Alexander de Grote en de Illyriërs

Helm, zoals de Illyriërs droegen (Archeologisch museum, Split)

Nu ik werkende weg blijk te zijn begonnen aan een verslag van het eerste regeringsjaar van Alexander de Grote – ik vertelde over zijn vader, over zijn troonsbestijging, over zijn campagne op de oostelijke Balkan – kan ik net zo goed nog even verder gaan en vertellen over zijn campagne in het westen. In het zuiden van het huidige Albanië en het noordwesten van Griekenland lag het koninkrijk Epirus, waarmee het Macedonische vorstenhuis door huwelijksbanden was verbonden, en ten noorden daarvan woonden enkele Illyrische stammen. Die waren, net als de Thraciërs, aan Macedonië onderworpen, maar Alexanders staf achtte het verstandig te laten zien dat de nieuwe koning even geducht was als Filippos.

Alexander had in zoverre geluk dat een van de Illyrische stammen, de Dardaniërs uit het huidige Kosovo, het plan had opgevat Macedonië binnen te vallen. Dat bespaarde Alexander de moeite een voorwendsel te verzinnen om naar het westen te marcheren, maar haast was wel geboden. Stamhoofd Kleitos had zich verzekerd van de steun van een andere stam, de Taulantiërs, en had bovendien in het westen van Macedonië het fort Pellion bezet, dat gezocht moet worden in de omgeving van Korçë, in oostelijk Albanië.

Lees verder “Alexander de Grote en de Illyriërs”

Hoe Alexander de Grote koning werd (1)

Het theater van Aigai, waar Alexander de Grote koning werd

Een tijdje geleden blogde ik over koning Filippos II van Macedonië, de vader van Alexander de Grote. In oktober 356 v.Chr. werd hij in het theater van Aigai vermoord door een zekere Pausanias. Dat was vrijwel zeker om persoonlijke redenen, al valt niet helemaal uit te sluiten dat een Perzische agent Pausanias had aangespoord. Immers, de voorhoede van het leger waarmee Filippos Perzië wilde aanvallen, was al in Azië. Ze werd gecommandeerd door de generaals Parmenion en Attalos. De Perzische koning had dus een motief. De informatie die we over de moord hebben, suggereert bovendien dat er meer samenzweerders waren.

Feit is in elk geval: Filippos was dood. Het is zinvol eens te kijken hoe het verder ging. Onder welke omstandigheden werd Alexander koning?

Lees verder “Hoe Alexander de Grote koning werd (1)”

M5 | Verdeeld Macedonië

Op een van de koninklijke graven van Macedonië, mogelijk dat van Filippos II, is deze schildering aangebracht. Er is geopperd dat een van de jagers Alexander is. (Ik ben zelf niet overtuigd.)

Het nieuws dat koning Filippos van Macedonië het Perzische Rijk wilde binnenvallen was ook Pixodaros ter ore gekomen, de satraap van Karië. Het leek hem verstandig zich in te dekken voor het geval de Macedoniërs succes zouden hebben. Daarom liet hij Filippos weten dat hij een huwbare dochter had. De Macedoniër antwoordde dat zij mocht trouwen met Arridaios, zijn tweede zoon, die zwakbegaafd lijkt te zijn geweest. Filippos moet in de handen hebben gewreven van plezier, want de Karische hoofdstad was de vrijwel onneembare marinebasis Halikarnassos. Aan de vooravond van de oorlog kreeg hij het bolwerk op een presenteerblaadje aangeboden.

De Pixodaros-affaire

Helaas kwam er iets tussen, zoals Ploutarchos vertelt:

Lees verder “M5 | Verdeeld Macedonië”

Bloedbad in Gomfoi

Een regenboog boven de Aoos

Als ik u zeg dat het 29 quintilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 18 juni 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Aankomen in Griekenland. Hij had na de nederlaag bij Dyrrhachion zijn acht legioenen in veiligheid gebracht in Apollonia, waar hij op 20 quintilis was aangekomen. Hij was er niet lang gebleven en opgerukt langs de rivier de Aoos, richting Ioannina. Daar was hij afgebogen naar het oosten, over Katarapas door de Pindos-bergen, richting Thessalië. Hij verliet nu het gebied dat in de Oudheid Epirus heette en trok nu met zes legioenen Griekenland binnen.

