Alexander de Grote: het einde van Perzië

Alexander (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Dit is het tweede van vier stukjes over Alexander de Grote. Het eerste vindt u hier en een poging de veroveringstocht te contextualiseren vindt u daar.]

In de zomer van 331 v.Chr. staken de Macedoniërs de Eufraat over. Ze zouden, net als Xenofon, hebben willen oprukken langs die rivier richting Babylon, maar de Perzische bevelhebber Mazaios wachtte hun op. Dat dwong hen tot een noordelijker route, die hen bracht naar de vlakte ten oosten van de Tigris. Bij Gaugamela wachtte Darius III Codomannus Alexander op. Helaas voor de Perzische koning was er een maansverduistering, en de voortekenen waren uiterst ongunstig: precies dit voorteken voorspelde een nederlaag voor de heerser van Babylonië en Perzië, plus een succesvolle, achtjarige heerschappij voor een indringer uit het westen. Dit bleek een self-fulfilling prophecy: de enige contemporaine bron waarover we beschikken, de Babylonische Astronomische Dagboeken, vermeldt hoe Darius’ mannen hun koning in de steek lieten.

Lees verder “Alexander de Grote: het einde van Perzië”

Ontcijferd: het Lineair Elamitisch

De Acropolis van Sousa, waar de meeste teksten in het Lineair Elamitisch zijn opgegraven.

Lineair Elamitisch is een schrift dat tussen pakweg 2300 en 1900 v.Chr. in gebruik is geweest in zuidelijk Iran. Laten we zeggen van Sousa in het westen via Anšan in Fars tot Kerman in het zuidoosten. Met dit schrift noteerde men een vroege vorm van het Elamitisch. Dat is een interessante taal, want ze behoort bij geen enkele bekende familie. Er is een theorie dat er een verre verwantschap is met de Dravidische talen in India, maar voor zover ik weet is daarvoor geen sluitend bewijs. De mogelijkheid tot een oostelijke achterneef van het Elamitisch maakt overigens wel dat taalkundigen geïnteresseerd kijken naar de opgravingen in Jiroft, onder Kerman, waar archeologen een heel oude stad onderzoeken. Als er een plek is waar een gedeelde voorloper gedocumenteerd zou kunnen, is het daar. Maar dan zouden de bewoners al wel in een heel vroeg stadium moeten zijn gaan schrijven.

Lineair Elamitisch

Terug naar het Lineair Elamitisch. De Franse archeologen in Sousa waren de eersten die teksten vonden in dit schrift. Dat was in 1903. Daarnaast vonden ze een pictogrammenschrift. Aanvankelijk meenden ze dat het ging om twee manieren om de oudst-bekende fase van het Elamitisch te documenteren, maar in de jaren zestig groeide het inzicht dat ze niet gelijktijdig waren geweest. Eerst was er een pictogrammenschrift, dat men gebruikte om Proto-Elamitisch te schrijven; later ontstond Lineair Elamitisch.

Lees verder “Ontcijferd: het Lineair Elamitisch”

Nabonidus en Cyrus

Reliëf van Nabonidus uit Harran (Archeologisch museum van Sanli Urfa)

“De laatste Babylonische koning,” zo lezen we in het handboek dat we zo goed kennen, “was een merkwaardige man. Hij was een fervent aanhanger van de maangod Sin van Harran en verwaarloosde de cultus van Marduk, de oppergod van Babylon. Hij vestigde zich gedurende tien jaar in Tayma (nu in Saoedi-Arabië) en liet de regering aan zijn zoon Belsassar over.”

Wat bewoog koning Nabonidus? De Blois en Van der Spek geven in  Een kennismaking met de oude wereld aan waarom we het niet weten kunnen. Onze bronnen zijn immers later geschreven en tendentieus. Dat Nabonidus in zijn eerste regeringsjaren een efficiënte veroveraar was die successen boekte in Cilicië en Edom, blijft zo wat onderbelicht, terwijl zijn ongebruikelijke religieuze voorkeur de nadruk krijgt. Belangstelling voor Arabië was echter logisch: de Wierookroute was, nu grote delen van het Nabije Oosten waren veroverd, een voor de hand liggend expansiedoel. Bovendien zouden de Arabieren soldaten kunnen leveren voor de oorlog met Iran.

