[Dit is het tweede en laatste blogje over de Cyrenaica.]
Een tijd zonder geschiedenis
De Perzen veroverden Egypte in 525 v.Chr. en lijken daarna de Cyrenaica te hebben onderworpen. Uit de Historiën van Herodotos van Halikarnassos zouden we afleiden dat het gebeurde rond 513, maar zoals zo veel dateringen is ook dit jaartal niet zo zeker als het lijkt. Het is onduidelijk of de Achaimeniden daadwerkelijk de regio hebben beheerst: ze lag immers ver weg. Het is in elk geval waarschijnlijk dat de Cyrenaica haar zelfstandigheid herwon toen koning Xerxes de perifere rijksdelen opgaf. In elk geval moeten de steden van de Cyrenaica na de onafhankelijkheid van Egypte in 404 autonoom zijn geweest.
Een Perzische ruiter verslaat een Griekse soldaat (Staatliche Münzsammlung, München)
In het vorige blogje introduceerde ik de Griekse geschiedschrijver Ktesias, en vertelde ik dat aan zijn betrouwbaarheid sterk wordt getwijfeld. Dat heb ik niet echt toegelicht, dus ik bied nu een becommentarieerd overzicht van zijn Geschiedenis van de Perzen.
Assyrië, Babylonië en Medië
Dat werk begint met drie boeken over de geschiedenis van wat Ktesias aanduidt als Assyrië. En daarmee verraadt hij dat hij staat op de schouders van de door hem bekritiseerde Herodotos van Halikarnassos, die met deze naam verwijst naar zowel Assyrië als Babylonië. De verklaring kan alleen maar zijn dat beide voormalige koninkrijken in Achaimenidisch Perzië behoorden tot dezelfde bestuurseenheid, maar het is absurd om het terug te projecteren op de eerdere geschiedenis. Ktesias volgt Herodotos in zijn vergissing, en wat hij presenteert als geschiedenis is grotendeels legendarisch.
[Dit is het derde van vijf korte blogjes over Lycië; het eerste was hier.]
Ik liet u in het vorige blogje achter met de Perzische verovering van Lycië (landkaart), rond het midden van de zesde eeuw v.Chr. Na Xerxes’ mislukte expeditie naar Griekenland maakten de Griekse steden in Azië zich onafhankelijk, en ook enkele Karische en Lycische havensteden sloten zich aan bij de nieuwe Atheense alliantie, die was gericht tegen Perzië en Sparta.
Dit suggereert dat deze Lyciërs ongelukkig waren met de Perzische heerschappij, maar het is ook mogelijk dat een Atheens leger hun tot overgave heeft gedwongen. We weten zeker dat de Atheense admiraal Kimon rond 468 v.Chr. in de regio actief is geweest; ik blogde al eens over de slag bij Eurymedon. Er moeten echter meer soortgelijke expedities zijn geweest, die we niet kennen doordat we zo weinig bronnen hebben.
De Perzische satraap van Cilicië (Pergamonmuseum, Berlijn)
[Tweede van drie blogjes over Cilicië, het zuiden van het huidige Turkije; het eerste blogje las u hier.]
Een nieuw koninkrijk
In 612 v.Chr. veroverden de Babyloniërs en de Meden de Assyrische hoofdstad Nineveh. Hilakku, zoals Cilicië op dat moment nog heette, herwon meteen zijn onafhankelijkheid. Vanuit de hoofdstad Tarsos regeerde de Syennesis, zoals de vorst werd genoemd, over zowel het vlakke oosten als het bergachtige, rauwe westen en noorden. De titel van de heerser is de Griekse weergave van het Luwische suuannassaì, wat zoiets wil zeggen als “aan de hond gewijd”. Zoals u al vermoedde heeft het niet ontbroken aan speculaties over de betekenis.
De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos vermeldt de eerste ons bekende Syennesis. Die zou, samen met ene “Labynetos” uit Babylon (waarschijnlijk de latere koning Nabonidus), in 585 v.Chr. als neutrale bemiddelaar de onderhandelingen hebben geleid over een vredesverdrag tussen enerzijds koning Alyattes van Lydië en anderzijds Kyaxares, de leider van de Meden. (Misschien herinnert u zich mijn blogje, twee maanden geleden, over de vreemde veldslag tussen deze twee volken.) De vermelding van deze Syennesis bevestigt dat Cilicië rond 585 onafhankelijk was en niet behoorde tot het Babylonische Rijk van koning Nebukadnezar.
