E.P. Wegener (1908-1958) (3)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Eefje Prankje Wegener was een van de belangrijkste Nederlandse papyrologen. Ze is wat vergeten geraakt. Papyroloog Klaas A. Worp (KNAW) ontdekte dat haar leven interessant genoeg was voor een eigen biografie (noot 1). Vandaag de derde aflevering van een vijfdelige gastbijdrage van Klaas Worp, waarvan het eerste deel hier was.]

Study tour naar Parijs, Londen en Oxford

Vermoedelijk op aanbeveling van haar leermeester Van Groningen kreeg Eefje Prankje Wegener een toelage van het Fruin-fonds om in Parijs, Oxford en Londen bij gerenommeerde papyrologen in de leer te gaan (noot 13). In Parijs werkte ze onder de hoede van Prof. P. Collart, mej. G. Rouillard, mr. A. Dain en Prof. P. Collinet. Zij woonde in Parijs op de Rue de Charonne 94 (XIe arrondissement) (noot 14). In Londen werkte ze samen met mr. Theodore Cressy Skeat (1907-2003). Hij was als curator papyrorum verbonden aan het British Museum. En samen publiceerden zij een in het British Museum bewaarde papyrus voor de eerste keer in een omvangrijk (23 pp.) artikel in The Journal of Egyptian Archaeology 21 (1935), pp. 224-247 (zie hieronder de bibliografie, no. 2).

In Oxford maakte de jong studente uit Leiden kennelijk zoveel indruk dat ze ook daar vrij snel in aanmerking kwam voor samenwerking met befaamde, door hun werk aan m.n. de Oxyrhynchuspapyri “gepokte & gemazelde” Engelse papyrologen: Edgar Lobel (1888-1982), Theodore Cressy Skeat (1907-2003), en Colin Henderson Roberts (1909-1990). Wegener werkte aan uitgaven van een groot aantal originele Griekse papyri die in Oxford bewaard werden in de Bodleian Library of in de Papyrology Rooms van het Ashmolean Museum. (Hiervoor, vgl. noot 27) Ik vermoed dat Professor Van Groningen ook ― nog net op tijd! ― zijn contacten met de befaamde Engelse papyroloog Arthur S. Hunt (1871-1934) gebruikte om de belangen van zijn studente te promoten, evenals hij kort voor 1935 via dezelfde A.S. Hunt originele Griekse papyri had verworven voor de eigen collectie van het Leids Papyrologisch Instituut, de zgn. “Warren papyri” (noot 15).

Wegener nam ook deel aan het Internationale Papyrologen-congres in Oxford (30 augustus -3 september 1937), waar ze een lange (9 pp. druks) voordracht hield. Vgl. hieronder de bibliografie, no. 3. Haar interesse voor het onderwerp van de stedelijke administratie in Grieks-Romeins Egypte (vgl. de bibliografie, nos. 7, 10) was natuurlijk gestimuleerd door de belangstelling van haar leermeester B.A. van Groningen, die zelf in 1924 een eigen studie van dit onderwerp gepubliceerd had, Les gymnasiarches des métropoles de lÉgypte Romaine. Vgl. ook het onderdeel “Rev(isie?) van C(orpus) P(apyrorum) H(ermopolitanarum)” van het Doctoraalexamen programma dat staat vermeld op de studentenkaart (bibliografie).

Promotie in Leiden

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak was Wegener waarschijnlijk in Nederland. Exacte gegevens omtrent haar terugkeer hebben we niet, maar we weten wel, dat ze voorbereidingen trof om te gaan promoveren. Die promotie vond plaats op 19 november 1941. In haar voorwoord dankt ze iedereen die heeft bijgedragen aan haar “study tour” (noot 16).

Met betrekking tot haar proefschrift zijn twee zaken opmerkelijk: (1) de datum van de verdediging en (2) de taal waarin het geschreven is (het Engels). Immers, de bezetter had vlak na de rede van prof. Cleveringa op 26 november 1940 de universiteit gesloten. Dit moet consequenties hebben gehad voor de promotie van Wegener. Iets daarvan vinden wij terug in haar voorwoord (noot 17):

It need not to be said how much I regret that the present condition of war has roughly broken off every contact with my English friends —

en even verder:

Finally I am much obliged to the publisher and his staff for their excellent collaboration and speed to make the present edition possible in due time before the closing of the “Alma Mater Leidensis”.

Het eerste duidt op “lef”, omdat de bezetter er beslist niet gecharmeerd was van een zo openlijk uit te komen voor affectie met de “vijand”. Overigens moet Prof. Van Groningen als promotor bijtijds van de inhoud van dit voorwoord op de hoogte zijn geweest en in de bewoordingen ervan geen bezwaar hebben gezien. Misschien speelde dit alles wel mee bij zijn gijzeling in St. Michielsgestel die begon op 7 augustus 1942, d.w.z. krap een jaar na de promotie van Wegener op 19 november 1941 (noot 18).

