Kobarid

Theo Toebosch, de auteur van het vorige maand verschenen boek Kobarid. Het dorp met te veel geschiedenis, woont bij me om de hoek. Af en toe halen we op de markt koffie en bespreken we het reilen en zeilen van oudheidkundig Nederland. Een paar jaar geleden, in de tijd waarin Toebosch werkte aan zijn boek over de eerste soldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog waren gesneuveld, De eerstgevallenen, vertelde hij me dat hij in Slovenië was geweest in een dorp met een voetbalteam dat in twee jaar in drie verschillende nationale competities had gespeeld. Zijn liefde voor Kobarid was geboren. De afgelopen negen jaar moeten Toebosch en zijn vrouw zeker 45.000 kilometer hebben afgelegd, op en neer reizend naar het Sloveense dorp. (Eén van de vruchten heeft u al eens kunnen plukken.)

Ik was, om eerlijk te zijn, altijd wat verbaasd over Toebosch’ fascinatie. Nu ik Kobarid. Het dorp met te veel geschiedenis heb gelezen, begrijp ik die echter helemaal. Over dat voetbalelftal vernemen we weinig, maar de rest van het verhaal is heel erg boeiend. Dat ik de materie zo onderschatte, verraadt ongetwijfeld mijn West-Europese, stedelijke vooringenomenheid tegenover het voormalige Oostblok en het leven in een dorp. Toebosch stelde me dus in het ongelijk.

Lees verder “Kobarid”

Gustaf Kossinna (2)

Hallstatt-voorwerpen uit de Elzas (Palais Rhodan, Straatsburg)

Gustaf Kossinna, over wie ik zojuist al blogde, zou tegenwoordig gelden als een van de grootste archeologen aller tijden, als zijn opvattingen verder hadden gestaan van die van de Nazi’s. Het was in zijn tijd gebruikelijk aan te nemen dat niet alleen de Germanen, maar ook de sprekers van de Proto-Indo-Europese taalfamilie afkomstig waren van de Noord-Duitse Laagvlakte. De Germanen stonden daarom het dichtst bij de oorsprong en bezaten daardoor een etnische zuiverheid die elders afwezig was. Zo was Brittannië door invasies van allerlei volken (Belgen, Romeinen, Vikingen, Normandiërs) verworden tot een etnische smeltkroes, terwijl in Gallië Keltische, Romaanse en Germaanse elementen samenkwamen. De Germanen waren daarentegen raszuiver gebleven. Dacht men.

Nobele Germaanse wilden

Hun raszuiverheid maakte – nog steeds volgens Kossinna – de Germanen biologisch superieur. Bovendien hadden ze een superieure taal, die hen in staat stelde creatiever te zijn dan andere volken: een eigenschap die tot dan toe meestal was toegeschreven aan de Grieken. Wie met de nobele Germaanse barbaren contact maakte, meende Kossinna, raakte daardoor verrijkt.

Lees verder “Gustaf Kossinna (2)”

Geliefd boek: De wanhoopsdaad

De kans dat u ooit van de Kristallnacht hebt gehoord, is meer dan levensgroot. Dat u de naam Herschel Grynszpan kent, is daarentegen niet heel waarschijnlijk. Toch hebben die twee alles met elkaar te maken. De zeventienjarige Herschel Grynszpan schoot op 7 november 1938 in Parijs de Duitse ambassadesecretaris Ernst vom Rath neer en diens dood twee dagen later werd door de Nazi’s aangegrepen voor de pogrom in de nacht van 9 op 10 november.

Sidney Smeets, strafrechtadvocaat bij Spong advocaten in Amsterdam, schreef in 2013 het boek De Wanhoopsdaad over de lotgevallen van Herschel Grynszpan, de aanslag en de – uitgebreide – nasleep van de gebeurtenissen. Het is een bijzonder goed leesbaar boek, Smeets heeft een vlotte pen, dat keurig voorzien is van noten, een register en een bronnenlijst, incluis de nummers van de stukken in de geraadpleegde archieven.

Lees verder “Geliefd boek: De wanhoopsdaad”

De eeuw van Gisèle

Je leeft maar twee keer: één keer zoals het feitelijk gebeurt en één keer zoals je je herinnert. Sommige mensen kunnen echter drie keer leven. Dat zijn degenen die hun herinneringen herorganiseren en een ideaalbeeld scheppen van hun leven. Ook al bestond dat natuurlijk gewoon uit sleur en herhaling, ze maken er een kunstwerk van en met wat geluk gaan anderen het nog geloven ook.

Dat is het verhaal van Gisèle van Waterschoot van der Gracht (1912-2013), aan wie Annet Mooij onlangs een biografie wijdde, De eeuw van Gisèle. Ze is niet de enige hoofdpersoon. De deuteragonist is Wolfgang Frommel (1902-1986). Allebei creëerden rond hun leven een persoonlijke mythologie, waardoor in Mooijs boek in feite vier levens dwars door elkaar heen lopen. Dat klinkt ingewikkelder dan het is: De eeuw van Gisèle is een onverwacht spannend boek, dat enerzijds gaat over de gebiografeerden als beeldend kunstenares en dichter en anderzijds over de wijze waarop zij ideaalbeelden van zichzelf schiepen.