Zeg Griekenland en mensen denken aan Athene en Sparta. De eerste associatie zal zelden Korinthe, Milete of Argos zijn, of Syracuse of Kyrene. Of Thebe. Terwijl die laatste stad heel belangrijk is geweest. Het misschien wel beste bewijs is dat de eigen sagen van Thebe niet alleen bewaard zijn, maar algemeen Grieks erfgoed zijn geworden. We kennen de verhalen over Dionysos, Oidipous, Antigone en de Zeven tegen Thebe bijvoorbeeld uit Atheense toneelstukken en afbeeldingen uit de hele Griekse wereld.
In de archaïsche tijd was Thebe dus een culturele trendsetter. De dichter Pindaros was een Thebaan en er waren filosofen. En Thebe was een machtige stad, die deelnam aan de kolonisatie en de omliggende steden organiseerde in de zogeheten Boiotische Bond.
Het vorige stukje eindigde met de constatering dat het Erechtheion de locatie is van enkele Atheense mythen. Daardoor heeft het gebouw niet alleen een bijzonder plattegrond maar zijn er ook hoogteverschillen (tot wel drie meter) tussen de verschillende muren. Het gebouw staat namelijk op de noordelijke helling van de Akropolis.
Het complex kan opgesplitst worden in vier ruimtes:
Een van de historische personages die op deze blog het meest frequent wordt genoemd, is Alexander de Grote. Hij was koning van Macedonië en ik heb op deze blog over dat koninkrijk eigenlijk geen enkele informatie. Omdat ik er toch geregeld naar verwijs, plaats ik maar eens een reeks van zeven blogjes over Macedonië.
Macedoniërs en Grieken
Om te beginnen: Macedonië is in de twintigste eeuw van tijd tot tijd een omstreden thema geweest. Daarop kom ik in het laatste blogje terug. Toch is het op zich niet ingewikkeld. Het Macedonische kerngebied is het vlakke landschap ten noorden van de heilige berg Olympos. Hier lag de oude hoofdstad Aigai en in Dion, even verderop, vonden religieuze plechtigheden plaats voor de god Zeus. De Macedonische stammen en hun Griekse zuiderburen hadden een vergelijkbare cultuur en vereerden dezelfde goden. Er waren tevens taalkundige overeenkomsten, want de Macedoniërs spraken behalve hun eigen taal ook een Grieks dialect, het zogeheten Noordwest-Grieks.
Elite-soldaten uit Achaimenidisch Perzië in uitgaanstenue (Louvre, Parijs)
[Vierde van zes blogs over Achaimenidisch Perzië, dat tussen het midden van de zesde eeuw v.Chr. en 330 heel het Nabije Oosten verenigde. Het eerste deel is hier.]
Tijdens de regering van Artaxerxes I bereikte de agressie van de Atheners een hoogtepunt. Zij behandelden hun bondgenoten inmiddels als onderdanen, maar konden de andere Grieken alleen geloofwaardig beheersen als ze af en toe oorlog voerden tegen de Perzen. Nu en dan vielen ze daarom havens in het imperium aan. Artaxerxes I ging een stap verder dan Xerxes. De Perzen moesten de Yauna verdeeld houden – welnu, verdeeldheid viel te zaaien. Uit de kluizen van Persepolis betaalde de grote koning goud en zilver aan Sparta, een Griekse stadstaat die op voet van oorlog verkeerde met Athene. Toen ook de Griekse stad Thebe zich aansloot bij de coalitie, begrepen de Atheners dat ze hun hand overspeelden en in 449 zegden ze Artaxerxes toe niet te zullen interveniëren in zijn invloedssfeer.
Verdeel en heers
Hoewel de Griekse bronnen anders suggereren, was Perzië heer en meester van de wereld. Toen Athene zich niet aan de gemaakte afspraak hield en in 414 steun verleende aan een opstandeling in het Perzische rijk, Amorges, begon koning Darius II opnieuw subsidies te betalen aan de Spartanen, die daarop de Atheners versloegen, hun stad in 404 innamen en een einde maakten aan de anti-Perzische politiek.
