Roofkunst

Ruurd Halbertsma is conservator in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik vermoed – en hieruit mag u afleiden dat ik hem ken – dat zijn hart ligt bij de Griekse collectie, maar ook over Nederland in de Romeinse tijd weet hij van de hoed en de rand. Bij de expositie over Karthago in 2014 vertelde hij enthousiast over de ontdekking van de aloude stad door Jean-Emile Humbert (1771-1839), een Nederlandse ingenieur die voor de bey van Tunis de stadsmuur verbeterde, enkele forten bouwde, de zoetwatervoorziening regelde en de haven bij Karthago aanlegde. Hoewel Tunis in de negentiende eeuw vooral een Franse stad werd, bevolkt door Italiaanse migranten, is de blauwdruk getekend door een Nederlander.

Jean-Emile Humbert

Of beter: een Hollander. Humbert is geboren in Den Haag, voelde zich na de val van de Oranjes niet thuis in de Bataafse Republiek, trad in dienst van de bey en keerde pas na de Restauratie terug naar het nieuwe koninkrijk Nederland. Daar deed hij zijn vondsten over aan Caspar Reuvens, zodat ze nog altijd in het Rijksmuseum van Oudheden zijn. Hier vindt u een wel heel summiere pagina over museumstuk H1; de H staat voor de naam van de ontdekker. Het was een van de eerste Punische voorwerpen in een West-Europees museum. Humbert identificeerde ook de voornaamste plaatsen in Karthago, zoals de havens, het waterreservoir en de Byrsa. Fascinerend figuur dus, die vroege archeoloog, en daarom een van de personages in Halbertsma’s debuutroman Roofkunst.

[Hierna komen enkele spoilers]

Achtbaan

Het boek is een achtbaan. Het is niet alleen een vertelling over negentiende-eeuwse Humbert, maar ook een in de nabije toekomst (8 februari 2025) spelend verhaal over wat zoal verkeerd kan gaan in een oudheidkundig museum met een wetenschappelijke functie. Er gebeurt van alles, de perspectieven wisselen voortdurend, het volgt allemaal snel op elkaar en er is een huiveringwekkend actuele climax die doet denken aan de aanslag op het Amerikaanse consulaat in Benghazi. Ik móest Roofkunst gewoon uitlezen, dus het werd gisteravond half een. Een page turner.

Als ik zeg “er gebeurt van alles”, is het omdat de hoofdpersoon belandt in wat ze a perfect storm noemen. Een conservator in het Rijksmuseum van Oudheden (vrij nadrukkelijk niet Ruurd Halbertsma) ontdekt plagiaat in een proefschrift, krijgt te maken met rebelse studenten, wordt geconfronteerd met een beschuldiging van grensoverschrijdend gedrag, zit opgezadeld met een directeur voor wie het museum de pauze is tussen twee job hops, en wordt beoordeeld door een vooringenomen universitaire integriteitscommissie. Er is ook nog een terroristische cel en er is vandalisme in zowel het museum als een bibliotheek. Van alle problemen ontbreekt eigenlijk alleen de handel in al dan niet echte unprovenanced oudheden.

Een van Halbertsma’s troeven is de voortdurende perspectiefwisseling. Over Humbert horen we van zowel een alwetende verteller als via de colleges die twee van de hoofdpersonen geven. We bekijken het moderne Tunis door de ogen van de Leidse conservator en door die van een mevrouw die er al wat langer woont, terwijl een alwetende verteller ergens een vuurwapen identificeert.

Satire en understatement

Onderhoudend als Roofkunst is, het is wel een debuut en het boek is (zonder dat het echt stoort) wat onevenwichtig. Terwijl Halbertsma’s beschrijving van de rebelse studenten een satirische plaagstoot is richting al te gekke woke standpunten, is zijn schets van een vooringenomen integriteitscommissie juist understated. Halbertsma introduceert elk personage met een eigen biografie van ongeveer een pagina lang, wat enerzijds bewijst dat hij niet in het wilde weg schrijft maar anderzijds een beetje overbodig is. Van een bijfiguur hoeven we niet ook te weten in welke kerk hij is getrouwd en bij welk bedrijf hij werkt. Aan het einde worden de draden wel erg makkelijk afgehecht.

