De tien invloedrijkste antieke teksten

Justinianus kondigt de codificatie van het Romeins Recht aan. Miniatuur uit de Mainzer editie van 1477, waarvan een exemplaar (vastgebonden aan een ketting) is te zien in de Librije van de Walburgiskerk in Zutphen.

Een tijdje geleden blogde ik over de wijze waarop oudheidkundigen documenteren  hoe Domitianus’ toepassing van de Fiscus Judaicus op ons nog steeds invloed uitoefent. Hoe er, met andere woorden, vormende werking uitgaat van de antieke samenleving op de hedendaagse. Nog anders gezegd: een enkele keer is de Oudheid relevant voor onze samenleving.

Invloed en inspiratie

Ik kreeg n.a.v. dat blogje de vraag of er meer voorbeelden waren. Ja. Die zijn er. Zie mijn boekje Vergeten erfenis. Daarin toon ik enkele structurerende elementen. Toen ik onlangs een paar dagen quarantaine in acht moest nemen, heb ik bovendien filmpjes gemaakt over antieke teksten die op zich misschien niet invloedrijk zijn, maar wel aspecten van de antieke samenleving documenteren waarvan vormende werking uitgaat. De trouwe lezers kennen die teksten al, want ik heb er eerder over geblogd: deel een, deel twee, deel drie, deel vier.

Lees verder “De tien invloedrijkste antieke teksten”

Wereldrijk Assyrië

Assyrische soldaten branden een Arabisch dorp plat (Vaticaanse Musea, Rome)

Zoals ik al aangaf behandelen De Blois en Van der Spek in hun handboek, Een kennismaking met de oude wereld, eerst de Levantijnse IJzertijdrijkjes en daarna de grote oosterse rijken. Ik attendeerde er al op dat die laatste zijn te beschouwen als één rijk met diverse dynastieën. Dus een Assyrische, een Babylonische, een Achaimenidisch Perzische, een Seleukidische, een Parthische, een Sassanidisch Perzische en een Arabische periode. Er was veel organisatorische en culturele continuïteit, zelfs als de elite steeds een andere, eh, “heersende etnoklasse” was. Dat laatste was een jargonterm om te vermijden dat we moeten schrijven dat dynastieën uit voortdurend andere volken de macht van elkaar overnamen, maar ik voor mij heb niet het idee dat we met deze term veel verder komen.

Assyrië

Over Assyrië is veel te zeggen en dat heb ik hier vier jaar geleden al gedaan in de aanloop naar de Nineveh-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. De Blois en Van der Spek noemen dat de Assyriërs de moeilijke twaalfde eeuw v.Chr. redelijk hadden doorstaan. In de strijd met de Aramese en Neohittitische staatjes in Syrië in het westen bouwden ze een steeds beter leger op. Dat de Assyriërs als eersten het ijzer redelijk wisten te bewerken, leek mij vermeldenswaard maar De Blois en Van der Spek noemen het niet. Misschien hecht ik er ook wel teveel waarde aan. Het eindresultaat is in elk geval onomstreden: in de loop der tijd werden wat eens vazalstaten waren geweest provincies. In de IJzertijd verenigde het Nabije Oosten zich tot één grote staat.

Lees verder “Wereldrijk Assyrië”

Rolzegel

Rolzegel met afdruk (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

Mesopotamische rolzegels zijn precies wat je denkt dat het zijn: een soort zegelringen, alleen wordt het zegel niet in het te verzegelen materiaal gedrukt maar erover gerold. Gemaakt van steen zijn de rolletjes een centimeter of vier hoog. Ze zijn ruim drie, een kleine vier millennia lang vervaardigd en elk oudheidkundige museum heeft er wel een paar. Er moeten er duizenden zijn en je kunt er voor 1000 euro al een kopen. De Nederlandse verzamelaar Joost Kist bezat er zeker vijfhonderd, waarover hij een boek publiceerde. Ik meen dat hij zijn collectie heeft nagelaten aan het Allard Pierson in Amsterdam.

De afbeeldingen illustreren van alles en nog wat. Als ik naar mijn foto’s kijk, zie ik dat de goden prominent figureren, zie ik allerlei mythische wezens, zie ik allerlei dieren, zie ik gevechtscènes, zie ik rivierschepen, zie ik spijkerschriftteksten, zie ik leeuwenjachten.

Lees verder “Rolzegel”

A History of the Ancient Near East

De leeuwenjacht van Assurbanipal (detail; British Museum, Londen)

Voor zover ik weet is Marc Van De Mieroop een Belgische oudhistoricus die momenteel is verbonden aan de Columbia-universiteit in New York. Ik las ooit met plezier en vrucht zijn boek Cuneiform Texts and the Writing of History (1999) en bezit A History of the Ancient Near East (2004). Dat stond ongelezen in de kast. Niet omdat ik het niet interessant vond, maar omdat ik de hoofdlijnen van de oud-oosterse geschiedenis voldoende dacht te kennen. Er zijn meer overzichten, zoals het heel toegankelijke Ancient Irak van Georges Roux, dat ik las in militaire dienst, en het tweedelige The Ancient Near East van Amély Kuhrt (1995). Het boek van Van De Mieroop zou vast goed zijn, dacht ik, maar vele uren lectuur zou me weinig werkelijk nieuwe inzichten opleveren.