De Perzen ontdekten echter al snel dat de westelijke barbaren onverbeterlijk waren: Athene mocht dan zijn verslagen, nu begon Sparta het imperium te bestoken. Eerst leverde het staatje huurlingen – Xenofon was een van hen – aan de Perzische rebel Cyrus, daarna deden de Spartanen openlijk een inval in Achaimenidisch Perzië. De grote koning zegde daarop steun toe aan de Atheners, en toen die groep Yauna weer te machtig werd, hevelde hij de subsidie weer over naar Sparta.
Het graf van Darius de Grote in Naqš-e Rustam diende als voorbeeld voor de graven van alle andere koningen van Achaimenidisch Perzië.
[Derde van zes blogs over Achaimenidisch Perzië, dat tussen het midden van de zesde eeuw v.Chr. en 330 heel het Nabije Oosten verenigde. Het eerste deel is hier.]
Ondanks de voorkeur die Achaimenidisch Perzië had voor zo geweldloos mogelijke oorlogen, is de geschiedenis van het wereldrijk gewelddadig genoeg. Onze voornaamste bron voor het ontstaan van het imperium is Herodotos, en hoewel deze niet altijd een even duidelijk onderscheid maakt tussen historische waarheid en stichtingssage, weten we uit oud-oosterse teksten voldoende om te kunnen zeggen dat de hoofdlijn van zijn relaas klopt.
Rassembleurs des terres
De stichter van het Perzische Rijk was koning Cyrus, die tussen 559 en 530 het Iraanse cultuurgebied verenigde, Lydië in West-Turkije veroverde en zich meester maakte van het Babylonische Rijk, dat ruwweg bestond uit het huidige Irak, Syrië, Libanon en Israël/Palestina. Cyrus werd opgevolgd door zijn zoon Kambyses, die in 525 Egypte veroverde en drie jaar later stierf.
De nieuwe koning was (na een complexe burgeroorlog) Darius I de Grote, eveneens een lid van het huis van Cyrus, de dynastie der Achaimeniden. Hij breidde het rijk uit door campagnes tot in Libië, Oekraïne en Pakistan. Toen hij in 486 stierf, had het imperium zijn grootste omvang bereikt. Dat is gesymboliseerd op het grafreliëf van deze vorst in Naqš-e Rustam bij Persepolis: Darius zit op een troon die wordt gedragen door achtentwintig representanten van onderworpen volken. In het grafschrift staat te lezen:
De koning van Achaimenidisch Perzië ontvangt een defilé van bezoekers (Nationaal Museum Teheran)
[Tweede van zes blogs over Achaimenidisch Perzië, dat tussen het midden van de zesde eeuw v.Chr. en 330 heel het Nabije Oosten verenigde. Het eerste deel is hier.]
Er is iets wonderlijks met Aristoteles’ in het vorige stukje geciteerde beschrijving van het hof van Achaimenidisch Perzië. De filosoof noemt wel Sousa en Ekbatana, maar niet Persepolis. Pas ten tijde van Alexander begrepen de Grieken dat dit de eigenlijke rijkshoofdstad was van de Perzen. De omissie is begrijpelijk, want de grote koning reisde in de loop van het jaar langs een aantal residenties en verbleef vaak in Sousa, Ekbatana en Babylon. De reden van deze tournee was dat de hofhouding, net als eeuwen later die van Karel de Grote, te omvangrijk was om steeds op dezelfde plek te worden gevoed. Een andere reden was dat de koning zich graag op verschillende plaatsen vertoonde, cadeaus uitdeelde, giften aannam, en zo liet zien wie de baas was. En tot slot: de Perzen waren ooit nomaden geweest en je laat een oude levenswijze nooit helemaal achter je.
Persepolis
De meest aanzienlijke residentie was echter Persepolis, waar de grote koning afgezanten van de satrapieën ontving in het paleis om tribuut af te dragen en geschenken te ontvangen. Door het ruilen van goederen werd op symbolische wijze de eenheid van het imperium getoond en gecontinueerd. Het bovenstaande reliëf toont het begin van de ceremonie.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.