Geliefd boek: De adelaar van het Negende

Morgen eindigt de Week van de Klassieken en ik vraag uw aandacht voor een boek dat menigeen allang kent: De adelaar van het Negende van Rosemary Sutcliff. Toen het in 1954 verscheen, heette het nog een kinderboek, tegenwoordig zouden we het vermoedelijk een young adult noemen. Al zou je het ook kunnen beschouwen als een Bildungsroman. Wat het genre ook zij: het is een geweldig boek. Ik ken verschillende mensen die door De adelaar van het Negende een liefde voor de oude wereld hebben ontwikkeld.

De ondergang van het Negende

Het verhaal gaat over een jonge Romeinse officier, Marcus, die gewond raakt en wordt gedemobiliseerd. Als hij eenmaal is hersteld, besluit hij te gaan uitzoeken wat er is gebeurd met het Negende Legioen Hispana, dat ooit vanuit York naar het noorden is gemarcheerd, de mist in, en waar niemand ooit meer van heeft gehoord. Marcus’ vader is missing in action.

Zich uitgevend voor een oogarts en in gezelschap van een Britse vriend, Esca, reist Marcus naar het noorden. Hij hoort verhalen over het legioen, dat tot op het bot verrot en gedemoraliseerd zou zijn geweest. Van de Caledonische krijger Tradui hoort hij over de laatste legionairs.

We hadden hen tenslotte in het nauw gedreven bij het moerasland … en toen keerden ze zich tegen ons zoals een beer in doodsnood. We hadden gerekend op een gemakkelijke overwinning, want tot dusver was het erg gemakkelijk gegaan. Bij het eerste treffen gaven ze het al op, maar die dag was het anders. Al die anderen waren als de splinters geweest die je van een vuursteen afslaat; maar wat overgebleven was bleek de steenharde kern te vormen; een kleine kern, ontzettend klein.

Ze stelden zich zo op, dat ze naar alle kanten waren gekeerd. Hun gevleugelde god torende hoog boven hen. Als we de zo gevormde muur doorbraken, dan stapte een ander voor zijn gevallen makker in de bres, en was de muur weer gesloten als tevoren. Eindelijk sloegen we hen neer, maar ze sleepten een groot gedeelte van onze krijgers met zich mee. We sloegen hen neer tot er nog maar een handjevol over was – maar niet meer dan er vingers aan mijn twee handen zijn – maar hun gevleugelde god was nog te midden van hen. Ik, Tradui, trof met mijn laatste werpspies de priester, die op zijn goed beschermde plaats de staf van de Adelaar vasthield.

Maar terwijl hij viel nam een ander de Gevleugelde Godheid van hem over zodat hij niet vallen zou, en de paar man die nog overgebleven waren schaarden zich om hem. Hij was de grootste van hen, de aanvoerder, de pluim op zijn helm was groter, en zijn mantel was van het rood van de krijgers. Ik wou dat ik hem gedood had, maar een ander was me voor…

Kort en goed, we maakten een eind aan het gevecht en aan de macht van Rome. Voortaan zullen er nooit meer Roodbepluimde Helmen door onze jachtgronden trekken.

Uiteindelijk weet Marcus, die nu niet alleen weet hoe het legioen ten onder ging, maar zelfs heeft begrepen hoe zijn vader is gesneuveld, naar het Romeinse deel van Britannië terug te keren. In zijn bezit is de adelaar waaraan het boek zijn titel ontleent.

De realiteit

In Silchester is ooit een adelaar gevonden, waarover is gespeculeerd dat het een Romeinse legioenstandaard was. Dat is onwaar gebleken, zoals Sutcliff in het voorwoord al aangeeft. Dat ze een reëel bestaand voorwerp gebruikt als aanleiding voor haar verhaal, illustreert echter haar ambitie. Ze wilde iets vertellen dat historisch waar zou hebben kunnen zijn.

