Het mausoleum van Belevi

Sculptuur uit het mausoleum van Belevi

De geschiedenis van de opvolgers van Alexander de Grote, de zogeheten Diadochen, is eigenlijk iets te complex. Zijn voornaamste officieren raakten eerst slaags over de vraag als regenten moesten optreden voor Alexanders zwakbegaafde broer, en belandden vervolgens in een reeks oorlogen, waarin de koninklijke dynastie steeds meer op de achtergrond raakte en vervolgens de rijkseenheid verloren ging. De oorlogen gingen net zo lang door tot al het door Alexander op de Perzen veroverde edelmetaal was uitgegeven aan soldij.

De beslissende slag was daarom die bij Ipsos, in 301 v.Chr., want daarna was er geen geld meer. Voor enige tijd lagen de grenzen vast: een machtig rijk in Egypte voor Ptolemaios I Soter, een immens Aziatisch rijk voor Seleukos I Nikator, in het aloude Macedonië een rijk voor Demetrios de Stedendwinger en in Thracië en Klein-Azië een rijk voor Lysimachos. In de meeste geschiedenisboeken staat het allemaal nog beknopter, want voor vrijwel alle doelen die je als auteur wil bereiken, kun je makkelijk twee decennia overslaan en doorgaan naar het eindresultaat.

Lees verder “Het mausoleum van Belevi”

Wat is een diadeem?

Alexander met een diadeem met ramshoorns (Numismatisch museum, Athene)

Het nadeel van een blog die al bijna veertien jaar loopt, is dat je weleens in herhaling moet vervallen. Ik heb weleens eerder geblogd over diademen, die voornaamste tekens van koninklijke waardigheid in de Oudheid. Zo lepelde ik een keer de mooie anekdote op dat op een dag, toen Alexander de Grote een boottochtje maakte op de Eufraat, zijn diadeem afwaaide en in het moeras belandde, en dat Seleukos die zwemmend ophaalde, waarbij hij de haarband droog hield door die op zijn eigen kruin te plaatsen. Zijn koning beloonde hem én liet hem slaan omdat hij het koninklijk attribuut had gedragen – en achteraf bleek het een voorteken van Seleukos’ koninklijke macht.

Eerst even twee voorlopers. De beroemde wagenmenner van Delfi, een van de indrukwekkendste beelden uit de Oudheid, heeft een inderdaad een haarband; een praktisch ding als je in een vierspan moet racen. Het beroemde, rond 420 v.Chr. door de beeldhouwer Polykleitos vervaardigde beeld van de Diadoumenos toont een jonge atleet die zijn haar aan het binden is – de door Winckelmann gegeven naam is een beetje een misvatting. De diadeem werd pas meer dan een gewone haarband toen de Griekse alleenheersers van Syracuse gouden kransen rond hun hoofd begonnen te binden.

Lees verder “Wat is een diadeem?”

Diodoros van Sicilië

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Altes Museum, Berlijn).

Hé, dat is leuk: er is een Nederlandse vertaling verschenen van de Grieks-Romeinse geschiedschrijver Diodoros van Sicilië. Dit is om twee redenen fijn. Eén, Diodoros is geen auteur die al vaker vertaald is, zoals Homeros of de Griekse tragici. Classicus Gerard Janssen ontsluit een stukje Oudheid dat voor het publiek nog onontsloten was. Twee, het gaat niet om een tekst die alleen specialisten interesseert. Diodoros, die leefde toen Rome rond het midden van de eerste eeuw v.Chr. de Mediterrane wereld verenigde, biedt zijn lezers een alleszins boeiend verhaal over de geschiedenis van de gehele wereld.

De kwaliteit van Diodoros  boek is zo goed als zijn bronnen. Diodoros heeft veel oudere teksten gelezen en naverteld. Hij claimt geen originaliteit en noemde zijn werk dan ook De bibliotheek of, in de weergave van Janssen, Archief van de geschiedenis. Diodoros vat dus oudere bronnen samen en zijn selectie bewijst dat hij niet onverdeeld positief was over de Romeinse heerschappij. Hij zal nooit nalaten te wijzen op de wreedheid, roofzucht en verdorvenheid van de Romeinen. Als Siciliaan kon hij ervan meepraten.

Lees verder “Diodoros van Sicilië”

Het Ptolemaïsche Rijk

Ptolemaios I Soter (Nationale Bibliotheek, Brussel)

Zo te zien heb ik op deze blog al achtenentwintig keer verwezen naar de Ptolemaiën en heb ik achtentachtig keer het woord “Ptolemaïsch” gebruikt. En ik zal weleens hebben verteld dat dat de hellenistische dynastie was die heerste over onder andere Egypte, maar eigenlijk kan ik daar ook weleens systematisch over schrijven. Voilà.

