IIII Macedonica

Munt van IIII Macedonica (Haltern)

In de Romeinse Republiek waren de legioennummers één tot en met vier gereserveerd voor de twee legers van de twee consuls. Het Vierde Legioen, dat later de bijnaam Macedonica zou krijgen, is dus geformeerd door een consul, en aangezien het in de lente van 48 v.Chr. voor het eerst in actie kwam in Dyrrhachion, moet die consul Julius Caesar zijn. In Dyrrhachion streed hij tegen de troepen van de Senaat, gecommandeerd door Pompeius, die de slag won.

Macedonië

Evengoed won Caesar later de slag bij Farsalos en de Tweede Burgeroorlog; zijn Vierde Legioen stationeerde hij daarna in Macedonië. De eenheid had zullen deelnemen aan Caesars campagne tegen het Parthische Rijk, maar die werd geannuleerd na de dood van de dictator. In de zomer van 44 v.Chr. riep Marcus Antonius daarom IIII Macedonica terug naar Italië; het was gestationeerd in het oosten van het schiereiland, waar het al snel partij koos voor Caesars geadopteerde zoon Octavianus. In de oorlog rond Modena (in april 43) streed het voor deze nieuwe commandant en leed daarbij zware verliezen.

Lees verder “IIII Macedonica”

Het ontstaan van XI Claudia

Inscriptie voor een soldaat van het Elfde Legioen, die vocht in Aktion (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Rome is niet gebouwd op één dag en is niet gebouwd door keizers of consuls. Het Mediterrane wereldrijk is ontstaan door de integratie van de diverse regionale economieën en kreeg een Romeins uiterlijk doordat er altijd legionairs waren die bereid waren te strijden voor consuls of keizers. Wat betekent dat de geschiedenis van de Mediterrane economie en Romeinse regimentsgeschiedenis belangrijk zijn. Wat weer betekent dat we het vandaag gaan hebben over het Elfde Legioen, dat een eeuw na zijn oprichting de bijnaam Claudia zou krijgen.

Een eerste begin

(U zult in een moment weten waarom “eerste begin” voor één keer geen pleonasme is.) Het was een van Romes oudste legioenen. Toen Julius Caesar in 58 v.Chr. besloot niet vanaf de Povlakte naar Dacië te trekken, maar in plaats daarvan Gallië binnen te vallen, rekruteerde hij twee extra eenheden: het Elfde en het Twaalfde. Caesar vermeldt het Elfde in zijn beschrijvingen van de strijd tegen de Nerviërs, en het legioen zal zeker ook hebben deelgenomen aan andere beroemde campagnes, zoals de belegeringen van Bourges en Alesia.

Lees verder “Het ontstaan van XI Claudia”

I Germanica

Inscriptie uit Herwen: het graf van een soldaat Mallius. In de derde regel zijn onderdeel, het Eerste Legioen. (Valkhofmuseum, Nijmegen)

De vaste lezers van deze blog weten het: ik ben bezig met een reeks over de Romeinse legioenen. We kunnen voor het keizerlijke leger regimentsgeschiedenis schrijven, en dat is meer dan we kunnen zeggen over menige recentere periode. Vandaag wil ik het hebben over het Eerste Legioen Germanica, een van de vele eerste legioenen die de Romeinen hadden. Ik heb al weleens eerder geblogd over die dubbele nummers, dus dat laat ik nu voor wat het is.

De eerste operaties

De legioenen één tot en met vier waren traditioneel gereserveerd voor de twee consuls. Dat betekent dat dit Eerste Legioen zal zijn gelicht door iemand die het consulaat bekleedde en die het vervolgens bij zich hield. Die iemand kan alleen Julius Caesar zijn geweest, die in 48 v.Chr. voor de tweede keer consul was. Hij aanvaardde het ambt in Brindisi, waar hij een leger had verzameld waarmee hij overstak naar het huidige Albanië. Daar nam het Eerste deel aan de operaties bij Dyrrhachion, waarin Pompeius Julius Caesar versloeg.