Daarmee dringt de vraag zich op of ze het nu nog zo zou schrijven. Het boek is immers zeventig jaar oud en een mysterie dat Sutcliff in haar voorwoord noemt, is opgelost. In 117 zou het Negende vanuit York naar het noorden zijn gemarcheerd om een opstand te onderdrukken en zijn verdwenen. We weten inmiddels dat er geen opstand is geweest en dat de eenheid is overgeplaatst naar Nijmegen. De Britse historicus Duncan Campbell wijdde er kort geleden een aardig boek aan, The Fate of the Ninth. Als de eenheid strijdend ten onder is gegaan, komen de Bar Kochba-opstand (132-136) en een crisis in Armenië in 161 in aanmerking.

Zo is er wel meer te noemen dat een auteur als Sutcliff, als ze nu een soortgelijke roman zou schrijven, niet zo zou gebruiken. De Mithras-inwijding van Marcus bijvoorbeeld. Ik denk echter dat de kwaliteit van het boek niet samenhangt met het beoogde realisme. Het is eerder dat de hoofdpersoon, hoewel al officier en met gevechtservaring, in feite volwassen aan het worden is. Ik zei al dat het boek te lezen is als een Bildungsroman. Daarin lijkt het ook wat op die andere historische roman die duizenden kinderen geschiedenisliefde bijbracht: De brief aan de koning van Tonke Dragt.

Vertaling

Een tijdje geleden overnachtte ik in Groningen. Zoals in wel meer hotels was er een kast met achtergelaten boeken. Daar vond ik de vertaling die Miep Diekmann in 1965 maakte. De juffrouw achter de balie vond het prima dat ik het meenam. Nog die avond heb ik er stukken van gelezen en het viel me op dat het Nederlands nauwelijks was verouderd.

Ik zal mijn in Groningen verworven exemplaar doorgeven aan de zoon van bevriend echtpaar. Het mannetje is pas twee, maar ik weet zeker dat hij over een jaar of tien, twaalf zal smullen van het verhaal van de opgroeiende Marcus.

PS

Het programma van de Week van de Klassieken is hier.

18 gedachtes over “Geliefd boek: De adelaar van het Negende

  1. Frans Buijs

    Is er binnenkort niet een Armenië tentoonstelling in Assen? Je zou een nieuwe versie van het boek kunnen maken die zich daar afspeelt. Of in Judea.

    1. Ja, dat zou best een leuk idee zijn. Overigens valt niet uit te sluiten dat het legioen op nog een heel andere manier ten onder is gegaan. Bedenk: we weten niet goed wat zich destijds ten oosten van het huidige Wieringen heeft bevonden. Dus zeg maar waar nu de Afsluitdijk ligt. Als daar nou eens een enorme concentratie Friezen woonde, dan kan het Negende tijdens de vergeten Tweede Friese Opstand van 152 daar ten onder zijn gegaan.

      Ik verzin dit, maar één Byzantijnse tekstvondst met een stuk Cassius Dio of een archeologische vondst bij de vernieuwing van de Afsluitdijk is voldoende om ons hele beeld van het noordelijk grensgebied op de kop te zetten.

      1. Rob Duijf

        ‘(…) één Byzantijnse tekstvondst met een stuk Cassius Dio (…)’

        Wel eerst even ‘Bedriegelijk echt’ lezen… 😉

  2. FrankB

    In plaats van deze heb De Lantaarndragers (over Zuid-Engeland in de Vijfde Eeuw). Het is geweldig, de blauwdruk van hoe een historische roman in elkaar moet zitten.

  3. Huibert Schijf

    Ik moet bekennen dat ik nog nooit dat dit boek had gehoord. Maar het plot herken ik wel, want ik heb de film The Eagle, gebaseerd op dit boek, uit 2011 gezien, Veel adembenemende landschappen en bloedige gevechten. Meer spektakel, vermoed ik, Als iemand beide kent: wat is beter de film of het boek?

