Farizeeër: een lelijk scheldwoord

“Laten we niet op farizeïsche wijze uitleg willen geven aan alles achter elke komma”: met die woorden probeerde minister van Justitie Piet Hein Donner ooit een discussie kort te sluiten die zijns inziens dreigde te verzanden in detailkwesties (bron). Hij was niet de enige die de farizeeën, de erflaters van het hedendaagse jodendom, negatief typeerde. Een liedje uit de Tweede Wereldoorlog typeerde NSB-ers als farizeeërs die hun vaderland verkochten voor zes centen. De online-versie van het Van Dale-woordenboek omschrijft de farizeeër als “schijnheilige, huichelaar”.

Er staat niet bij dat het een scheldwoord is. Maar dat is het wel. En we weten zelfs wie het die betekenis heeft gegeven. Daarvoor moeten we bijna tweeduizend jaar terug.

Lees verder “Farizeeër: een lelijk scheldwoord”

Geliefd boek: Hirsch & Cie

Het in 1912 geopende Hirschgebouw aan het Leidseplein in Amsterdam imponeert nog steeds door zijn omvang. Tegenwoordig heeft een computerfirma een grote vestiging in het gebouw en komt er een heel ander publiek dan in de hoogtijdagen van het modehuis Hirsch & Cie. Femke Knoop heeft over dat modehuis een luxueus uitgevoerd, maar niet duur boek, geschreven. Hirsch & Cie in Amsterdam (1882- 1976). Haute Couture op het Leidseplein (2018).

Modehuis aan het Leidseplein

Directeuren en klanten, soms ook personeel, lieten zich regelmatig fotograferen bij het fotoatelier Merkelbach dat op de bovenste etage was gevestigd. De schrijfster maakt royaal gebruik van deze foto’s. Het boek levert geschiedenissen van de oprichters, het personeel en de gebouwen waarin het bedrijf was gevestigd. Kleding en reclame en klanten krijgen de nodige aandacht.

Lees verder “Geliefd boek: Hirsch & Cie”

E.P. Wegener (1908-1958) (3)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Eefje Prankje Wegener was een van de belangrijkste Nederlandse papyrologen. Ze is wat vergeten geraakt. Papyroloog Klaas A. Worp (KNAW) ontdekte dat haar leven interessant genoeg was voor een eigen biografie (noot 1). Vandaag de derde aflevering van een vijfdelige gastbijdrage van Klaas Worp, waarvan het eerste deel hier was.]

Study tour naar Parijs, Londen en Oxford

Vermoedelijk op aanbeveling van haar leermeester Van Groningen kreeg Eefje Prankje Wegener een toelage van het Fruin-fonds om in Parijs, Oxford en Londen bij gerenommeerde papyrologen in de leer te gaan (noot 13). In Parijs werkte ze onder de hoede van Prof. P. Collart, mej. G. Rouillard, mr. A. Dain en Prof. P. Collinet. Zij woonde in Parijs op de Rue de Charonne 94 (XIe arrondissement) (noot 14). In Londen werkte ze samen met mr. Theodore Cressy Skeat (1907-2003). Hij was als curator papyrorum verbonden aan het British Museum. En samen publiceerden zij een in het British Museum bewaarde papyrus voor de eerste keer in een omvangrijk (23 pp.) artikel in The Journal of Egyptian Archaeology 21 (1935), pp. 224-247 (zie hieronder de bibliografie, no. 2).

