Boeken over het oude Perzië

Achaimenidische mantelgesp (Rijksmuseum van Oudheden Leiden)

De cultuur van het oude Perzië is in West-Europa altijd bekend geweest: Griekse, joodse en Romeinse auteurs schreven erover, de Iraanse religieuze literatuur (de Avesta) volgde en het eerst-ontcijferde soort spijkerschrift was, dankzij de Behistun-inscriptie, het Perzische. Spoedig daarna kwamen, opnieuw dankzij opgemelde inscriptie, de Babylonische teksten erbij met duizenden tegelijk. En Elamitische. De eerste opgravingen vonden al plaats in de negentiende eeuw.

Nieuwe iranologie

In de daarop volgende twintigste eeuw kwamen de inzichten uit de sociale wetenschappen erbij. Ik blogde al over Henri Claessens concept van de Vroege Staat. Twee geleerden speelden een heel belangrijke rol bij het scheppen van een nieuwe iranologie: de Nederlandse Heleen Sancisi-Weerdenburg en de Fransman Pierre Briant. Van de laatste verscheen in 1996 het baksteenzware Histoire de l’empire perse, waarover het onderstaande filmpje gaat. Het is de alweer zesentwintigste aflevering in de bloedstollende reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”. (Met dank aan Kees Huyser voor de afwerking.)

Het belang van Sancisi-Weerdenburg en Briant is meer dan dat ze de iranologie opnieuw structuur gaven. Ze braken met het propagandistisch gebruik van het vakgebied door de laatste sjah, die een vooral op westerse bronnen gebaseerde visie op het oude Perzië had. Doordat de sociaalwetenschappelijke concepten niet expliciet waren uitgewerkt, waren allerlei westerse aannames impliciet aanwezig. De wonderlijke ironie is dat de nationalisten, die na de Iraanse Revolutie hun toevlucht zochten in westerse landen, de nieuwe iranologen verwijten dat ze eurocentrisch zijn, hoewel zij dus wél de oosterse teksten centraal stellen en hun sociaalwetenschappelijke aannames op orde hebben.

Klassieker

Moet u Histoire de l’empire perse lezen? Mwoa. De grote synthese van de nieuwe iranologie is een omgevallen boekenkast en Pierre Briant verwijst naar bronnen die je maar net bij de hand moet hebben. Daarvoor is het al even zware boek van Amelie Kuhrt, The Persian Empire. A Corpus of Sources from the Achaemenid Period (2007). Als u het wat beknopter wil, is er Josef Wiesehöfers Das antike Persien: Von 550 v. Chr. bis 650 n. Chr. (2005).

Een andere reden om Histoire de l’empire perse ongelezen te laten is dat het een klassieker is. Het boek heeft zijn neerslag in alle latere publicaties. Dat is het lot van een klassieker: het brengt de wetenschap van het ene naar het andere stadium en als we daar eenmaal zijn, hoeven we niet meer precies te weten hoe dat is gegaan. Niemand leest Pirenne nog nu iedereen (behalve Mark Rutte) weet dat de Germanen de Romeinse cultuur overnamen.

Een klassieker levert echter wel een lakmoestest op. Als u aarzelt of u een later verschenen boek moet kopen, hoeft u slechts in het register te kijken. Als daar Pierre Briant en Heleen Sancisi-Weerdenburg niet worden genoemd, kunt u het boek terug zetten in de kast. Of beter: uw boekhandelaar informeren dat dit meteen naar de ramsj kan.

De latere publicaties van Briant zijn overigens weinig soeps. Zijn werk over Alexander de Grote en Darius is een herhaling van zetten. Mijn persoonlijke verklaring is dat, na de dood van Sancisi-Weerdenburg in 2000, Briant een belangrijke bron van nieuwe ideeën was kwijtgeraakt.