Lees verder “De eeuw van Gisèle”

“Eine ganz kleine Clique”

Enkele leden van de “ganz kleine Clique”

Om Hitlers woorden te bevestigen dat er slechts “eine ganz kleine Clique” van samenzweerders was geweest, arresteerden de Nazi’s de komende dagen slechts 700 mensen, waarvan er maar 200 zouden worden geëxecuteerd, meest door ophanging aan een dunne draad die de cipiers cynisch een pianosnaar noemden. De documenten die tegenwoordig worden getoond in het Bendlerblock, bewijzen dat de “Sonderkommission des Reichssicherheitshauptamtes zur Aufklärung des Anschlags auf Hitler” al op 24 juli begreep hoe het complot in elkaar had gezeten.

Of beter: men had hoofdlijnen herkend en kon die documenteren. Omdat wij deze rapporten nog altijd bezitten, vormt het Nazi-onderzoek nog steeds een leidraad voor ons begrip van de gebeurtenissen op 20 juli 1944. Wat de onderzoekscommissie niet hoefde documenteren, zoals wat er was gebeurd op de Wolfsschanze in de uren na de aanslag, is dus niet zo goed bekend. Een ander probleem is dat wat wél bekend is, is gebaseerd op de verklaringen van gearresteerden die waren gemarteld en probeerden het leven redden. Ze hebben dingen gezegd om de Gestapo naar de mond te praten. Zoiets geldt bijvoorbeeld Berthold von Stauffenberg, die heeft verteld dat hij en zijn broer het Führerprincipe, “völkische” ideeën, de bestrijding van de geest van de grote steden, de opvattingen over ras en het verlangen naar een door de Duitsers zelf bepaalde rechtsordening hadden gedeeld. Er is aanvullend bewijs dat de Von Stauffenbergs aanvankelijk sympathiseerden met het nationaalsocialisme, maar een passage als deze is op zichzelf weinig bewijs (testis unus, testis nullus).

Lees verder ““Eine ganz kleine Clique””

Unternehmen Walküre

“Wie sich aus der neueren Vernehmung des General-Feldmarschalls von Witzleben vom 23.7.1944 ergibt…” Fragment uit het verslag van de onderzoekscommissie naar de mislukte aanslag. We hoeven ons geen illusies te maken over de wijze waarop Von Witzleben is verhoord. Hij werd op 8 augustus opgehangen.

Zoals ik gisteren vertelde, waren er in Duitse verzetskringen plannen om Hitler te vermoorden en de schuld te schuiven in de schoenen van wat ze wilden presenteren als “eine gewissenlose Clique frontfremder Parteiführer”. Met vals bewijs wilden ze aannemelijk maken dat de top van de SS achter de aanslag zat, om zo te verhinderen dat SS-leider Himmler de macht zou overnemen. De sleutel om dit te doen, was de aanpassing van een al bestaand crisisplan, het Unternehmen Walküre.

Dit plan was opgesteld in de winter van 1941/1942, toen de Duitse troepen er niet in waren geslaagd Moskou in te nemen en duidelijk was geworden dat de rest van de oorlog niet meer zou bestaan uit snelle Blitzkriege. De Nazi’s hielden serieus rekening met opstanden van dwangarbeiders, concentratiekampgevangenen en krijgsgevangen Russische soldaten. Walküre bevatte de maatregelen die, als het werkelijk tot zulke opstanden zou komen, dienden te worden genomen: het actieve deel van de reserve van de Wehrmacht (het “Ersatzheer”) moest zowel in Berlijn als daarbuiten strategische posities innemen en garanderen dat het openbaar bestuur – lees: de Nazi-staat – kon blijven functioneren, terwijl manschappen die niet in de kazernes waren, binnen enkele uren actief moesten kunnen zijn.

Lees verder “Unternehmen Walküre”

Het Duitse verzet

Carl Goerdeler, een van de leiders van het Duitse verzet

Ik vertelde gisteren dat ik zou gaan bloggen over wat bekend is komen staan als de Von Stauffenberg-coup. Dat is geen werkelijk goede naam, want de groep die in juli 1944 probeerde Hitler uit de weg te ruimen, was breder dan alleen de vriendenkring van de Württembergse aristocraat. De samenzwering bestond bovendien al voordat Von Stauffenberg erbij betrokken raakte.

In feite is er altijd Duits verzet tegen de Nazi’s geweest. De socialisten, de kerk en diverse intellectuelen hadden Hitlers machtsovername echter niet kunnen verhinderen en waren evenmin in staat geweest te beletten dat de wetgeving werd aangepast, dat het luisteren naar buitenlandse radiostations werd verboden en dat de Hitlergroet werd geïntroduceerd. Toch waren er protesten, zoals dat van de conservatieve burgemeester van Leipzig, Carl Goerdeler, die het te zot voor woorden vond dat de Nazi’s een standbeeld van de joodse componist Felix Mendelssohn uit zijn stad verwijderden, daarom in 1937 zijn ambt neerlegde en vervolgens een verzetsgroep organiseerde. Via allerlei kanalen, zoals de diplomaat Ulrich von Hassell, had deze groep contact met de geallieerden.