Structuur

Dat zag ik dus verkeerd. Mijn reis naar Irak was de aanleiding het toch eens te lezen en ik kan alleen zeggen: dit is een verrotte goed boek. Het sterke is de wijze waarop Van De Mieroop de informatie structureert. Hij weet wat de geïnteresseerde lezer, die niet meteen een beeld heeft bij al die vreemde namen, nodig heeft. Van De Mieroop is daarom niet te beroerd informatie te herhalen en hetzelfde vanuit een ander perspectief nog eens te vertellen. Hij beperkt het jargon tot het noodzakelijke. Ook gebruikt hij de “Guide to Further Reading” waarvoor ze dient: om de lezer vervolginformatie te bieden. Klinkt logisch, maar u moest eens weten hoeveel publieksboeken over de oude wereld zijn voorzien van ellenlange literatuurlijsten en notenapparaten, alsof de tekst wetenschappelijk verantwoord zou moeten worden.

Lees verder “A History of the Ancient Near East”

De troonzaal in Babylon

Binnenplaats van het paleis in Babylon, met rechts de doorgang naar de troonzaal

Je kunt niet zinvol over de Oudheid schrijven als je de oude landen niet hebt bezocht. Het helpt te weten dat je vanaf de Kerameikos, waar Perikles een beroemde toespraak heeft gehouden, de Akropolis kunt zien liggen. Wat geldt voor Griekenland, geldt voor Irak. Ik ben blij dat ik in Babylon heb gelopen door de (grotendeels gereconstrueerde) zalen van het paleis van Nebukadnezzar (r.605-562). Hier spelen twee beroemde verhalen uit de Oudheid, namelijk dat over het Feest van Belsassar en dat over de substituutkoning.

Feest van Belsassar

Belsassar is een historisch figuur: de zoon en zaakwaarnemer van koning Nabonidus (r.556-539), die enkele jaren niet in Babylon was. Volgens het Bijbelverhaal zaten Belsassars gasten behoorlijk te pimpelen en gebruikten ze daarbij de gouden bekers uit de tempel in Jeruzalem. In de nieuwe Nieuwe Bijbelvertaling:

Lees verder “De troonzaal in Babylon”

Ktesifon

Een iwan (schaduwboog) van het Parthische/Sasanidische paleis

Ik schreef gisteren over de Macedonisch-Grieks-Syrisch-Babylonische stad Seleukeia, die in de tweede eeuw v.Chr. gezelschap kreeg van Ktesifon. Die nieuwe stad was gebouwd door de Parthische koningen die vanaf het midden van de tweede eeuw v.Chr. de macht hadden in het huidige Irak. Er is een theorie – niet per se juist – dat Ktesifon staat op een oudere stad, Opis. Die stad lag namelijk ook in de omgeving van de samenvloeiing van Tigris en Diyala. En net als Ktesifon lag ook Opis aan de weg die Susa in Elam verbond met het Assyrische kerngebied en de hoofdsteden van Anatolië.

Parthische residentie

De Parthen, afkomstig uit het noordoosten van Iran, hadden een westelijke hoofdstad nodig. Daarom verplaatsten ze het regeringscentrum van Seleukeia naar de tegenoverliggende, oostelijke oever. De nieuwe residentie heette Tyspwn, waar de Grieken Ktesifon van maakten. Vanaf 129 v.Chr. was het de winterresidentie van de Arsakidische dynastie. Het is onduidelijk wanneer Ktesifon de belangrijkste Parthische stad werd, maar wel staat vast dat het een van de grootste steden in de antieke wereld was. Er is weinig van over. Tichelsteen vervalt uiteindelijk tot zand. Dat de bakstenen gebouwen van de Romeinen de tand des tijds beter doorstonden, wil niet zeggen dat ze in het oosten geen rivalen hebben gehad.

Lees verder “Ktesifon”

Een Macedonisch-Babylonische stad: Seleukeia

Beeldje van een rustende vrouw uit Seleukeia (Metropolitan Museum, New York)

In de twee stukjes van gisteren heb ik geschreven over Mesopotamië in de tijd na Alexander de Grote: een stad als Babylon bleef gewoon bestaan, Alexander vernieuwde Charax, en zijn opvolgers stichtten eveneens nieuwe steden. Een daarvan was Seleukeia, gesticht door Seleukos Nikator. De stichtingsdatum is onbekend, maar het moet zijn geweest na de Babylonische Oorlog (311-309 v.Chr.). De jaren 308-304 wijdde Seleukos aan oostelijke veldtochten, zodat de stichting alleen in de tweede helft van 309 en na 304 kan hebben plaatsgevonden.