Lees verder “Nabonidus en Cyrus”

Ktesifon

Een iwan (schaduwboog) van het Parthische/Sasanidische paleis

Ik schreef gisteren over de Macedonisch-Grieks-Syrisch-Babylonische stad Seleukeia, die in de tweede eeuw v.Chr. gezelschap kreeg van Ktesifon. Die nieuwe stad was gebouwd door de Parthische koningen die vanaf het midden van de tweede eeuw v.Chr. de macht hadden in het huidige Irak. Er is een theorie – niet per se juist – dat Ktesifon staat op een oudere stad, Opis. Die stad lag namelijk ook in de omgeving van de samenvloeiing van Tigris en Diyala. En net als Ktesifon lag ook Opis aan de weg die Susa in Elam verbond met het Assyrische kerngebied en de hoofdsteden van Anatolië.

Parthische residentie

De Parthen, afkomstig uit het noordoosten van Iran, hadden een westelijke hoofdstad nodig. Daarom verplaatsten ze het regeringscentrum van Seleukeia naar de tegenoverliggende, oostelijke oever. De nieuwe residentie heette Tyspwn, waar de Grieken Ktesifon van maakten. Vanaf 129 v.Chr. was het de winterresidentie van de Arsakidische dynastie. Het is onduidelijk wanneer Ktesifon de belangrijkste Parthische stad werd, maar wel staat vast dat het een van de grootste steden in de antieke wereld was. Er is weinig van over. Tichelsteen vervalt uiteindelijk tot zand. Dat de bakstenen gebouwen van de Romeinen de tand des tijds beter doorstonden, wil niet zeggen dat ze in het oosten geen rivalen hebben gehad.

Lees verder “Ktesifon”

Babylon, Assyrisch hoofdpijndossier

De restauratie van Babylon door Esarhaddon (Louvre, Parijs)

Ik schreef onlangs dat Babylon de culturele hoofdstad van het Nabije Oosten bleef. Dat was zo nadat een Hethitische aanval rond 1595 v.Chr. – opnieuw die dateringskwestie – een einde aan het Oud-Babylonische Rijk had gemaakt, dat bleef zo in de slecht gedocumenteerde Kassitische tijd, dat bleef zo toen Elam in het oosten tijdelijk een supermacht was, dat bleef zo toen Mitanni in het noorden belangrijk was, dat bleef zo terwijl de Zeevolken in het westen de boel op stelten zetten, dat bleef zo toen de Assyrische koningen het Nabije Oosten verenigden.

Hoofdpijndossier Babylon

Voor hen was Babylon een hoofdpijndossier. Ze wierpen in de achtste eeuw v.Chr. “het juk van Aššur” over Babylonië en vonden dat ze de culturele hoofdstad netjes moesten behandelen. Vanaf Tiglath-pileser III (r.744-727) lieten ze zich daarom kronen als heersers van zowel Assyrië als Babylonië. Door de stad in een personele unie met hun rijk te verenigen, brachten zij hun respect voor de Babylonische beschaving, instellingen en wetenschap tot uitdrukking. De Babyloniërs kwamen echter in 703 v.Chr. in opstand onder leiding van Marduk-apla-iddin II (de Bijbelse Merodach Baladan), en koning Sanherib plunderde de stad in 689. Dit was een daad van verschrikkelijke goddeloosheid: dit verbrak immers de band die de aarde verbond met de hemel, zoals vorm gegeven in de Etemenankiziggurat, het “huis van het fundament van de hemel op aarde”. Hij deporteerde de bevolking van Babylon richting Nineveh en de culturele hoofdstad stond jarenlang leeg.

Lees verder “Babylon, Assyrisch hoofdpijndossier”

Nineveh, de laatste Assyrische hoofdstad

De (inmiddels verwoeste) Nergal-poort van Nineveh

De laatste hoofdstad van Assyrië, Nineveh, ligt op de oostelijke oever van de Tigris, op de plek waar de Khosr erin uitmondt. Dit riviertje verdeelt de oude stad in een noordelijke en een zuidelijke helft. Beide hebben een citadel dicht bij de westelijke muur: de zuidelijke heuvel heet Nebi Yunus (“profeet Jona”) naar het oude islamitische mausoleum op die plaats, terwijl de noordelijke heuvel Kuyunjik heet.

Over de alleroudste resten van Nineveh blogde ik al: neolithisch aardewerk uit het zevende millennium v.Chr. Maar ook al is dat erg mooi, er is maar weinig bekend over deze periode.

Lees verder “Nineveh, de laatste Assyrische hoofdstad”

Kort Irakees (6): Koninklijke Weg

Ik schreef al eens eerder over de Koninklijke Weg in het Perzische Rijk. Die kenden we lange tijd vooral van de Griekse onderzoeker Herodotos, die ergens de route beschrijft van Sardes in het westen van het huidige Turkije naar de hoofdsteden van het Perzische Rijk. In Irak volgde deze weg ruwweg de Eufraat, vermoedelijk met een omweg over Babylon.

