis in Egypte kwam vliegen om zijn vader te begraven. Het verhaal dat wij kennen, dat de feniks aan het einde van zijn leven zichzelf verbrandt om uit zijn as te herrijzen, is jonger. Ik heb de oudste vermelding ervan niet kunnen vinden, maar het wordt in elk geval vermeld door de Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere, een van de invloedrijkste schrijvers uit de Oudheid.

Lees verder “Koptische feniks”