Fik Meijers Romeinse Rijk (4)

De zelfmoord van Decebalus (Zuil van Trajanus)
De zelfmoord van Decebalus (Zuil van Trajanus)

[Dit is het vierde deel van een beschouwing over Fik Meijers Macht zonder grenzen. Het eerste deel leest u hier.]

Mijn bezwaar tegen Meijers Macht zonder grenzen is, zoals ik in het eerste deel aangaf, tweeledig: zijn beheersing van de oudheidkundige methoden schiet tekort en hij bezit te weinig kennis van de feiten. Ik heb, denk ik, nu wel voldoende onderbouwd dat er methodische fouten zitten in Meijers boeken, die ertoe leiden dat u een verkeerd beeld krijgt van de oude wereld. Dit is moeilijk te repareren. Dat ligt anders bij ’s mans tekortschietende kennis van bij oudhistorici algemeen bekende feiten. Hier is het probleem meer dat simpele verbeteringen niet worden doorgevoerd. Alvorens daarop in te gaan echter een passage die niet in de twee genoemde categorieën valt.

Pseudowetenschap

De definitie van pseudowetenschap is notoir lastig en daarom heb ik ooit de term “kwakgeschiedenis” gemunt om claims te typeren die verder gingen dan methodisch verantwoord was, maar bleven binnen de grenzen van het fysisch mogelijke. Er is een verschil tussen enerzijds Tom Holland, die eeuwenlange continuïteiten postuleert zonder het benodigde bewijs te kunnen leveren, en anderzijds Immanuël Velikovski of Erich von Däniken, die dingen claimen die in strijd zijn met de natuurwetten.

Voor alle duidelijkheid: Fik Meijer is geen pseudowetenschapper. Hij herkent pseudowetenschap echter niet, want in zijn beschrijving van de Romeinse belegering van Syracuse (blz.83) vermeldt hij dat Archimedes de Romeinse vloot vernietigde door middel van brandspiegels. Meijer prijst dit als geniaal. Het probleem is, om te beginnen, dat het wonderwapen domweg niet wordt genoemd in de bronnen (Polybios, Livius en Ploutarchos) en pas voor het eerst staat vermeld in de Paradoxografie van de Byzantijnse auteur Anthemius van Tralles. Het tweede probleem is dat het niet mogelijk is zo’n spiegel te maken. Dat weten we alweer sinds 1648, toen de geleerde Athanasius Kircher het experimenteel vaststelde. Weliswaar wist hij een vlam te ontsteken op zo’n vijfentwintig meter afstand, maar hij begreep dat brandspiegels, als ze hetzelfde onheil moesten aanrichten op grote afstand, kolossaal moesten zijn (groter dan de grootste telescoopspiegel uit onze tijd). Ik heb er hier meer over geschreven.

Feitenkennis

Macht zonder grenzen bevat tientallen feitelijke onjuistheden, waarvan ik er al een paar heb genoemd, zoals de curieuze passage waarin een iugerum in de ene zin 0,30 hectare bedraagt en in de volgende 0,25. Iedereen die de basisschool heeft afgemaakt kan concluderen dat de auteur een sloddervos is. Dat is allemaal niet erg – vergissen is menselijk en slordigheid hoeft geen catastrofe te zijn als je het maar corrigeert. Juist dat is echter het probleem: de fouten zijn door de uitgeverij aan Meijer voorgelegd en worden al tien drukken lang gehandhaafd. Ik zal hierop nog terugkomen, want zoals ik al zei: het gaat me niet om Meijer maar om de val waar hij, zijn uitgever, de universiteit, musea en nog wat anderen zijn binnengelopen.

Zomaar wat feitelijke onjuistheden die dus bekend zijn maar worden gehandhaafd:

  1. Rome is niet ontstaan door het aaneengroeien van dorpjes in de achtste eeuw (blz.23) – het gebeurde in de negende eeuw en dat is Nederlands onderzoek (van Bert Nijboer uit Groningen) dat Meijer hoort te kennen.
  2. Op blz.84 lezen we dat Hannibals broer Hasdrubal een gevecht ontliep, hoewel de slag bij Baecula nu net een van de beter bekende conflicten is uit de Tweede Punische Oorlog.
  3. De beschrijving van de slag bij Cynoscephalae op blz. 94 mist de pointe, dat legioenen wendbaarder waren dan falanxen. Polybios’ analyse van het gevecht is een klassieker uit de antieke letteren.
  4. De Romeinse troepen die in een moeras door de Parthen werden verslagen, bevinden zich bij Meijer in de “eindeloze leegte van de woestijn” (blz.141-142).
  5. De eerste verovering van Octavianus – een naam die de man, anders dan Meijer op blz.147 meldt, nooit heeft gedragen – was Illyricum, niet Egypte (blz.151).
  6. Britannië behoorde in 14 n.Chr. nog niet bij het Romeinse Rijk (blz.220).
  7. De Dacische vorst Decebalus werd niet gevangen genomen maar pleegde zelfmoord. Dat is afgebeeld op de Zuil van Trajanus, op het monument in Adamklisi en op het graf van de ruiter die de fatale slag toebracht (blz. 224).
  8. De farizeeën waren geen gehelleniseerde joden (blz.247). In zijn boek Jezus en de vijfde evangelist doet Meijer het op dit punt beter.
  9. Op blz.317 typeert Meijer de laat-antieke samenleving als een “dwangstaat” omdat de sociale mobiliteit verdween. De bronnen vermelden inderdaad de ene maatregel na de andere om bijvoorbeeld boeren te binden aan hun land. Dat deze maatregelen werden herhaald en de straffen steeds erger werden, bewijst echter vooral dat de overheid zich een probleem bewust was én dat de regels werden genegeerd. In 1964 had Ramsay MacMullen slechts vijf pagina’s nodig om die dwangstaat weg te blazen – u leest het hier, vanzelfsprekend achter een academische betaalmuur.
  10. Laatste vergissinkje: op alle landkaarten waarop Pamphylië en Lycië staan, zijn deze provincies verwisseld.

