Het falen van Julianus de Afvallige (2)

Julianus de Afvallige (Staatliche Münzsammlung, München)

[Dit is het tweede en laatste deel van een door Jeroen Wijnendaele geschreven gastbijdrage over Julianus de Afvallige. Het eerste deel was hier.]

Burgeroorlog

[13] Het keerpunt was het jaar 353, toen Constantius II zegevierde in een dodelijke burgeroorlog. Die kostte het Rijk duizenden en duizenden soldaten. Een tijdgenoot riep uit wat een totale verspilling dit was (nogmaals: kostbare hulpbronnen!). Het imperium was nu verzwakt. Vervolgens betekende Julianus’ usurpatie in 360 dat Constantius troepen moest weghalen bij de Perzische grens, die hij bijna een kwart eeuw vakkundig had verdedigd.

[14] Julianus had zich in Gallië als een commandant bewezen door in het Rijnland efficiënt op te treden tegen de Alamannen en de Franken. Maar met zijn usurpatie en – vervolgens – het wegnemen van troepen om op te rukken tegen Constantius II, was hij verantwoordelijk voor de ontwrichting van een systeem dat in het Westen naar behoren werkte.

Lees verder “Het falen van Julianus de Afvallige (2)”

Byzantijns Thracië

Het slagveld van Adrianopel

[Dit is het laatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Volksverhuizingen, deel één

Ik heb op deze blog regelmatig aangegeven dat de Grote Volksverhuizingen niet zo groot waren, dat er zelden hele volken bij waren betrokken en dat er eigenlijk ook niet meetbaar meer werd verhuisd dan anders. Op die regel zijn wel wat uitzonderingen, en het diocees Thracië is er daarvan een.

Om te beginnen verzochten in 375 allerlei groepen uit de noordelijke gebieden of ze zich mochten vestigen in het Romeinse Rijk. Het ging om de Goten die bekendstaan als Tervingi, maar er waren ook andere migranten. Zo’n verzoek was niet uniek en keizer Valens zag, zoals al zijn voorgangers in soortgelijke situaties, een gelegenheid om nieuwe boeren en belastingbetalers te werven. Dit keer liepen de zaken uit de hand. Weggelopen slaven en onderdrukte Thracische boeren sloten zich erbij aan – ook geen nieuw verschijnsel – en in 378 sneuvelde de keizer, die probeerde de groep in het gareel te dwingen, in de slag bij Adrianopel. Later auteurs zouden beweren dat de migranten waren opgejaagd door de naderende Hunnen (die op dit moment echter niet de geduchte vijand waren die ze een halve eeuw later zouden zijn) en dat ze in Adrianopel zouden hebben aangestuurd op een conflict (wat maar de vraag is).

Lees verder “Byzantijns Thracië”

De veerkracht van het Romeinse Rijk

Theodosius II (Bodemuseum, Berlijn)

Eén van de kwesties die tot vervelens toe terugkeren, is die van de zogenaamde val van het Romeinse Rijk. Wanneer mensen daarover beginnen, gaat het eigenlijk steevast over de verdwijning van het keizerlijk gezag in westelijk Europa. Dat proces vertrok zich in de loop van de vijfde eeuw na Chr. Maar dat is natuurlijk maar het halve verhaal. In het oosten van de Romeinse wereld bleef het keizerlijk gezag bestaan. Jeroen Wijnendaele wijdde een tijdje geleden op Twitter een draadje aan de veerkracht (resilience) van het Oosten.

1. Ten eerste: er waren nooit afzonderlijke West-Romeinse en Oost-Romeinse rijken. Er was slechts één Romeins Rijk, zelfs na 395 na Chr. Wel waren er twee regeringen. Oxford-historicus Fergus Millar beschreef dit terecht als de “tweelingregimes” van het Rijk.

2. De eenheid van de twee delen blijkt uit documenten als de Notitia Dignitatum (waarin sprake is van westelijke en oostelijke “delen”), en nog meer uit het wetboek dat keizer Theodosius II opstelde en met zijn neef Valentinianus III afkondigde voor het hele Romeinse Rijk, de Codex Theodosianus. Dat gezegd hebbende, er waren verschillen.
Lees verder “De veerkracht van het Romeinse Rijk”

De verdwijning van het keizerschap

Valentinianus II (Bodemuseum, Berlijn)

Eén van de kwesties die tot vervelens toe terugkeren, is die van de zogenaamde val van het Romeinse Rijk. Wanneer mensen daarover beginnen, gaat het eigenlijk steevast over de verdwijning van het keizerlijk gezag in westelijk Europa in de loop van de vijfde eeuw na Chr. Op andere terreinen overheerste de continuïteit. Jeroen Wijnendaele wijdde er een tijdje geleden op Twitter een draadje aan, waarin hij het interne geweld centraal stelde.

