Hellenistisch Babylon

Beeldje van een kind uit Babylon, eerste of tweede eeuw n.Chr. (Louvre, Parijs)

Alexander de Grote had het Perzische Rijk, met inbegrip van Babylonië, onderworpen en er was een nieuw dynastie aan de macht gekomen: de afstammelingen van Alexanders kolonel Seleukos Nikator, de Seleukiden. Alexander had diverse nieuwe steden gesticht, zoals Charax.

Grieks Babylon

Maar oude steden als Babylon bestonden ook nog en we weten dat er allerlei bouwactiviteiten waren. Ze staan in allerlei kleitabletten vermeld. Zo werd er tot in de jaren 280 gewerkt aan de Etemenanki, de tempeltoren naast de Marduktempel Esagila. We lezen bijvoorbeeld dat de Seleukidische kroonprins Antiochos zelfs olifanten gebruikte om het puin te verwijderen.

Intussen had Seleukos, inmiddels geen kolonel maar koning, opdracht gegeven tot de bouw van een nieuwe stad aan de Tigris, Seleukeia. Deze was bedoeld als een echt Griekse stad, bewoond door de Europeanen die tot dan toe in Babylon hadden gewoond. Die stad bleef voor hoofdzakelijk Babyloniërs. Het was pas Antiochos IV Epifanes (r.175-164) die opnieuw Europeanen in Babylon vestigde. Tegen die tijd waren de Grieken fantastische verhalen gaan vertellen over de legendarische stad, waar bijvoorbeeld een enorme obelisk te zien zou zijn. We hebben geen idee wat kan zijn bedoeld.

Beeldje van een rustende vrouw, tweede eeuw v.Chr. (Pergamonmuseum, Berlijn)

In deze periode, die gedocumenteerd is in de Astronomische Dagboeken, kunnen we minstens vijf bevolkingsgroepen in de stad onderscheiden, die elk hun eigen administratieve instellingen hadden:

  • De oorspronkelijke Babylonische burgers, vertegenwoordigd werden door een ambtenaar met de titel van šatammu, d.w.z. de voorzitter van de raad (kiništu) van de Esagila, de tempel van Marduk.
  • De Griekse burgers (politai), onder het gezag van een “gouverneur van Babylon” of epistatês. Zij kwamen bijeen in het theater.
  • De koninklijke slaven, geleid door “de prefect des konings”.
  • De in onze bronnen genoemde “mensen van het land”, zijn waarschijnlijk de inheemse plattelandsbevolking.
  • De tempelslaven.

Een generatie na de poging van Antiochos IV om Babylon te vergroten met Europese burgers, in 141 v.Chr. om precies te zijn, viel de stad in handen van de Parthen.

Cultureel centrum

Babylon bleef een belangrijk centrum van geleerdheid. De astronomen, bekend als Chaldeeën, bestudeerden bijvoorbeeld nog steeds de hemel, en de Babyloniërs vierden nog steeds het nieuwjaarsfeest. De Griekse gemeenschap had haar eigen festivals, volgde de hellenistische religieuze mode door de invoering van de heerserscultus, en organiseerde atletiekwedstrijden.

Het nagebouwde Griekse theater in Babylon

Toch was het verval van de stad begonnen. Toen de Romeinse keizer Trajanus in 116-117 n.Chr. Babylonië binnenviel, was hij teleurgesteld door de ruïnes. Toch waren er nog altijd mensen die teksten in de Babylonische taal schreven. Een late inscriptie vermeldt de restauratie van het door Alexander de Grote gebouwde theater. Maar de stad was overvleugeld door nieuwe steden als Seleukeia, Ktesifon, Veh-Ardašir, en uiteindelijk Bagdad. Middeleeuwse reizigers kregen nog steeds de resten van de Toren van Babel aangewezen, maar het lijkt te zijn gegaan om het paleis van Nebukadnezar. Nog later was Babylon voldoende vergeten om de Toren van Babel te identificeren met de minaret van Samarra, waarover ik al eerder blogde.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]