Lees verder “Bloedbad in Gomfoi”

Caesar en Pompeius aan de Apsos

De vlakte van de Seman (de antieke Apsos)

Als ik u zeg dat het 11 januari was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de tweede keer) en Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 5 december 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een door het Sinterklaasweekend drie dagen vertraagde aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Race naar Durrës

Of eigenlijk: wat deed Pompeius? Toen die had vernomen van Caesars oversteek en de verovering van de haven van Orikon, rukte hij snel op naar het westen. Daar wilde hij de havenstad Durrës bereiken, het antieke Dyrrhachion, waar hij een enorm depot had laten aanleggen. Het lag bomvol voedsel en Pompeius wilde verhinderen dat dit in handen viel van Caesars manschappen. Die rukten inmiddels eveneens op richting Durrës. Pompeius had dus haast. Caesars schrijft daarover in de Burgeroorlog (vertaald door Hetty van Rooijen):

Lees verder “Caesar en Pompeius aan de Apsos”

Caesar in Brindisi

De haven van Brindisi

Als ik u zeg dat het 22 december was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 17 november 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag morgen 2069 jaar geleden?”

Caesars troepen

Hij kwam aan in Brindisi in de hak van Italië. Hij was uit Rome vertrokken op wat wij 8 november 49 v.Chr. noemen en na een reis over de Via Appia bereikte hij op de tiende dag de havenstad waarvandaan hij de Adriatische Zee wilde oversteken. Hijzelf schrijft in zijn Aantekeningen bij de Burgeroorlog (in de vertaling van Hetty van Rooijen):

Lees verder “Caesar in Brindisi”

Pyrrhos van Epirus (2)

Helm uit Midden-Italië (Villa Giulia, Rome)

In mijn vorige stukje beschreef ik hoe koning Pyrrhos van Epirus de Romeinen tweemaal versloeg maar grote verliezen leed. Zijn manschappen raakten behoorlijk gedemoraliseerd en zijn lijfarts bood de Romeinen zelfs aan zijn meester te vergiftigen.

Onderhandelingen

Dat het er slecht voor Pyrrhos voorstond, wil niet zeggen dat Rome opgelucht adem kon halen. Welbeschouwd was Pyrrhos in zijn missie geslaagd: de Romeinen weghouden van Tarente en de andere Griekse steden. De Senaat zal blij zijn geweest te vernemen dat Karthago, waarmee Rome kort daarvoor een verdrag had gesloten, op Sicilië de oorlog had verklaard aan Syracuse. Die stad riep nu de hulp in van de koning van Epirus. Voor Pyrrhos was Sicilië een aantrekkelijk alternatief, want hier kon het moreel van zijn leger zich herstellen.

Lees verder “Pyrrhos van Epirus (2)”

Pyrrhos van Epirus (1)

Pyrrhos van Epirus (Buste uit Herculaneum, nu in Napels)

In de loop van de vierde eeuw v.Chr. had Rome de meeste Italische steden en stammen opgenomen in zijn stelsel van bondgenoten: de Etrusken in het noorden, de bergvolken in de Apennijnen en Abruzzen, de stadstaten rond de Baai van Napels. Expansie naar de Griekse havensteden in het zuiden was alleen maar logisch. Een voorwendsel hoefde niet eens te worden gevonden want in de eindeloze reeks conflicten tussen de Griekse stadstaten was er altijd wel een partij die Romes hulp inriep.

Zo’n ingreep kon echter leiden tot escalatie. Tarente, een machtige stadstaat in de “hak” van Italië, beschouwde een van de Romeinse interventies als inmenging in de eigen invloedssfeer, er waren wederzijdse klachten, diplomaten werden mishandeld, oorlog werd verklaard, legers werden gelicht, rekruten getraind, bondgenoten geworven. Tarente deed wat Griekse stadstaten in Italië in crisistijd altijd hadden gedaan: hulp vragen in het moederland.

Lees verder “Pyrrhos van Epirus (1)”

Fietsen naar Thessaloniki: de Pindos

De trots van Griekenland: de kloosters van Metéora

In dit zomerfeuilleton, waarvan u de eerste aflevering hier kon lezen, neem ik u deze zondag mee naar Igoumenitsa in Griekenland, waar ik op een druilerige ochtend eind mei 1992 met mijn RIH de veerpont af kwam wandelen.

De Pindos, deel één

Een wonderlijk levendige herinnering: toen ik mijn lires wilde wisselen in drachmes, ontdekte ik dat ik nog maar weinig Italiaans geld bij me had, hoewel ik een paar dagen daarvoor nog een groot bedrag had opgenomen. Ik was voor zeker 150 gulden aan valuta kwijt. Ik moest me ertoe zetten me er niet door uit het veld te laten slaan.

Voor me lag de Pindos, het gebergte dat Albanië en het noordwesten van Giekenland scheidde van zuidelijk Joegoslavië en noordoostelijk Griekenland. Het einddoel van deze dag was Ioannina, dat ik alleen kende van verhalen (en een subplot uit De graaf van Monte Cristo) en een rustige klim beloofde naar een hoogte van ongeveer 500 meter. Tegenwoordig ligt er een snelweg, maar die was er destijds nog niet.

Lees verder “Fietsen naar Thessaloniki: de Pindos”