Lees verder “Het Duitse verzet”

20 juli 1944

De aan de mislukte aanslag van Von Stauffenberg gewijde expositie in het Bendlerblock in Berlijn

Aanstaande zaterdag is het vijfenzeventig jaar geleden dat in Berlijn een staatsgreep mislukte. De moed van de coupplegers, waarvan graaf Claus von Stauffenberg de bekendste is, grensde aan het ongelooflijke: met een handvol mensen wilden ze de macht overnemen in een van de machtigste industriële staten ter wereld, terwijl in volle oorlogstijd alle veiligheidsmaatregelen op scherp stonden. Het was vrijwel uitgesloten dat het zou lukken. Dat het team niet bepaald bestond uit ras-democraten, doet aan hun verdienste niet af: ze hebben het geprobeerd.

Klein als hun kansen waren, helemaal nul waren die niet. Eén voordeel was dat de samenzweerders werkten vanuit het Bendlerblock, een legerhoofdkwartier waar de Nazi’s niet meteen zouden zoeken en waar ze beschikten over alle relevante informatie. Ook hun plan was goed. Eerst zouden ze Adolf Hitler met een bomaanslag doden, wat hoe dan ook zou leiden tot veranderingen in het Duitse opperbevel. Zelfs als de nieuwe leiders de oorlog wilden voortzetten, zouden dat mensen zijn die nog respect en erkenning moesten afdwingen. Dat zou leiden tot verzwakking van de Duitse oorlogsinspanning en de kans vergroten op onderhandelingen met de geallieerden.

Lees verder “20 juli 1944”

Berlijn, 1928

Een tijdje geleden blogde ik over wat de laatste Bernie Gunther-roman leek te zijn, Greeks Bearing Gifts. De auteur van de reeks, Philip Kerr, was namelijk overleden. Om eerlijk te zijn had ik de indruk dat het maar beter was dat er een einde kwam aan de serie, want de brille van het vroege werk was er vanaf. Greeks Bearing Gifts was boeiend als altijd, maar het decor was niet afgewerkt met de zorg die ik gewend was.

Vorige week zag ik op Schiphol echter een allerlaatste deel liggen, Metropolis, en omdat ik een dag in het vliegtuig naar Yerevan zou zitten, nam ik het boek toch maar mee. Spoiler-vrije samenvatting: u krijgt alles wat u mag verwachten. Het is 1928, een vrij jonge Bernie Gunther wordt in Berlijn eerst geconfronteerd met een Jack the Ripper-achtige moordenaar en vervolgens met iemand die oorlogsveteranen doodt. Gunther lost de zaken natuurlijk op, er is natuurlijk een liefdesrelatie die natuurlijk mislukt, er zijn natuurlijk wat rake one-liners en Gunther is natuurlijk weer eens belezener dan geloofwaardig voor een hard-boiled detective (dit keer is zelfs Antoni van Leeuwenhoek van de partij). Maar vooral: we vernemen natuurlijk een boel over het slangenei dat het Berlijn van de Weimarrepubliek nu eenmaal was.

Een miskoop was mijn boek niet, en ik ben na aankomst in Yerevan wat later naar bed gegaan dan gepland omdat ik, toen ik het vliegtuig verliet, nog twintig pagina’s had te gaan en de ontknoping wilde weten. Metropolis is echter niet de beste Bernie Gunther-roman. Of beter: het is helemaal geen Bernie Gunther-roman. Het boek is feitelijk geen whodunnit en gaat alleen in schijn over Duitsland.

Lees verder “Berlijn, 1928”

Tacitus’ Germanen (slot)

[Onder de onheilspellende titel In moerassen en donkere wouden heeft de Nijmeegse classicus Vincent Hunink vertalingen samengebracht van alle teksten die de Romeinse historicus Tacitus wijdde aan de Germanen.

Daarover valt een hoop te zeggen. Dit is het laastste van zeven stukjes, waarmee ik u wil verleiden dat boek te lezen. Het is namelijk echt interessante materie. En nee, ik krijg voor deze blogstukjes – net als voor mijn reeksen over de Historia Augusta en Het leven van Apollonius – geen commissie.]

Tacitus’ teksten over de Germanen zijn geschreven tussen pakweg 100 en 120 na Chr. De Germania vormt een commentaar op Domitianus’ claim het gebied te hebben onderworpen, terwijl de Historiën en Annalen tonen hoe een senator zich wel of niet moet gedragen. Dat zijn heel specifieke boodschappen, gericht aan een heel specifiek, senatorieel publiek. Te lang is deze context vergeten en zijn de Germanenteksten gelezen als feitelijk accuraat.

Lees verder “Tacitus’ Germanen (slot)”