De Midden-Bronstijd

Mentuhotep II, de grondlegger van het Middenrijk (Louvre, Parijs)

In de reeks over het handboek Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek moeten we het eens hebben over het tweede millennium. Er is een klimaatcrisis geweest en nu bevinden we ons in de Midden-Bronstijd, die we in Egypte associëren met het Middenrijk en in Mesopotamië met het Oud-Babylonische Rijk en het Oud-Assyrische Rijk. Het is ook de periode waarin de Indo-Europees-sprekenden Anatolië binnendringen en zich vestigen in de stad Hattusa, waaraan ze de naam Hethieten ontlenen.

Vroeg, Midden, Laat

Eerst een woord over de nomenclatuur. De populaire natuurmetafoor dat alle dingen ontstaan, groeien, bloeien en teloor gaan is klassiek-Grieks. Ze is te vinden bij onder andere Aristoteles. Antieke kunsthistorici gebruikten het beeld om de neo-klassieke stijl aan te duiden: na de klassieke periode was het vroege hellenisme een soort dood geweest. “Cessavit deinde ars,” schrijft Plinius, “de kunst hield toen op te bestaan”. Daarna bloeide ze echter weer op met die neo-klassieke kunst.

De achttiende-eeuwse Duitse kunsthistoricus Winckelmann nam het over: de kunst was ontstaan in de archaïsche tijd, bloeide in de klassieke tijd en wat daarop volgde was eigenlijk drie keer niks. De enige hoop voor zijn tijdgenoten was de navolging van de klassieke kunstenaars – en zo ontstond het achttiende-eeuwse classicisme.

De egyptologen die in de negentiende eeuw Egypte ontsloten, namen dit idee op hun beurt weer over: Oude Rijk, Middenrijk, Nieuwe Rijk. Vroege Bronstijd, Midden-Bronstijd, Late Bronstijd. Groei en bloei en nabloei/ondergang. De archeologen die later op Kreta aan het werk gingen, deden hetzelfde met de Minoïsche beschaving. En uiteraard kon dat weer verfijnd worden. De Laat-Helladische cultuur van Griekenland werd dus onderverdeeld in I, II en III. Groei en bloei en nabloei/ondergang.

Groei, Bloei, Nabloei

In Egypte was de koppeling van de drie tijdvakken aan groei, bloei en nabloei nog niet zo gek, want de literatuur uit het Middenrijk zou komen gelden als canoniek en de taal zou je klassiek kunnen noemen. Zo schrijven de twee auteurs van ons handboek het dan ook. Egyptologen leren doorgaans Midden-Egyptisch, niet alleen omdat het de klassieke vorm is, maar ook omdat je daarvandaan sneller naar zowel het vroegste als het latere Egyptisch kunt.

In het Oud-Babylonische Rijk gebeurde hetzelfde: de Midden-Bronstijd was het moment waarop de sindsdien als klassiek beschouwde teksten werden geschreven. Het Epos van Gilgameš kreeg bijvoorbeeld zijn eerste optekening in dé cultuurtaal van het Nabije Oosten, het Babylonisch. Dat was de Semitische taal van het oude Rijk van Akkad, waarover ik al schreef, en ze is in gebruik gebleven tot de derde eeuw n.Chr. We hebben iets van zesentwintig eeuwen documentatie voor die taal.

Laag, Midden, Hoog

“De datering is omstreden”, noteren de Blois en Van der Spek bij de beroemdste oud-Babylonische koning, Hammurabi. Ik schrijf deze reeks niet om te vitten en te tonen dat ik het allemaal beter weet, maar dit moet bij de volgende herdruk echt anders.

De datering van de vorsten uit de Midden-Bronstijd is gebaseerd op een kleitablet met Venus-waarnemingen die op slechts drie manieren zijn te koppelen aan de gereconstrueerde planeetstanden. We spreken van de lage, midden-, en hoge chronologie. Daarin regeerde Hammurabi van 1728 tot 1686, van 1792 tot 1750 en van 1848 tot 1806. Er is enige tijd sprake geweest van nog een ultralage chronologie, maar de voorstanders hebben die nogal vreemd gepromoot en in 2012 toonde de Nederlandse onderzoeker Teije de Jong aan dat een bepaalde anomalie in het Venus-tablet moest samenhangen met een vulkaanuitbarsting die in de late zeventiende eeuw de atmosfeer verduisterde. Het moet de middenchronologie zijn.

