Eutropius (2): Geen geschiedenisboek

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen, op een mooi mozaïek uit Jerash (Altes Museum, Berlijn).

Terwijl u dit op leest, zit ik in het vliegtuig naar Beiroet, waar ik moet zijn voor mijn werk. Omdat ik vermoedelijk geen tijd zal hebben voor mijn dagelijkse stukje, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van het Breviarium ofwel Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

Eutropius’ schets van het Romeinse verleden biedt meer én minder dan de Nederlandse titel Korte geschiedenis van Rome suggereert. Meer, want de auteur levert niet slechts historische informatie maar geeft in feite politiek advies: hij levert munitie voor discussies over oorlog met Perzië. Minder, want hij bereikt dit doel door een selectie aan te brengen. Dit is niet wat een geschiedkundige zou moeten doen. Een wetenschapper presenteert álle feiten, geen op de wensen van een beleidsmaker toegesneden selectie. In Hoe schrijf je geschiedenis? legt de tweede-eeuwse auteur Lucianus het uit:

Het belangrijkste is dat een historicus een onafhankelijke visie heeft: hij moet voor niemand bang zijn en ook niet naar een bepaalde conclusie toeschrijven, want dan is hij geen haar beter dan een foute rechter die zich laat omkopen en zijn oordeel uitspreekt om bij iemand in de gunst te komen. (vert. Gé de Vries)

Is de geselecteerde stof dus niet wat je van een geschiedwerk verwacht, Eutropius’ werkwijze getuigt ook niet van kennis van het historisch metier. Dat kent ruwweg vijf samenhangende onderdelen:

  1. Het vaststellen van de historische feiten.
  2. Het verantwoorden hiervan met archiefstukken en ander bronnenmateriaal.
  3. Het plaatsen van deze informatie in de juiste chronologische volgorde.
  4. Het verklaren van het zo gereconstrueerde proces.
  5. Het presenteren van het resultaat.

In de Oudheid erkende niet iedereen het belang van het tweede punt, terwijl op het vierde onderdeel de grootste afstand ligt tussen de antieke en de moderne historiografie. We kunnen de antieke geschiedschrijving, net als de antieke alchemie en astrologie, daarom typeren als voorwetenschappelijk. Ook ten opzichte van de voorwetenschappelijke criteria van zijn tijd laat Eutropius het echter afweten. De simpele waarheid is dat de Korte geschiedenis van Rome als geschiedwerk weinig waarde heeft.

Zoiets voelt de moderne lezer intuïtief ook aan, maar om dit vermoeden te onderbouwen heeft het zin de vijf bovengenoemde punten nader te bekijken. Daarna zal blijken welke waarde het werkje ondanks alles heeft. Maar eerst: waarover gaat de Korte geschiedenis van Rome?

[Dat leest u morgen]