Lees verder “E.P. Wegener (1908-1958) (3)”

De evacuatie van Arnhem

Bombardement van het Bezuidenhout (© Haags Gemeentearchief)

Ik ben misdienaar in de Heilige Mis van 11:30 in de Walburgkerk aan het Walburgplein in Arnhem op de dag van de landingen. De kerk zit tjokvol, zoals gewoonlijk in de laatste Heilige Mis op zondag. Even over twaalf uur gaat het luchtalarm af; de mis gaat gewoon door. Als de mis afgelopen is, moeten de mensen in de kerk blijven zitten. Bij luchtalarm mag men niet over straat gaan. Het is al over enen als er nog geen veilig signaal is afgegeven. De pastoor gaat met de Duitse autoriteiten overleggen hoe de kerkgangers naar huis kunnen gaan. Na enig overleg geven de Duitsers toestemming om de mensen naar huis te laten gaan met de instructie zo dicht mogelijk in de buurt van de bebouwing te lopen. We lopen snel naar huis.

Er zijn veel vliegtuigen in de lucht en vanwege het alarm is het rustig op straat. In de avond raakt een afgedwaalde granaat de schoorsteen van het huis naast ons. Een harde knal en er vallen wat stukjes plafond naar beneden. We blijven de hele nacht in het gangetje bij de badkamer waar we ons het best beschermd voelen. Vermoeid valt iedereen in slaap.

Lees verder “De evacuatie van Arnhem”

Oorlog in Nijmegen (4)

NSB-ers op de vlucht

Nijmegen, dinsdag 5 september 1944

De geallieerden rukken op in België. Foute burgers en individuele Duitse soldaten vluchten richting Duitsland. Soldaten confisqueren zelfs damesfietsen. De inspecteur van politie vlucht; ook het gezin verderop  op de hoek. Het dochtertje van ongeveer tien jaar draagt een netje met kleren en een houten speelgoedhond. Zielig.

Na deze “Dolle Dinsdag” herstellen de Duitsers zich. Er marcheert een eindeloze stoet Duitsers door onze straat. Waarschijnlijk om de bevolking te intimideren. Zus B. zegt plotseling: “Die soldaat heb ik al eerder gezien.” Over het trottoir lopend tegen de richting van het leger in, zien we dat een gesloten stoet in een driehoek van straten blijft lopen.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (4)”

Oorlog in Nijmegen (3)

[Vandaag een bijdrage van Corry Tolhuizen, die het onderstaande schreef voor een ter ziele gegane website met de verhalen van gewone mensen over historische gebeurtenissen. Haar stukjes, twaalf in getal, waren te aardig om ze definitief van het internet te laten verdwijnen. De twee eerste stukjes waren hier en daar en ik zal de komende maanden meer van herpubliceren.]

Nijmegen, zomer ’44

Er is ’s nachts vaak onrust in de lucht. De geallieerden vliegen over richting Ruhrgebied, waar veel industrie is. We zingen dan onder meer “Van de hele firma Krupp staat alleen nog maar de stoep.”

Soms vallen er verdwaalde bommen op Nijmegen. We zien hoe Duitse schijnwerpers de hemel afzoeken. Er worden ook wel vliegtuigen neergeschoten.

Vader vertelt dat de geallieerden nu “vliegende forten” hebben. Ik stel me een soort kastelen in de lucht voor.

In een nacht met veel vliegverkeer boven Nijmegen vluchten we weer eens naar de slaapkamer van vader en moeder. Drie personen aan het hoofdeinde en drie aan het voeteneinde. We bidden de rozenkrans. Dan vindt buiten een ontploffing plaats en rollen we over elkaar heen… we zijn niet getroffen, maar door het ledikant gezakt.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (3)”

Oorlogskind (21) We verhuizen opnieuw

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader Ben Lendering, die vertelt wat hij als kind in de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

Hoe we de eerste dagen van de Bevrijding leefden, daar weet ik niet zoveel meer van. De slaapplaatsen van de hele familie en van ons waren allemaal vernield, de bedden lagen onder het puin. We zullen wel in het bakhuis of in de schuur geslapen hebben. Misschien sliepen we ook wel in de kelder, want die was tenslotte heel gebleven. Maar het was natuurlijk wel duidelijk dat we daar niet konden blijven. Ook mijn oudste drie broers konden niet op hun evacuatie-adres blijven, want bij de familie Wilting was het huis ook zwaar beschadigd. Een eindje buiten het dorp woonde de zus van mijn moeder met haar man.