Lees verder “I Germanica”

Romeins burgerrecht

Diploma met verlening van Romeins burgerrecht aan enkele soldaten (Archeologisch museum, Zagreb; EDCS-12300250)

Ik heb al vaker gewezen op de Lex Roscia, de wet waarmee Julius Caesar met terugwerkende kracht de verlening van Romeins burgerrecht aan de bewoners van de Povlakte legitimeerde. Dat was een crisismaatregel. De Tweede Burgeroorlog zou gewonnen worden door degene met de meeste soldaten en Caesar vergrootte zijn rekruteringsbasis. Alleen burgers mochten immers dienen in de legioenen. Caesar was ook bij andere gelegenheden kwistig met het burgerrecht en Octavianus volgde hem daarin.

Een Mediterraan wereldrijk

De mensen die zo het Romeins burgerrecht kregen, zijn voor ons makkelijk herkenbaar. Ze heten allemaal Gaius Julius en dan nog een derde naam (bijvoorbeeld Sacrovir), naar de man die hun had opgenomen in de Romeinse burgerij. Hun afstammelingen hebben soortgelijke namen. De leider van de Bataafse Opstand lijkt een “interne” naam Kivilaz te hebben gehad, “de strijdlustige”, in het Latijn weergegeven als Civilis. Daar kwam dus Gaius Julius bij om aan te geven dat hij het burgerrecht had verworven of geërfd.

Lees verder “Romeins burgerrecht”

Het legioen met de leeuweriken: V Alaudae (2)

Grafsteen van soldaat Marcus Julius uit V Alaudae (Thermenmuseum, Heerlen)

Ik het vorige blogje beschreef ik de oprichting van het Vijfde Legioen Alaudae en zijn rol in Caesars campagnes in Gallië en de Tweede Burgeroorlog. Daarna streed voor Marcus Antonius en keizer Augustus. De soldaten waren actief in Italië, Macedonië, Syrië en Spanje voordat de eenheid werd overgeplaatst naar Belgica.

De Germaanse Oorlogen

In 12 v.Chr. stationeerde Augustus’ stiefzoon Drusus het Vijfde in Nijmegen of Xanten, waarvandaan het deelnam aan enkele veldtochten in het Overrijnse. De soldaten staken de Weser over en bereikten in 9 v.Chr. zelfs de Elbe. Mogelijk verbleven ze daarna enige tijd in Oberaden of Haltern, de Romeinse bases langs de Lippe.

Lees verder “Het legioen met de leeuweriken: V Alaudae (2)”

Ad quintum ferme lapidem

Tijdens de Bataafse Opstand waren er gevechten bij ongeveer de vijfde mijlpaal

Tijdens de Bataafse Opstand (69-70 na Chr.) belegerden de Bataven, aangevoerd door Julius Civilis, de Romeinse legerbasis bij Xanten. In december wisten de Romeinen de belegeraars te verdrijven en het garnizoen te versterken, maar het bevrijdingsleger moest ijlings naar Mainz terugkeren toen die stad werd aangevallen. Daarop sloegen de Bataven opnieuw het beleg op voor Xanten. Na een lange blokkade capituleerde het garnizoen. De Romeinse historicus Tacitus schrijft daarover:

Lees verder “Ad quintum ferme lapidem”

Romeinen en Bataven

Een Bataafse ruiter, of althans een Bataaf met twee paarden (Valkhofmuseum, Nijmegen)

Wie zich bezighoudt met de wereld van de oude Babyloniërs, Egyptenaren, Grieken, Joden en Romeinen ontdekt al snel dat we erg weinig gegevens hebben. De teksten zijn niet geschreven om mensen in 2017 te informeren; de ruïnes zijn precies dat – ruïnes, overblijfselen van gebouwen die er niet langer zijn. Er zijn echter een paar onderwerpen waarbij het met de dataschaarste meevalt, zoals de krijgsgeschiedenis van het Romeinse keizerrijk. Antieke auteurs schrijven veel over oorlog, honderden inscripties helpen bij de reconstructie van de regimentsgeschiedenis en archeologen hebben slagvelden en forten opgegraven. Omdat er betrekkelijk veel informatie is over oorlog, begrijp je waar het gemakzuchtige denkbeeld vandaan komt dat de Romeinen zo krijgszuchtig waren.