Stad van het koningschap

In spijkerschriftbronnen heet Seleukeia de hoofdstad van het rijk (al šarruti, “stad van het koningschap”). De stad lag tegenover het oude Opis, niet ver van de plek waar een belangrijk kanaal de Tigris verbond met de Eufraat. De ruïnes van Seleukeia zijn geïdentificeerd in Tell Umar, ongeveer dertig kilometer ten zuiden van Bagdad, en zestig ten noorden van Babylon, dat een deel van zijn inwoners naar de nieuwe stad zag verhuizen.

Lees verder “Een Macedonisch-Babylonische stad: Seleukeia”

Hellenistisch Babylon

Beeldje van een kind uit Babylon, eerste of tweede eeuw n.Chr. (Louvre, Parijs)

Alexander de Grote had het Perzische Rijk, met inbegrip van Babylonië, onderworpen en er was een nieuw dynastie aan de macht gekomen: de afstammelingen van Alexanders kolonel Seleukos Nikator, de Seleukiden. Alexander had diverse nieuwe steden gesticht, zoals Charax.

Grieks Babylon

Maar oude steden als Babylon bestonden ook nog en we weten dat er allerlei bouwactiviteiten waren. Ze staan in allerlei kleitabletten vermeld. Zo werd er tot in de jaren 280 gewerkt aan de Etemenanki, de tempeltoren naast de Marduktempel Esagila. We lezen bijvoorbeeld dat de Seleukidische kroonprins Antiochos zelfs olifanten gebruikte om het puin te verwijderen.

Lees verder “Hellenistisch Babylon”

Charax, een stad van Alexander de Grote

Een waterkering in Charax

In het voorjaar van 324 v.Chr, stichtte Alexander de Grote een nieuwe stad op een kunstmatige heuvel tussen de monding van de rivier de Tigris in het westen en de gezamenlijke loop van de Eulaeus en de Pasitigris in het oosten. Dit Alexandrië in Susiana was geen totaal nieuwe stad. Er was al een Achaimenidische nederzetting met de naam Durine. De Macedonische kolonisten waren veteranen die een speciale wijk kregen in de vernieuwde stad, die ze Pella noemden, naar de hoofdstad van hun vaderland.

Seleukidische tijd

De stad stond al spoedig bekend als Charax (van het Aramese Karkâ, “kasteel”) en bloeide in de Seleukidische tijd. De belangrijke haven aan de kop van de Perzische Golf beheerste de handel over de Indische Oceaan beheerste. De bewoners doken ook naar parels.

Lees verder “Charax, een stad van Alexander de Grote”

Babylon, Assyrisch hoofdpijndossier

De restauratie van Babylon door Esarhaddon (Louvre, Parijs)

Ik schreef onlangs dat Babylon de culturele hoofdstad van het Nabije Oosten bleef. Dat was zo nadat een Hethitische aanval rond 1595 v.Chr. – opnieuw die dateringskwestie – een einde aan het Oud-Babylonische Rijk had gemaakt, dat bleef zo in de slecht gedocumenteerde Kassitische tijd, dat bleef zo toen Elam in het oosten tijdelijk een supermacht was, dat bleef zo toen Mitanni in het noorden belangrijk was, dat bleef zo terwijl de Zeevolken in het westen de boel op stelten zetten, dat bleef zo toen de Assyrische koningen het Nabije Oosten verenigden.

Hoofdpijndossier Babylon

Voor hen was Babylon een hoofdpijndossier. Ze wierpen in de achtste eeuw v.Chr. “het juk van Aššur” over Babylonië en vonden dat ze de culturele hoofdstad netjes moesten behandelen. Vanaf Tiglath-pileser III (r.744-727) lieten ze zich daarom kronen als heersers van zowel Assyrië als Babylonië. Door de stad in een personele unie met hun rijk te verenigen, brachten zij hun respect voor de Babylonische beschaving, instellingen en wetenschap tot uitdrukking. De Babyloniërs kwamen echter in 703 v.Chr. in opstand onder leiding van Marduk-apla-iddin II (de Bijbelse Merodach Baladan), en koning Sanherib plunderde de stad in 689. Dit was een daad van verschrikkelijke goddeloosheid: dit verbrak immers de band die de aarde verbond met de hemel, zoals vorm gegeven in de Etemenankiziggurat, het “huis van het fundament van de hemel op aarde”. Hij deporteerde de bevolking van Babylon richting Nineveh en de culturele hoofdstad stond jarenlang leeg.

Lees verder “Babylon, Assyrisch hoofdpijndossier”