De eerste vrouw van oom Gerrit was overleden en hij was achtergebleven met vijf dochters. Toen was hij met mijn tante getrouwd. Een van zijn dochters was die winter overleden, zodat ze nu nog vier meisjes hadden. Die waren toen ongeveer 15 tot 20 jaar oud. Bij die familie zouden we nu met zijn allen gaan wonen. Maar dat gebeurde pas na een paar dagen.

Lees verder “Oorlogskind (21) We verhuizen opnieuw”

Hardloper Huizenga

Toen ik nog maar net geschiedenis studeerde, adviseerde een docent me om niet teveel te kijken naar de grote lijnen maar me ook te verdiepen in de details. Als voorbeeld noemde hij de herkomst van de koperen spijkers die werden gebruikt bij de bouw van VOC-schepen. Dertig jaar later weet ik nog steeds niet of het een verstandige raad was – of beter: ik heb ontdekt dat er veel te weinig syntheses zijn en veel te veel detailstudies. Je wordt echt niet vrolijk van een studie over akkerbouw in Romeins Portugal of een artikel over het bioscoopbezoek in Alkmaar (1912-1939).

Dat neemt niet weg dat ik kan genieten van boeken over betrekkelijk “kleine” onderwerpen, zoals Job van Schaiks biografie van de Groningse hardloper Louwe Huizenga. Eigenlijk moet ik zeggen dat het een Drentse slager was, want ’s mans atletische successen duurden maar kort – van de zomer van 1915 tot het najaar van 1918 – en het grootste deel van zijn leven werkte hij in Ruinerwold, bij Meppel, waar hij een slagerswinkel had.

Lees verder “Hardloper Huizenga”

Totaalmalloten

Aan het begin van de negentiende eeuw trachtten koning Lodewijk Napoleon en, wat later, koning Willem I, de universiteiten te hervormen. De onderwijsinstellingen van Harderwijk en Franeker werden opgeheven en met de vrijkomende gelden werden de andere universiteiten vernieuwd. Als je leest over de inzet van toenmalige geleerden, raak je ontroerd: het enthousiasme om de zaken aan te pakken, was heel groot en compenseert ruimschoots wat er (althans naar huidige inzichten) niet goed ging.

Lees verder “Totaalmalloten”

Een monument voor het Verzet

Het zou overdreven zijn te zeggen dat Jacques Presser (1899-1970) de grootste Nederlandse historicus van de twintigste eeuw was, maar hij was wel degene met de beste pen. Die benutte hij niet alleen voor wetenschappelijke publicaties als Napoleon (1946), maar ook voor literaire werken als De nacht van de girondijnen (1957), en voor de twee delen van Ondergang (1965), die zowel wetenschappelijk als literair zijn. De grens tussen non-fictie en fictie is ook moeilijk te trekken in zijn onlangs ontdekte Homo submersus: enerzijds een roman-in-dagboekvorm, anderzijds documentatie van zijn onderduiktijd in Overwoud, een gehucht ten oosten van Barneveld.

Het eenvoudige verhaal blijft ogenschijnlijk dicht bij Pressers eigen ervaringen: een jood uit Amsterdam duikt in de zomer van 1943 onder in het huis van een onderwijzer aan een christelijke school in een dorpje aan de rand van de Veluwe. Hij is bezig met het voorbereiden van een wetenschappelijke publicatie. De onderwijzer, tevens het hoofd van de organisatie die joden helpt, is nogal loslippig, waardoor zijn tijdelijke huisgenoot veel informatie krijgt over andere onderduikers. Van hun levens en van de activiteiten van hun redders is Homo submersus de kroniek, bijgehouden om een bevriende socioloog in staat te stellen het verschijnsel onderduik te onderzoeken.

Lees verder “Een monument voor het Verzet”