18 gedachtes over “Boeken over het oude Perzië

  1. FrankB

    Weer eens even zeuren, want ik begrijp heus wel wat je bedoelt: Alexander de Grote elimineerde helemaal niks. Nadat hij doodging waren de machtsverhoudingen binnen de kortst mogelijke keren weer precies hetzelfde als bij zijn geboorte; alleen de namen van de heersers waren veranderd.
    Vervelende en voorspelbare vraag: waarom schrijf je zelf niet een dergelijk boek over de Antieke Perzen voor het grote publiek? Behalve dat je honderd en één andere dingen te doen hebt natuurlijk?
    (En wanneer worden er eens een paar boeken van je in het Engels vertaald? Dat zou mijn virtuele leven op niet-Nederlandse blogs een stuk makkelijker maken)

    1. De machtsverhoudingen waren bepaald niet ‘binnen de kortst mogelijke keren weer precies hetzelfde als bij zijn geboorte’. Met name in Egypte was de machtssituatie drastisch blijvend veranderd. En ook als men het Seleucidische rijk zou willen vergelijken met het Achaemenidische rijk dan zijn ook daar flinke verschillen te zien. En dan spreken we alleen nog maar over het grondgebied.
      Een snelle blik in bijvoorbeeld een in een historische atlas aangaande de situatie vóór en na Alexander maakt dat snel duidelijk.

      1. FrankB

        Ik heb het niet over binnenlandse machtsverhoudingen, noch over grenswijzigingen en gebiedsuitbreidingen en -verliezen. Die veranderden altijd en overal om de haverklap. Uw verwijzing naar een atlas is dus op zijn best overbodig.
        Waar ik het wel over heb zijn de machtsverhoudingen tussen Egypte/Ptolemaeische Rijk, Perzië/Seleucidische Rijk, Macedonië en de Griekse stadstaten. Die veranderden pas toen Rome er zich mee ging bemoeien, heel wat decennia later. U wilt toch niet beweren dat het Seleucidische Rijk, de opvolgerstaat van Perzië, na de dood van Alexander, geen speler meer was in de internationale politiek? Dat zou net zo onzinnig zijn als beweren dat Rusland in 1917 door de Duitsers is geëlimineerd. Of China met het afzetten van de laatste keizer.

        1. Jacob Krekel

          Er is wel degelijk een groot verschil tussen de 200 jaar die het Perzische Rijk heeft bestaan en de periode daarna. In het Perzische rijk was een opmerkelijk gebrek aan oorlog, er was wel eens een opstand of een pretendent, maar dat was meer uitzondering dan regel. Na Alexander treedt weer de normale toestand op, zoals beschreven ergens in een van boeken Koningen: het was lente, de tijd van het jaar waarin de konignen ten strijde plegen te trekken. Er was een constante strijd om delen van het voormalige Rijk; daarin had Seleukos in het begin een groot stuk, maar dat slonk in rap tempo. Dat het gebied van Seleukos de opvolgerstaat van Perzië zou zijn is dan ook nog kort door de bocht. Er is van dit rijk nooit een opvolgerstaat gekomen.

  2. Frans Buijs

    Ik lees net op het nieuws dat er verkiezingen aankomen in Iran en dat er maar vier kandidaten zijn goedgekeurd door de selectiecommissie, waarvan drie vertrouwelingen van ayatollah Khamenei. Zo lang de ayatollahs daar nog de echte macht hebben, is het beeld van Iran als boeman op z’n zachtst gezegd niet helemaal ongegrond.

      1. Frans Buijs

        Met dat laatste ben ik het wel eens. Maar als je Iran noemt, heb je het over de moderne staat en daar is toch nog wel zo veel mis dat je nog veel te aardig bent als je Iran een boeman noemt. (Dit zegt natuurlijk helemaal niets over gewone Iraniërs.)

    1. Frans Buijs

      Is u geestelijk verzand, neem een ayatollah in de hand.
      Fred Gleufhoed uit De Generaal, de enige leuke ayatollah.

  3. Jacob Krekel

    De vraag ligt op tafel waarom een wanproduct als Persian Fire zo’n breed publiek krijgt, terwijl het boek dat Jona bepleit dat vermoedelijk niet zal krijgen. We weten dat er tal van spelers zijn die de publieke opinie proberen te beïnvloeden, en die zitten niet alleen in Moskou. Is het paranoïd om te denken dat Persian Fire in sommiger machtige kraam te pas komt, b.v. die van neocons die Iraq willen binnenvallen, en dat dit boek daarom gepusht wordt? Terwijl het boek dat Jona bepleit dergelijke sponsoren mist.

