Henri Pirenne

St.-Pietersnieuwstraat 132, Gent

Afgelopen zondag en maandag ben ik in Gent een paar keer langs het huis aan de Sint-Pietersnieuwstraat 132 gewandeld waar de Belgische historicus Henri Pirenne (1862-1935) woonde, de auteur van Mahomet et Charlemagne. Het bleek een moderne bouwval. Zelfs geen gevelsteentje herinnerde aan de ooit beroemde bewoner, maar eigenlijk verbaasde dat me niet. Wie een écht belangrijk boek schrijft, zal zien dat zijn inzichten zó ingeburgerd raken dat niemand meer herkent dat je er anders over kunt denken, waarna degene die het heeft bedacht kan worden vergeten.

De vraag die Pirenne wilde beantwoorden, was waarom de Middeleeuwen zo’n ander karakter hadden dan de Oudheid. Er was een transitie geweest, zoveel was duidelijk. In het Romeinse Rijk was er interregionale handel, bloeiden de steden, betaalden de mensen met munten, beloonde de overheid zijn functionarissen in geld; in de Middeleeuwen was de handel beperkter, waren de steden kleiner, ruilde men producten en compenseerde de vorst zijn graven en hertogen door ze land in leen te geven. Wat was er gebeurd?

Lees verder “Henri Pirenne”

Friezen en Franken (2)

Frankische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)
Frankische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In het vorige stukje behandelde ik, aan de hand van de boeken van Luit van der Tuuk, de Friezen: de bewoners van het gebied langs de Noordzeekust vanaf Walcheren tot de Deense istmus. Dit keer wil ik het hebben over de tweede groep in de Lage Landen: de Franken. Dit is een van de stamfederaties die in de derde eeuw n.Chr. zijn ontstaan uit oudere stammen: de Amsivariërs langs de Eems, de Chattuariërs langs de Hase, de Chamaven in de Achterhoek. Archeologisch is er geen verschil met de bewoners van het oude Drenthe, waarvan we de naam niet kennen. Misschien hoorden de Tubanten er eveneens bij en gingen ook de Chauken en Friezen op in deze federatie toen zij in de derde eeuw het kustgebied verlieten en het binnenland introkken.

De nieuwe federatie heet, misschien wel naar een van de deelnemende stammen, de Saliërs, de “Salische Franken”.Er waren meer groepen Franken. Ook de oude Bructeren uit het Roergebied en de Chatten van het Taunusgebergte werden Frankisch genoemd.

In het midden van de vierde eeuw trokken de Salische Franken het Romeinse Rijk binnen. Generaal Julianus – de latere keizer – stond ze toe zich te vestigen in wat nu Brabant heet. Ze waren overigens niet de eersten: uit aardewerkstudies waarover ik al eerder blogde, weten we dat al in de derde eeuw mensen vanuit Drenthe naar het Scheldegebied verhuisden. Door deze migraties verschoof de Taalgrens naar waar ze nu ligt.

Lees verder “Friezen en Franken (2)”

Supermacht Benelux

Onvoltooid portret van Vitellius (Archeologisch Museum van Plovdiv)
Onvoltooid portret van Vitellius (Archeologisch Museum van Plovdiv)

Als er één gebied ter wereld is waar het goed wonen is, is het Noordwest-Europa. De delta’s van de Rijn, Maas en Schelde ontsluiten een achterland dat zich uitstrekt tot diep in Frankrijk en tot voorbij Duitsland. Langs de corridor van Rijn en Rhône kan bovendien handel worden gedreven met het Middellandse Zee-gebied. De zeehavens, die West-Europa verbinden met de oceanen, zijn al eeuwenlang economische krachtcentrales: Rotterdam en Antwerpen, Brugge en Dordrecht, Tiel en Dorestad.

Voeg toe: de agrarische weelde van de lössgronden langs de Maas, de mineralen van de Ardennen en de winsten uit de stedelijke nijverheid. Dan weet je dat er voor welvaart altijd een basis zal zijn in de Lage landen. Als er dan ook nog goede soldaten zijn, zoals in de zeventiende eeuw, staat zelfs weinig een machtsontplooiing in de weg. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was echter niet de eerste die deze mogelijkheden uitbuitte.

Lees verder “Supermacht Benelux”

Karel ende Elegast (3)

Beeldje van Karel de Grote uit Metz, nu in het Louvre. Het kan ook Karel de Kale voorstellen.
Beeldje van Karel de Grote uit Metz, nu in het Louvre. Het kan ook Karel de Kale voorstellen.

Karel ende Elegast is geschreven in de twaalfde eeuw maar veronderstelt een verhaal dat al de ronde deed:

Wat den konink daar gevel,
dat weten nog die menige wel.

