Caesar en Pompeius aan de Apsos

De vlakte van de Seman (de antieke Apsos)

Als ik u zeg dat het 11 januari was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de tweede keer) en Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 5 december 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een door het Sinterklaasweekend drie dagen vertraagde aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Race naar Durrës

Of eigenlijk: wat deed Pompeius? Toen die had vernomen van Caesars oversteek en de verovering van de haven van Orikon, rukte hij snel op naar het westen. Daar wilde hij de havenstad Durrës bereiken, het antieke Dyrrhachion, waar hij een enorm depot had laten aanleggen. Het lag bomvol voedsel en Pompeius wilde verhinderen dat dit in handen viel van Caesars manschappen. Die rukten inmiddels eveneens op richting Durrës. Pompeius had dus haast. Caesars schrijft daarover in de Burgeroorlog (vertaald door Hetty van Rooijen):

Pompeius rukte in dag- en nachtmarsen op. Tegelijk werd bericht dat Caesar naderde. Pompeius’ leger werd door zo’n schrik bevangen … dat bijna alle soldaten uit Epirus en omstreken de standaards verlieten en sommigen zelfs hun wapens wegwierpen, zodat de mars veel weghad van een vlucht. Toen Pompeius bij Dyrrhachion halt hield en beval een legerkamp af te bakenen, was het leger nog steeds van hevige schrik vervuld.

Maar op dat moment trad als eerste Labienus naar voren. Hij verklaarde onder ede dat hij Pompeius nooit zou verlaten en zijn lot zou delen, hoe het ook uitviel. Dezelfde eed werd gezworen door de andere legaten, gevolgd door de krijgstribunen en centurio’s, en door het hele leger.

Dat de mannen die Pompeius in Epirus (zeg maar Albanië) had gerekruteerd vluchtten toen ze hoorden dat Caesar in de buurt was, is natuurlijk niet zo vreemd. Het waren hun boerderijen die in deze winter geplunderd zouden worden. Caesar presenteert het echter alsof Pompeius’ manschappen vluchtten uit angst om slaags te raken met de veteranen in Caesars leger. Dat komt eigenlijk neer op een compliment aan de generaal die die veteranen zo goed wist te motiveren. En u weet wel wie dat was.

Een veranderende oorlog

Interessant is de rol van Titus Labienus. Deze had in het leger van Caesar gediend in de jaren waarin deze Gallië onderwierp, maar had uiteindelijk partij gekozen voor de Senaat en voor de officiële consuls. Nu legde hij dus een eed van trouw af aan Pompeius. Dit duidt op een discussie onder Caesars tegenstanders. In het voorafgaande jaar was Caesar de rebel geweest die had gestreden tegen het legitieme gezag van Senaat en consuls, maar inmiddels was het mandaat van die consuls verstreken. Daardoor was de oorlog van karakter veranderd: ze was verworden tot een conflict tussen twee krijgsheren. Labienus erkende dit en accepteerde het gezag van Pompeius.

Impasse

Caesar haastte zich niet langer toen de weg naar Dyrrhachion al bezet bleek. Hij sloeg zijn legerkamp op bij de rivier de Apsos [de huidige Seman] in het gebied van Apollonia, om de steden die hem gesteund hadden door schansen en wachtposten te beveiligen, en besloot daar de komst van de andere legioenen uit Italië af te wachten en in tenten te overwinteren. Pompeius deed hetzelfde. Hij sloeg zijn legerkamp op aan de overkant van de Apsos en concentreerde daar al zijn troepen en hulpcontingenten.

En zo ontstond een impasse, die weken zou duren. Caesar beheerste Apollonia, Orikon en nog wat steden in het binnenland. Hij zou de komende weken helemaal naar Butrint oprukken, 180 kilometer verder naar het zuiden, om tot daar aan toe voedsel te verzamelen. De foeragering was, zolang Caesars versterkingen niet aankwamen, Caesars grootste probleem. Pompeius wachtte ten noorden van de Apsos af. Een mooi detail, dat illustreert dat de oorlog tussen de twee krijgsheren een broederkrijg was:

Tussen de twee legerkampen van Pompeius en Caesar lag alleen de Apsos. De soldaten voerden van weerszijden vaak gesprekken en volgens hun afspraak werd dan intussen geen speer geworpen.

Pas na de winter zou de situatie veranderen.

[Een overzicht van de reeks over Julius Caesar is hier.]

2 gedachtes over “Caesar en Pompeius aan de Apsos

  1. Frans Buijs

    Het is een merkwaardig trekje aan oorlog dat soldaten de ene dag vreedzaam en gezellig met elkaar om kunnen gaan en elkaar de volgende dag naar het leven staan. Gebeurde ook soms in de Eerste Wereldoorlog.

  2. “Pompeius rukte in dag- en nachtmarsen op.”

    Ofwel Pom[eius was dichtbij of Caesar treuzelde. Het is nu 38 uur te voet van Oricon naar Dürres (ik ga er van uit dat deze afstand nu niet veel verschilt met toen) en Pompeius won de race, ondanks dat hij op Caesar reageerde.

Reacties zijn gesloten.