Het graf van Karel de Grote

Proserpina-sarcofaag (Aachener Domschatzkammer)

Ik heb de laatste week in Gemmenich zitten werken aan mijn boek over de wedloop tussen wetenschappers en papyrusvervalsers, Bedrieglijk echt. Zoals u hebt gemerkt ben ik ook naar Luik en naar Tongeren geweest en ik kan toevoegen dat ik voor boodschappen naar Vaals ging, per fiets de beruchte noordwand beklimmend van de Kvarŝtonoj ofwel Vaalserberg. Ook het Drielandenpunt en Aken heb ik bezocht, en in die laatste stad fotografeerde ik bovenstaande sarcofaag. Die dateert uit het eerste kwart van de derde eeuw n.Chr. en is stilistisch verwant met de Marathonsarcofaag in Brescia die ik al eens eerder beschreef.

Wat u ziet is de schaking van Proserpina. De dodengod Pluto neemt het meisje tegen haar zin in mee naar de Onderwereld. Dat gebeurt blijkbaar met goedkeuring van de goden, want Amor wijst de weg, Mercurius leidt de wagen, Minerva duwt het meisje in Pluto’s armen, een zwevende Venus houdt de wagen tegen waarmee Proserpina’s moeder Ceres de achtervolging wil inzetten. De mythe, waarvan ik niet zal beweren dat ze smaakvol is, eindigt ermee dat Proserpina uiteindelijk terugkeert naar de bovenwereld, en in de zin dat de dood niet het laatste woord heeft, kon dit verhaal een christelijke uitleg krijgen en was de sarcofaag voor middeleeuws hergebruik toepasbaar.

Detail van de sarcofaag

Hoewel er wat discussie is, lijkt deze sarcofaag, die is te zien in de Domschatzkammer, de eerste rustplaats geweest van Karel de Grote. Toen hij op 28 januari 814 was overleden, is hij hierin bijgezet. Vele jaren later, op 29 december 1165, liet keizer Frederik Barbarossa het gebeente opgegraven en overbrengen naar een nieuwe grafkist. Later werd Karel begraven in een andere grafkist, die dendrochronologisch is gedateerd na 1182. Tot slot belandden deze kist in de huidige gouden schrijn in de Dom van Aken. Keizer Frederik II sloot deze hoogstpersoonlijk op 27 juli 1215, precies één jaar na de Slag bij Bouvines en twee dagen na zijn eigen kroning.

Het probleem met deze reconstructie is dat er een ooggetuigenverslag lijkt te zijn van een bezoek dat keizer Otto III in het jaar 1000 bracht aan het graf van Karel de Grote. Een van de aanwezigen, paltsgraaf Otto van Lomello, vertelde later aan een chroniqueur dat ze het graf hadden geopend en dat het een ondergrondse kamer was, waarin ze het lichaam van Karel hadden gevonden, zittend op een troon. Keizer Otto had het lichaam gefatsoeneerd en men was weer weggegaan. Een kamer is vanzelfsprekend geen sarcofaag.

Mogelijk is dit verhaal een verzinsel. Het alternatief is dat Karel inderdaad zittend is bijgezet, dat de sarcofaag door Barbarossa uit Italië is meegenomen en dat dit de nieuwe grafkist is die werd gebruikt voordat het gebeente in de houten grafkist werd gelegd. Dan zou die onderaardse grafkamer echter terug te vinden moeten zijn, maar tot op heden ontbreekt elk spoor, terwijl de Dom van Aken grondig is onderzocht. In elk geval: deze sarcofaag is, ondanks de nare afbeelding, een knap stuk beeldhouwwerk, een keizersgraf waardig.

Antropologisch onderzoek van de botten in de houten kist in de gouden schrijn leerde overigens dat Karel de Grote 1m84 lang was. En hij sprak Limburgs.

[Dit was het 349e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

27 gedachtes over “Het graf van Karel de Grote

  1. Frans

    Deze blog lijkt ook een beetje een wedloop tussen schrijver en lezers te worden: alleen als je geen zin hebt om vroeg naar bed te gaan, krijg je de nieuwe stukjes te zien! Dat verhaal van die Otto van Lomello lijkt mij een gevalletje van uit je nek lullen: gewoon een broodje aap verhaal om Karel nog groter te laten lijken dan hij al was. Hoe dan ook, het blijft mooi om te zien hoe je al dat soort vergeten geschiedenissen weer naar boven haalt. Groetjes van iemand die eigenlijk snugger genoeg zou moeten zijn om te snappen dat je niet midden in de nacht naar een schermpje moet gaan staren omdat dat niet goed voor je nachtrust is, maar die het toch niet kan laten.