Het tweede wekt bevreemding. Als met “… before the closing of …” de sluiting vrijwel direct na de lezing van Cleveringa bedoeld wordt, dan zou het proefschrift dus nog voor die datum gedrukt moeten zijn, maar dan is het vreemd dat de verdediging niettemin op 19 november 1941 vastgesteld is. Bijna een jaar later! Waarschijnlijk moet worden aangenomen, dat gebruik is gemaakt van een korte periode (vanaf april 1941), waarin examens en tentamens tijdelijk werden toegestaan. Bij dit alles moet het gegeven worden meegenomen, dat slechts 6 dagen voor de promotie van Wegener op 13 november 1941 haar medestudent Ernst Boswinkel promoveerde. Niet lang daarna werd de universiteit volledig gesloten.

Op 20 november 1941 haalt Van Genechten, de NSB-procureur-generaal van de rechtbank te Den Haag, in een interview met een journalist van het ANP flink uit naar de Leidse universiteit:

Voor het Nederlandsche volk had de Leidsche instelling reeds lang elke beteekenis verloren. Het is een geluk te achten, dat nu eindelijk dit horzelnest is uitgebrand.” (noot 19)

De dissertaties van Wegener en Boswinkel zijn goed vergelijkbaar, d.w.z. Wegener produceerde een eerste editie van negentien Griekse papyrus-teksten stammend uit de periode 200 -175 v.Chr. tot en met de zevende eeuw n.Chr. Boswinkel produceerde een eerste editie van zeventien Griekse papyrus-teksten stammend uit diverse eeuwen van onze jaartelling, maar nu liggend tussen 87 n.Chr. en de derde/vierde eeuw n.Chr. De herkomst van de teksten binnen Egypte vertoont een zekere spreiding, al is die in het geval van Wegeners dissertatie iets meer gevarieerd dan die van Boswinkels teksten, die goeddeels (zij het niet uitsluitend!) uit Zuid-Egypte stammen.

De weerklank die deze twee dissertaties in de papyrologische literatuur i.h.a. verkregen hebben (sinds hun verschijnen behoren ze tot het standaardrepertoire aan papyrusteksten) geeft aanleiding de kwaliteit van Wegeners werk in het algemeen een fractie hoger aan te slaan dan dat van Boswinkel. Door tijdgebrek (als Nederlands reserveofficier moest hij zijn verblijf in Wenen, waar hij de Anschluß van maart 1938 meemaakte, bij de mobilisatie op 28 -29 augustus 1939 afbreken en terug reizen naar Nederland om het vaderland te gaan verdedigen, want in Europa stond een oorlog op het punt van uitbreken) werd hij gedwongen voor zijn dissertatie enig “haastwerk” te presenteren. Daarom zag hij niet bijtijds (maar ook zijn promotor niet!) dat twee van de door hem in zijn dissertatie gepresenteerde fragmentarisch bewaarde teksten (de nummers 8 en 9) feitelijk vrijwel precies aan elkaar pasten (noot 20).

[Wordt vervolgd]

6 gedachtes over “E.P. Wegener (1908-1958) (3)

  1. FrankB

    “Het eerste duidt op “lef”
    Niet echt, want de formulering is volstrekt apolitiek, in elk opzicht. Bovendien betwijfel ik of veel nazi’s belangstelling hadden voor een proefschrift papyrologie. Ze hadden het veel te druk met joden af te voeren en protesten daartegen de kop in te drukken.

    1. Frans

      Nou ja, als je een papyrus zo weet uit te leggen dat de oude Egyptenaren eigenlijk Ariërs waren… Vooral Himmler was dol op dat soort verhalen.

      1. Ben Spaans

        Über den Prozess der Zivilisation – dat had misschien na 1945 weer even tijd nodig om op zijn waarde geschat te worden ja…

    2. Rob Krabbendam

      Beetje blasé, niet?

      Een proefschrift in het Engels om een graad te verkrijgen bij een universiteit die door de Duitsers gesloten was vanwege openlijk protest tegen Nazi-maatregelen? Okay, misschien gingen er niet direct alarmbellen af, maar het proefschrift is waarschijnlijk ook niet ongemerkt voorbij gegaan.

      En dan kunnen wij haar uitspraak anno 2020 wel apolitiek vinden, maar wie wist anno 1941 wat de Nazi’s als politiek of apolitiek zouden opvatten?

  2. Willem van Bentum

    Bedankt voor deze interessante serie, die me doet denken aan Verhalen van de drakendochter. Leven en werk van Maartje Draak (1907-1995) van Willem Gerritsen. Ook zeer aan te raden.

  3. Bert Schijf

    Interessante studiereizen maakte EFN en met voldoende kennis van zeker drie talen. Tegenwoordig zou ze dankzij de EU vast een Erasmus beurs hebben gekregen. Het elfde is tegenwoordig een spannende wijk met een mengeling van morsigheid en avontuur. Ze woonde in ieder geval vlak bij het Gare du Nord. Iets anders is dat haar proefschrift meteen als een standaardwerk werd gezien. Maar door wie? Een handvol Nederlandse papyrologen? Of heeft het proefschrift toch tijdens de bezetting Engeland bereikt? Veel publicaties van net voor en tijdens de oorlog waren helemaal vergeten in 1945. Norbert Elias heeft zijn beroemde boek in 1939 gepubliceerd en dat was in 1945 vrijwel vergeten. Zijn echte erkenning kwam vele jaren later.

Reacties zijn gesloten.