Thales van Milete (en Babylon)

Thales (Nationaal Museum, Beiroet)

Thales was een Griekse geleerde die in de zesde eeuw v.Chr. leefde in Milete. Van hem is de stelling dat alles uit water is ontstaan en daarom wordt hij wel natuurfilosoof genoemd. Omdat er nogal wat legenden over hem in omloop zijn heeft een commentator hem ooit vergeleken met de dertiende-eeuwse duizendkunstenaar Michael Scot, aan wie ook van alles en nog wat is toegeschreven. Thales’ tijdgenoten waren verbluft omdat hij de zonsverduistering van 28 mei 585 v.Chr. zou hebben voorspeld.

Hoezo, zonsverduistering?

Daar valt echter wel wat op af te dingen. Zelfs in Babylonië, waar de astronomen veel verder waren dan in het toenmalige Griekenland, kon men dit in de zesde eeuw niet. Natuurlijk, men wist dat er een patroon was in zons- en maansverduisteringen en wist op welke data ze mogelijk waren. De Babylonische astronomen waren echter niet in staat te voorspellen of ze een verduistering van de zon ook werkelijk zouden observeren. Zo lezen we op kleitabletten weleens dat een voorspelde zonsverduistering niet was doorgegaan. Moderne astronomen berekenen dan dat het schouwspel zichtbaar was op Groenland of Java of zo.

Misschien moeten we maar aannemen dat Thales niet méér heeft gedaan dan wat Babyloniërs konden: aangeven dat op een bepaalde datum een zonsverduistering zou kunnen plaatsvinden en in het midden laten of er werkelijk iets zou gebeuren. Zoals zo vaak weten we het niet.

Babylonische astronomie

Maar even aannemend dat Thales dit kon – waar haalde hij dan de kennis vandaan? Eigenlijk is er maar één optie: hij kende de Babylonische astronomie. Dat is zeker denkbaar. Het idee dat alles wat ontstaan uit water is immers ook Babylonisch. En nu is er ineens bewijs.

Vorig jaar publiceerde Philip Thibodeau, over wie ik weinig meer weet dan dat hij werkt aan een universiteit in New York, The Chronology of the Early Greek Natural Philosophers (download), waarin hij al het bewijsmateriaal eens bij elkaar plaatst. (Wonderlijk overigens dat niemand dat eerder heeft gedaan.) De zonsverduistering was natuurlijk een ideaal stukje bewijsmateriaal en Thibodeau citeert het vanuit diverse bronnen, zoals het beroemde verhaal bij Herodotos en enkele minder beroemde passages, zoals Plinius de Oudere en Clemens van Alexandrië.

En ook: de filosofiegeschiedenis van de Perzische auteur Abu Suleiman Mohammed al-Sijistani (c.932-c.1000). Die vertelt dat de Grieks-Romeinse filosoof Porfyrios van Tyros (c.234-c.305) als geboortedatum voor Thales het 123e jaar van Buthnasar noemt.

Buthnasar

Wat u hierbij moet weten is dat men destijds meende dat iemands leven een hoogtepunt had, een akme. Als dit bekend was, zo redeneerde men, was iemand veertig jaar eerder geboren en veertig jaar later gestorven. Men wist heus wel dat het zo precies niet in elkaar stak, maar het was, in een wereld zonder echt goede kalenders, een methode om grip te krijgen op de tijd. Porfyrios dateerde de zonsverduistering dus rond het 163e jaar van Buthnasar – ofwel Nabonassar, de Babylonische koning tijdens wiens bewind (r.747-734) de systematische optekening van hemelverschijnselen begon (meer). De ongebruikelijke formulering die Al-Sijistani op gezag van Porfyrios gebruikt, is niets anders dan de officiële Babylonische wijze van noteren.

We hebben dus te maken met een Babylonisch citaat dat via een Grieks-Romeinse auteur in een Perzische tekst is terechtgekomen. Dat is niet uniek. En het bewijst dat Porfyrios toegang had tot een tekst over of van Thales die gebruik maakte van Babylonische terminologie om informatie over te dragen. Waarmee we in feite zeker weten wat we al vermoedden: Thales is in de leer geweest bij de Babyloniërs.

23 gedachtes over “Thales van Milete (en Babylon)

  1. FrankB

    “(Wonderlijk overigens dat niemand dat eerder heeft gedaan.)”
    Ach, waar zou Thales de truc (die tegenwoordig extrapolatie heet) anders vandaan gehaald moeten hebben? Soms slikt men iets voor zoete koek omdat de koek nu eenmaal zoet en lekker is. Niettemin is het kunststukje van Thibodeau erg leuk. Ik ga The Chronology of the Early Greek Natural Philosophers beslist lezen (en ben er al aan begonnen).