Alexander

In de eerste weken van 332 v.Chr. bereikte de Macedonische koning Alexander de Grote Egypte. Het lijkt een beetje vakantie te zijn geweest, want militair viel er weinig te doen. Het garnizoen dat de Perzen in Egypte hadden, was anderhalf jaar eerder uitgerukt om Alexander tegen te houden, maar ten onder gegaan in de slag bij Issos. Er waren nog altijd Perzische troepen in het land van de Nijl, maar die vormden geen bedreiging voor Macedonië of Griekenland. Alexander zou, na de inname van Tyrus en Gaza, hebben kunnen oprukken naar Mesopotamië. Maar Egypte was een land vol wonderen en had voor elke geletterde Griek of Macedoniër een zekere aantrekkingskracht.

Lees verder “Het Ptolemaïsche Rijk”

De hellenistische steden

De hoofdstraat van Apameia

Zoals zoveel zaken in de hellenistische tijd, was de gewoonte steden te stichten een voortzetting van een eerdere praktijk. De vader van Alexander de Grote, Filippos, was de stichter van Filippoi, terwijl drie Fenicische moedersteden Tripoli hadden gesticht. Dit zijn geen koloniën – sowieso een lastig begrip – want Filippoi en Tripoli verrezen niet overzee. Het waren volksplantingen in eigen land.

Het was, zoals zo vaak, Alexander die radicaliseerde. Het lijstje begint met Iskenderun in Turkije, Alexandrië in Egypte en Edessa in Turkije. In Afghanistan liggen Alexandrië in Areia (Herat), Proftasia, Alexandrië in Arachosië (Kandahar) en Alexandrië in de Kaukasos (Begram bij Kabul). Alexandrië aan de Oxus is identiek aan Kampyr Tepe in Oezbekstian. Het Verste Alexandrië is vermoedelijk Khojand. Nikopolis, Boukefala en Alexandrië aan de Akesines (Uch) liggen in de Punjab. Er lijken stadstichtingen te zijn geweest rond Karachi. Charax ligt in zuidelijk Irak. We ronden af met Alexandrië in de Troas in Turkije en Alexandrië in Margiana (Gyaur Kala in Turkemistan). Dit waren compleet nieuwe steden of sterk vergrote oudere dorpen.

Lees verder “De hellenistische steden”

De Babylonische Oorlog (5)

Seleukos I Nikator was de winnaar van de Babylonische Oorlog (Archeologisch museum, Napels)

[In 311 v.Chr. heroverde Seleukos Nikator, een van de opvolgers van Alexander de Grote, Babylonië op zijn tegenstander, Antigonos Eénoog. Wetend dat Antigonos naar hem zou optrekken, verzekerde Seleukos eerst zijn rug en versloeg vervolgens Antigonos’ zoon Demetrios. Het eerste deel van deze vijfdelige reeks over de Babylonische Oorlog was hier.]

Toen Antigonos in september 310 persoonlijk naar de stad kwam, moest er opnieuw om worden gevochten, zoals blijkt uit de Diadochenkroniek, die weliswaar vol lacunes is, maar waarvan de algemene strekking duidelijk is.

Maand abu (17 augustus – 15 september): De troepen van Antigonos leverden slag met de troepen van Seleukos.

Vanaf de maand abu tot de maand tebetu (12 januari – 10 februari 309): In de omgeving van Babylon streden ze met elkaar. <…> Antigonos vocht zich naar binnen in <…> en <…> tussen de tempels van Marduk en Ištar <…>. Antigonos drong <…> binnen met veel troepen. Vanaf 8 tebetu viel Antigonos aan, maar hij slaagde er niet in de <…> van het Huis Harê te veroveren.

Maand šabatu (11 februari – 11 maart): <…> Er was gejammer en rouw in het land en de zuidenwind <…>. Antigonos verliet Babylon, plunderde de stad en het platteland en nam het bezit van <…> mee.

2 addaru (13 maart): Hij ging naar Kutha en plunderde <…>. De mensen trokken zich terug. Hij stak de opslagplaats van de tempel van Nergal in brand. <…> Hij benoemde Archelaos als gouverneur van Babylonië en maakte hem verantwoordelijk voor het platteland rond Babylon.

In dat jaar was de koopkracht van een zilverstuk zes liter gerst, <…>. Er was zwarte handel en talloze huizen in de wijk <…> werden verwoest. Het bezit van <…> werd uit Babylon meegenomen. Het puin van de tempel van Marduk werd niet opgeruimd.

Lees verder “De Babylonische Oorlog (5)”

De Babylonische Oorlog (4)

Demetrios was een van de verliezers van de Babylonische Oorlog (Louvre, Parijs)

[In 311 v.Chr. heroverde Seleukos Nikator, een van de opvolgers van Alexander de Grote, Babylonië op zijn tegenstander, Antigonos Eénoog. Wetend dat Antigonos naar hem zou optrekken, verzekerde Seleukos eerst zijn rug. Het eerste deel van deze vijfdelige reeks over de Babylonische Oorlog was hier.]

