Ad quintum ferme lapidem

Ongeveer bij de vijfde mijlpaal

Tijdens de Bataafse Opstand (69-70) belegerden de Bataven, aangevoerd door Julius Civilis, de Romeinse legerbasis bij Xanten. In december wisten de Romeinen de belegeraars te verdrijven en het garnizoen te versterken, maar het bevrijdingsleger moest ijlings naar Mainz terugkeren toen dat werd aangevallen, waarop de Bataven Xanten opnieuw belegerden. Na een lange blokkade capituleerde het garnizoen. De Romeinse historicus Tacitus schrijft:

Voor de belegerden ging het om trouw of hongersnood, een dilemma tussen eer en oneer. Tijdens die aarzeling ontbrak het aan alle normale en ook abnormale etenswaren. Lastdieren en paarden waren al opgegeten, evenals andere dieren, onreine en smerige, die dienden uit nood. Planten en wortels trokken ze ten slotte los, onkruid tussen de stenen, waarmee ze een model waren van geduldig gedragen leed. Totdat zij hun stralende roem bevlekten met een smadelijk eind: er gingen afgevaardigden naar Civilis, smekend om hun leven.

Hij aanvaardde die beden …, bedong het kamp als buit en zond wachten uit. Sommigen moesten beslag leggen op geld, soldatenknechten en bagage, anderen soldaten escorteren wanneer die met lege handen hun kamp verlieten.

Op zo’n vijf mijl afstand wordt de Romeinse colonne onverwacht belaagd en aangevallen door Germanen. De ware vechters sneuvelden ter plaatse, velen terwijl ze uitzwermden, de rest vlucht terug het kamp in. Civilis beklaagt zich alleszins, bekritiseert de Germanen: met die misdaad hebben ze hun trouw gebroken! Was het voor de schijn of kon hij hun woede niet beheersen? Lastig uit te maken. (Tacitus, Historiën 4.60; vert. Vincent Hunink)

De laatste passage is typisch voor Tacitus: twee alternatieven noemen ter verklaring voor een misdrijf, waarbij beide opties negatief zijn voor degene die het betreft. En dat terwijl hij Civilis meestal presenteert als nobele wilde die niet zonder rechtvaardiging in opstand is gekomen.

Hierboven de plek waar de Romeinse colonne zou zijn overvallen, ad quintum ferme lapidem, “op zo’n vijf mijl afstand”, van de Romeinse basis. Het is een beetje problematisch, want het is een vlak landschap, niet de plaats waar je een hinderlaag verwacht. Iets noordelijker, waar de weg langs enkele heuvels komt, zou logischer zijn. Kan het zijn dat Tacitus niet ad v ferme lapidem maar ad ii ferme lapidem schreef? Lastig uit te maken.

4 gedachtes over “Ad quintum ferme lapidem

  1. Jeff

    De foto is genomen op de plek waar de Bönninger Straße uitkomt op de Xantener Straße, in de gemeente Alpen.
    Da’s toch wel ruim 9 km (ruim 6 Romeinse mijlen) vanaf de legerplaats Xanten.
    Uwe Janßen’s Dachdeckerbetrieb zit wat beter op de 5 mijl, maar dat had misschien een minder leuke foto opgeleverd 😉

    1. Jeff

      Oeps, ik had natuurlijk vanaf Vetera moeten meten :-(.
      Dan zitten we bij de foto maar net op een afstand van 4 Romeinse mijlen (6 km).
      Kruispunt Xantener Straße met Drüpter Straße zou dan beter op de 5 mijl zitten.
      Ook daar was de foto vast en zeker minder leuk geweest ;-).

  2. Frank Bikker

    De titel van een nieuw boekje van je.
    Fietsend door de oudheid in de lage landen.
    Zo maar een idee?

Reacties zijn gesloten.