    1. FrankB

      Wauw, het voorwoord en de inleiding zijn indrukwekkend. Duidelijk geformuleerde onderzoeksvragen, een gedegen verantwoording van elk onderdeel van zijn methodologie – een schoolvoorbeeld van oudheidkunde = wetenschap. Als hij het bij het rechte eind heeft is het resultaat ernaar – de hoofdstukken over de Pre-Socratici uit Russell’s A History of Western Philosophy dienen herschreven te worden (evenals overeenkomstige delen van later werk als De Wereld van Sophie).

  2. Waar haalde Thales zijn kennis vandaan? Babylonië? Zeer aannemelijk. Zeker gezien de verdere argumenten.

    Maar mogelijk is deze kennis al veel ouder. In veel megalitische monumenten zitten zowel uitlijningen op de zonsopkomst en zonsondergang als op de maanopkomst en maanondergang. Als je je realiseert dat in beide een regelmaat zit, dan is het voorspellen van een zonsverduistering in principe doenbaar. Dat is overigens een grote “als”. De jaarcyclus van de zon zal geen probleem zijn, maar de 18,6 jaar cyclus van de maan is zeer waarschijnlijk een serieus obstakel. Het is maar zeer de vraag of dat al bij de megalietenbouwers bekend was. En dan nog is het de vraag of je je realiseert dat een zonsverduistering voorspelbaar is en niet pakweg een straf van de goden of iets dergelijks. Maar helemaal uitgesloten is deze bron van kennis niet.

    1. Omdat zonsverduisteringen zo zeldzaam zijn, zal de regelmaat alleen gedetecteerd kunnen worden wanneer men een registratie heeft, dus een eerste vorm van geletterdheid, en er zijn geen aanwijzingen dat die megalietenbouwers daar aan deden.

      Bijhouden waar door het jaar heen de zon opkomt en ondergaat, dat lukt wel uit het hoofd, met herkenningspunten aan de horizon, en meer geometrie heeft zo’n megalithisch monument ook niet nodig.

      1. Misschien is de megaliet zelf wel de vorm van geletterdheid! Daar staan ook wel eens sybolen op. Naast de midwinter en midzomer zonsopkomsten en zonsondergangen zijn er ook uitlijningen op de uiterste punten van maanopkomst en maanondergang (de 18,6 jaar cyclus). Je hoeft dit echt niet zo uitgebreid te registreren, dat kan je ook wel onthouden. Uiteindelijk schijnen ze in de prehistorie ook de hele Ilias uit hun hoofd te hebben geleerd, dus dat lijkt me het probleem niet… Maar die tijdsduur van 18,6 jaar, dat is ruim een generatie in termen van prehistorische levens, dat is wel veel. En dat maakt het dan weer onwaarschijnlijker

        1. Toen de Ilias werd gecomponeerd bestonden er al lang geschreven verhalen in spijkerschrift. Ik zag een niet geheel ongeloofwaardige documentaire dat de Ilias wel eens door een professionele schrijver in Cilicië kon zijn geschreven naar Mesopotamische thema’s. Er ligt daar een ruïne van een stad die behoorlijk goed voldoet aan de beschrijving van Troje in de Ilias, en die net door de Assyriërs was veroverd na een lang beleg.

          Griekse saus over een lokale werkelijkheid en oude literaire thema’s, en een waardevol product voor Helleense rijkaards was geproduceerd.

          De hypothese is niet zo goed aangekomen in de wereld van de classici, maar het verhaal van Raoul Schrott zat leuk in elkaar.

        2. Frans

          Nou, ook in de oertijd waren er al mensen die ouder werden dan 18, dus dat is geen probleem. En het idee van zo’n megaliet als vorm van schrift bevalt me wel. Iets dergelijks zie je ook in Zuid Amerika, waar bouwwerken als Machu Picchu ook precies op de zonnewende of de sterren gericht zijn.

  3. Leuk dat dit boek van Philip Thibodeau downloadbaar is. Meteen al enkele blz. gelezen. Dank, Jona.

    …Wat u hierbij moet weten is dat men destijds meende dat iemands leven een hoogtepunt had, een akme. Als dit bekend was, zo ging men verder, was iemand veertig jaar eerder geboren en veertig jaar later gestorven…

    Het grappige is dat de Divina Commedia van Dante Alighieri (1265-1321) begint met het vers:

    Nel mezzo del cammin de nostra vita.