Antigonos Eénoog was danig geschrokken van Seleukos’ snelle successen en stuurde zijn zoon Demetrios met vijfduizend Macedoniërs, tienduizend Griekse huurlingen en vierduizend ruiters richting Babylon. Demetrios kan niet voor februari 310 zijn begonnen aan zijn opmars en zal op zijn vroegst in maart in Babylonië zijn gearriveerd. De Babylonische boeren moeten hem hebben vervloekt, want op dat moment stond de gerst hoog en ze kon niet worden binnengehaald. Onze bron Diodoros van Sicilië schrijft (in de vertaling van Simone Mooij) het volgende:

Lees verder “De Babylonische Oorlog (4)”

De Babylonische Oorlog (3)

Een wapenrusting, zoals gebruikt tijdens de Babylonische Oorlog, op een reliëf uit Efese

[In 311 v.Chr. heroverde Seleukos, een van de opvolgers van Alexander de Grote, Babylon op zijn tegenstander, Antigonos Eénoog, die elders verwikkeld was in de Derde Diadochenoorlog. Het eerste deel van deze vijfdelige reeks over de Babylonische Oorlog was hier.]

Terwijl Seleukos Babylon en zijn citadel veroverde, rukte Antigonos op naar Syrië, dat door Seleukos’ bondgenoot Ptolemaios werd ontruimd. In december 311 tekenden de twee generaals en Kassandros van Macedonië een verdrag waarmee een einde kwam aan de Derde Diadochenoorlog. Ptolemaios offerde dus zijn bondgenoot op, want Seleukos zou met zijn kleine leger geen partij zijn voor de enorme, veel professionelere strijdmacht van Antigonos. Een nieuwe fase in de Babylonische Oorlog begon.

Wat Ptolemaios ertoe bracht Antigonos vrij baan te geven, is een raadsel. Als Antigonos er eenmaal in geslaagd zou zijn orde op zaken te stellen, was zijn positie in Azië even sterk als in 314, toen Ptolemaios zich gedwongen had gevoeld hem de oorlog te verklaren. In het huurlingenrijke Griekenland was Antigonos’ positie tijdens de Derde Diadochenoorlog zelfs verbeterd.

Lees verder “De Babylonische Oorlog (3)”

De Babylonische Oorlog (2)

Tijdens de Babylonische Oorlog wist Seleukos de muren van Babylon te slechten met handig waterbeheer

[In 314 v.Chr. brak een grote oorlog, de Derde Diadochenoorlog, uit tussen de opvolgers van Alexander de Grote. Vanuit Egypte stuurde Ptolemaios een klein leger, onder aanvoering van Seleukos, naar Babylonië, een welvarende provincie in het rijk van Antigonos Eénoog. Hier brak een tweede conflict uit, de Babylonische Oorlog. Het eerste deel van deze vijfdelige reeks was hier.]

Seleukos begaf zich op weg naar Babylon, hoewel hij van Ptolemaios maar achthonderd man infanterie en tweehonderd ruiters had gekregen. Hij was zo rotsvast overtuigd van de goede afloop dat hij zelfs helemaal zonder leger, alleen met zijn vrienden en eigen slaven het binnenland ingetrokken zou zijn. Hij veronderstelde namelijk dat de Babyloniërs op grond van hun vroegere welgezindheid bereid zouden zijn zich bij hem aan te sluiten en dat Antigonos, door met zijn leger een eind weg te trekken, hem een uitstekende gelegenheid had geboden zijn eigen plannen uit te voeren.

Diodoros van Sicilië, die ik hier citeer in de vertaling van Simone Mooij, formuleert het wat onhandig. Seleukos profiteerde in deze fase van de Babylonische Oorlog minder van de afwezigheid van Antigonos dan van het feit dat Ptolemaios zich in Syrië bevond en hem dekking verschafte. Bovendien was Antigonos’ gouverneur van Babylonië kort tevoren gesneuveld.

Lees verder “De Babylonische Oorlog (2)”

De Babylonische Oorlog (1)

Seleukos (Louvre, Parijs)

Alexander de Grote overleed in de late middag van de elfde juni 323 in het paleis van Nebukadnezar in Babylon. De terugkeer uit de Punjab was moeizaam verlopen. Duizenden hadden de tocht door de woestijn van Baluchistan niet overleefd en veel bestuurders, denkend dat hun koning was omgekomen, waren zich onafhankelijker gaan gedragen dan Alexander zinde. Het enige goede nieuws was de behouden aankomst van de troepen geweest die over zee vanuit India naar Babylonië waren vervoerd en die zich zelfs niet hadden laten afschrikken door honger en vervaarlijk spuitende walvissen.

Het succes van deze operatie, die in complexiteit weinig onderdeed voor Xerxes’ tocht naar Europa, had Alexander op het idee gebracht rond het Arabische schiereiland naar Egypte te varen en onderweg de Arabieren te onderwerpen. Omdat dit plan de gevaren van de open zee had gecombineerd met die van de woestijn, moet menigeen hebben gedacht dat de “onoverwinnelijke god”, zoals Alexander zich inmiddels noemde, niet meer in staat was tot een verantwoorde risicoanalyse. Toen hij aan de vooravond van de expeditie ziek was geworden en gestorven, werd dan ook aangenomen dat hij was vergiftigd om een ramp te vermijden.

Lees verder “De Babylonische Oorlog (1)”