Het grote aantal bronnen en de goed ontsloten vondsten stellen de schrijver van een roman over de Romeinse krijgsgeschiedenis in staat het verleden enigszins adequaat weer te geven. De Britse auteur Anthony Riches schreef al een reeks boeken over Romeins Brittannië en voegde daar onlangs nog de “Centurions Trilogy” aan toe over de Bataafse Opstand. De boeken zijn grotendeels gebaseerd op de Historiën van de Romeinse auteur Tacitus, maar Riches is gewiekst genoeg om nevenplots toe te voegen en enorme delen uit Tacitus’ relaas samen te vatten, bijvoorbeeld door een soldaat een bepaalde gebeurtenis te laten melden aan zijn superieur.

Lees verder “Romeinen en Bataven”

Tacitus’ Bataven

Twee Bataven te paard, of een Bataaf met twee paarden (Valkhofmuseum, Nijmegen)

Vandaag een kort fragment uit de Germania van de Romeinse auteur Tacitus. Het maakt deel uit van een opsomming van stammen uit het gebied ten oosten en noorden van de rivier de Rijn.

De Bataven vallen van al deze volken het meest op door moed. Ze bewonen geen groot stuk van de oever, maar een eiland in de Rijn.

Lees verder “Tacitus’ Bataven”

Wij Batavieren (1)

Het traditionele beeld van de Oudheid, waarin veel aandacht was voor de Germanen, was nog dominant in de jaren negentig, toen Wim de Bie deze elpee maakte. Als Hagenaar kon hij zich even makkelijk associëren met het even verderop gelegen Romeinse Forum Hadriani, maar hij koos ervoor zich te zien als Cananefaat.
Het traditionele beeld van de Oudheid, waarin veel aandacht was voor de Germanen, was nog dominant in de jaren negentig, toen Wim de Bie deze elpee maakte.

Ik heb op deze kleine blog al een paar keer gewezen op het revolutionaire karakter van de aandacht die momenteel wordt gegeven aan de limes. Dertig jaar geleden had slechts een enkeling ervan gehoord. De Romeinse rijksgrens is “op de kaart gezet” – een cliché dat ik niet meer horen wil – met de Monumentenwet 1988 en vervolgens gecanoniseerd door de Commissie-Van Oostrom. Het gaat om een breuk met het traditionele beeld van de Nederlandse Oudheid, waarin vanouds niet de Romeinen centraal staan maar de Germanen. De Eburonen en de Bataven dus, en de Cananefaten, Chamaven, Friezen en Franken.

Hoewel ik de voordelen van het nieuwe geschiedbeeld herken, denk ik dat het niet zal beklijven. In de jaren tachtig ijverden de historici voor een soortgelijke aanpassing van ons beeld van de Patriottentijd, maar bij de recente herdenking van “tweehonderd jaar koninkrijk” klonk weer het aloude “de Patriotten waren de NSB-ers van Napoleon”. Tenzij de limes-organisaties gaan uitleggen waarom de limes een beter geschiedbeeld is dan het traditionele, kunnen we erop rekenen dat Nederland de limes over dertig jaar nog steeds niet zal herkennen als het eigen verleden en dat het project zal worden beschouwd als even nep als de visualisaties die momenteel aangeven waar ooit iets Romeins is geweest. De limessamenwerking zal eindigen met de reputatie een speeltje te zijn geweest voor projectontwikkelaars en werkverschaffing voor archeologen, die vaderlands verleden inruilden voor een Europees construct.

Lees verder “Wij Batavieren (1)”

Welkom in Xanten

De Capitolijnse Trias (Archeologisch Museum Xanten)
De Capitolijnse Trias in het Archeologisch Museum van Xanten

Xanten: vanuit Nijmegen bezien net over de Duitse grens en interessant omdat er een complete Romeinse stad is. Of beter: vijf Romeinse nederzettingen.

Vijf nederzettingen

De Romeinen kwamen hier rond 13 v.Chr. aan. Tegenover de plek waar de Lippe in de Rijn uitmondt, bouwden ze op een lage heuvel een basis voor twee legioenen, Vetera, die nog zo’n tachtig jaar dienst zou doen. Iets naar het noorden lag een stadje: veteranen moeten immers ook ergens wonen, de graanleveranciers van het Romeinse leger moesten ook ergens slapen en de inheemse bevolking moest ook ergens leven. Het heette Cibernodurum, “markt van de Ciberni” (of Cugerni), en wellicht herkent u de analogie met Nijmegen: twee legioenen op de Hunerberg en even verderop een stadje dat Batavodurum heette, “Batavenmarkt”.

Lees verder “Welkom in Xanten”