    In alle edities die ik gelezen heb (Nederlands, Frans, Italiaans, Engels) van dit meesterwerk wordt een duiding van dit vers gegeven die in feite overeenkomt met jouw beschrijving van het begrip akme. Men dacht dus ook in de middeleeuwen dat een leven 70 jaar kon duren of als je heel sterk was 80 jaar. Voor een uitvoerige beschrijving van wat er achter dit vers steekt en ook dat het verband houdt met de Bijbel, zie https://www.wikiwand.com/fr/Nel_mezzo_del_cammin_di_nostra_vita

  4. Huibert Schijf

    Over de inhoud van de publicatie van Philip Thibodeau ga ik niets zeggen. Dat laat ik graag over aan mensen die er verstand van hebben. Maar over de publicatie zelf valt wel iets te zeggen. Het is geplaats op de website cosmographia.net, New Haven, 2019. Tot nu toe heeft alleen Thibodeau zelf daar enkele publicaties geplaatst. Op Google Scholar vind ik geen enkele verwijzing en op ReserchGate (niet openbaar) zijn eerdere versies van de hoofdstukken geplaatst die wel worden gelezen. De inhoudsopgave laat duidelijk zien wat de publicatie nastreeft: het is een inventaris van bronnen met een korte inleiding en zonder conclusie. Misschien gemaakt voor studenten. Ongetwijfeld veel werk en nuttig voor onderzoekers die zo’n overzicht kunnen gebruiken. JonaL is verbaasd dat dit nog niet eerder was gedaan. Ach, er zijn natuurlijk nog honderden overzichten niet gedaan. Systematische overzichten zijn een goede basis voor iedere wetenschap, zoals vandaag weer blijkt

      1. Huibert Schijf

        Die bespreking is duidelijk geschreven door iemand die er verstand van heeft, hoewel er ook enkele opmerkingen worden gemaakt over de publicitaire status van het boek. Universitaire bestuurders hebben bij het verzinnen van Engelse equivalenten voor Nederlandse universitaire titels dat zonder verstand gedaan en zich de op de Amerikaanse titelatuur gericht. Voor Amerikanen is een assistent professor echter iemand zonder vaste aanstelling die de selectiedrempel voor tenure en daarmee de titel associate professor nog niet is gepasseerd. Amerikanen zouden raar opkijken als een Nederlandse wetenschapper zich assistent professor zou noemen, terwijl zij een duidelijk gevestigde status heeft, maar te beleefd zijn om er naar te vragen. Associate professor zou de passende omschrijving zijn of nog beter de Britse naam lecturer.

      2. FrankB

        De link werkt niet meer en dat komt door de website (ik ben naar BMCR zelf gegaan). Dat is wellicht tijdelijk, want de links naar andere recensies werken ook niet.

  5. A.Minis

    Als inventaris zal het vast erg handig zijn voor studenten en onderzoekers, alles netjes in 1 boek bij elkaar. De publicatie streeft daarnaast naar een nieuwe datering voor Anaximander en Anaximenes. Die worden spectaculair veel later gedateerd dan voorheen, en daarmee maken ze deel uit van een heel andere intellectuele context dan men dacht. Ook vestigt de auteur de aandacht op de verandering in taalgebruik en gedachtengoed in de late 6e eeuw vC.: contacten met Perzie ten tijde van Darius?Dat valt allemaal te lezen in de Inleiding.
    Of hij zinnige argumenten aandraagt? Geef mijn portie maar aan Fikkie…mij te taai en ik denk ook niet dat ik dat kan beoordelen. Ik voel echter wel aan mijn water dat de geleerden gezellig gaan bekvechten over die dateringen. Niets is zeker in dat soort kwesties.
    Over die verandering in de 6e eeuw is er ook nog een andere theorie : dat kwam door de invoering en circulatie van muntgeld.En dat gebeurde tegelijkertijd in India (en in China).(!!!!)
    (Seaforth, Money and the Early Greek Mind. Seaforth schreef ook een vergelijking tussen de gelijktijdige Indische en Griekse filosofie. Nu te koop bij Athenaeum. Dat gaat ook weer over het muntgeld. The moneyfication of Heraclitus….och ja, wie zal het zeggen.

      1. A. Minis

        Dank u wel. Ik bedoel natuurlijk Seaford. Het boek heet The Origins of Philosophy in Ancient Greece and Ancient India.

          1. A. Minis

            Nee , zo is het niet. Het idee is dat geld een symbool voor zowat alles was. Toen dat voor het eerst in werking trad, had het een enorm effect op taalgebruik en gedachten.Geld was inwisselbaar voor alles. Een enorme verandering die gevolgen had voor de maatschappij en ook voor filosofen.
            Ik heb ook weleens met verbazing gekeken naar alle goederen die ik in ruil voor wat munten op mijn tafel had liggen Ik kan me best indenken hoe groot de indruk was die het maakte in de 6e eeuw. Misschien draaft Seaford door, maar onzinnig lijkt het me niet.

Reacties zijn gesloten.