***

1. De vraag wat de oorzaak was van de verdwijning van het keizerschap uit de westelijke provincies van het Romeinse Rijk, kan verder worden verfijnd. Keizer Justinianus herstelde immers het keizerlijk gezag over diverse westelijke regio’s (inclusief Rome). Zijn opvolgers regeerden nog eeuwenlang over delen van Italië. In Apulië zelfs een half millennium!

2. Waar we uiteindelijk mee te maken hebben, is niet de verdwijning van het keizerlijke gezag, maar de verdwijning van het West-Romeinse keizerschap als zodanig. Dit verdwijnt eind vijfde eeuw en zal nooit meer terugkeren. Als we het hebben over “de val van Rome”, dan gaat het feitelijk hierom. Dus wat gebeurde er?

Lees verder “De verdwijning van het keizerschap”

Romeins Lycië

Het theater van Patara

[Dit is het laatste van vijf blogjes over Lycië; het eerste was hier.]

Na 168 v.Chr. was Lycië (landkaart) weliswaar onafhankelijk, maar het behoorde wel tot de Romeinse invloedssfeer. Echt onafhankelijk was het niet. Het kreeg te lijden tijdens de Eerste Mithridische Oorlog (89-85), toen koning Mithridates VI van Pontos alle Romeinse bezittingen in Klein-Azië aanviel. Toen de oorlog voorbij was, reorganiseerde Rome de politieke landkaart.  Diverse steden in het binnenland, zoals Oinoanda, hoorden voortaan bij Lycië. Faselis werd weliswaar nog een tijdje bezet door de Cilicische Piraten, maar die vormden geen partij voor de Romeinse generaal Pompeius de Grote, die in 67 v.Chr. het Nabije Oosten opnieuw reorganiseerde.

Een paar jaar later bezocht de Romeinse politicus Cicero Lycië en beschreef het gebied als een “Griekenland”. Dit suggereert dat de bovengenoemde fantastische verhalen inmiddels algemeen werden beschouwd als nauwkeurige beschrijvingen van de begindagen. De Romeinse politicus merkte ook op dat de Lyciërs, als ze aan het einde van hun toespraken zijn, dichtbij het zingen komen.noot Cicero, Orator 18.57.

Lees verder “Romeins Lycië”

De schat van Chimtou

De schat van Chimtou (Bardomuseum, Tunis)

Eerder deze maand was ik in Tunesië en ik had de gelegenheid het onlangs heropende Bardomuseum te bezoeken. Het is een negentiende-eeuws paleis van de Bey van Tunis, dus je wandelt voortdurend door allerlei kamers en gangen en passeert zalen en hofjes. Een labyrint.

De schat van Chimtou

Tijdens de sluiting is een van de zalen ingericht voor de schat van Chimtou, het antieke Simitthus. En ja, dit is echt een schat, in de meest letterlijke zin des woords: het gaat om 1648 goudstukken die in één keer zijn begraven. Deze munten, zogeheten solidi, waren geen betaalmiddelen maar dienden om kapitaal te verplaatsen: het gaat dus om een gigantisch bedrag. 1648 goudstukken vormden het jaarinkomen van een niet al te rijke senator. Je kon er 330 soldaten of 180 ruiters een jaar mee betalen. Je kon er ook 1000 slaven voor kopen.

Lees verder “De schat van Chimtou”

De slag bij Adrianopel

Het slagveld van Adrianopel, bezien vanuit het zuidwesten

Twitter, dat was ooit leuk, tot schreeuwlelijkerds er de toon gingen zetten en Elon Musk er de macht overnam. Evengoed stonden er best leuke dingen, zoals de vier draadjes die de Gentse oudhistoricus Jeroen Wijnendaele in 2021 en 2022 postte over de Late Oudheid. Hier is de eerste, over de slag bij Adrianopel op 9 augustus 378, voor u vertaald in het Nederlands.

***

1. Als u vandaag last heeft van de zomerhitte, denk dan even aan de soldaten die op deze dag in 378 na Chr. streden bij Adrianopel. Het Oost-Romeinse leger onder leiding van keizer Valens leed een vreselijke nederlaag tegen Gotische groepen die twee jaar eerder asiel hadden aangevraagd.