En als ik in de Trajanuszaal college zou geven over Karthago, zou ik het uitbreken van de Derde Punische Oorlog niet ophangen aan de belegen en irrelevante anekdote over Cato. De Romeinse senatoren die tot de oorlog besloten waren niet dom. Numidië was te machtig geworden, Massinissa had de Senaat voor het blok gesteld, het traditionele Romeinse beleid was onmogelijk geworden.

Enfin. Voor het genot van de roman maakt het niet uit. Roofkunst is een leuk boek. Sterker: Ruurd Halbertsma schreef een roman die blijft boeien én een belangrijke kwestie agendeert. De titel is niet voor niets gekozen.

Roofkunst

Over de ethische omgang met oudheden heeft Halbertsma namelijk een hoop te vertellen. De hoofdpersonen leggen bij diverse gelegenheden de keuzes uit die er zijn bij de teruggave van oudheden. Halbertsma’s vertrouwdheid met de materie blijkt er vooral uit dat hij zulke informatie een stuk natuurlijker weet te doseren dan in romans als De Da Vinci-code. Het stoort geen moment en beklijft wel.

Het is namelijk niet zo dat alles wat Europese musea in de negentiende eeuw verwierven, is geroofd. Evenmin is het zo dat de landen van herkomst het materiaal terug willen. Karthaagse voorwerpen in een Nederlands museum zijn bijvoorbeeld in feite ambassadeurs voor Tunesië. Waar het om draait is de machtsverhouding op het moment van verwerving. Als de materie u boeit, is dit stuk iets voor u.

Wat Ruurd Halbertsma heel duidelijk maakt in Roofkunst: in museumland denkt men vrij genuanceerd over de teruggave van oudheden. Het is minder een museaal dan een diplomatiek of bestuurlijk probleem.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

10 gedachtes over “Roofkunst

  1. Roger Rymen

    Over roofkunst en teruggave van kunstwerken.
    Einde vorige eeuw verbleef ik meerdere malen in Afrika o.m. in Mali en in Burkina Faso. Erg geïnteresseerd in etnografie en volkskunst bezocht ik het betreffende museum in Bamako en hoopte er een rijke verzameling te vinden van het ooit zo machtige Mali met zijn rijke cultuur. Tot mijn verbazing echter waren de zalen van het museum ofwel volledig leeg ofwel was er nog sporadisch een masker of een godenbeeld te zien, of, volgens mij, achtergebleven. Al de rest bleek verdwenen! Frauduleus verkocht aan rijke westerlingen? Overgeheveld naar de chique villa’s van de nomenclatura? Weggegeven door de machthebbers aan de vriendjes? In Ouagadougou (hoofdstad Burkina) was het gelijkaardige museum gewoon gesloten tijdens mijn 3-daags verblijf aldaar. Zou het niet beter zijn om kunstschatten veilig in Europese musea te bewaren? Denk maar aan wat gebeurde in het Egyptisch museum in Kairo waar tijdens oproer heel wat gestolen werd of aan diverse musea in Syrië en Irak waar alles nu verdwenen is?

    1. Karel van Nimwegen

      Het is een misverstand dat westerse musea veilig zijn. Denk aan Maastricht, waar een flink deel van de Romeinse vondsten is gestolen na een inside job. Of het achterstallige onderhoud in Brussel. Of de problemen in Nijmegen.

      Uiteraard is het hier iets beter, maar het is onvoldoende excuus om niet terug te geven wat destijds, naar toenmalige standaards, is geroofd.

  2. Ben Spaans

    Leg nou toch eens uit: Numidië/Massinisma was te machtig geworden en daarom moest Karthago voorgoed verdwijnen (als staat).