Dus zo omstreden als De Blois en Van der Spek het typeren is het niet. Ik behandel de materie hier. Dit behoort eerstejaarsstof te zijn, omdat studenten dan begrijpen dat er zoiets bestaat als fundamenteel onderzoek: conclusies waarop al het andere rust.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

5 gedachtes over “De Midden-Bronstijd

  1. Frans Buijs

    Het idee is ook de oceaan overgestoken: ook de beschaving van de Maya’s wordt verdeeld in preklassiek, klassiek en postklassiek.

  2. FrankB

    Twee dagen geleden ben ik begonnen aan Eric Cline’s De Ondergang van de Beschaving. De man heeft me voor de Bronstijd gewonnen. Voorheen dacht ik dat de geschiedkunde van voor Thales van Milete bestond uit eindeloze namenlijsten van koningen en farao’s, aangevuld met even eindeloze beschrijvingen van artefacten, oa uit koningsgraven.
    Niet dus.
    Je bloedstollende reeks filmpjes heeft dus positief effect gehad.

  3. Rinus

    Egypte en Bronstijd (of de driedeling Oud, Midden en Nieuw, of Groei, Bloei en Nabloei).
    Vanuit het perspectief schrift (i.t.t. taal) is het standpunt te verdedigen dat begonnen wordt met het zgn. Midden-Egyptisch (klassiek) en vandaar naar het vroegere en latere Egyptisch.
    De driedeling Oude Rijk, Midden Rijk en Nieuwe Rijk levert echter steeds meer problemen op, het is en blijft een denkwijze uit de 19e eeuw over hoe geschiedenis zich zou hebben (moeten) ontwikkeld. Het is een politieke indeling: centrale macht is goed of opbloei (dat noemen we een Rijk) en geen of minder centrale aansturing is slecht of nabloei (dat noemen we een Tussen Periode, in afwachting van de volgende opbloei). Het lijkt meer een oordeel dan een beschrijving.
    Ook het begin bij het Oude Rijk is sterk verbonden met de Egyptologie (taal en schrift), het is in deze periode dat de eerste teksten beschikbaar komen.
    De zgn. Late Periode is dan ook de duiding van het tijdperk dat Egypte onderdeel was van een reeks ‘andere’ staten (culturen), dus een tijd van na de bloei van het Nieuwe Rijk.
    Ook de indeling in Vroege, Midden en Late Bronstijd is problematisch voor Egypte. ‘De Bronstijd’ in Egypte bestrijkt zo’n 3500-4000 jaar, dus een driedeling maakt het niet veel duidelijker.
    De archeologie heeft inmiddels aangetoond dat er in het midden van het 3e millennium BCE al sprake was van een hiërarchische samenleving met op enkele plaatsen centrale aansturing, maar met een gedeelde materiele cultuur. Zijn dat dan vroege ‘rijken’ of is het vergelijkbaar met wat we in het 2e millennium een Tussen Periode noemen?
    Het begin van het Oude Rijk bij de 3e Dynastie is (vaak) gekoppeld aan de bouw van de piramiden, vanuit het perspectief schrift wordt het begin vaak gezien bij de 4e Dynastie.
    Echter, de materiele cultuur laat eigenlijk weinig verschil zien, de grens tussen de materiele cultuur van het Oude Rijk en de voorafgaande Naqada culturen is niet duidelijk. Dat is natuurlijk logisch, het eerste regeringsjaar van een koning leidt niet tot een revolutie in de samenleving of tot andere vormen van gebruiksvoorwerpen; we zien alleen een andere naam op voorwerpen.

    Wat dan wel? Wat zou een goede en bruikbare indeling zijn?
    Ik weet het niet, ik heb geen kant-en-klaar antwoord. Welk perspectief zou leidend (moeten) zijn?
    Een geschiedenis van meer dan 4 millennia is niet zo makkelijk in te delen.

    1. FrankB

      Naar ik vrees is er geen goed antwoord. Elke tijdsindeling heeft iets willekeurigs. Zoals ik altijd graag opmerk: mensen gingen niet op Oudejaarsavond 1500 CE als Middeleeuwers naar bed om de volgende ochtend in de Vroeg Moderne Tijd wakker te worden.
      Het beste is nog om het om te draaien en de tijdsindeling te laten afhangen van het onderzoeksonderwerp. Eric Cline (zie boven) doet dat. Zijn onderwerp is de Late Bronstijd; het weerhoudt hem er niet van om over Hammurabi te schrijven.

  4. Harry ten Brink

    Jona
    Staat de chronologie van Mesopotamie nog steeds verkeerd in de Wikipedia? (NL / D/ Engels)

Reacties zijn gesloten.