MoM | Je leest nooit slechts één tekst

Salamis

De zeeslag van Salamis vond plaats op 29 september 480 v.Chr. en de slag bij Marathon vond tien jaar eerder plaats. Over de maand waarin dat laatste gevecht plaatsvond, augustus of september, valt een boom op te zetten, maar over het jaar bestaat geen twijfel.

Beide gevechten zijn namelijk te dateren aan de hand van de magistraten in wier ambtsjaar de gebeurtenissen plaatsvonden. Marathon vond plaats toen Fainippos archont was, lezen we bij Ploutarchos, bij Aristoteles en in de inscriptie die bekendstaat als Marmor Parium, terwijl Salamis plaatsvond ten tijde van Kalliades, aldus Diodorus van Sicilië. Salamis valt bovendien te dateren aan de hand van een zonsverduistering enkele dagen later. Voeg nog toe dat Thoukydides weet dat er tien jaar tussen beide veldslagen verstreek en je hebt echt een sterk verhaal.

Vreemd is het dus niet dat elke tekstuitgave, elk commentaar en elke vertaling van Herodotos 490 v.Chr. vermeldt als datum voor de slag bij Marathon en 480 v.Chr. als het jaar van Salamis. Het is immers correct. Alleen: het staat helemaal niet bij Herodotos. Loop maar mee.

Ik noem het jaar waarin Xerxes zijn westelijke residentie Sardes verliet en naar Griekenland ging even 480. (Eigenlijk rekenden de Grieken van zomer tot zomer, dus het jaar is eigenlijk 480/479, maar dat maakt nu even niet uit. Laten we gewoon doen alsof elke zomer een nummer heeft.) Herodotos’ noemt vóór Xerxes’ vertrek nog een winter (in 7.37). Het voorafgaande jaar is dus 481 en Herodotos identificeert dat als het jaar waarin de Perzische koning aan zijn veldtocht begon: in de loop van het vijfde jaar, schrijft hij in 7.20, na vier volle jaren van voorbereidingen op de Griekse expeditie. Dat zijn dus de jaren 482, 483, 484 en 485.

Het jaar dáárvoor was Xerxes in Egypte om een opstand te onderdrukken (486; 7.7) en het jaar dáárvoor overleed Darius en volgde Xerxes zijn vader op (487; 7.7). Nog een jaar verder terug kwam in Egypte in opstand (488; 7.1), en dat jaar volgde op drie jaar voorbereidingen na de slag bij Marathon, drie jaren waarvan Herodotos zegt dat heel Azië op zijn kop stond (489, 490, 491; 7.1). Hieruit volgt dat Herodotos’ jaar van Marathon 492 was.

Een deel van de vergissing is simpel te verklaren. Uit allerlei spijkerschriftteksten weten we dat Darius overleed tussen 17 en 30 november 486. Het is aannemelijk dat Xerxes in 485 in Egypte was, dat de vier voorbereidingsjaren 484, 483, 482 en 481 waren, en dat het vertrek van Xerxes dat Herodotos in 481 plaatst in feite in 480 viel. Herodotos heeft, zo lijkt het, informatie gehad over Xerxes’ vertrek en heeft die informatie in zijn verslag geplaatst in Perzië en vóór de winter van 481/480, terwijl het in Sardes en na die winter had moeten zijn.

Voor het andere deel van de vergissing zijn ook simpele verklaringen. Zo kunnen de drie jaren voorbereidingen na de slag bij Marathon “inclusief geteld zijn”. Dat wil zeggen dat het beginjaar wordt meegeteld. De drie jaren zijn dan 490 ofwel het jaar van Marathon zelf, en verder 489 en 488, waarna het jaar van de Egyptische opstand 487 is. Deze verklaring voelt ongemakkelijk omdat Herodotos de jaren tussen de dood van Darius en Xerxes’ vertrek uit Sardes niet inclusief telt.

Een andere oplossing, al meer dan een eeuw geleden geopperd door W.W. How en J. Wells uit Oxford, is dat de drie jaren niet compleet waren. Dit is eigenlijk hetzelfde als het vorige. Weer een andere oplossing is dat de Egyptische opstand niet in een apart jaar moet worden geplaatst, maar viel in hetzelfde jaar als Darius’ dood. Dit zou mijn voorkeur hebben want het gebeurde in het oude Perzië wel vaker dat het sterfbed van een koning leidde tot een opstand.

Ik weet niet wat de precieze oplossing is maar het probleem is niet dramatisch en er zijn plausibele verklaringen. Maar er zijn wel twee andere dingen op te merken. De eerste is dat we in dit geval tenminste informatie hebben om Herodotos te controleren. Zouden we geen conflicterende informatie hebben gehad, dan zouden we Herodotos’ datering gewoon hebben overgenomen: testis unus testis nullus.

Het andere punt is dat er niet zoiets bestaat als een tekst “zomaar” lezen. De lezer is niet een onbevangen waarnemer die informatie tot zich neemt. Hij krijgt allerlei andere informatie met de tekst mee. Wie een hedendaags commentaar erbij pakt, wordt niet eens gewezen op het probleem: er staat gewoon dat de ene gebeurtenis in 490 en de andere gebeurtenis in 480 plaatsvond. In noten worden de door Herodotos genoemde drie en vier voorbereidingsjaren zonder nadere uitleg geïdentificeerd (voorbeeld). Dat dat niet is wat Herodotos schrijft, en dat we de interpretatie van Herodotos aanpassen aan andere auteurs, wordt er zelfs niet meer bij verteld. In feite is dit overigens niet anders dan met woorden: als een auteur een woord één keer gebruikt, kijken we in het woordenboek en zien we de betekenis, die vermoedelijk is afgeleid uit wat andere auteurs schrijven.

Cortomo: nix aan de handa. Maar het is toch zinvol er eens op te wijzen dat het lezen van een tekst in feite een vrij complex proces is waarbij impliciet allerlei andere teksten steeds aanwezig zijn.

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

3 gedachtes over “MoM | Je leest nooit slechts één tekst

  1. FrankB

    “nix aan de handa.”
    Toch wel. Er bestaat volgens mij verschil tussen de weergave van een originele tekst en onze eigentijdse weergave van de gebeurtenissen die in die tekst beschreven worden.
    Vergelijk maar weer eens met Sir Isaac Newton en zijn Principia Mathematica. Elk modern tekstboek met een Newtoniaanse beschrijving van ons Zonnestelsel verwerkt latere aanpassingen ivm planeten die in de 17e eeuw nog niet ontdekt waren. Maar het zou hoogst merkwaardig zijn om het in een vertaling van de historische tekst te doen voorkomen alsof Newton weet had van de voorspelde planeet Neptunus en de niet voorspelde ex-planeet Pluto.
    Op die manier verliezen we het besef van de problemen waar de toenmalige briljante geesten mee te kampen hadden.
    Vind ik.

      1. Alleen de ouwetjes die nog ouderwets en gedegen onderwijs hebben genoten. En als ik Jona’s volgende ‘stukje in mineur’ lees, zijn wij zo’n beetje de laatsten.

Reacties zijn gesloten.