  2. Ja, die Karel de Grote die Limburgs sprak.

    Het gelinkte proefschrift gaat over de invloed van Karel’s Frankische taal op het Frans.

    Ik vind voor ons veel interessant de invloed van Karel’s dialect op het Nederlands en Hoogduits.

    Wij Nederlanders hebben de Franse A, en die is anders dan de Angelsaksische, Friese en Westfaalse A, die vanuit Nederlands gezien allemaal een vleugje E bevatten. Net zoals de Amsterdamse A trouwens.

    Karel en zijn genoten spraken onderling Duits (Frankisch) te midden van de Fransen (Gallo-Romanen), maar Romaans met de Fransen, met een ongegeneerd Duits accent. Maar ze hebben door al die Franse invloed toch de Franse klinkers aangenomen in hun Frankisch, die vervolgens weer als heel sjiek door de Duitstaligen in de aangrenzende Nederlandse en Duitse gebieden zijn overgenomen.

    En wat wij tegenwoordig Nederfrankisch noemen, is een teruggekaatst Duits dialect uit Wallonië met Franse invloed. Ook het Hoogduits heeft deze invloed ondergaan, terwijl het Nedersaksisch met Fries en Angelsaksisch hiervan verschoond bleven.

    1. Rob Duijf

      ‘Net zoals de Amsterdamse A trouwens.’

      Oh, jaoh?! Hangt r maor net fan ef ofer welke aoh je t hep…

  3. Rudmer Koopal

    ‘Keizer Frederik II sloot deze hoogstpersoonlijk op 27 juli 1215, precies één jaar na de Slag bij Bouvines en twee dagen na zijn eigen kroning’
    Kleine correctie. Friederich II was in 1215 nog geen keizer, pas in 1220. Op 25 Juli 2015 liet hij zich opnieuw tot koning kronen in Aachen.

  4. henktjong

    Ik ben opgegroeid in een omgeving waar men een west-nederfrankisch dialect spreekt (Sliedrechts) en ik ben 1.84 m lang: hoe toevallig is dat!

  5. A. Harmens

    Otto III ligt in het koor van de Dom van Aken begraven. Ik weet niet of dit de oorspronkelijke plaats van zijn graf is, maar denkelijk is Otto bijgezet in nabijheid van het graf van Karel de Grote.

  6. Theo Joppe

    Misschien is het aardig om deze link te vermelden naar de universiteit van Sheffield, waar de drie elfde-eeuwse bronnen worden vertaald die Otto’s bezoekje aan het graf verhalen (alle drie natuurlijk weer anders):

    http://turbulentpriests.group.shef.ac.uk/aachen-1000-and-the-legend-of-the-last-emperor/

    De auteur suggereert dat dat bezoek allicht kan hebben samengehangen met de nabije verwachting van de Eindtijd in die periode. Heel goed mogelijk, maar het blijft natuurlijk speculatie.

    1. Theo Joppe

      Overigens: als ik Otto van Lomello goed begrijp (zoals hij wordt weergegeven) werd Karel niet in een crypte begraven, maar in een soort speciaal gebouwtje in de kerk. Als hij inderdaad zittend is begraven is dat ook de meest praktische oplossing — een sarcofaag moet dan wel pas later zijn gebruikt.

    2. A. Harmens

      Een mooie aanvulling. Sowieso is de blog van Charles West een aanrader. Overigens heeft de kroniek van Novalesa een voor de middeleeuwen wel heel bijzondere vorm, een rotulus. Dat zie je in deze periode eigenlijk alleen bij oorkonden en liturgische teksten, nooit bij verhalende bronnen.

  7. Ype Kingma

    Ik ben momenteel het mooi en veel geïllustreerde boekje “Karel de Grote: Vader van Europa?” door Prof.Dr. P.J. Rietbergen (2009) aan het lezen. Gekocht in de museumwinkel van De Fundatie, wat vreemd is want dat is een museum voor hedendaagse kunst. Deze blogbijdrage is een mooie aanvulling op dit boekje.

    1. Willem Vermeer

      Wat prachtig! “Had hij maar zijn baard gestreeld, …”. Helemaal nieuw voor me. Eeuwig dank. 🙂

      [Toch vermoed ik dat er bij zijn visie, hoe plausibel ook, vraagtekens te plaatsen zijn.]

      1. Willem Vermeer

        Zo mogelijk nog mooier! 🙂 En nu mèt die baard.

        Deze dag kan al lang niet meer kapot.

Reacties zijn gesloten.