2. We weten niet precies wat de stammen der Greutungi en Tervingi ertoe had gebracht om in 376 te verzoeken de Donau te mogen oversteken. Wellicht motiveerde een combinatie van stammentwisten en de eerste berichten over de nadering van de Hunnen over de steppen ten noorden van de Zwarte Zee, de leiders om toestemming te vragen.

3. Er moet nadrukkelijk op worden gewezen dat dit geen massale migratie van alle Gotische stammen is geweest. Sommige stammen zullen nog vele generaties in hun oorspronkelijke gebieden wonen. De Gotische taal is tot ver in de Vroegmoderne Tijd gesproken op de Krim.

Lees verder “De slag bij Adrianopel”

Eutropius (10): Presentisme

Valens (Penning uit het Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

Terwijl u dit op leest, ben ik op de deze week geopende Picasso-expositie in het Sursock-museum in Beiroet. Omdat ik vermoedelijk geen tijd zal hebben voor mijn dagelijkse stukje, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

De Korte geschiedenis van Rome is het werkstuk van iemand die het historisch metier niet beheerst en valt op z’n vriendelijkst te typeren als inspirational literature. Dat genre doet tegenwoordig de kassa rinkelen en dat was in de Oudheid maar weinig anders: Eutropius’ schets werd waanzinnig populair. De Korte geschiedenis van Rome kreeg dus een continuator, de achtste-eeuwse Italiaanse auteur Paulus de Diaken, wiens werk rond het jaar 1000 weer werd gecontinueerd door Landolfus Sagax. Omdat Eutropius’ schets eeuwenlang dienst heeft gedaan als schoolboek, zijn niet minder dan vierentwintig middeleeuwse manuscripten overgeleverd. Ter vergelijking: van de Enmannsche Kaisergeschichte, Eutropius’ bron, is niet één handschrift over.

Lees verder “Eutropius (10): Presentisme”

Eutropius (9): Vorstenspiegel

Een vierde-eeuwse triomftocht (Boog van Galerius, Thessaloniki)

Terwijl u dit op leest, ben ik in het Nationaal Museum in Beiroet, het mooiste museum in het Midden-Oosten. Omdat ik met zoveel moois echt geen tijd ga vrij maken voor het dagelijkse blogstukje, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

De regering van keizer Augustus vormt een breuk in Eutropius’ schets. Was het verhaal tot dan toe een betoog over de Romeinse expansie, weg vanuit Centraal-Italië, naar Sicilië en de Povlakte en uiteindelijk naar Spanje en Syrië en Egypte en Germanië, ineens beperkt het verhaal zich tot één plek: het keizerlijk hof. De Korte geschiedenis van Rome is vanaf dit punt een reeks keizerbiografietjes en reduceert een imperium met tientallen miljoenen inwoners tot één man. De onderwerpen die Eutropius in die biografietjes aansnijdt tonen wat een voorname hoveling in de vierde eeuw van zijn vorst verwachtte. De boodschap is dubbelzinnig: aan de ene kant somt Eutropius een hele reeks keizerlijke deugden op, aan de andere kant is er ook een zekere stekeligheid.

Lees verder “Eutropius (9): Vorstenspiegel”

Eutropius (8): De feiten presenteren

Janus op een Romeins zilverstuk

Terwijl u dit op leest, ben ik voor mijn werk een dagje in Baalbek. Omdat ik vermoedelijk geen tijd zal hebben voor mijn dagelijkse stukje, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

Eutropius is op zijn best bij het laatste punt van het lijstje: het presenteren van de feiten. Hij denkt echt aan zijn lezer, bijvoorbeeld door uit te leggen hoe dicht bij Rome enkele steden lagen. Een door de Thracische Bessers bewoonde nederzetting duidt hij aan met de naam die in de tijd van zijn lezers gangbaar was, Hadrianopel, aangezien het niet aannemelijk was dat Valens zou weten waar Uskudama had gelegen. Een grote verdienste van Eutropius is bovendien dat hij de ruim driehonderd plaatsnamen uit zijn tekst, anders dan de persoonsnamen, foutloos weergeeft. De verklaring moet liggen in zijn dagelijkse betrokkenheid bij de keizerlijke correspondentie.

Zijn ambtelijke ervaring zal ook de reden zijn waarom Eutropius goed begrijpt hoe het staatsapparaat functioneerde. Over juridische zaken geeft hij een geloofwaardig oordeel, zoals zijn commentaar dat van de wetten van keizer Constantijn “sommige goed en billijk, de meeste overbodig, enkele nodeloos streng” waren. Als hij uitlegt wat de bevoegdheden waren van een dictator, doe het hij het zó dat keizer Valens het zal hebben begrepen.

Lees verder “Eutropius (8): De feiten presenteren”