De Babylonische Oorlog (2)

De moeilijk neembare muren van Babylon

[In 314 v.Chr. brak een grote oorlog, de Derde Diadochenoorlog, uit tussen de opvolgers van Alexander de Grote. Vanuit Egypte stuurde Ptolemaios een klein leger, onder aanvoering van Seleukos, naar Babylonië, een welvarende provincie in het rijk van Antigonos Eénoog. Hier brak een tweede conflict uit, de Babylonische Oorlog. Het eerste deel van deze vijfdelige reeks was hier.]

Seleukos begaf zich op weg naar Babylon, hoewel hij van Ptolemaios maar achthonderd man infanterie en tweehonderd ruiters had gekregen. Hij was zo rotsvast overtuigd van de goede afloop dat hij zelfs helemaal zonder leger, alleen met zijn vrienden en eigen slaven het binnenland ingetrokken zou zijn. Hij veronderstelde namelijk dat de Babyloniërs op grond van hun vroegere welgezindheid bereid zouden zijn zich bij hem aan te sluiten en dat Antigonos, door met zijn leger een eind weg te trekken, hem een uitstekende gelegenheid had geboden zijn eigen plannen uit te voeren.

Diodoros van Sicilië, die ik hier citeer in de vertaling van Simone Mooij, formuleert het wat onhandig. Seleukos profiteerde minder van de afwezigheid van Antigonos dan van het feit dat Ptolemaios zich in Syrië bevond en hem dekking verschafte. Bovendien was Antigonos’ gouverneur van Babylonië kort tevoren gesneuveld.

Toen Seleukos Mesopotamië had bereikt, overreedde hij een deel van de in Harran gevestigde Macedonische veteranen en dwong hij een ander deel samen met hem op te trekken, en toen hij Babylonië was binnengetrokken, kwamen de meeste bewoners hem tegemoet, sloten zich bij hem aan en verklaarden dat zij alles zouden doen wat hij wilde.

Dat gebeurde medio mei 311. Diodoros voegt hier nog aan toe dat de burcht van Babylon werd belegerd en later door bestorming ingenomen, waarbij de aanhangers en slaven van Seleukos, die daar al vier jaar door Antigonos gevangen werden gehouden, hun vrijheid herkregen. Ook het beschadigde kleitablet met de zogeheten Diadochenkroniek beschrijft de gebeurtenis:

Alleen de burcht nam hij niet in. Die maand werden dertig talenten zilver, die <…>

In de maand abu (29 juli – 27 augustus 311) ging Seleukos, die de burcht wilde veroveren, naar <…>, en verwoestte de verdedigingswerken door de Eufraat niet af te dammen en het water als een vloedgolf te laten stromen.

Veel Babyloniërs moeten al spijt hebben gehad van hun steun aan de bevrijder, want de vloedgolf die de ommuring van de burcht beschadigde moet ook woonwijken hebben getroffen. En dat was nog maar het begin van hun misère.

[Wordt vervolgd. Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

4 gedachtes over “De Babylonische Oorlog (2)

  1. Die Babylonische kroniek, de zgn ‘Diadochenkroniek’, nuhttps://www.livius.org/sources/content/mesopotamian-chronicles-content/bchp-3-diadochi-chronicle/ uitgegeven door Irving Finkel en mij als BCHP 3 op de webstite van Jona:

Reacties zijn gesloten.