    Dan pak je toch Numidië aan? ‘Ja maar als Massinisma Karthago veroverd dan is Karthago eigenlijk terug.’ Dat toont toch wel een Romeinse obsessie met Karthago aan, toch?

    De VS hebben in 1945 Japan verslagen. China komt daarna heel sterk op, geleid door een energieke leider met een motiverende ideologie en zou weleens sterke grip op Japan kunnen krijgen. Daarom beginnen de VS een nieuwe oorlog tegen Japan. (Natuurlijk gaat dit mank als vergelijking en het is ook niet wat er gebeurde, maar dit zouden we een vreemde redenering vinden, toch?).

    1. Ben Spaans

      Excuses voor het verkeerd schrijven van de naam Massinissa. (Laten we de autocorrectie de schuld geven…)

      1. Ben Spaans

        Het blijft krom. Als Massinissa zo’n trouwe bondgenoot was, waar lag het probleem dan…(naïef met opzet).
        Rome had Karthago toch ook zelf in een onmogelijke positie gebracht door het niet eens zelfverdediging toe te staan?
        Maar misschien wil ik teveel rationaliseren. Als het nakomen van verplichtingen aan bondgenoten cruciaal voor de Romeinen was kun je ook te machiavellistisch zijn.

  3. FrankB

    “Zou het niet beter zijn om kunstschatten veilig in Europese musea te bewaren?”
    Dit is wel degelijk een relevant argument. Want hoe bepalen we Karel van N’s “(on)voldoende excuss”? Het tendentieuze gebruik van het woord “excuus” is trouwens opmerkelijk.
    Hieruit volgt niet dat ik tegenstander ben van teruggave; ik wil alleen maar bevestigen dat dit een moeilijk onderwerp is. Mijn uitgangspunt is dat kunst collectief eigendom van de gehele mensheid is; ik heb er dus geen enkel principieel probleem mee dat Rembrandt in Djakarta komt te hangen. Maar ik wil ook mijn ogen niet sluiten voor de praktische problemen, zoals de laatste tien jaar in Syrië.
    Daarom maar eens een ontroerend citaat uit Overy’s Ruslands Oorlog.

    – Toen men in 1941 vluchtte voor de Duitse aanval, verpakte de curator van het Turgenjev-museum in de stad Orel de inhoud en laadde die in een treinwagon. Het meest opvalende voorwerp was een versleten sofa waarop de beroemde schrijver zijn grootste gedachten had gedacht. Op elk station vond de curator tegenover zich een woedende menigte van vluchtelingen die vochten om een plekje in de trein die hen naar het oosten moest brengen. Elke keer legde hij uit dat het boeltje had behoord aan de grote Turgenjev en iedere keer weer toonde de menigte begrip.

  4. Christo Thanos

    Je moet als organisatie eerst erkennen dat je objecten in je collectie hebt die dubieus/onrechtmatig zijn verworven. Vervolgens preek je met het land van herkomst een bruikleenovereenkomst af totdat het land zelf aangeeft het object terug te willen (en hopelijk de mogelijkheden heeft om het object in goede staat te onderhouden).

    Als RMO bijvoorbeeld zou ik zoveel mogelijk gegevens vastleggen van de objecten die teruggaan (3d scan/foto bijvoorbeeld).

    Ik geloof dat er een project gaande is van teruggave van archiefstukken van de VOC naar Suriname. De stukken worden in Nederland geconserveerd en gescand, in Suriname wordt een geconditioneerde depot aangelegd (met hulp van Nederland). Zo kan het ook.

    Problematischer is het met bijvoorbeeld het goud van de Krim, in Nederland gekomen voor een tentoonstelling. Wie is de rechtmatige eigenaar. Of: naar wie sturen we vondsten terug in Syrie?

    Ik denk dat stap 1 in ieder geval erkenning is dat we niet altijd de rechtmatige eigenaar zijn. Hoe het vervolgens verder gaat, is een stuk complexer.

Reacties zijn gesloten.