Circus Maximus (3)

Wagenmenner uit het Circus Maximus (Palazzo Massimo, Rome)

[Laatste van drie stukjes over het Circus Maximus in Rome. Het eerste was hier.]

Keizer en volk

Zelfs keizers en gladiatoren waren minder populair dan wagenmenners. Gezien hun populariteit deed een keizer er goed aan zich te vertonen in zijn loge in het Circus. Iets van de populariteit van de sportlieden straalde dan op hem af. Bovendien kon de vorst, door openlijk te delen in de emoties die de races opriepen, tonen dat hij niet van zijn onderdanen verschilde. Zo bezien deed keizer Marcus Aurelius het verkeerd:

Hij had de gewoonte tijdens de Circusvoorstellingen te lezen, te luisteren en te signeren, en het verhaal gaat dat de menigte hem daarover dikwijls schertsend heeft gekapitteld. (Historia Augusta, Marcus Aurelius 15.1)

Keizer Caligula was daarentegen misschien wat al te menselijk. Volgens Cassius Dio stond hij namelijk niet boven de partijen:

Later liet hij de beste en beroemdste gladiatoren met vergif uit de weg ruimen. Hetzelfde deed hij met de paarden en menners van zijn rivalen. Hij was immers een fanatiek aanhanger van de partij met het groene tenue … Een van zijn paarden – hij noemde het dier Incitatus – nodigde hij vaak uit bij het diner. Hij zette het dier gouden gerstekorrels voor en bracht een toost uit met wijn in gouden bekers. Hij legde een eed af bij voorspoed en heil van het paard en beloofde zelfs dat hij het tot consul zou laten benoemen. Hij zou dat ook zeker hebben gedaan, had hij de tijd van leven gehad. (Romeinse Geschiedenis 59.14.6-7; vert. Gé de Vries)

Een winnaar in het Circus Maximus (Piazza Armerina)

De keizer communiceerde doorgaans met het volk door borden met opschriften rond te laten dragen. Het volk kon ook antwoorden. We lezen over spreekkoren waarmee de aanwezigen hun verlangens kenbaar maakten. Dio was in 196 na Chr. ooggetuige van een incident, toen keizer Septimius Severus op het punt stond een oorlog te beginnen tegen een rivaal in Gallië:

Er waren ontelbare mensen samengestroomd en ze hadden gekeken naar de wedstrijd van de renwagens … zonder ook maar iemand toe te juichen, zoals hun gewoonte is. Maar toen die races afgelopen waren en de wagenmenners op het punt stonden aan het volgende nummer te beginnen, maakten ze eerst elkaar duidelijk dat ze stil moesten zijn en vervolgens begonnen ze allemaal tegelijk te klappen en daarbij te schreeuwen, een smeekbede voor het welzijn van de staat. Daarmee begon het, daarna noemden ze Rome “koningin” en “onsterfelijk”, en toen riepen ze “hoe lang moeten we dit nog verdragen?” en “hoelang moeten we nog oorlog voeren?” Na deze en dergelijke kreten riepen ze “dat was de boodschap” en richtten ze hun aandacht weer op de paardenrace.

Daarbij waren ze vast en zeker door een god geïnspireerd, want anders waren zoveel tienduizenden mensen niet, als een zorgvuldig geoefend koor, tegelijk begonnen hetzelfde te roepen en zouden ze die woorden niet, alsof het ingestudeerd was, foutloos uitgeroepen hebben. (Romeinse Geschiedenis 76.4.-5; vert. Simone Mooij)

Andere soorten vermaak

Tussen de races – meestal zeven op één dag – waren pauzenummers. Keizer Claudius liet senatorenzonen een paardendressuur doen en een taptoe van de keizerlijke garde. Ook introduceerde hij, als we zijn biograaf Suetonius mogen geloven, de rodeo:

Behalve races voor vierspannen … liet hij wilde dieren uit Afrika optreden die door een eskadron ruiters van de keizerlijke garde onder aanvoering van hun officieren en de commandanten zelf werden gedood. Verder gaf hij een voorstelling van Thessalische ruiters, die wilde stieren het Circus rondjagen, op hun rug springen als ze moe geworden zijn, en ze dan met de horens tegen de grond drukken. (Claudius 21.7; vert. Den Hengst)

Er bestaan afbeeldingen van artiesten die apen door hoepels laten springen en katten ladders laten beklimmen. Ik heb daarvan zelf geen foto’s, maar dit reliëf uit Sofia, met als apen verklede acteurs in het circus, komt in de buurt:

Acteurs in het circus (Archeologisch museum, Sofia)

Dat zijn momenten waarop het antieke circus enigszins lijkt op het onze, net als wanneer het publiek een kijkje kwam nemen bij de kooien, als was het Circus Maximus een dierentuin. De Historia Augusta vermeldt iets wat daarmee te vergelijken is:

Keizer Probus gaf in het Circus een wilde-beestenshow, en wel zo dat het volk alle rekwisieten als jachtbuit mocht meenemen. Het spektakel verliep als volgt: grote bomen, die door soldaten met wortel en al waren uitgegraven, werden geplaatst op een lang en breed platform van aan elkaar geklonken boomstammen. Vervolgens werd er aarde over gestort en leek het hele Circus, beplant alsof het een woud was, door al het nieuwe groen in bloei te staan. Vervolgens werden door alle ingangen duizend struisvogels, duizend herten en duizend everzwijnen binnengelaten, en bovendien antilopen, steenbokken, moeflons en andere graseters, zo veel alsmaar waren gefokt of gevangen. Toen werd het volk toegelaten en kon ieder meenemen wat hij maar wilde. (Probus 19.2-5)

De Historia Augusta  zijnde de Historia Augusta is er gerechtvaardigde twijfel of dit wel echt zo is gebeurd, maar áls het een historische gebeurtenis is, dan hebben de aanwezigen zich deze dag herinnerd als de beste show die ze ooit meemaakten. Het leverde ze immers een vleesmaaltijd op – destijds een zeldzaamheid.