Het verhaal van Karel ende Elegast bevat inderdaad oudere elementen. Daarbij denk ik niet meteen aan een historische kern, al is er misschien (en zonder dat we dat ooit zeker kunnen weten) wel een stille echo van een historische gebeurtenis. Die ligt vanzelfsprekend niet in Karels avonturen op het dievenpad, maar wel in wat daarop volgt: de ondergang van Karels verwant Eggerik, tijdens een hofdag in Ingelheim. Karel heeft namelijk in die palts in 788 een einde gemaakt aan de carrière van een van zijn voornaamste en invloedrijkste familieleden, Tassilo van Beieren. Meer denkbare historische echo’s kan ik echter met de beste wil van de wereld niet aanwijzen en zoals gezegd is ook deze niet bewijsbaar.

Lees verder “Karel ende Elegast (3)”

Karel ende Elegast (2)

Reliëf met Karel de Grote, Roleand, Alboin en Widukind (Alta Nationalgalerie, Berlijn)
Reliëf met Karel de Grote, Roeland, Alboin en Widukind (Alte Nationalgalerie, Berlijn)

Ik blogde gisteren over Karel ende Elegast, een middeleeuwse ridderroman over Karel de Grote die op dievenpad gaat, midden in de nacht zijn verbannen vazal Elegast ontmoet, na een duel besluit met hem in te breken in het kasteel van ’s konings zwager Eggerik en zo ontdekt dat deze een staatsgreep beraamt. Afgaande op de tekst heeft Elegast tot de ontknoping niet in de gaten met wie hij van doen heeft, maar ik wees er in mijn stukje op dat een voorlezer de tekst – ik dacht concreet aan regels 824-826 – zó voordragen kan dat de toehoorder een ander vermoeden krijgt. Een kwestie van intonatie, strategisch pauzeren en eventueel een gekke bek.

Dat was een losse flodder van me, maar misschien valt er iets meer over te zeggen. Om te beginnen: Elegast heeft al opgemerkt dat Karel een mooiere wapenrusting draagt dan hij in zeven jaar heeft gezien:

Zi verlichten alse den dag
van stenen ende goude.

Lees verder “Karel ende Elegast (2)”

Karel ende Elegast (1)

Handtekening van Karel de Grote. Dit soort monogrammen waren de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen heel gangbaar en zeggen niets over Karels veronderstelde analfabetisme.
Handtekening van Karel de Grote. Dit soort monogrammen waren in de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen heel gangbaar en zeggen niets over Karels veronderstelde analfabetisme.

Ik vertelde al eens dat een oude vriend ongeneeslijk ziek is. Hij leest graag en bezit een bibliotheek om jaloers op te zijn. Dat leidt tot soms wat wrange cadeaus: al ik aanstalten maak weg te gaan, drukt hij me vaak nog een boek in handen. “Ik heb het niet meer nodig.” Inmiddels bezit ik ongeveer een meter boeken meer dan ik boekenplanken heb. Mijn laatste aanwinst droeg daar gelukkig slechts een paar millimeter aan bij: Karel ende Elegast.

En ineens was ik weer in 4 vwo, al herinner ik me niet of we de geestige ridderroman destijds klassikaal hebben gelezen of dat ik ervan heb kunnen genieten voor mijn literatuurlijst. Het is in elk geval een ontzettend geestige tekst, die de vraag bij me deed opkomen wat er vorige maand in Christiaan Weijts is gevaren dat hem deze ridderroman deed typeren als verstoft monument. Hij betoogde dat er op de middelbare school andere teksten moesten worden gelezen, opdat kinderen het lezen leuker zouden vinden. Me dunkt dat ze dan juist de Karel ende Elegast moeten lezen: een verhaal dat zowel spannend als grappig is, en bovendien helpt het heilige eigen gelijk van onze eigen tijd wat te relativeren.

Lees verder “Karel ende Elegast (1)”

Het Roelandslied

Ivoren hoorn (Musée de Cluny, Parijs)
Ivoren hoorn (Musée de Cluny, Parijs)

Zoals ik al eerder beschreef, was het Roelandslied in de tijd van de Kruistochten een tophit. Het werd gezongen in allerlei talen, waaronder het Nederlands.

Van die versie zijn nog ruim duizend regels over, geschreven in de twaalfde eeuw. Het is voldoende om vast te stellen dat het uitgespannen einde van Turoldus’ Franse versie ontbrak en dat het verhaal wat nuchterder wordt verteld, maar verder zijn er vooral overeenkomsten. Net als de Franse versie is de Middelnederlandse een door-en-door religieuze tekst, waarin het christendom staan tegenover de islam. Sterker nog, het heeft trekken van een heiligenleven. Ik weet althans niet wie er anders dan een heilige, bij zijn dood, wordt afgehaald door een engel:

God selve sinen inghel sende,
Daer die grave Roelant ende.

Lees verder “Het Roelandslied”