Hierbij laat ik het, al had ik eigenlijk ook nog uitgebreid willen uitleggen dat Meijer de varroniaanse jaartelling niet herkent en hoe dat leidt tot een verkeerd beeld van de expansie van het vroege Rome (maar u leest daarover hier meer). Ik had ook nog kunnen wijzen op pleonasmen als “het eerste begin”, begrippen die worden gebruikt en pas later uitgelegd, geheel ongedefinieerde begrippen (Euboïsche talenten, de idus van maart, lictor) of de tempel die sneuvelt op blz.251. Maar ik zal het hierbij laten.

Macht zonder grenzen is een slecht boek maar veel fouten zijn in een handomdraai te herstellen. De hamvraag is waarom dat niet is gebeurd.

[Morgen beginnen we ter zake te komen.]

20 gedachtes over “Fik Meijers Romeinse Rijk (4)

  1. mnb0

    “toen de geleerde Athanasius Kircher het experimenteel vaststelde”
    Wat is je bron? Ik heb een beetje gegoogeld en kon niets vinden.

    De vergelijking met moderne telescopen gaat een beetje mank, omdat moderne telescopen juist een brandpunt hebben dat dicht bij de spiegel ligt. Dat is te zien op deze foto uit Dwingeloo:

    De ontvanger zit in het brandpunt en de afstand is duidelijk minder dan 25 meter.
    Zoals ik je gisteravond in mijn email al vertelde hangt de brandpuntsafstand af van de kromming van de telescoop. Een brandspiegel zou dus maar weinig gekromd moeten zijn.
    Maar sindsdien heb ik nog iets bedacht (ik denk altijd een beetje traag). De reden dat brandspiegels zo groot moeten zijn is om voldoende stralingsenergie in het brandpunt te concentreren. Geen idee hoe je dat zou moeten berekenen voor een brandspiegel. Wel groter naarmate de beschikbare tijd korter is.
    En zoals ik gisteren in mijn email schreef blijft er het onmogelijke praktische probleem dat alle spiegels een specifieke brandpuntsafstand hebben. Schepen die er binnen of er buiten blijven zijn veilig.
    Archimedes was inderdaad genial, maar het onmogelijke presteren kon zelfs hij niet.

  2. mnb0

    De lijst van feitelijke missers is inderdaad onthutsend.

    “In 1953 had Ramsay MacMullen slechts vier pagina’s nodig om die dwangstaat weg te blazen.”
    Jammer van die betaalmuur. Misschien kun jij er eens iets over schrijven? Want ik veronderstelde ook dat Diocletianus het Romeinse Rijk in een militaire dictatuur had veranderd.

  3. Mike Uyl

    Een wetenschapper ben ik niet, maar ik heb wel een mening….. De polemiek die ik hier aantref is bijzonder smakelijk voor een leek, ik geniet en leer er van. Mijn dank hiervoor aan alle discussianten inclusief de alom schutterende(?) Fik.

  4. Twee dingen die ik denk en me afvraag. Ten eerste: zit er een patroon in de fouten? Bijvoorbeeld dat Meijer alleen de literatuur tot 1980 kent, want daarna zijn zulke fouten herzien… tot waar en wanneer reikt zijn kennis? En ten tweede: moet de uitgeverij niet veel harder worden aangeslagen? Als de uitgeverij verschillende omissies bekend zijn, maar laat bestaan, is dat een nog grotere wanprestatie dan die van de auteur zelf en maakt die zichzelf daardoor in feite schuldiger.

  5. Dirk

    Ach, uitgeverijen. Ik heb hier 2 mooi vormgegeven boeken staan waarbij de Nederlandse uitgever geen enkele moeite heeft gedaan de vertaling na te lezen. Op vrijwel elke bladzijde (ik overdrijf niet) vind je slordigheden en kemels.