  4. Ben Spaans

    Persian Fire is voor het eerst verschenen in 2005, dus 2 jaar na de inval in Irak.

    Het boek dat de MB bepleit is dik, lang, moeilijk en in een de facto onbegrijpelijke taal. Bepleiter Jona raadt lezen zelfs expliciet af.

    De omvang van het bereik van Persian Fire moet ook niet overschat worden. De film 300 zou daarvoor eerder in aanmerking komen.

    1. Jacob Krekel

      Dat mag zo zijn, maar het brengt ons geen stap verder bij het antwoord op de vraag waarom Persian Fire een succes was. De film 300 is ook een voorbeeld van wat Jona signaleert dat plotseling oude vooroordelen worden afgestoft en een nieuw leven beginnen. Dat kan te maken hebben met een wens een vijandbeeld te creëren. Zoals tijdens de koude oorlog communisten als een soort on(der)mensen werden afgebeeld. Dat geloof je als jongen in de provincie in de vijftiger jaren. Ik heb pas in de Amsterdamse schaakwereld geleerd dat communisten heel normale mensen zijn. Zoals nu in de republikeinse propaganda de democraten als extreme marxisten worden neergezet. Uiteraard onzin, maar het werkt wel.
      Het is natuurlijk mogelijk dat het één niets met het ander te maken heeft, maar het zou naief zijn er geen rekening mee te houdendat het wel zo is, en dat pogingen het vijandsbeeld te ontkrachten tegengewerkt zullen worden.

      1. Martin van Staveren

        Die “Critical Theories” zijn duidelijk marxistisch. Als je meent dat de maatschappij uit “klassen” bestaat, dan is alles geoorloofd in de klassenstrijd. De moderne klassen zijn people of color, homo’s en vrouwen. Omdat de statistiek de verkeerde feiten laat zien, bestaat de waarheid dus gewoon niet, omdat de biologie laat zien dat mannetjes en vrouwtjes verschillen, wat we overigens al wisten, wordt de biologie genegeerd, etc. In de USA zijn de humaniora volledig in extreem-linkse handen. Voorbeeld: https://tpo.nl/2021/06/17/bonusquote-whitenes-is-a-malignant-parasitic-like-condition-that-comes-with-perverse-appetites/ hoe waanzinnig is dat? Bij het schaken merk je er misschien weinig van dat iemand een communist is, dat zal bij nazi schakers ook wel zo zijn.

      2. Ik denk dat vijandbeelden alleen goed geherintroduceerd kunnen worden als ze niet afdoende weerlegd zijn geweest – als mensen niet kunnen vinden WAAROM ze verkeerd zijn.

  5. Ben Spaans

    Wanproduct – het boek is op zich een aardig ovcerzicht. De Perzen worden ook niet als monsters voorgesteld. Die vermeende oost-West tegenstelling gaf het boek een kapstok, die wordt vooral in de inleiding aangestipt en was inderdaad een manier om bij het publiek onder de aandacht te komen na 11 september. Het was het eerste overzichtswerk over de Perzische Oorlogen in jaren voor een groot publiek. Het heeft ook ander werk opgeleverd zoals Xerxes in Griekenland van Jona Lendering, dus Holland heeft niet het laatste woord.

    Dat gezegd hebbende, Tom Holland is wel degelijk bezorgd over moslim-extremisme, hij heeft heeft humanitair werk verricht onder Yezidi’s die met IS te maken hebben gehad, het heeft hem tot hernieuwde belangstelling voor christendom gebracht (idealisering, toch…?). Dus hij gaat het oost-West frame niet gauw meer loslaten.

    Het is niet zo dat ‘Wij’, ‘Westerlingen’ de enige zijn die vijand beelden ontwikkelen.

    Dat communisten konden schaken maakt ze nog niet tot nor…nee, hoor grapje😉

Reacties zijn gesloten.