    1. De film is VRE-SE-LIJK. Essentiele personages zijn weggelaten, verhaallijnen ‘gesimplificeerd’, sensatie er dik bovenop gekwakt. Met name het einde is totaal Hollywood.
      Lees het boek daarom en oordeel zelf.
      De BBC heeft ooit een (jeugd)serie gemaakt die wel te pruimen was:

      1. Huibert Schijf

        Dat de film The Eagle niet goed is, dat vind ik ook. Maar het schrijven van een boek is iets anders dan het maken van een film waarbij vereenvoudiging onvermijdelijk is. Als het om een verfilming van een lievelingsboek dan is die bijna altijd teleurstellend, weet ik uit lange ervaring. Maar als je een boek helemaal niet kent dan spelen die overwegingen niet mee.

        1. Ben Spaans

          De film is sowieso veel duisterder dan het boek. Het is een metafoor (als dat de goede term is) voor de VS van George W. Bush. De Romeinen worden bewust door Amerikaanse acteurs gespeeld.
          Ik weet niet of de film vreselijk is. Sorry.

        2. FrankB

          “Als het om een verfilming van een lievelingsboek dan is die bijna altijd teleurstellend”
          Het kan wel. Zowel het boek als de film Misery vond ik geweldig (en Stephen King is bepaald niet mijn favoriete auteur). Een ander voorbeeld is Strangers on a Train.
          Bij De Vierde Man was ik blij dat ik eerst het boek had gelezen. Ik vond het goed genoeg om op mijn leeslijst te zetten in mijn VWO-examenjaar. Maar de verfilming vond en vind ik grandioos, zowel toen hij uitkwam als enkele decennia daarna. Paul Verhoeven heeft daar nooit meer aan kunnen tippen.

  4. Dit boek heeft letterlijk een bepaalde draai aan mijn leven gegeven – met dank aan de onvolprezen plaatselijke openbare bibliotheek natuurlijk! Ik heb dat boek later kunnen aankopen.
    Samen met de andere boeken van Sutcliff (en zeker ook alle boeken over Romeins Brittannië en met name de boeken waarin het verhaal van de zegelring een rode draad vormt) is dit boek een speciaal deel van mijn jeugd.

    https://rosemarysutcliff.net/

    1. Huibert Schijf

      Als jongen ontdekte in mijn openbare bibliotheek de drie delen van A. Th. Sonnleider, een Duitse schoolmeester. Het eerste deel heet de Holenkinderen. Aan de hand van de lotgevallen van een jongen en een meisje krijg je een verantwoord beeld van de menselijke ontwikkeling van de bronstijd tot de middeleeuwen. Die. drie delen zijn in de jaren dertig van de vorige eeuw geschreven. Eind jaren vijftig stonden ze nog in mijn openbare bibliotheek. Dat zal nu niet meer zo zin. Eigenlijk wel jammer.

  5. Ben Spaans

    Er staan nog altijd de nodige boeken van Rosemary Sutcliff in mijn kast. Eerst haalde ik ze uit de bieb, daarna kocht ik zelf een aantal (deels dezelfde). Het eerste boek dat ik van haar lashelm, Het Koningsteken/Een koning voor de Dalriaden is ook indrukwekkend, zeker voor nerderige types rond hun 13e.

    Sutcliffe was een opmerkelijk figuur. Ze had een handicap, bleef altijd alleen. Haar beste werk speelt in (half-)heidense periodes, met de ‘echte’ Middeleeuwen en later kon ze niet zo uit de voeten. Ze heeft veel gedaan om de ideeën van Margaret Murray e.d. in het onderbewustzijn van lezers te plaatsen, de ‘Gehoornde’ keert regelmatig terug in haar werk. Een andere rode draad vormde het ‘donkere volkje’, het restant van het ‘oer-‘volk van Albion zeg maar.
    Ik heb me weleens afgevraagd of hiervan een echo te vinden is bij George R. Martin met de ‘first men’ uit de geschiedenis van Westeros, maar waarschijnlijk is het toeval.
    https://en.m.wikipedia.org/wiki/Rosemary_Sutcliff

    1. FrankB

      Zou best kunnen, want Martin is goed belezen en heeft voor Het Lied van IJs en Vuur ongeveer alles bij elkaar gejat – zelfs de landkaarten van Westeros en Osteros (resp. Engeland met Cornwall de verkeerde kant op en Turkije).

Reacties zijn gesloten.