    Enkele pareltjes:
    – “de Romeinse historicus Livy beweerde dat de Romeinen afstammelingen waren van de Trojaanse krijger Aenas en dat diens verweesde kleinkinderen Romulus en Remus…” (niet enkel de vertaling schiet tekort).
    – “het plunderen van de stad door Alaric de Goth” (zo onschuldig is die subcultuur blijkbaar niet).
    – “de Trojaanse Kolom”

    In het andere boek meer van hetzelfde. Zo blijkt de externe brandstoftank van de space shuttle “expandeerbaar” te zijn. Dat expendable niet helemaal hetzelfde is als expandable, lijkt voor het professionele(?) vertaalbureau niet zoveel uit te maken.

    1. Otto

      Het heeft ook heel veel te maken met geld. Vertaalwerk wordt in het algemeen zwaar onderbetaald (nog slechter dan schrijvers) en wil je als vertaler aan het eind van de maand de huur kunnen betalen zul je hoog tempo moeten maken. En dus niet teveel tijd besteden aan nalezen van je tekst of nadenken over de context van je zinnen. En ook voor de uitgevers geldt: “when you pay peanuts, you get monkeys”

      1. Het heeft inderdaad veel te maken met geld, maar natuurlijk ook met visie, beleid en keuzes. In ‘kwaliteitskrant’ NRC Handelsblad verschijnen de laatste jaren steeds vaker irritante taalfouten. Een gevolg van het wegbezuinigen van correctoren. Dagblad Trouw – waar hetzelfde is gebeurd – bood zijn lezers hiervoor excuses aan… Keurig, nietwaar?

  6. mnb0

    Zoals ik hierboven al schreef werken mijn hersens een beetje traag. Ik kan misschien wel berekenen hoe groot die spiegels moeten zijn, uitgaande van

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Zonneconstante

    Welk soort hout gebruikten de Romeinen om hun schepen te bouwen? En binnen hoeveel seconden wil je hun schepen in de fik steken?
    Dan kijk ik of ik de ontbrandingstemperatuur en de soortelijke warmte kan vinden. Ik ben wel benieuwd wat er uitkomt – je hebt me nieuwsgierig gemaakt.

  7. Joost K.

    Meijer kan bij DWDD en elders op TV zijn dubieuze verhaal doen, omdat de interviewer totaal niet onderlegd is in de materie, voornamelijk uit is op TV maken en er dus onverschillig in staat. Hetzelfde geldt voor het optreden van Van Rossem bij Jinek. De materie wordt niet herkend, ergo enige vorm van kritiek blijft vanzelfsprekend uit. Heb geen idee hoe dit overwonnen kan worden.

    Kunt u ook een keer een lijst bieden van boeken die WEL goede standaardwerken en vervolgliteratuur bevat? Everitt, Goldsworthy, Beard of uit eigen taalgebied Singor, Gerbrandy, Van Hooff bijv. is mij wel bekend. Maar naast deze kritiek is een overzicht van betrouwbare literatuur ook zeer wenselijk.

    1. Dat is er dus nauwelijks, al zou ik Gerbrandy iedereen aanraden. Kijk ook eens naar de publicaties van Gé de Vries. Maar in principe moeten we constateren dat de structuur van de voorlichting die is van de jaren tachtig en dat men ervan uitgaat dat de burgers laaggeschoold zijn. Men is niet meegegroeid met het gemiddelde Nederlandse opleidingsniveau.

      1. Ik heb de indruk dat je een denkfout maakt, beste Jona, als je op grond van de gebrekkige kwaliteit van historische publicaties concludeert dat ‘de structuur van de voorlichting’ er kennelijk vanuit gaat ‘dat de burgers laaggeschoold zijn’. Impliciet lijkt je aan te nemen dat een in het algemeen ‘hooggeschoold’ publiek in staat is om de wetenschappelijke kwaliteit van zulke publicaties te beoordelen. Dit laatste is m.i. echter uiterst zelden het geval. Eenvoudigweg omdat hiervoor specialistische kennis is vereist, die slechts een zeer gering deel van dit lezerspubliek bezit. Ik neem mijzelf als voorbeeld: als historicus geschoold, aio geweest, enz., maar met summiere kennis van de Oudheid. Ik kan smullen van bijv. Everitt’s biografie van Cicero, maar ben wegens gebrek aan bronnenkennis niet in staat om de wetenschappelijke kwaliteit van ervan te beoordelen. Ik denk dan ook niet dat je kunt stellen dat ‘de voorlichting’ niet is meegegroeid met het gemiddelde opleidingsniveau. Het probleem ligt elders.

  8. Willem

    mnb0 schreef [ Welk soort hout gebruikten de Romeinen om hun schepen te bouwen? En binnen hoeveel seconden wil je hun schepen in de fik steken?]

    Zoals je in mijn eerdere reactie kan zien hebben de Mythbusters een en ander al uitgeprobeerd.
    Het werkt niet.

    1. mnb0

      Daar gaat het niet om.
      Dat weet ik zo ook wel, zonder naar die video te kijken.
      Wat ik wil uitvinden is waarom het niet gaat.
      Berekenen en uitproberen zijn twee verschillende dingen.
      Formeel: het eerste behoort tot de Theoretische Natuurkunde en het tweede tot de Experimentele Natuurkunde.
      U maakt een zogenaamde category error.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s