Julius Caesar op avontuur

Een Romeins zeeschip (Lepcis Magna)

Als ik u zeg dat het begin maart was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar medio januari 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Dat is eigenlijk best spannend. Julius Caesar was in Apollonia, het huidige Fier in Albanië. Hij beschikte over maar de helft van de troepen die hij nodig had om Pompeius’ leger aan te vallen. Omgekeerd waren Pompeius’ nog niet zo lang geleden gerekruteerde manschappen beducht om slaags te raken met de veteranen van Caesar. Die hadden immers ervaring opgedaan in de Gallische Oorlog en de Italische en Iberische campagnes. Caesar had versterkingen nodig om uit de impasse te geraken voordat Pompeius de aanval inzette. Over wat toen gebeurde, kan Caesars biograaf Ploutarchos beter vertellen dan ik. Ik geef u zijn woorden in de vertaling van Hetty van Rooijen.

Incognito naar Brindisi

Julius Caesar vatte ten einde raad en hevig ongerust een gevaarlijk plan op. Hij besloot zonder dat iemand het wist aan boord te gaan van een boot met niet meer dan twaalf riemen en over te steken naar Brindisi, hoewel de vijanden met grote vlooteskaders op de hele zee patrouilleerden.

En zo ging hij die nacht incognito in de kleding van een dienaar aan boord, wierp zich als een onopvallend man ergens neer en hield zich rustig. Het schip voer over de Aoös stroomafwaarts naar zee, maar de ochtendbries, die op dat uur van de dag bij de riviermonding gewoonlijk voor een kalme zee zorgde door de golven terug te drijven, viel weg door een zware zeewind die in de nacht was opgestoken. De rivier ging wild tekeer tegen de opkomende vloed en de tegenbeweging van de golven en werd ruw teruggeslagen, onder luid lawaai en met zware kolken, zodat het voor de kapitein onmogelijk was een doortocht te forceren. Hij gaf de zeelui dan ook order om te keren en terug te varen.

Toen Caesar dat merkte, maakte hij zich bekend, nam de hand van de kapitein, die bij zijn aanblik hevig geschrokken was en zei: “Kom, beste man, heb moed en wees niet bang; u hebt Julius Caesar en Caesars geluk aan boord.”

De zeelui vergaten de storm, wierpen zich op de riemen en deden alles om de rivier af te komen. Toen dat onmogelijk bleek en de boot veel zeewater schepte en in de riviermonding groot gevaar liep, stond hij de kapitein met grote tegenzin toe om te keren. Bij zijn terugkomst kwamen zijn soldaten hem massaal tegemoet, met veel verwijten en misnoegen, omdat hij er niet van overtuigd was geweest dat hij alleen met hén in staat was te overwinnen; voor afwezige troepen had hij uit ongerustheid zijn leven op het spel gezet, alsof hij de aanwezige niet vertrouwde.

Demoralisering

We zien hier Caesars spin doctor aan het werk. Reken maar dat de soldaten geklaagd zullen hebben over Caesars vertrek. Die klachten zullen ongetwijfeld betrekking hebben gehad op de vlucht van hun generaal. De soldaten waren gedemoraliseerd aan het raken, want er gebeurde almaar niets en er was onvoldoende te eten. Hun klachten worden hier echter gepresenteerd als blijken van loyaliteit. Het zag ernaar uit dat Julius Caesar enkele moeilijke weken tegemoet zou gaan.

[Een overzicht van de reeks over Julius Caesar is hier.]

6 gedachtes over “Julius Caesar op avontuur

  1. Ik vraag me af hoe geloofwaardig dit verhaal is. Ervoor pleit het criterium van de gêne. Maar stel dat Julius geslaagd was in zijn stiekeme oversteek, dan zouden zijn soldaten pas echt gedemoraliseerd zijn, en in de minderheid tegenover Pompeius. Grote kans dat zijn leger in Apollonia verloren zou gaan en Pompeius de kans zou krijgen voor een invasie in Italië. Zou Julius echt dat risico genomen hebben?

    1. FrankB

      ” Ervoor pleit het criterium van de gêne.”
      Is dat zo? Zelfs de gedwongen terugkeer is niet genant – JC maakt duidelijk dat zijn stoutmoedigheid en zelfvertrouwen (“U hebt Caesars geluk aan boord”) geen vorm van hybris is. Integendeel, hij aanvaardt man- en grootmoedig de verwijten van de achtergebleven soldaten.
      Ik vind dit een verbluffend staaltje propaganda, nog beter dan Goebbels’ beruchte post-Stalingrad rede van 1943.

      1. Dirk Zwysen

        Toch wel genant, hoor. Zoals Napoleon in zijn slee heeft hij zich vermomd. De wind en het water trekken zich ook nog eens niets aan van Caesars bluf. Zonder die opmerking over geluk zou het minder genant zijn.

        Plutarchus noemt de oversteek een gedurfd plan, omdat er van verdere plannen niets in huis kwam. Wat was Caesars bedoeling eens hij in Italië was? Een nieuw leger lichten? Zoals hierboven vermeld, geeft hij zijn veteranen dan zo goed als op. Je moet over veel krediet of over een gladde tong beschikken om je daar uit te lullen.

  2. Dirk Zwysen

    Ik denk dat het januari 48 v.Chr. moet zijn.

    Caesar zelf maakt geen woorden vuil aan dit incident. De ruimte die vrijkomt door te zwijgen over zijn door tegenwind mislukte vlucht, vult hij in met verwijten aan zijn te voorzichtige commandanten in Brundisium. Die, zo klaagt hij, lieten heel wat kansen liggen om hem met gunstige wind de nodige versterking te sturen.

Reacties zijn gesloten.