Driemaal goed en kwaad

Mesopotamisch gebed: degene die iets bij de goden gedaan wil krijgen, links, roept zijn beschermgodin aan, die een tweehoofdige godheid laat spreken tot de wijsheidsgod Enki. Achter Enki een van de Zeven Wijzen. Rolzegelafdruk, nu in het Louvre, Parijs.

Ex Oriente Lux (“het licht komt uit het oosten”) is de vereniging die de inzichten die oriëntalisten en egyptologen opdoen, wil delen met het grote publiek. Ze doet dat onder meer met een tijdschrift, Phoenix, en met lezingen. Afgelopen zaterdag waren er drie in Rotterdam, gewijd aan het thema van goed en kwaad. Ondanks alle coronamaatregelen was het even boeiend als het gezellig was.

Het jodendom

De eerste spreker was Klaas Smelik, die ons vanuit Gent toe-zoomde over goed en kwaad in de Bijbel. Zoals iedereen weet – en anders kijkt u maar naar het klassieke filmpje hieronder – constateert God in het scheppingsverhaal bij herhaling dat de wereld goed, ja zeer goed was. Tov, op z’n Hebreeuws. Nu kan het Opperwezen dat wel zeggen van zijn eigen werkstuk, maar het is natuurlijk ook waar dat het bestaan van het kwaad een spijkerhard gegeven is. Heeft God dat dan ook geschapen?

Lees verder “Driemaal goed en kwaad”

Layards grote project

Layards reconstructie van Nineveh

Austen Henry Layard is een van de invloedrijkste oudheidkundigen uit de negentiende eeuw. Hij is de ontdekker van de hoofdsteden van Assyrië. En zoals het met de geleerden uit die tijd gaat: hij was een van de grondleggers van het vakgebied, samen met halfgoden als Friedrich August Wolf, Caspar Reuvens, Jean-François Champollion, Henry Rawlinson, Johann Gustav Droysen, Heinrich Schliemann, Oscar Montelius, Theodor Mommsen en Ulrich von Wilamowitz. Maar waar dit negental allang is beschreven in fatsoenlijke biografieën, is Layard eigenlijk wat onbekend gebleven. Mogens Trolle Larsen presenteert in The Conquest of Assyria de ontdekker van Nineveh en Kalach als een soort Indiana Jones – en dat is een karikatuur.

Akkoord, Layard was een avonturier in de beste Victoriaanse traditie. En die traditie is er niet alleen een van stiff upper lip en wetenschappelijk optimisme, maar ook van genadeloos imperialisme. Het is in die sfeer dat we Layard óók moeten plaatsen.

Lees verder “Layards grote project”

Fabeldieren

Sfinx met jong (Museum van Bagdad)

Alle oude volken kenden zo hun eigen fabeldieren en voegden daar de fantasiebeesten van hun buurvolken aan toe. De sfinxen die in de Mesopotamische mythologie de Boom des Levens bewaken, keren terug in het joodse verhaal over de Tuin van Eden. De Humbaba’s van de Babyloniërs werden de Gorgonen van de Grieken. Ik schreef er al eens over. De lamassu’s uit Mesopotamië staan op munten uit Sicilië. De Romeinen namen van de Grieken de hele goddelijke veestapel over en daarvandaan wandelde die door naar de middeleeuwse bestiaria.

Hierboven ziet u een sfinx op een ivoortje uit het Archeologisch Museum van Bagdad; de foto is gemaakt door Marjon Verburg, die Irak onlangs bezocht. Op de achtergrond herkent u de paradijselijke vegetatie maar het leukste is natuurlijk dat deze sfinx een jonkie heeft. De ivoorsnijder kende aan het mythologische beest normale dierlijke eigenschappen toe.

Lees verder “Fabeldieren”

De Mesopotamische kronieken

De Naboniduskroniek (British Museum, Londen)
De Naboniduskroniek (British Museum, Londen)

Ik heb gisteren beschreven hoe de Astronomische Dagboeken aan de ene kant sterrenkundige waarnemingen bevatten en aan de andere kant beschrijvingen van de gebeurtenissen die door die hemelse tekenen zouden zijn voorspeld. De auteurs herkenden patronen, schreven die op in een Voortekencatalogus en gebruikten die om de toekomst te voorspellen.