Kleitabletten uit Persepolis bevestigen Herodotos’ verhaal en voegen daaraan allerlei details toe. We weten nu hoe goed de Koninklijke Weg was georganiseerd. Je kon bijvoorbeeld met vouchers in elke serail eten en drinken te krijgen.

Lees verder “Kort Irakees (6): Koninklijke Weg”

De wetten van Hammurabi

Hammurabi groet de zonnegod Šamaš, herkenbaar aan de gehoornde helm en de zonnestralen uit zijn schouders. Dit is het bovenste deel van de stèle in het Louvre.

De Wetten van Hammurabi zijn wereldberoemd. In de eerste aflevering van Better Call Saul probeert Jimmy McGill een misdadiger ervan te weerhouden twee mannen te vermoorden met het argument dat de aanstaande slachtoffers erop uit waren geweest iemand een been te breken, dat een dubbele moord een excessieve vorm van vergelding zou zijn en dat het volstaat twee keer een been te breken. McGill, nooit verlegen om een mooie formulering, doet dit onder verwijzing naar de Wetten van Hammurabi.

De Wetten van Hammurabi

De Wetten van Hammurabi zijn beroemd genoeg. Maar niet omdat ze de eerste waren. De wetten van koning Ur-Nammu (Derde Dynastie van Ur), van koning Lipit-Ishtar en uit Ešnunna zijn ouder. De twee eerste verzamelingen zijn echter fragmentarisch bekend en ook de derde is niet heel erg lang. De wetten van Hammurabi zijn veel en veel langer. Deze wetgever was een micromanager. Zijn wetten zijn bovendien systematischer en ook compleet overgeleverd. Wat weer niet wil zeggen dat de 282 bepalingen een compleet overzicht bieden. Vaak ontbreekt de algemene regel, bijvoorbeeld dat het verboden is een valse aanklacht in te dienen, en lezen we alleen ophelderingen, zoals de procedures voor valse beschuldigingen van moord, tovenarij of diefstal.

Lees verder “De wetten van Hammurabi”

Aššur, de eerste hoofdstad van Assyrië

De ziggurat van Aššur

Vandaag zijn de verkiezingen in Irak, dus dat is een ongezochte gelegenheid om eens te bloggen over Aššur. Gelegen op de westelijke oever van de rivier de Tigris, was dit de eerste hoofdstad van Assyrië. En ook deze stad was oeroud. Bij de tempel van de godin Ištar vonden archeologen voorwerpen uit de tweede helft van het derde millennium v.Chr. Toen was Aššur nog een stadstaat met een wat groot ommeland, niet anders dan Susa in Elam. De bewoners personifieerden hun stad als een godheid, eveneens Aššur geheten, en noemden het ommeland Mât Aššur, het land van de god Aššur.

Deze stadstaat had nauwe banden met de Sumerische steden in het zuiden en moest zich onderwerpen aan koning Sargon van Akkad. Nadat diens rijk door de klimaatcrisis rond 2200 v.Chr. ten onder was gegaan, herenigden de heersers van de Derde Dynastie van Ur Mesopotamië. Net als Sargon voor hen stuurden ze gouverneurs naar Aššur. De belangrijkste resten uit deze tijd zijn de tempel van Ištar en het Oude Paleis.

Lees verder “Aššur, de eerste hoofdstad van Assyrië”

Boeken over het oude Perzië

Achaimenidische mantelgesp (Rijksmuseum van Oudheden Leiden)

De cultuur van het oude Perzië is in West-Europa altijd bekend geweest: Griekse, joodse en Romeinse auteurs schreven erover, de Iraanse religieuze literatuur (de Avesta) volgde en het eerst-ontcijferde soort spijkerschrift was, dankzij de Behistun-inscriptie, het Perzische. Spoedig daarna kwamen, opnieuw dankzij opgemelde inscriptie, de Babylonische teksten erbij met duizenden tegelijk. En Elamitische. De eerste opgravingen vonden al plaats in de negentiende eeuw.

Nieuwe iranologie

In de daarop volgende twintigste eeuw kwamen de inzichten uit de sociale wetenschappen erbij. Ik blogde al over Henri Claessens concept van de Vroege Staat. Twee geleerden speelden een heel belangrijke rol bij het scheppen van een nieuwe iranologie: de Nederlandse Heleen Sancisi-Weerdenburg en de Fransman Pierre Briant. Van de laatste verscheen in 1996 het baksteenzware Histoire de l’empire perse, waarover het onderstaande filmpje gaat. Het is de alweer zesentwintigste aflevering in de bloedstollende reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”. (Met dank aan Kees Huyser voor de afwerking.)

Lees verder “Boeken over het oude Perzië”