Deel dit:

16 gedachtes over “Circus Maximus (3)

  1. Dirk Zwysen

    In zijn biografie over Caligula (2003) betoogt Aloys Winterling dat er in het jaar 39 een samenzwering tegen Caligula mislukte. Dit verzuurde de relaties tussen de vorst en de aristocratie aanzienlijk. Het geval Incitatus, beschreven door Dio en Suetonius, zou hierin kaderen.

    Terwijl de antieke geschiedschrijvers het framen als een teken van Caligula’s waanzin, ziet Winterling er een cynische boodschap aan de adel in. Caligula vernedert hen door zijn paard te geven waar de senatoren allemaal op azen: het weelderige huishouden dat ex-consuls zich kunnen veroorloven. Bovendien onderstreept hij dat de de maatschappelijke orde, de status waar de senatoren zich door hun familiegeschiedenis op beroepen, in het nieuwe Rome slechts bij gratie van de keizer bestaat. Ze danken hun consulaat uiteindelijk allemaal aan Caligula. De keizer kan eender wie verheffen op de sociale ladder.

    Caligula is bij Winterling geen gek maar een vorst die overtrokken reageerde op conflicten waardoor de situatie helemaal uit de hand liep. Met deze man moest na zijn dood door de adel nogmaals afgerekend worden in de geschiedschrijving.

    1. FrankB

      Verbaast me niets – van een heleboel keizers vraag ik me af of ze wel zo beroerd waren als de Romeinse elite hen later afschilderede – inclusief Nero en Commodus.

    1. Oei, ja.

      Nou ja, laten we het positief bekijken. Het heel groot opblazen van voorwerpen, dat was iets wat kunstenaars eind jaren tachtig. Denk aan het enorme mens-erger-je-niet-bord van Rob Scholte. Of je zag, als je een galerie binnenliep, eerst een enorme stoel en dan een kleine stoel, en tot slot een bord “when the mind expands, it never returns to its original size”.

      Dat waren de jaren tachtig. En nu doen ze aan de limes dit soort dingen. Zoals heel groot het woord FINIS of een heel groot Romeins gezichtsmasker. Ik vertrouw erop dat het publiek zal constateren dat de visualiseringen van de limes vijfendertig jaar achter de artistieke feiten aanlopen. Over slechte smaak hoeft men niet te twisten.

      1. Frans Buijs

        Sorry dat ik je onderwerp aan het kapen ben, maar we leven nu in een tijd waarin een vier meter hoog standbeeld van een zwarte vrouw in Rotterdam die met haar handen in haar zakken staat kan worden bejubeld. Dus dat opblazen gebeurt nog steeds. En ik verwacht niet dat het in Oegstgeest anders zal zijn, Voor je het weet is Jan Wolkers onderdeel van de Limes. Ook een grootheid. Toch?

        1. Als Wolkers het beeld nou had gemaakt…

          Maar je hebt over dat grote beeld in Rotterdam wel gelijk: het is niet het allerorigineelste. Maar ik begrijp dat mensen het in hun hart hebben gesloten en dat zal ik ze heus niet verwijten.

          1. Frans Buijs

            Ik ook niet. Zo’n beeld vertegenwoordigt een emotie net als zo’n beeld bij de Limes. En daarom heb ik er dus niet zoveel vertrouwen in dat het publiek bij het zien van zo’n beeld in Oegstgeest ineens zal zeggen; oh, dat is iets van vroeger.

              1. Over smaak valt heel goed te twisten en dat helpt je om je smaakcriteria aan te scherpen en vervolgens meer te genieten.

                Probleem is dat Nederlanders daar geen zin in hebben. Een tijdje geleden attendeerde ik erop dat dat masker eigenlijk nogal jaren tachtig was. Dit is dan ongeveer het niveau van de discussie.

                https://mainzerbeobachter.com/wp-content/uploads/2023/07/Schermafbeelding-2022-07-25-084242.png

    2. “Dit gebied is eigenlijk heel oud en heel oud bewoond en niemand die het weet”

      Ik moet toegeven dat ik inderdaad niet wist dat de Griekse held Herculus Rhijngeestus zo’n tweeduizend jaar (of langer) geleden het symbool was van de Bataafse opstand tegen de Romeinen. Noch dat die opstand plaats vond op de plaats waar nu de nieuwbouwwijk Nieuw-Rhijngeest ligt. 🤯

  2. Ben Spaans

    Oooooh neeeeh…
    De Hercules van Oegstgeest…
    ‘History is fun’ – dit is wat post-modernisme heeft aangericht…

  3. “vervolgens begonnen ze allemaal tegelijk te klappen en daarbij te schreeuwen, een smeekbede voor het welzijn van de staat. Daarmee begon het, daarna noemden ze Rome “koningin” en “onsterfelijk”, en toen riepen ze “hoe lang moeten we dit nog verdragen?” en “hoelang moeten we nog oorlog voeren?” Na deze en dergelijke kreten riepen ze “dat was de boodschap” en richtten ze hun aandacht weer op de paardenrace.”

    Interessant! Ook daarvan hebben we een moderne parallel.
    Ik ben benieuwd of de massa in het Circus Maximus ook ‘zangleiders’ had:

Reacties zijn gesloten.