De Astronomische Dagboeken, die bij mijn weten allemaal liggen in het British Museum, zijn gepubliceerd tussen 1988 en 1996, al worden nog altijd nieuwe interpretaties voorgesteld. De publicatie van de Voortekencatalogus begon in 1989 en is, voor zover ik weet, afgerond in 2012. Samen met nog andere teksten hebben ze bijgedragen aan een enorme verbetering van onze kennis van het oude Nabije Oosten, en dan bedoel ik niet alleen dat we nu dingen weten over gebeurtenissen waar we vroeger geen weet van hadden, maar ook dat ons begrip van de antieke topografie is gegroeid. We kunnen andere bronnen nu beter beoordelen – de reputatie van Herodotos als bron voor Babylonië is er niet beter op geworden – en we weten nu welke factoren bijdroegen aan de vorming van de voedselprijzen. Ook meteorologen zijn geïnteresseerd, want de data waarop kanalen werd geopend, bieden een indicatie voor het antieke klimaat – en dus voor klimaatverandering.

Lees verder “De Mesopotamische kronieken”

De Babylonische Astronomische Dagboeken

Voorbeeld van een Astronomisch Dagboek. Op dit tablet staat de Komeet van Halley vermeld, die in 164 v.Chr. zichtbaar was (British Museum, Londen)

Mesopotamische historiografische documenten zijn niet zo makkelijk te lezen als de Griekse en Romeinse. Sinds de Renaissance hebben Europese historici hun teksten immers gemodelleerd op klassieke voorbeelden, zodat we het (niet zelden valse) gevoel hebben Griekse en Romeinse teksten te begrijpen. Toch heeft het zin eens te kijken naar de Mesopotamische historiografische teksten, die méér hebben te bieden dan informatie over lang vergeten gebeurtenissen. De Mesopotamische kronieken en hun voorstadium, de Astronomische Dagboeken, vertegenwoordigen een vroege aanzet tot wetenschappelijk denken. Daarover nu twee blogstukjes.

Maar eerst het begin. In het begin schiepen de goden de hemel en de aarde. Ze bouwden hun hemelse paleizen, regelden de kalender en schiepen de sterren, de zon en de maan. Vervolgens bouwden ze een stad om het Nieuwjaarsfeest vieren: Babylon, het fundament van de hemel op aarde. En tot slot schiepen de goden mannen en vrouwen, opdat die het land zouden bewerken en het voedsel produceren dat ze offerden aan hun scheppers. Lees verder “De Babylonische Astronomische Dagboeken”

MoM | Hoe mol ik een debat?

Kültepe (Kaneš): Paleis van Waršama (en u leest hier maar waarom het belangrijk is)

Ergens rond 2005 of 2006 werd ik uitgenodigd om in het Allard Pierson-museum te spreken over wetenschapscommunicatie. Om me voor te bereiden sprak ik met twee journalisten, die allebei een verschijnsel noemden dat ik vaag kende en waarvan ik destijds ook een voorbeeld kon noemen, maar dat ik nooit had geïdentificeerd als probleem: de wetenschapper die een publieksboek schrijft om zijn gelijk te halen nadat hij de wetenschappelijke discussie heeft verloren.

Dat was dus in 2005 of 2006. Het internet was al niet meer weg te denken en op de bijeenkomst in het museum is zeker ook gesproken over het simpele gegeven dat we niet konden doorgaan met “populariseren” alsof we nog leefden in de jaren tachtig.  Dat de Wikipedia zou uitgroeien tot een plek waar wetenschappers buiten de officiële kanalen om zouden proberen hun gelijk te halen, was toen echter nog ondenkbaar. Het gebeurt echter wel degelijk, zoals bij de chronologie van Mesopotamië.

Lees verder “MoM | Hoe mol ik een debat?”

Junk news

Ik probeer me voor te stellen wat er zou gebeuren als de NASA zou melden dat er methaan was aangetroffen in de atmosfeer van Mars. Of hoe uw reactie zou zijn als scheikundigen aankondigen dat ze element 112 hebben ontdekt. Of wat de media zouden berichten als biologen opperen dat ijsberen kleiner worden. Of wat u zou denken als u las dat je voortaan je persoonlijke DNA-profiel kunt laten maken.

Inderdaad, u zou het gevoel hebben dat u in het ootje wordt genomen, want dit zijn berichten van tien jaar geleden. Maar oudheidkundigen doen niet anders. Neem “Precise timing of abrupt increase in dust activity in the Middle East coincident with 4.2 ka social change”. Door onderzoek naar stalactieten in een grot in Iran kunnen onderzoekers nu met iets meer precisie dan voorheen vaststellen dat er tegen het einde van het derde millennium v.Chr. een klimaatcrisis was waarbij opvallend veel stof in de lucht hing.

Ja. Duh.

Lees verder “Junk news”

Maansverduistering

Tablet met een lijst van verduisteringen tussen 518 en 465 v.Chr. (British Museum, Londen)

Wat zouden de oude Mesopotamiërs hebben gedacht van de maansverduistering van vanavond? Dit is een leuke vraag, want voor één keer beschikt de oudheidkundige over voldoende data om met redelijke zekerheid een antwoord te geven. We hebben namelijk twee groepen bronnen over: de teksten met waarnemingen, de Astronomische Dagboeken uit Babylonië, en de voortekencatalogus met de uitleg van de waarnemingen.

Uit de voortekencatalogus kunnen we dus de betekenis afleiden die de Mesopotamiërs gaven aan allerlei hemelse verschijnselen. Als de hemelgoden bijvoorbeeld het sterrenbeeld Maagd hoog aan de hemel plaatsten, waarschuwden ze de mensen voor de naderende overstroming van de Eufraat en Tigris. Wij beschouwen dat niet als een wonder omdat wij weten dat de seizoenwisseling, smeltende sneeuw en de plaats van de sterrenbeelden allemaal samenhangen met dezelfde scheve baan van de aarde om de zon, maar dat wisten de Mesopotamiërs niet. Zij waren vooral de goden dankbaar voor het hulpmiddel om toekomstige waterstanden te voorspellen. De uitleg die ze destijds gaven aan een maansverduistering was al even accuraat.

Lees verder “Maansverduistering”

Een puzzel opgelost (3)

De dynastieën van Ur, Isin, Larsa en Babylon.
De dynastieën van Ur, Isin, Larsa en Babylon.

Na twee stukjes over het belang van chronologie en over dat deel van de Mesopotamische chronologie dat solide is, komen we dan nu bij het eigenlijke probleem: de chronologie van de eerste helft van het tweede millennium ofwel de Midden-Bronstijd. Voor uw gemak is hier een mooie PDF die een overzicht biedt, gemaakt door Kees Huyser, wetenschapsvoorlichter bij het Nikhef.

Koningslijsten

Aan bronnen geen gebrek. De Babylonische Koningslijst A kan nu worden aangevuld met de Babylonische Koningslijst B, die informatie geeft over onder andere de Eerste Dynastie van Babylonië. De beroemdste heerser van dit vorstenhuis is Hammurabi, die alle rivaliserende koningen uitschakelde en heel Mesopotamië verenigde. Voor ons prettig is dat we de namen van die rivaliserende koningen kennen en niet zelden ook hun regeringsjaren, waardoor we synchronismen hebben die betrekking hebben op verschillende steden. Zo is het zestigste jaar van Rim-Sin van Larsa het dertiende van Hammurabi van Babylon. Andere tijdgenoten waren Šamši-Adad van Assyrië en Zimrilim van Mari, die ik nu slechts noem omdat ik ze in het volgende stukje nodig heb; voor het moment is het synchronisme tussen Hammurabi van Babylon en Rim-Sin van Larsa het belangrijkste.

Lees verder “Een puzzel opgelost (3)”

Een puzzel opgelost (2)

Tablet with a list of eclipses between 518 and 465, mentioning the death of king Xerxes
Een kleitablet met een lijst van maanverduisteringen tussen 518 en 465 v.Chr. Het tablet is vooral bekend omdat het de dood vermeldt van de Perzische koning Xerxes.

Zoals ik aangaf in het vorige stukje is een van de fundamentele puzzels uit de oude geschiedenis het bepalen van de chronologie van Mesopotamië in de Midden-Bronstijd. Het gaat hier niet om precieze data maar om het vaststellen van de regeringsjaren van de diverse vorsten in de vijf eeuwen die voorafgingen aan het jaar – ja, kijk, dat is dus het probleem. De onderlinge chronologie van die vijf eeuwen (518 jaren eigenlijk) ligt vast, maar het jongste jaar kan zo recent zijn als 1499 v.Chr. en zo oud als 1651 v.Chr. Anderhalve eeuw speling – alsof je premier Rutte plaatst in de tijd van Thorbecke.

Ik zal nu eerst vertellen hoe we het solide deel van de Mesopotamische chronologie kennen. Daarna ga ik in op de vraag hoe groot het gat is tussen dit deel en die vijf eeuwen uit de Midden-Bronstijd. Tot slot wil ik aangeven hoe momenteel de puzzel opgelost wordt. Voor uw gemak is hier nog een mooie PDF die een overzicht biedt, gemaakt door Kees Huyser, wetenschapsvoorlichter bij het Nikhef.

Lees verder “Een puzzel opgelost (2)”